Nederlandstalige fictie op komst (1): de langverwachten

Het literaire voorjaar 2007 levert een uitbundige oogst aan Nederlandse fictie op, met de comeback van A.F.Th., Connie Palmen en Adriaan van Dis als grootste evenementen. Opvallend vaak gaan werkelijkheid en fictie een alliantie aan. Aan Vlaamse zijde zijn alle ogen gericht op de romans van David Van Reybrouck en Paul Mennes terwijl Walter van den Broeck zich met het zopas verschenen, wervelend vertelde De veilingmeester zowaar aan een bibliothriller waagt. Drie Vlaamse allochtone schrijvers komen gelijktijdig met hun romandebuut, terwijl hoogleraar Joris Gerits nietsontziend zijn leven op de schop neemt in zijn dagboek 365. Voor Uitgelezen, de boekenbijlage van De Morgen, maakte uw dienaar een overzicht, dat u hier deze week in vier schuifjes kunt nalezen. In deel 1 belichten we de De langverwachten.
Weinig schrijvers slagen erin om uitstel tot een klein literair evenement te laten uitgroeien, maar A.F.Th. van der Heijden draait voor deze krachttoer zijn hand niet om. Ettelijke keren kondigde uitgever Querido met enige trammelant Het schervengericht aan, het volgende deel van zijn Homo Duplex-cyclus, maar telkens weer wilde de perfectionistische auteur zijn manuscript nog een laatste cosmeticakuur geven. Als warmhouder verscheen vorig jaar dan maar het boekenweekgeschenkje Drijfzand koloniseren, de 'sleutel' tot Homo Duplex. Nu is het menens. Op 28 februari 2007 ligt Het schervengericht wel degelijk in de boekhandel. Het verhaal speelt zich af in de jaren zeventig en is, aldus de uitgever, "niet alleen een visionair verslag van een van de smerigste moordzaken uit de Amerikaanse geschiedenis maar ook een metaforisch commentaar op recente noodlottige gebeurtenissen in de Nederlandse samenleving". Het hoofdpersonage is een zwaar geteisterde filmregisseur, die in Californië in de gevangenis belandt.
De productiviteit van Connie Palmen leek de voorbije jaren een deuk te hebben gekregen. Ze begon zich meer en meer toe te leggen op het korte filosofische pamflet (zie haar Kleine filosofie van de moord uit 2005) maar kijk, daar is ze plots met een heuse roman én dat is al vijf jaar geleden. Met ongetwijfeld veel mediagedruis ziet in maart Lucifer (Prometheus) het licht. De roman heeft aangrijpingspunten in het leven van de Nederlandse componist Peter Schat. Clara Wevers, de vrouw van de componist Lucas Loos, valt in 1981 op een Grieks eiland in een veertig meter diepe afgrond. Palmen reconstrueert de geruchtenstroom rond deze ongelukkige val (of moord?), graaft in het Amsterdamse verleden van de personages en zoekt "opnieuw de grenzen op van het schemergebied tussen feit en fictie". Is het dan toch geen roman? Geen nood, La Palmen wordt weer moeiteloos de talk of the town (en ver daarbuiten).
Aan Vlaamse zijde wordt met meer dan gewone belangstelling uitgekeken naar Slagschaduw, de eerste volwaardige roman van David Van Reybrouck, die zich de laatste tijd opwerpt als een allround intellectueel met gefundeerde maatschappelijke meningen. De auteur van de veelbezongen literaire queeste De plaag traceert de geschiedenis van het Brusselse standbeeld van ene Gabriëlle Petit, een door de Duitsers in 1916 gefusilleerde vrouw. Opnieuw leidde Van Reybroucks pad hem naar archivistische schatkamers en bibliotheken. Ditmaal speelt ook zijn geliefde Brussel een voorname rol, waarbij hij "op de sintels van een mensenleven" stuit. Volgens uitgever Meulenhoff/Manteau is het boek ook "een zoektocht naar het verleden, wars van sentiment, melancholie of nostalgie". Een aantal fragmenten verwijzen naar verluidt nogal duidelijk naar de dagbladwereld, maar een sleutelroman is het geenszins.
Paul Mennes stelde het geduld van zijn trouwe schare fans danig op de proef. Hij kampte zelfs een poos met een venijnig writer's block. In maart komt zijn Kamermuziek (Nijgh & Van Ditmar) dan toch uit en als je de aankondigingstekst leest, lijkt het boek haarfijn aan te sluiten bij vroegere boodschappen uit het Mennesuniversum. Hoofdpersonage Sam is een Oblomov van de eenentwintigste eeuw en vegeteert nog in het ouderlijk huis, mijmerend over Het Grote Verhaal. Hij wordt later gedwongen een huis te delen met Cosi, een meisje met een beroep waarvoor ze zich schaamt, én de computernerd Otter. Geleidelijk raakt de verstandhouding ontregeld. Mennes verkent met ironie en scherpte de onmachtige pogingen om het leven zin te geven.
De internationaal doorgebroken Anne Provoost bewoog zich met haar jeugdboeken als Vallen al op de drempel van de volwassenenliteratuur. Met In de zon kijken (Querido) heeft ze volgens haar uitgever die horde daadwerkelijk genomen. Ze mag begin maart de aftrap geven van de Literaire Lente. In de zon kijken is een empathische roman over rouw en genezing. "Ik schrijf over het kijken van een moeder naar haar dochter, en over wat er gebeurt als de blik in gevaar is. Mijn interesse gaat vooral naar hoe een kind naar de problemen van de volwassenen kijkt én hoe volwassenen op de aanblik van het kind reageren", zo kondigt ze het boek aan. [foto A.F.Th - De Revisor]
Tags:
Geplaatst door Dirk Leyman op 05-02-2007
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening