Literair supplement - aflevering 20

Wekelijkse selectie literatuurrecensies- uit Nederlandse en Vlaamse dag- en weekbladen (periode 28 september-3 oktober). Aandacht voor de nieuwe Philip Roth, nog steeds Jonathan Franzen en ook Adriaan Van Dis, Jan Siebelink, Frank Westerman en Don DeLillo e.a. In samenwerking met  Athenaeum Boekhandel.

 

Knack Boeken opent met een recensie van Vrijheid door Jan Stevens. Die beoordeelt, lichtelijk onder invloed van de te Hollandse vertaling, de recentste roman van Jonathan Franzen - die de ware literaire erfgenaam is van wijlen John Updike - als "een hartstikke goed boek." De bloemlezing Om Gent gedicht samengesteld door Knack-medewerker Guido Lauwaert, met poëzie over en uit het 'Textielgehucht in zondagspak' (uit een dichtregel van Sarah Keymeulen) "geeft een scherp beeld van de op één na grootste stad van Vlaanderen (Philip Hoorne)". Clausewitz, het debuut van Joost de Vries bulkt van de literaire verwijzingen, merkt Maarten Dessing én "de

mooie verhalen, treffende vergelijkingen en bovenal de ongrijpbare sfeer van dit debuut doen je hongeren naar meer".

 

Op de voorpagina van Uitgelezen van De Morgen prijken foto's uit films naar werk van John Le Carré. Die doet in een begeleidend stuk, n.a.v. zijn nieuwe roman Ons soort verrader, uit de doeken waar hij zijn inspiratie vandaan haalt. In Dieperik put Leo Pleysier alweer verhaalstof uit zijn Kempische roots maar Dirk Leyman las "geen steriele herhalingsoefening, maar een nieuwe tint van zijn (autobiografische) prisma": "Dieperik spint de lezer in zonder het geringste effectbejag." Deze week verscheen een wetenschappelijke heruitgave van De moerbeitoppen ruischten (1943), het debuut van priester-dichter Anton van Wilderode. Een erg geslaagde nieuwe editie, vindt Paul Demets, dankzij de begeleidende essays van enkele literatuurwetenschappers en het nauwkeurig onderzoek van Edward Vanhoutte naar de ontstaansgeschiedenis van de bundel. Demets besluit: "Dit boek maakt de dichter Anton van Wilderode tot een mens van vlees en bloed, zonder hem onderuit te trappen." In de rubriek Pas Verschenen Poëzie worden de biografie Pierre Kemp. Een leven van Wiel Kusters en nieuwe bundels van Sasja Janssen, Han van der Vegt, L.Th. Lehmann en een heruitgave van Bezette stad van Paul Van Ostaijen kort toegelicht. Met Tikkop tracht Adriaan Van Dis in het reine te komen met de verscheurde én vaak grimmige Zuid-Afrikaanse realiteit van nu, Dirk Leyman leest hoe het personage Mulder zich bezint over zijn wankele plaats in deze chaotische wereld en looft "deze - ondanks alle ellende - bekoorlijke roman." Verder nogal wat non-fictie.

 

De Standaard der Letteren opent met Adriaan van Dis en een interview met Pieter Kottman, "Ik ben bang, maar ik houd mezelf voor dat ik dat niet ben" (stond eerder in de NRC). In zijn recensie omschrijft Mark Cloostermans Tikkop als "een doordachte roman, met subtiele verwijzingen die de lezer attenderen op komende verwikkelingen en verklaringen aanreiken die niet helemaal uitgesproken hoeven te worden". Twee jaar hing Thomas Blommaert rond in Zelzate, het dorp waar de communisten laatst een kwart van de stemmen haalden en schreef erover in Ik was nooit in Zelzate geweest een kroniek die op zijn beste momenten leest als een schelmenroman (dixit Gilbert Roox). Ook in zijn allerlaatste roman Kaïn trok José Saramago hard van leer tegen het christendom maar Michael Bellon vraagt zich af of de auteur zichzelf niet wat tekort doet door ook zijn laatste woord aan God te geven. En Kathy Mathys neemt de genomineerden van de Booker Prize nog eens door en plaatst Howard Jacobson op het hoogste schavot geflankeerd door Tom McCarthy en Emma Donoghue. Ook recenseert ze Love and summer van William Trevor, die schrijft op zijn 82ste nog steeds prachtzinnen: "lees je ze hardop of opnieuw dan is hun schoonheid haast schokkend." Ook aandacht voor het Verzameld werk van Jotie T'Hooft, Alexandra De Vos las voldragen gedichten, veel poëzie die getuigt van mooi verpakte zwakte maar vooral overtuigender proza en concludeert; "een schrijver was hij wel degelijk, een goede schrijver zelfs - voor de duur van een verhaal, een enkel gedicht." Ippolito Nievo (1831-1861) werd nauwelijks dertig maar liet met Bekentenissen van een Italiaan wel een fresco na van kantelende tijden over het vermolmde Italië op weg naar de eenmaking, een klassiek meesterwerk, al betreurt Luc Devoldere wel het ontbreken van een notenapparaat. 

 

"Is het echt zo dat het thema geweld de Argentijnse hedendaagse literatuur [het Schwerpunkt van de Frankfurter Buchmesse] overheerst? Als Nederlandstalige lezer kun je die indruk gemakkelijk krijgen, want "light" postdictatoriaal geweld en misdaad verkopen blijkbaar goed," vraagt Brigitte Adriaensen zich af in Trouw. Nee: "Nieuwe, vaak nog onvertaalde schrijvers bieden die lezer bijvoorbeeld ook reisverhalen, speelsheid, absurde humor en ironie." Jann Ruyters stelt vast dat "Van Dis je wél [weet] te raken met Mulders verwoede pogingen om zich toch te engageren" (in Tikkop) en met "onmodieus, volstrekt eigentijds, noodzakelijk" karakteriseert Janita Monna H.H. ter Balkts nieuwe bundel Onder de bladerkronen.
Hanna de Heus leest André Acimans Witte nachten: "Hij schrijft op de millimeter nauwkeurig, met een melancholiek verlangen naar vroeger, en doet dat voor fijnproevers, voor detaillisten, voor een selecte groep lezers die bereid is er alle voor tijd te nemen." Jos Palm ten slotte leest Dieter Schlesaks De apotheker van Auschwitz: "En precies hier wreekt zich dat we van doen hebben met een soort roman die, net als De welwillenden, de feiten voortdurend dramatiserend bij elkaar zet, en dat op zodanige wijze dat de lezer geen millimeter adem meer krijgt. Het is eenvoudig gezegd te veel van het kwade."


Pjotr van Lenteren opent de boekenbijlage van de Volkskrant met een groot stuk over kinderboekenillustratoren: "... gezegd moet worden: met die aandacht en waardering komt het de laatste jaren wel goed. "Het is allemaal zo veel minder geweest." Daarnaast een interview met Don DeLillo. Hans Bouman wist weinig uit de notoir zwijgzame schrijver te krijgen. Maar over politiek: "Bush en Cheney hadden een realiteit bedacht die eigenlijk thuishoorde in het tijdperk van de Koude Oorlog. [...] Het najagen van die fantasie was de achtergrond van de invasie van Irak." En in het Volkskrant Magazine laat Gerbrand Bakker (foto) zich portretteren door Nicoline Baartman: "[Bakkers therapeut] speelde een beetje geïrriteerd va: goddomme, dat gaat daar en plein public zitten huilen en hier bij mij... Dat was grappig. En zo zie ik het ook, daarom praat ik er nu ook over: therapie is geweldig en iedereen heeft wel wat."
Dan recensies: de nieuwe Esther Gerritsen, Superduif belandt bij de Volkskrant tussen de kortjes (Daniëlle Serdijn: "Meer afstand was deze naar binnen gekeerde roman ten goede gekomen.") en Geke van der Wal heeft aantekeningen bij de nieuwe Frank Westerman, Dier, bovendier ("Hij spint te veel draden die nergens lijken te eindigen en wegzweven van het verhaal waardoor je je tijdens het lezen afvraagt waarom we zolang bij Lysenko of Mendel moeten vertoeven. Maar als de auteur teruggrijpt op eigen ervaringen komt hij met betekenisvolle en tot de verbeelding sprekende herinneringen."). Hans Bouman heeft ook de nieuwe Philip Roth, Nemesis, gelezen: "een roman over de tirannie van het toeval en het onvermogen van de mens dat toeval te accepteren." Greta Riemersma ten slotte is enthousiast over Gerbrand Bakkers nieuwste: "Als Bakker iets kan, dan is het het echte leven verbeelden, het haperende leven [...] in De omweg doet hij dat opnieuw."


Anneriek de Jong opent Boeken van NRC Handelsblad met vier auteurs uit het voormalige Oostblok die in het Duits schrijven: "Nieuwe Duitsers brengen verteltradities mee die het Westen fris voorkomen. Zo knoopt Jan Faktor aan bij een populaire Tsjechische verteltrant, die uitbundig is en absurdistisch, als tegengif tot bureaucratische ellende. Daar komt nog iets bij. Voor schrijvers uit Oost-Europa is Duits vaak hun tweede taal. Hun moeizame verovering daarvan leidt tot creatieve explosies." Jan Donkers leest "boek van de week" Nemesis: "Bucky Cantor is niet de persoon die het langst overeind zal blijven in het oeuvre van Philip Roth; maar toch heeft Roth met deze roman aan dat toch al imposante oeuvre een aangrijpend portret toegevoegd."
Karel Berkhout interviewt Thé Tjong King: "Tekenaars zijn geen beeldend kunstenaars. Mijn illustraties kun je niet aan de muur hangen, zonder dat de kijker denkt: "waarom is dat haar in de war?" Voor het antwoord heb je het verhaal nodig, en daarom is zo'n tekening geen kunst." En dan de kortere recensies: Janet Luis over de nieuwe verhalenbundel van Rob van Essen, Elektriciteit ("Alle twintig verhalen in Elektriciteit, hoe luchtig en geestig ook verteld, moeten het hebben van hun narrigheid, dat toch wel het keurmerk van Van Essen genoemd mag worden."), Pieter Steinz over De omweg van Gerbrand Bakker (het nieuwe boek lijdt in vergelijking met Boven is het stil aan "gebrek aan emotie en een onopmerkelijke stijl"), Ewoud Kieft (enthousiast) over Bill Cleggs roman Portret van een verslaafde als een jongeman ("... een nuchtere, bijna afstandelijk geschreven roman, waarin de optelsom van de verschillende scènes [...] veel meer is dan de zakelijk beschreven losse delen (...).") en Rob van Essen over Wordsworths en Coleridges Lyrische balladen ("Veenbaas geeft je het idee dat hij van deze gedichten houdt, en dat hij ze zo levendig mogelijk heeft willen vertalen, in de geest van de titaantjes die ze meer dan tweehonderd jaar geleden schreven.").


In Vrij Nederland een interview met David Sedaris (foto) naar aanleiding van zijn nieuwe boek Eekhoorn zkt eekhoorn. Hij vertelt over hoe optreden voor publiek zijn werk veranderde. "Alles wat een lezer zou overslaan of scannen, dat haalde ik eruit, tot er geen grammetje vet meer aan zat. Die ellenlange passages in Moby Dick, waarin wordt beschreven hoe die harpoen eruitziet? Vergeet het maar als je voorleest voor een publiek." Jeroen Vullings onderzoekt in zijn bespreking van De maagd Marino waarin de stijl van Yves Petry tekortschiet: "Petry zet in dit boek bewonderenswaard literatuur in om het stemloze een stem te geven, te komen waar geen licht zichtbaar is. Duisternis alom dus. Misschien dooft taal daar bij gebrek aan lucht uit." Hij looft en passant wel het essay dat Petry schreef in de Belgica-reeks, Mijn leven als foetus.
Marte Kaan oordeelt in haar recensie van Het lichaam van Clara dat het "sterk is hoe Siebelink de onzekerheid verbeeldt van iemand die niet op haar eigen waarneming durft te vertrouwen" maar ook dat "er bijster weinig te raden over blijft" naar Siebelinks romanheldin Clara. David Duijnmayer is enthousiaster over De telescoop van Schopenhauer van Gerard Donovan, waarin "het leesplezier ruimschoots opweegt tegen het treurige mensbeeld." Ook Superduif van Esther Gerritsen kan op goedkeuring rekenen: "De thematiek wordt in haast surrealistische scènes verpakt, maar de toon die Gerritsen heeft gevonden om de gedachten en belevenissen van Bonnie te boekstaven, is bijzonder helder en goed getroffen." Verder besprekingen van Nest van Sanneke van Hassel, waarin Van Hassel volgens Dries Muus "met al die diverse personages laat zien dat ze de verscheidene idiomen beheerst" en van Germania. Een canto door Jacques Hamelink, volgens Rob Schouten "een soort literaire weefselkunst waarin allerlei zaken uit heden en verleden door elkaar lopen".


In Het Parool staat een interview door Maarten Moll met Wim Brands over zijn nieuwe dichtbundel Neem me mee, zei de hond. "Een gedicht moet zijn alsof je naar een röntgenfoto kijkt. Er is al genoeg duisternis. Ja, ik ben huiverig voor duistere poëzie die alleen vernuft is." Maarten Moll is lovend over het nieuwe boek van Gustaaf Peek: "Ik was Amerika is een rijk boek van een schrijver die steeds beter wordt". Arie Storm stelt dat Gerbrand Bakker in De omweg "uitgebreid stil [staat] bij de gevoelens van zijn personages, bij hun voor-of-afkeuren, bij hun kwalen en kwaaltjes. Alles lijkt zijdelings te gaan, en dan plotseling zitten we er met ons allen tot over onze oren in".
Jasper Henderson bespreekt de boeken Wees gegroet van Hans van der Beek en Zacht als Staal van Richard de Nooy. Over laatst genoemde is hij niet bepaald enthousiast: "De Nooys taal heeft de subtiliteit van een drilboor, waardoor het in beginsel aangrijpende verhaal telkens aan de oppervlakte blijft steken". Over Van der Beeks boek is hij lovender: "Hoewel het proza van Van der Beek de betere onliner soms niet weet te overstijgen en zijn argumenten tegen het geloof niet het niveau halen van Richard Dawkins, weet hij bij vlagen ook echt te ontroeren.


In De Groene Amsterdammer bespreekt Jeroen van Rooij deze week Ik was Amerika van Gustaaf Peek. Hij is enerzijds lovend, vindt het "mooi geschreven, goed in elkaar gezet", maar blijft uiteindelijk toch licht teleurgesteld achter, omdat de waarde van de roman "meer in de vorm dan in de betekenis van de roman lijkt te zitten". Marja Pruis' oordeel over de nieuwe Jonathan Franzen blijft enigszins in het vage, wel stelt ze: "Ik moet ervoor waken niet nu al moe te zijn van dit boek, dat ook nog eens door Oprah Winfrey is omhelsd."
Erik Lindner leest Nagelaten gedichten van Paul van Ostaijen, verschenen in de Perpetua-reeks: "Plezier moet altijd een element zijn geweest in de gedichten van Van Ostaijen, de baanbrekende lyriek en de voor de Nederlandse taal ongekende wendingen en typografie." Joost de Vries typeert TomMcCarthy's C als "een boek dat van thema's aan elkaar hangt". Hij concludeert: "Dit is het moment waarop je je als lezer afvraagt of dat geen ronduit autistische vraag is, of er wel iets bestaat wat alles met alles kan verbinden. En dan denk je: ja, het bestaat, ik heb het in mijn handen en het heet "literatuur"."


Deze week in Elsevier een interview door Ine Start met Frederick Forsyth (foto) over diens nieuwe triller De Cobra, waarin hij het volgende onthuld over zijn werkwijze: hij raadpleegt "iedereen in het veld van criminaliteitsbestrijding die er toe doet", want, zegt Forsyth: "Alleen mensen die een heel leven in een bepaalde veiligheidsdienst hebben gewerkt, hebben van die kleine anekdotes die ik kan gebruiken."


In HP|De Tijd een interview door Robert Vuijsje met Bret Easton Ellis. Ellis stelt dat hij nu pas toe durft te geven dat al zijn boeken autobiografisch zijn: "het gaat over mijn pijn en eenzaamheid en vervreemding". Daarnaast interviewt Marcelle van der Weg de Duitse strafadvocaat en schrijver Ferdinand von Schirach over diens nieuwe boek Misdaden. "Literatuur werkt hetzelfde als een strafproces; je distilleert een verhaal uit een grote hoeveelheid materiaal. Misdaden is dus een verdichtig van de werkelijkheid."

Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening