Wereldreiziger Ryszard Kapuscinski overleden

"De tijd doodt, maar het gebrek aan tijd doodt eveneens", noteerde Ryszard Kapuscinski in het aforistische getinte Lapidarium. Vanavond heeft die tijd hem te grazen genomen. De Poolse televisie maakte bekend dat de wereldreiziger, journalist en schrijver op 74-jarige leeftijd na een ernstig ziekbed is overleden. Kapuscinski was een monument. " Hij schreef met het inzicht van een historicus, met de stijl van een dichter en met het overwicht van iemand die het zelf allemaal heeft meegemaakt", zo catalogeerde De Volkskrant hem ooit raak. Door zijn collega's was hij onlangs nog uitgeroepen tot "Poolse journalist van de eeuw". Kapuscinski was een eersterangsgetuige van talrijke slagvelden en politieke gebeurtenissen, waarover hij in een levendige, soms kortaangeboden stijl schreef. John Le Carré ridderde hem tot "de onnavolgbare magiër van de reportage." De laatste jaren circuleerde Kapuscinski's naam zelfs als groot kandidaat voor de Nobelprijs Literatuur. Kapuscinski werd geboren op 4 maart 1932 en groeide op in een straatarm milieu. Op zestienjarige leeftijd publiceerde hij al gedichten, maar de journalistiek bleek aantrekkelijker dan de wankele dichtkunst. Later trad hij in dienst van het communistische Polityka, waarvoor hij geheel Polen doorkruiste. Stilaan vergaarde hij ook bekendheid met zijn buitenlandse reportages over Afrika, het continent waaraan hij spoedig zijn hart had verpand. Vanaf de jaren zestig werkte hij als buitenlandcorrespondent voor het Poolse persagentschap PAP, waarvoor hij zowel in Azië, Zuid-Amerika als Afrika ettelijke oorlogen, militaire conflicten en staatsgrepen versloeg. Kapuscinski schreef vanaf dat moment drie versies van zijn reportages: een voor het agentschap, een ander voor de Poolse autoriteiten en nog een andere ongecensureerde én kleurrijker versie, bedoeld voor eigen gebruik. Zijn ervaringen kwamen terecht in zorgvuldige gecomponeerde boeken met een grote adem. Mondiale bekendheid verwierf hij vervolgens met De voetbaloorlog (1978), De Keizer (1978, over de Ethiopische Keizer Haile Selassie) en De Sjah aller Sjahs (1982, over de omwenteling in Iran na de afzetting van de Sjah, geschreven met "een mengeling van sympathie en afstand", aldus NRC-Handelsblad destijds). Kapuscinski smokkelde in deze soms allegorische, beheerst geschreven boeken verkapte commentaar op het communistische regime. Vanaf 1980 concentreerde de journalist zich steeds meer op zijn schrijverschap. Lapidarium, de bundel met indrukken en invallen, is er een uitvloeisel van. Veel lof vergaarde hij ook met Imperium (1993), zijn reissaga over de uiteenvallende Sovjetunie. In Ebbenhout (1998) werden zijn talrijke Afrikaanse impressies gebundeld. Twee jaar geleden verscheen zijn laatste boek Reizen met Herodotos, waarin hij in het spoor van zijn Griekse voorganger trad. Meer over Kapuscinski's leven bij de New York Times, BBC News en destijds ook hier.
Tags:
Geplaatst door Dirk Leyman op 23-01-2007
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening