Literair supplement - aflevering 21

Wekelijkse selectie literatuurrecensies- uit Nederlandse en Vlaamse dag- en weekbladen (periode 4-10 oktober). Aandacht voor onder meer nieuwe romans van Paul Mennes, Philip Roth, Paul Claes en P.F. Thomése en de kanshebbers voor de Booker Prize. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel.

 

In Knack Boeken is Frank Hellemans vol lof over De leeuwerik, het nieuwste boek van dichter, vertaler en romanschrijver Paul Claes; een romance over een Provençaalse troubadour, gesitueerd in de twaalfde eeuw. "Knap hoe de erudiete Claes de middeleeuwse manier van kunst maken maar ook van hoofse liefde beleven, oorlog voeren en overleven tout court in dit liefdesverhaal verweeft". Met Een mismaakt gouvernement is Pjeroo Roobjee als vanouds met alle mogelijke taalregisters in de weer, maar Tom van Imschoot kan ertegen en vindt het geestig, zeker als Roobjees taal het thema spiegelt. "Alles wat mogelijk is, kan, alles wat kan, is mogelijk, maar niets is goed in deze roman". én "de taal is zoutloos en het gegeven onnozel" het harde oordeel van Piet de Moor over Ik zal hier zijn bij zonneschijn en schaduw, de roman waarin Christian Kracht een Zwitserse staat schetst waarover Lenin regeert en de wereldoorlog al zesennegentig jaar verder woedt.

 

Uitgelezen van De Morgen opent groot met een bijdrage over In de gouden buik van Boeddha waarin Ramsey Nasr verhaalt over zijn rondreis in Myanmar. De portretten van Diego Franssen omlijsten het artikel waarin Nasr zijn bewondering uitspreekt over de kracht van de Birmezen, levend in "een van de grootste vergeetputten op aarde." Marnix Verplancke zet alle Booker Prize genomineerden nog eens op een rij; een voorkeur spreekt hij niet echt uit want het gaat om "zes volstrekt andere boeken maar stuk voor stuk beregoed." Met Het konijn op de maan moet Paul Mennes zijn fanbase drastisch kunnen vermenigvuldigen, aldus Dirk Leyman, de auteur wendt ook zijn fascinatie voor popculture en comics behendig aan en weet "op een bijzondere wijze de onmogelijke spagaat bloot te leggen van de hedendaagse Japanner, geprangd tussen eeuwenoude gedragspatronen en een door technologie en hyperconsumptie overwoekerde samenleving." Of "een uiterst toegankelijke roman die je in no-time achter de kiezen hebt én die toch moeiteloos beklijft". Meer muziekpartituren dan tekst en daarbovenop nog 2 cd's zag Dirk Leyman toen hij De zeven laatste zinnen van Dimitri Verhulst te recenseren kreeg. Maar de mininovellen van Dimitri Verhulst, bouwend op Christus laatste zinnen, gepleegd op verzoek van het Ensor Strijkkwartet, zitten er "soms 'kloef' op" al zijn enkele te summier om indruk te maken.

 

Mario Vargas Llosa op de cover en op de binnenbladzijden van de Standaard der Letteren; Alle Lansu schetst een portret van de nobelprijswinnaar en de krant herneemt een interview door Ine Roox uit 2006. Oud-premier Guy Verhofstadt uit zijn bewondering voor de auteur en was maar wat blij dat die destijds de Peruaanse verkiezingen verloor zodat hij verder kon blijven schrijven. Van Vargas Llosa zelf lezen we uittreksels uit Mijn Latijns-Amerika. Aanrader van de week is de roman Tony & Susan (1993) van de Amerikaanse auteur Austin Wright, nu in een nieuwe vertaling heruitgebracht; John Vervoort vindt het terecht dat dit boek een nieuwe kans krijgt. In de rubriek kort ook aandacht voor Absoluut geweldig! Gedichten over vrouwen waarin Ina Vandewijver poëzie van en over vrouwen bloemleest. Jeroen Overstijns las Nemesis van Philip Roth, die kijkt weer de dood onder ogen maar "wie zijn werk beter kent, heeft met Nemesis een mooie nieuwe Roth in handen, maar voelt ook een lichte teleurstelling omdat het nog meer had kunnen zijn". Marc Cloostermans recenseert Het konijn op de maan van Paul Mennes, waarbij de conclusie luidt: "een voorspelbaar, futloos voortsjokkend romannetje, dat ook stilistisch geen niveau haalt". Verder publiceert De Standaard ook één getuigenis uit Niemand weet dat ik een mens ben, het boek waarin Erwin Mortier samen met fotografe Lieve Blancquaert verhalen van minderjarige vluchtelingen optekent en vastlegt.

 

De boekenbijlage van de Volkskrant opent deze week met een groot stuk door Olaf Tempelman over pessimisme. De boeken die hij in zijn beschouwing betrekt, Matt Ridleys De rationele optimist en Geluksvogels van Sebastien Valkenberg belichten de voordelen van verandering boven de overtuiging die van alle tijden is: de afkeer van de eigen plek in de eigen tijd. Recensies zijn er op de openingspagina's onder meer te vinden van Peter Sloterdijks Filosofische temperamenten, dat vijf sterren krijgt toegekend, voor Engelen vallen langzaam van Karl Ove Knausgård, en voor De Nederlandse maagd van Marente de Moor, waarover Daniëlle Serdijn niet onverdeeld enthousiast is: het is "de weinig oorspronkelijke inhoud" die bij haar vragen oproept, hoewel ze onderkent dat "ook de nieuwe De Moor gracieus is geschreven". Hans Bouman interviewt Ian McEwan, onder meer over het gebruik van humor in Solar: "Michael Beard is geen buitengewoon sympathiek personage. Zonder de plot van Solar te verraden, kunnen we zeggen dat hij een dief en een leugenaar is, lui en gewiekst. Om de lezer zover te krijgen dat hij een hele roman lang met zo'n figuur meereist, is humor denk ik onontbeerlijk." Anet Bleich bespreekt de biografie van de antifascist en verzetsstrijder W.H. Nagel, alias de schrijver J.B. Charles, en stelt dat biograaf Kees Schuyt "wel een zeer interessante persoonlijkheid aan de dreigende vergetelheid ontrukt". Ook voegt hij "en passant nieuwe elementen toe aan de literatuurgeschiedenis" door een onbekende correspondentie met W.F. Hermans te onthullen. Het "even satirische als scherpzinnige" Kaïn van José Saramago "stemt de lezer tot intense tevredenheid" , stelt Gert J. Peelen over de postuum verschenen roman. Arjan Peters brengt ten slotte een dissonant aan in de vrijwel unanieme lofzang op Thoméses De weldoener. "Een trage roman met een flinterdun verhaal", noemt hij het. In de speciale Week van de Geschiedenis-bijlage bij de Volkskrant worden de vijf kanshebbers op de Libris Geschiedenis Prijs gevraagd naar hun fascinatie, hun zoektocht, hun ontdekking en de verhouding tussen feit en fictie in hun boek. David van Reybrouck vertelt over de grootste ontdekking in zijn boek, die de kaft siert: "In het land met een gemiddelde levensverwachting van 45 jaar ontmoette ik Etienne Nkasi, geboren in 1882".


In de bijlage Boeken van Trouw buigt Leonie Breebaart zich over de in vertaling verschenen roman Solar van Ian McEwan. De roman mist warmte, vindt ze: "De roman van McEwan zijn eigenlijk altijd een plezier om te lezen, om de rijke detaillering, de fraaie zinnen, de knappe opbouw, het realisme. Maar zijn keuze voor Beard als bijna komische gulzigaard is niet helemaal geslaagd, humor is nu eenmaal niet zijn stiel en Beard blijft te zeer op afstand." Trouw dicht Peter Careys Parrot en Olivier in Amerika kansen toe op het winnen van de Booker Prize: "Bijna moeiteloos reproduceert hij de stijl en cadans van een voorbij tijdperk". Rob Schouten bespreekt Thoméses De weldoener, en ook hij is enthousiast: "Juist dat amalgaam van satire en ernst maakt van De weldoener bijzonder spannende en uitdagende literatuur." Jaap Goedegebuure ziet in Aan mijn voormalig vaderland, de verzamelde kritieken van Michaël Zeeman, vooral een zelfportret van de criticus, "van de encyclopedische geest die zo dol was op kennis, weten en vooral weetjes dat hij van puur genot ver voor zijn publiek uithipte, zonder omkijken, met de blik gevestigd op de weidse perspectieven van de vrij zwevende intelligentie." Verder een grote bespreking van Metropolen aan de Noordzee van Wim Blockmans, volgens Jos Palm een geschiedenisboek in de volle breedte; "een boek dat braudeliaans is in uitgebreidheid en methode, en dat de lezer voor zijn geduld beloont." Ook aandacht voor de biografie van Duke Ellington.


Onder het motto "Leest eer ge regeert" voorzien wetenschappers en deskundigen in de boekenbijlage van het NRC de nieuwe Nederlandse regering van leestips. Bas Haring tipt bijvoorbeeld A Perfect Mess van Eric Abrahamson en David H. Freedman. Thierry Baudet raadt Roger Scrutons Waarom cultuur zo belangrijk is aan. Maartje Somers interviewt Ian McEwan over zijn roman Solar: "Anders dan Saturday is dit boek een comédie humaine, en daar ontsnapt ook de wetenschap niet aan." Het boek van Jona Lendering en Arjen Bosman over de Romeinen en de Lage Landen, De rand van het rijk, kan rekenen op goedkeuring van Guus Middag: "Op elke bladzijde komt het verleden tot leven". Arjen Fortuin vraagt zich in zijn bespreking af "welke Thomése De weldoener heeft geschreven"; "aan de ene kant de al te serieuze auteur, aan de andere kant de schrijver van een hoogst amusant Jiskefet-proza". Maar hij moet concluderen: "De twee Thoméses zijn weer één geworden". Thomése laat volgens hem vooral zien "hoe een kunstenaar kan slagen als hij in staat is het banale en het verhevene in zichzelf te verzoenen." Rob van Essen noemt Room van Emma Donoghue als favoriet voor de Man Booker Prize, gevolgd door C van Tom McCarthy: "Meer dan C en de andere vier nominaties toont Room aan wat literatuur kan, wat alléén literatuur kan." Jullie Orringer schiet in haar roman De onzichtbare brug net tekort, vindt Michel Krielaars, maar "Orringer heeft een mooie stijl en die redt haar boek." Pieter Steinz bagatelliseert op zijn beurt de schrijfsels van Marilyn Monroe: "Ach, zoals Harry Mulisch pleegt te zeggen: je hebt schrijvers, en je hebt lezers."


In Het Parool schrijft Arie Storm lovend over het nieuwe boek van P.F. Thomése, De weldoener. "Via de duisternis die Thomése weet te creëren, en via de blikken die we via de betoverende verteller krijgen in het hoofd van de ontspoorde koordirigent, krijgen we wel degelijk een andere kijk op onze eigen werkelijkheid." Maarten Mol prijst de debuutroman Bonita Avenue van Peter Buwalda: hij noemt het een "gedurfde roman", een "goed boek", "een roman die zich niet bepaald laat lezen als een debuut, zoveel vakmanschap toont de schrijver al". Dirk-Jan Arensman schrijft over Philip Roths Nemesis dat het tegelijkertijd "één van de zwartste boeken in zijn oeuvre is", maar ook dat het "een stralende dag in Roths nogal wisselvallige Indian summer [is]". Alle Lansu stelt dat Wat de dag verschuldigd is aan de nacht van Yasmina Khadra "vooral zo'n indrukwekkende roman [is] omdat Kahdra erin slaagt al het drama dat in deze geschiedenis besloten ligt, in zulke krachtige scènes te verbeelden". Thomas Verbogt maakt Ik zal hier zijn bij zonneschijn en schaduw van Christian Kracht vertaald door Hans Hom met de grond gelijk: "Een boek als dit inspireert je wel je te verdiepen in de vraag wat een roman moet of kan zijn. Je kunt dan beginnen met: in elk geval dit niet." Wel heeft hij bewondering voor de vertaler, van wie hij zich kan voorstellen dat "hij geregeld tegen een kartonnen doos op het balkon heeft staan schoppen". Hans Renders ten slotte prijst het boek Verhalen van stad en streek. Sagen en legenden in Nederland van Willem de Blécourt, Ruben A. Koman, Jurjen van der Kooi en Theo Meder, niet alleen omdat het "een mooie collectie volksverhalen is", maar vooral omdat "ze zo toegankelijk zijn toegelicht en geordend naar provincie".


In De Groene bespreekt Marja Pruis drie "ontvoeringsboeken": twee romans - Room van Emma Donoghue en The Collector van John Fowles - en het relaas van Natascha Kampusch, dat ze zonder die eerste twee nooit had gelezen. Ze komt tot de conclusie: "Er moge geen woord literatuur bij zitten, in de zin van gestileerde werkelijkheid, haar relaas komt binnen met de kracht van een moker." Piet Gerbrandy leest de bundel Hoor van Peter van Lier en plaatst hem in de traditie van ready made-dichters als C. Buddingh' en C.B. Vaandrager.


In Vrij Nederland zijn het deze week vooral de kinder- en jeugdboeken die in de schijnwerpers staan. Slechts een uitzondering wordt gemaakt; Jeroen Vullings bespreekt De weldoener van P.F. Thomése en zijn oordeel is buitengewoon lovend: "Thomése gunt zichzelf, zijn personages en ons geen gemakkelijke uitweg en schiep daarmee een vervoerende roman die er hard in hakt. Magistraal."


Maarten Dessing interviewt in HP|De Tijd debutant Peter Buwalda, over het schrijfproces. Het moeilijkste was "om het zelfvertrouwen te behouden. Je moet ervoor waken dat je je tekst te lang bagger vindt. Je moet je binnen een paar uur omhoog sleuren, anders zak je weg in een snel stollende leemlaag waar je nooit meer uitkomt. Dat vond ik de zwaarste momenten." Verder recensies van Jan Siebelinks Het lichaam van Clara (Frank van Dijl noemt Clara een "21ste-eeuwse Madame Bovary", maar mist vaart in het verhaal) en Piet Calis' Venus in minirok (Emma Brunt: "Wat dat betreft onthult dit boek niets nieuws, maar het is de grote verdienste en charme (!) van Calis, dat hij al die ontwikkelingen zichtbaar maakt met behulp van literaire citaten, die - juist omdat ze uit hun context zijn gelicht - fungeren als fascinerende lichtbeelden bij een onthutsende, historische lezing.").

Tags: Literair supplement
Geplaatst door Johan Eeckhout/Daan Stoffelsen op 10-10-2010
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening