Literair supplement - aflevering 22

Wekelijkse selectie literatuurrecensies- uit Nederlandse en Vlaamse dag- en weekbladen (periode 11-17 oktober). Aandacht voor onder meer nieuwe romans van Philip Roth, Pjeroo Roobjee, F. Springer en debutanten Joost de Vries en Peter Buwalda. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel.

 

De boekenpagina van Humo besteedde dinsdag jl. aandacht aan Nemesis van Philip Roth. Een roman waarin af en toe de echo van Nathan Zuckerman weerklinkt en waarmee Roth toch weer verontrust en verrast; een positief oordeel van Frederic Vandromme. Jeroen Maris is Y.M. Dangre dankbaar voor de mokerslagen die hij uitdeelt in Vulkaanvrucht, een debutant die zijn personages met een grijnslachje de vernieling in duwt en zich onderscheidt van de anderen. Wat er wel hapert is "de soms wat te geaffecteerde taal en het opzichtig verwijzen naar het Oedipuscomplex."

 

Knack Boeken opent met een recensie door Philip Hoorne van de verzamelde gedichten van Erik Heyman, de dichter en kernfysicus die op 28 februari jl. overleed. Beide identiteiten "sloegen de handen in elkaar in hun zoektocht naar meer inzicht in het leven, de mensen, de dingen en de dood" merkt de recensent die ook de grote aandacht ziet voor klankkleur, ritme, rijm en vorm. Zopas verscheen Tikken tegen de maan, 50 kindergedichten uit Nederland en Vlaanderen, een bloemlezing waarin Joke van Leeuwen poëzie van na 1945 selecteert, met naast elk gedicht een tekening van een hedendaags illustrator. Qua inhoud en sfeer loopt de poëzie wel erg uit elkaar, vindt Annelies De Waele, maar een staalkaart van de Vlaams-Nederlandse jonge illustratiekunst biedt het wel. In de verhalenbundel Schimmering slaat de de Poolse schrijver Wojciech Kuczok weer de rauwe toon aan die ook Beerput kenmerkte maar Piet de Moor zag ook "tedere tinten in deze lugubere bundel, waarin enkele knappe verhalen staan".

 

De Morgen Uitgelezen zet Nelson Mandela op de voorpagina. Het literaire luik opent met "de wedergeboorte van Philip Roth", een stuk van Marnix Verplancke. Die was "de immer aanhoudende doodsreutel" van de stervende mannen in zijn recente werk een beetje moe en is duidelijk meer dan opgelucht dat de auteur met Nemesis een nieuwe adem heeft gevonden. De roman, gesitueerd in het Newark van de jaren veertig, de plaats waar Roth zelf opgroeide, met de jonge sportleraar Bucky in de hoofdrol, bevat paragrafen "van een bijna ongekende precisie en helderheid, waarbij de zinnen zich melodieus aaneenrijgen" en eindigt met een climax die "als een gigantisch perverse grap gepresenteerd. Zie hier de mens, orakelt Roth, waarbij hij een schrille lach laat horen die je nog wekenlang achtervolgt". In de rubriek kort heeft Dirk Leyman het over Waar was ik weer?, de herdruk van het autobiografische drieluik van Leo Pleysier en Genieten voor miljoenen, de essays waarin Carel Peeters de populaire cultuur op de slof neemt. Schonkige schelmen en koddige volksfiguren trekken aan de lezer voorbij in Een mismaakt gouvernement van Pjeroo Roobjee, stelt Dirk Leyman in zijn recensie en hij waarschuwt: "Na het zoveelste neologisme en de zoveelste zin vol aartsgevaarlijk bochtenwerk kan het zwart voor de ogen worden. De schilderende woordensmid valt nu eenmaal niet te beteugelen." Verder nog aandacht voor het werk van illustrator Klaas Verplancke, nu geëxposeerd in het Antwerpse Paleis.

 

De Standaard der Letteren ruimt deze week veel plaats in voor de schrijvers zelf; de literaire bijlage drukt de rede af die David Grossman uitsprak bij de aanvaarding van de Duitse Vredesprijs en publiceert het eerste hoofdstuk van een roman in wording van Robert Menasse, die zich als writer in residence inspireren liet door Brussel. Ook auteur Eriek Verpale duikt nog eens op, die reageert met een autobiografisch verhaal op Volk, het boek met getuigenissen over armoede, samengesteld door Tom Naegels en Marjorie Blomme. In Amsterdam sprak Kathy Mathys onlangs met Ian McEwan, op promotietournee met zijn roman Solar. Een interview met een nadenkende spreker over de rol van de Britse pers, zijn afkomst en over opzet en doel van Solar; de manipulatieve hoofdpersoon ziet de auteur "bijna als een soort Elckerlyc, hoewel hij natuurlijk heel specifieke en individuele eigenschappen heeft. Zoals de meesten van ons kan hij weinig opgeven en is hij een gretige consument". En verder: "Als ik iets opschrijf, wantrouw ik mijn woorden. Ik bekijk ze van alle kanten omdat ik bang ben dat ze iets impliceren wat ik nog niet zie." Mark Cloostermans las de nieuwste romans van Paul Koeck en Pjeroo Roobjee, en vraagt zich af of die iets toevoegen aan hun omvangrijke oeuvre. Met De Jaloersmaker slaagt Paul Koeck daar niet in; "een boek van gemiste kansen" of "plezante pulp". Wel vier sterren voor Roobjee's Een mismaakt gouvernement: "een van die zeldzame oeuvres waarin vorm en inhoud echt samenvallen: een mismaakte taal om een mismaakte wereld te beschrijven." Dinsdag won Howard Jacobson de Man Booker Prize, terecht vindt Kathy Mathys, want The Finkler Question is "een komedie met bitterzoete en melancholische ondertonen" van een auteur die "wrikt en trekt, spot en grimlacht".

 

Rob Schouten opent de boekenbijlage van Trouw met een lyrische bespreking van Karl Ove Knausgårds epische Engelen vallen langzaam, Jann Ruyters is enthousiast over Gustaaf Peeks Ik was Amerika en Monica Soeting leest het Bookergenomineerde Kamer ("Om over zo'n gruwelijk onderwerp een roman te schrijven die niet in een melodrama verzandt, moet je van goede huize komen. Emma Donoghue (1969), wist dat gevaar te omzeilen door de gebeurtenissen vanuit Jacks perspectief te vertellen."). Ook nog een interview met Ian McEwan, dat vooral over klimaatwetenschap gaat: "Het schrijven van een novelle vergt soms evenveel tijd als het behalen van een wetenschappelijke graad."


In de Volkskrant een interview met F. Springer: "Een waarnemer. Die zit altijd in mijn verhalen - iemand die komt, en toekijkt. Een land op zijn laatste benen, en daarin een man aan het eind van zijn carrière, juist dat maakt hem vatbaar voor zoiets roekeloos als die liefde, voor een getrouwde vrouw en moeder die waarschijnlijk zelf ook een informante is van de Stasi." Tussen de kortjes vier sterren voor Yoko Ogawa's De huishoudster en de professor en maar liefst vijf voor Joke van der Zwaards Scènes in de Copy Corner - de twee keer langere bespreking door Daniëlle Serdijn van Peter Buwalda's debuut Bonita Avenue krijgt er drie ("een merkwaardig oppervlakkige geschiedenis: verdorven karakters, maar zonder gegronde gedachten, ideeën of innerlijke motivatie"). Vervolgens Hans Driessen over de nieuwe E.T.A. Hoffmannvertaling, Leven en opvattingen van Kater Murr: "Hoffmann verstaat de kunst om de ernst onder humor en speelsheid te verbergen: voor hem lijkt het plezier van de lezer voorop te staan." Arjan Peters ten slotte looft debutante Daphne Huisden (Alles is altijd fictie): "de krachtdadige stijl en intelligente opbouw voorkomen dat we de titel van dit debuut als een gelaten conclusie moeten beschouwen. Eerder als een uitnodiging om mee te denken met een experiment."


In NRC Handelsblad is Clausewitz van Joost de Vries "Boek van de Week". Elsbeth Etty noemt het een "literair-historische regime change", "een afrekening met de generatie van Mulisch en haar linkse idealen en dogma's". "Het bijzondere [is] de manier waarop dat gebeurt. In stijl, spanning, taalgebruik, metaforiek, eruditie en humor steekt Joost de Vries De ontdekking van de hemel naar de kroon." Bianca Stigter interviewt Cory Doctorow en Berthold van Maris bespreekt Verhalen van stad en streek ("De verhalen zelf spreken zonder meer tot de verbeelding."). Meer fictie: Kester Freriks prijst aanstaand Nederland Leestboek De grote zaal: "Het is met onthutsende oprechtheid geschreven. Een halve eeuw later dwingt Jacoba van Veldes weergave van het spook van de ouderdom diepe bewondering af." Pieter Steinz looft de nieuwe roman van F. Springer, Quadriga. Een eindspel ("Als een van de weinige Wende-boeken uit de Nederlandse literatuur verdient Quadriga een ereplaatsje naast Allerzielen van Cees Nooteboom."), Wil Rouleaux leest het Buchpreis-winnende Tauben fliegen auf, "een sprankelend vertelde roman over een belangrijk thema" van "groot talent" Melinda Nadj Abonji, en Margot Dijkgraaf leest Jean Rouauds De beloofde vrouw ("Volhardend, onafhankelijk en origineel zoekt [Rouaud] naar vernieuwing, zonder zich iets aan te trekken van de roep om "verhalenvertellers" die je een spiegel voorhouden van de huidige maatschappij.").


Voor De Groene Amsterdammer las Kees 't Hart las Piet Calis' Venus in minirok: "een wel zeer globaal overzicht van de wetenschappelijke en maatschappelijke discussie". Graa Boomsma bespreekt Doctorow, Homer & Langley, waarin de immigratie volgens haar het meest fascinerende thema vormt, door Doctorow gevangen in verfrissende beelden. Barber van de Pol beschouwt het oeuvre van Nobelprijswinnaar Vargas Llosa: "De meerstemmigheid kenmerkt Vargas Llosa. Hij is én maatschappelijk geëngageerd én een voorstaander van liberalisme, en hij zou almaar weer in fictieve vorm of in essays de corrumperende werking van macht analyseren."


In Vrij Nederland worden de beste spannende boeken van het afgelopen half jaar uitgelicht, waaronder de nieuwe titels van Karin Slaughter, Donna Leon, Frederick Forsyth en John LeCarré. Andere titels die indruk maken, zijn Rusteloos land van Belinda Bauer, De voortvluchtige van voormalig profvoetballer en ex-minister van justitie van Zweden Thomas Bodström, De tweede verlosser van Tomas Ross en Misdaden, korte verhalen van Ferdinand von Schirach ("juweeltjes die prachtig inzicht bieden in het hoe en waarom van misdaden.").

 

Dirk-Jan Arendsman bespreekt in Het Parool de boeken Parrot en Olivier in Amerika van Peter Carey en Homer & Langley van E.L. Doctorow en stelt dat ze "beiden een roman die op echte geschiedenissen zijn gebaseerd [schreven]. Het leverde geen feitenstudies op, maar rijke werken van verbeelding". Arie Storm bespreekt het boek Clausewitz van de debutant Joost de Vries. Hij stelt dat het boek inderdaad duidelijke overeenkomsten vertoont met het werk van Bolaño, maar dat "het vermogen om een verhaal echt stil te zetten en de hoofdpersoon eens goed om zich heen te laten kijken, nog niet voldoende [is] ontwikkeld. Daarbij is hij nog onhandig in zijn beschrijvingen". Storms advies luidt dan ook: "Nog maar een keer debuteren". Guus Luijters vindt het derde deel van de Volledige werken van Willem Frederik Hermans "een uitzonderlijk boek. Twee grote romans van een groot schrijver in één deel, en dat voor een vriendenprijsje". Jasper Henderson schrijft lovend over Milena Agus, Als de haai slaapt; het is volgens hem "een kleinood dat makkelijk over het hoofd wordt gezien. Maar dit verhaal over de ondraaglijke zwaarte van het bestaan is de moeite waard. Pak het op, en gooi het niet meteen terug; er zit meer vlees op dan u denkt". Victor Schiferli schrijft naar aanleiding van H. H. ter Balkts Onder de bladerkronen dat "Ter Balkt lezen heen en weer geslingerd worden [is] tussen de kwaadwillende mensenwereld enerzijds en aan de andere kant de ongerepte schoonheid..."


Deze week in HP|De Tijd een interview door Vivian de Gier met Ernst van der Kwast over diens boek Mama Tandoori. Daarin stelt Van der Kwast: "De wereld die ik beschrijf, bestaat niet, toch wil ik mijn lezers graag verleiden die wereld te zien. Verbeeldingskracht is heel belangrijk. Als je goed schrijft, kun je mensen veroveren. Daar schrijf ik voor."

Tags: Literair supplement
Geplaatst door Johan Eeckhout/Daan Stoffelsen op 17-10-2010
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening