Cultschrijver Jean-Marie Berckmans (54) overleden

In Antwerpen is dit weekend de Vlaamse schrijver Jean-Marie Berckmans overleden. Berckmans werd dood aangetroffen in zijn woning. Berckmans werd 54 jaar en was een compromisloos auteur van de zelfkant, met verhalen en boeken vol angst, paranoia, alcohol en aftakeling, in een taalidioom waarop Bukowski en Céline sterke invloed uitoefenden. Deze 'ambassadeur van de wanhoop', zoals hij wel eens werd genoemd, had een reputatie als cultauteur van de Antwerpse marginaliteit, met titels als Rock 'n roll met Frida Vindevogel (1991) en Café De Raaf nog steeds gesloten (1990), en was een tijdlang ook een bezeten performer. Zijn laatste boek verscheen in 2006: Je kunt geen twintig zijn op Suikerheuvel.
Jean-Marie Berckmans kwam op 28 oktober 1953 ter wereld in Leopoldsburg, als telg uit een eenvoudig arbeidersgezin. Hij studeerde één jaar Germaanse filologie in Antwerpen en vestigde er een bescheiden reputatie als punkdichter. Tussen zijn negentiende en drieëntwintigste raakte hij echter in de greep van psychoses en depressies en verbleef hij in talloze psychiatrische inrichtingen. Op zijn vierentwintigste ondernam hij een mislukte zelfmoordpoging met liefst twee dozen Vesparax. Toch klom hij uit het dal en werd hij een succesvol zakenman in Italië als vertegenwoordiger in schoenen, en later ook als taxichauffeur en boekverkoper. In België staken algauw de demonen weer de kop op. Zijn enige huwelijk mislukte en hij gaf ook de brui aan zijn beroepsloopbaan. Vanaf dat moment raakte hij steeds verder aan lager wal, om zich tenslotte te wentelen in zijn bestaan van schrijver-kluizenaar, als vaste klant van het OCMW én Café De Raaf.
In 1977 debuteerde Berckmans met Geschiedenis van de revolutie (1977) en Tranen voor Coltrane (1977), een dichtbundel, om er dan lange tijd het zwijgen toe te doen. Met Vergeet niet wat de Zevenslaper zei in 1989 stak hij de neus weer aan het venster en volgde een lange tijd bijna jaar na jaar een nieuwe verhalenbundel met onnavolgbaar klinkende titels als bijvoorbeeld Ontbijt in het vilbeluik, Berichten uit Klein Konstantinopel en Slecht nieuws voor Doctor Paf de Pierennaaier, Pandemonium in de Grauwzone en As op Jazzwoensdag. In de jaren negentig maakte Berckmans overigens ook faam als performer met Circus Bulderdrang en zijn kompaan Vitalski. “Altijd met het mes op de pols, altijd wild om zich heen slaand, spuwend op alles wat bewoog”, zo schreef Stijn Tormans daarover in Knack bij een Berckmansportret.
De kritiek droeg Berckmans bij momenten op handen. Zelfs in Nederland omschreef Arnold Heumakers in De Volkskrant ooit als “Célineske tirades”, die getuigen van een verbeten energie, geschreven in een grimmig Vlaams idioom dat niets pittoresks meer heeft.” De lezers holden voor deze gitzwarte wereld vol kromme wendingen en chaos echter zelden naar de boekhandel. Berckmans kon immers doordrammen en schuwde de litanie en de langdradigheid niet, tot je murw was geslagen. Die beroerde verkoopcijfers leidden tot omzwervingen langs diverse uitgeverijen als Soethoudt, Dedalus, Nijgh en Van Ditmar en Meulenhoff/Manteau. Zijn laatste boek zou uiteindelijk Je kunt geen twintig zijn op Suikerheuvel (2006) worden, “rauwe en ontroerende verhalen waarin spoken worden bedwongen en kwade geesten getemd" en belandde nog op de longlist van de Gouden Uil. Onlangs verscheen nog een verhaal van Berckmans in het literaire tijdschrift DW B. Begin dit jaar was Berckmans ook nog te zien in het Canvasprogramma Weerwolven, waarin talloze nachtraven hun opwachting mochten maken.

J.M.H. Berckmans ten voeten uit over "greep krijgen op jezelf" en "de beschetenheid van zijn existentie":

Tags:
Geplaatst door Dirk Leyman op 31-08-2008
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening