De aroma's van de literatuur (bis)

De geur van (én in) boeken, het is de laatste tijd blijkbaar een razend populair onderwerp. De Britse academica Lara Feigel laat dezer dagen een boek op de wereld los waarin ze op zoek gaat naar de neus in de literatuur: A Nosegay: A Literary Journey from the Fragrant to the Fetid (Old Street Publishing). Ze vindt dat intellectuelen te vaak de neus ophalen voor de genoegens en fijnste nuances van ons edele reukorgaan: "It is time we rediscovered our noses." Ze turfde de wereldliteratuur op zijn aromatische kwaliteiten of zijn kwalijke geurtjes. In The Guardian mag Feigel haar top tien van "smelly books" opstellen. Marcel Proust voert - niet onbegrijpelijk - de ranglijst aan met A la recherche du temps perdu en zijn uitzonderlijk talent om geur in al zijn nuances te vatten. Scoren eveneens hoog: Het Parfum van Patrick Süskind, Les Fleurs du Mal van Charles Baudelaire en L'Assommoir van Emile Zola. George Orwell wordt dan weer geloofd vanwege zijn talent (in onder meer The Road to Wigan Pier) om de geuren van de lower classes te traceren. Dé geurbijbel blijft intussen het fenomenale werk van de Fransman Alain Corbin, Le miasme et la jonquille uit 1982 (Ned. vertaling Pestdamp en bloesemgeur: een geschiedenis van de reuk, SUN, 1986), overigens ook een baanbrekend stuk mentaliteitsgeschiedenis én de opmaat voor Süskind. Maar waarom ontbreekt Luigi Pirandello's Iemand, niemand en honderdduizend, waarin een man op een ochtend denkt dat zijn neus scheef staat, wat zijn leven vervolgens geheel ontregelt? Arnon Grunberg, groot Pirandello-adept, schreef er ooit dit stuk over.
Tags:
Geplaatst door Dirk Leyman op 20-12-2006
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening