Nederlandse schrijver Harry Mulisch (83) is overleden

De Nederlandse auteur Harry Mulisch is gisteravond op 83-jarige leeftijd overleden, dat heeft uitgeverij De Bezige Bij zojuist laten weten, "uit naam van de familie" en "met grote verslagenheid." Omringd door zijn familie stierf hij in zijn huis aan de Leidsekade in Amsterdam aan de gevolgen van kanker.  Mulisch was al enige tijd ernstig ziek, zoals dit weekend in de openbaarheid kwam. Hij leefde al een hele tijd zonder maag en overwon een in 1982 geconstateerde maagkanker.

 

Met zijn overlijden verliest de Nederlandse literatuur de laatste overblijvende van de zogenaamde illustere (en rivaliserende) Grote Drie (Reve, Hermans en Mulisch). Mulisch, auteur van onder meer Het stenen bruidsbed, De aanslag (in dertig landen vertaald) en De ontdekking van de hemel, schreef romans, novellen, verhalen, beschouwend proza, studies, autobiografisch werk, reportages, toneelstukken en gedichten. Zijn werk is in tientallen talen vertaald en door de kritiek in binnen- en buitenland met lof overladen. Mulisch' oeuvre werd bekroond met de belangrijkste literaire prijzen, waaronder de P.C. Hooftprijs en de Prijs der Nederlandse Letteren. Intussen verschijnen er uitgebreide dossiers bij NRC Handelsblad en de Volkskrant over Mulisch. Reacties op het overlijden bij Nu.nl en bij de Volkskrant (onder meer van uitgever Robbert Ammerlaan, premier Mark Rutte, Frans Weisz). En een indrukwekkend dossier bij de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren. Het AD heeft 153 foto's samengebracht.

 

‘Ik heb de oorlog niet zo zeer "meegemaakt", ik bén de Tweede Wereldoorlog.' Zo luidt een van de talloze gevleugelde uitspraken van Harry Kurt Victor Mulisch (1927). Mulisch is de zoon van een joodse moeder uit een Oostenrijks bankiersgeslacht en een Oostenrijks-Hongaarse vader die tijdens de Eerste Wereldoorlog officier was in het Duitse leger. De oorlog loopt als een rode draad door zijn literaire werk, van zijn doorbraakroman Het stenen bruidsbed, over het bombardement op Dresden, tot en met zijn laatste roman Siegfried, waarin hij de denkbeeldige zoon van Hitler opvoert. Thema's als schuld en onschuld, goed en fout en alle schemergebieden daartussen, hebben hem altijd beziggehouden. Mulisch verschafte zichzelf ook de eeuwige jeugd: "Mijn absolute leeftijd is ongeveer 17 jaar. Dat is wat je altijd geweest bent en altijd zult zijn: een adolescent van 80." En schrijvers' ironisch geventileerde ijdelheid stuitte soms nogal wat lezers tegen de borst.

 

In 1946 schreef Mulisch zijn eerste verhaal, De kamer, dat een jaar later in Elseviers Weekblad gepubliceerd werd. In 1951 verscheen zijn debuutroman archibald strohalm, waarvoor hij de Reina Prinsen Geerlings-prijs kreeg. Dit boek, waarin de jongen Archibald jammerlijk faalt in het ontwerpen van een alomvattende filosofie, vormt het begin van een reeks romans, novellen en toneelstukken, die hun kracht ontlenen aan een superieur evenwicht tussen mythologische, magische en psychologische motieven.

Na Het stenen bruidsbed (1959) verschuift Mulisch' belangstelling meer en meer in de richting van het persoonlijke en maatschappelijke engagement. In 1961 schreef hij Voer voor psychologen, een bundel autobiografische beschouwingen, in 1962 De zaak 40/61 over het Eichmann-proces en in 1966 Bericht aan de rattenkoning, over de Provo-rellen in Amsterdam.

In de jaren zeventig keerde Mulisch terug naar de romankunst: het later verfilmde Twee vrouwen (1975) en de novelle Oude lucht (1977) zijn voorbeelden van "ogenschijnlijk glasheldere verhalen, waarachter een complex netwerk van mythologische verwijzingen schuilgaat". In 1980 zag tevens zijn grote filosofische en vaak misbegrepen studie De compositie van de wereld het licht.

Zijn bekendste roman is De Aanslag (1982), over de aanslag op een NSB'er en de gevolgen daarvan voor een Haarlems gezin. Er werden wereldwijd meer dan 1 miljoen exemplaren van verkocht. 

In het jaar dat Mulisch 65 jaar werd, verscheen zijn magnum opus De ontdekking van de hemel (1992), door critici unaniem bejubeld als een meesterwerk en waarin al zijn thema's samenvloeien. Het boek werd in 2007 verkozen tot Beste Nederlandstalige Boek Aller Tijden. De ontdekking van de hemel is in 2001 verfilmd als The Discovery of Heaven. in 1998 verscheen ook nog de veelgeprezen roman De Procedure, in 1999 bekroond met de Libris Literatuurprijs. Zijn laatste roman was Siegfried in 2001.

Mulisch werd vaak bekroond: hij kreeg ook de Constantijn Huygens-prijs (1977), de P.C. Hooft-prijs (1977) en de Prijs der Nederlandse Letteren (1995). Ook in het buitenland werd hij gelauwerd, onder meer met de benoeming tot Chevalier de l'Ordre des Arts et des Lettres door het Franse Ministerie van Cultuur (2001), de verlening van het Kruis van Verdienste eerste klasse in de Orde van Verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland (2003) en de Italiaanse Premio Flaiano Internationale literatuurprijs (2003) en Premio Nonino (2007).

In 2000 schreef Mulisch het Boekenweekgeschenk. Het theater, de brief en de waarheid, over de affaire-Jules Croiset. Het verscheen in een recordoplage van 760.000 exemplaren. Op 8 januari 2007 ontving hij een eredoctoraat aan de Universiteit van Amsterdam.

Werk van Harry Mulisch is vertaald in het Engels, Duits, Frans, Spaans, Portugees, Italiaans, Noors, Zweeds, Fins, Deens, Russisch, Pools, Hebreeuws, Tjechisch, Slowaaks, Hongaars, Roemeens, Servokroatisch, Sloveens, Bahasa Indonesia, Chinees. (bron: o.m. persbericht De Bezige Bij)

 

Gesprek met Harry Mulisch met Adriaan van Dis in De Balie (1987) naar aanleiding van De pupil (bron: YouTube) over onder meer de overtuiging van eigen genialiteit als 16-jarige, zijn afkeer om zich te herhalen in zijn werk en het idee fixe dat hij over honderd jaar nog gelezen zal worden.

Tags: Obituaries
Geplaatst door Dirk Leyman op 31-10-2010
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening