Photo Poche, de donkere (schat)kamer

De collectie Photo Poche is in Frankrijk een begrip. Elke amateur van fotografieboeken blijft tuk op die karakteristieke, ietwat streng ogende mini-monografieën die met veel zorg de grootste internationale fotografen belichten. De formule is eenvoudig maar ijzersterk: een doorwrochte inleiding, een bibliografie en biografie én haarscherpe afdrukken van het fotografische oeuvre van beroemde namen zoals Robert Doisneau, Jacques-Henri Lartigue, Josef Koudelka, Brassaï, Man Ray of Robert Capa, maar ook afleveringen over minder bekende figuren (Frantisek Drtikol, Norbert Ghisoland) of hedendaagse, nog actieve fotografen (Harry Gruyaert, Raymond Depardon of Araki). Soms kiest de serie voor een thema (het naakt, nature morte) of een foto-agentschap (Magnum, agence VU), waardoor geleidelijk de hele geschiedenis van de fotografie aan bod komt. De serie werd in 1982 in het leven geroepen door Robert Delpire en meteen gechaperonneerd door het Franse Centre national de la photographie. De Photo Poche sloeg aan en zorgde mee voor het collectieve fotogeheugen van de Fransen. Sinds enige tijd neemt uitgeverij Actes Sud de serie onder haar vleugels. Intussen zijn in totaal 1,8 miljoen exemplaren van de serie verkocht. Zopas verscheen het 100ste jubileumnummer waarvoor een aparte invalshoek werd gekozen. In Je ne suis pas photographe zijn foto's samengebracht van kunstenaars, intellectuelen of schrijvers die ook wel eens een kiek maakten. Het is een grillige maar rijke anthologie geworden waarin de kijker van de ene verrassing in de andere tuimelt met bijvoorbeeld curieuze zelfportretten van Rimbaud, Strindberg en Toulouse-Lautrec, een foto van Zola's dochter Denise of erotomaan Pierre Louys die zijn geliefkoosde Meryem Bent Ali naakt "kodakeerde", zoals hij fotograferen graag noemde. Alle beelden zijn door Elvire Perego uitstekend tekstueel omkaderd.
Tags:
Geplaatst door Dirk Leyman op 04-01-2007
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening