Hans Münstermann bekoort AKO-jury

Consternatie gisteren in de opgetuigde Schipholhangar waar Prinses Z.K.H. Laurentien de AKO-literatuurprijs ter waarde van 50.000 Euro met enige bombast mocht uitreiken. Niet de Vlaamse topfavoriet Stefan Brijs of mediëvist Frits van Oostrom als compromiswinnaar, maar wél de onopvallende Hans Münstermann met het bescheiden De bekoring (uitgeverij Nieuw Amsterdam) ging met de pluimen lopen. Merkwaardige keuze, waarover de jury (Elsbeth Etty, Rob Schouten, Jos Borré, Johan De Haes, Wim Sanders, onder voorzitterschap van Z.K.H. Prinses Laurentien) allicht zwaar gebikkeld heeft. Heeft ervaren juryrat Etty dan toch het meest gewicht in de schaal geworpen? Daar lijkt het op, vinden ook de meeste Nederlandse commentatoren, zie bvb. Het Parool. Etty verzorgde gisteren ook de laudatio over Münstermann én in haar Münstermann-recensie, destijds in NRC, vloeide haar lof al bijna buiten de kolommen. Veruit het zwaarst ontgoocheld voor de microfoon was Stefan Brijs. Het leek er op dat de AKO-prijs dit jaar naar een Vlaming zou gaan en hij het beste profiel had. Lieten de Vlaamse juryleden het finaal afweten? Of moet de toekenning aan Münstermann ook beschouwd worden als een soort oeuvrebekroning, net zoals de Libris-prijs dat met K. Schippers leek te doen? Hans Münstermann heeft in de Nederlandse letteren inderdaad al een behoorlijke staat van verdienste. Eerst verschanste hij zich onder de roepnaam Jan Tetteroo in een schrijversduo met Jacques Hendrikx. Die naadloze samenwerking resulteerde in een rist toneelteksten en zes vakkundige romans (waaronder Protocol overspel en de voetbalsaga De fantastische Boris Engel), waarin de twee spitsbroeders geregeld maatschappelijk ongerief aansneden. Maar ondanks een genereuze ontvangst bij de critici, sloegen de boeken slechts zelden gensters bij het lezerspubliek. Münstermann beschouwde de periode-Tetteroo later "als een periode van rijping", waarna hij resoluut de autobiografische solotoer opging. Vanaf Het gelukkige jaar 1940 (2000) hulde Münstermann zich dan in het doopkleed van zijn alter ego Andreas Klein. Beurtelings blikte deze aandoenlijke antiheld terug op het pijnlijke huwelijk van zijn ouders (een Nederlandse en een Duitser, die zo nodig moesten trouwen op 10 mei 1940, precies bij het begin van de Tweede Wereldoorlog), op zijn eigen emotionele kopje-onder, zijn verliefdheid op de oervrouw Bibi Halbzwei enz. Münstermann maakte er een serie vervolgromans van, waarin hij zijn hele leven in een aftastende, soms monomane woordenstroom van een laagje mysterie voorzag. In de vijfde Andreas Klein-roman De bekoring - perfect zonder voorkennis van zijn vier voorgangers te lezen - trekt Münstermann alle narratieve registers open. Dat gebeurt zodanig breedvoerig, dat zelfs de meest aandachtige lezer er even bij moet suizebollen. Wanneer Kleins bejaarde moeder in 2004 komt te overlijden en "de supervisie is weggevallen, de zachte, volledige supervisie die alleen je moeder je kan geven", tenderen de herinneringen van de uit zijn lood geslagen Andreas naar 16 juli 1960 - een zomerdag die een (nooit opgehelderd) keerpunt betekende in het gezin-Klein. Op die dag nam Marianne Klein het schijnbaar harteloze besluit om haar man en zeven kinderen in de steek te laten. Met een koffer in de hand trok ze de deur achter zich dicht en nam de tram naar monteur Arie, haar nieuwe minnaar. In zijn recensie in De Morgen (1.3.2006) koesterde uw dienaar toch wel enig voorbehoud: "Münstermann pakt De bekoring verteltechnisch met doortastende middelen aan en schaamt zich niet voor een vleugje absurdisme en een paar gewaagde hocus-pocussen. [...] Het vertelperspectief lijkt onderhevig aan opspelende windvlagen: dan weer zitten we in het heden van 2004, vervolgens bevinden we ons kwansuis in 1960, waar de feiten ook nog een paar keer door verschillende ogen worden bekeken." Conclusie: "Wie houdt van proza met vaart is bij Münstermann aan het verkeerde adres. De bekoring is een triomf van het omcirkelend schrijven en amechtig spitten in een bezwaard verleden. Dat levert duldzame consideratie voor moeders uitbraakpoging en veel mooie observaties op, maar waarom Münstermann zo'n blik vertellers moest opentrekken, blijft raadselachtig. Minder ballast was De bekoring zeker ten goede gekomen." De laureaat ging na de bekroning de materialistische toer op. Zijn vrouw, die door het dolle heen was, krijgt van het geld een nieuwe garderobe, zijn zoontje een gameboy. De overwinningsroes leverde een nogal gênant spektakel op.
Tags:
Geplaatst door Dirk Leyman op 11-11-2006
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening