Nobelprijswinnaar Vargas Llosa zwichtte voor Spaanse censuur

De Peruviaanse Nobelprijswinnaar Literatuur Mario Vargas Llosa heeft er in de jaren zestig mee ingestemd dat zijn werk werd gecensureerd in het Spanje van Franco, zo onthult de Spaanse krant El País. In de begindagen van zijn literaire carrière was Vargas Llosa er blijkbaar zo tuk op dat zijn roman De stad en de honden (1963 - La ciudad y los perros) in Spanje zou verschijnen, dat hij een aantal ingrepen van de censor voor lief nam. Zo omschreef de Spaanse censuur Vargas Llosa's momenteel als klassieker beschouwde De stad en de honden als "in het algemeen verwerpelijk". De aanbeveling van de censuur luidde om het boek niet te publiceren in het fascistische, katholiek-conservatieve Spanje onder generaal Franco. Het taalgebruik en "de immoraliteit" van zijn vroege werk stuitte er op weerstand. "De meest gebruikte woorden zijn 'shit', 'ballen' en ‘neuken' en het geheel neigt naar immoraliteit en zelfs naar homoseksuele flamboyantie. En daarmee is alles gezegd", zo schreef een censor in 1963 met vileine pen. In 1969 was de tolerantie tegenover Vargas Llosa's werk nog niet versoepeld. Over Gesprek in de Kathedraal tekende een andere censor op: "Ik denk dat dit boek onder geen enkele voorwaarde mag worden gepubliceerd": "Het is marxistisch, antiklerikaal, antimilitair en obsceen.(...) De obsceniteiten groeien zelfs uit tot pornografie, zoals in de bedscène tussen de lesbische Queta en Hortensia op de pagina's 360 tot 363." El País ontdekte de stellingnames door te spitten in de archieven van de censuurdienst van Franco, de zogenaamde Dienst voor Bibliografische Oriëntatie. En de krant kon verder aantonen dat Vargas Llosa - sinds 1993 ook bezitter van de Spaanse nationaliteit - wel degelijk het hoofd boog voor de ingrepen in zijn boeken.

 

In De stad en de honden wijzigde Vargas Llosa acht paragrafen nadat hij was uitgenodigd om samen te lunchen bij de hoofdcensor Carlos Robles Piquer, die de roman wel wou publiceren, maar bevreesd was dat het leger bezwaar zou maken. "Ik heb hem enkele aanwijzingen gegeven over de vorm van het boek", aldus Piquer, "en Vargas Llosa begreep dat onmiddellijk." Vargas Llosa schreef aan Robles Piquer in 1963 dat hij de aanpassingen kon volgen "omdat ze het boek niet aantasten in inhoud, fundamenten of vorm." En hij milderde sommige passages "door ze met meer ambiguïteit en eufemismen te brengen". Al deed hij dat "zonder plezier of overtuiging" en benadrukte hij tegenover Robles Piquer dat "de literaire creatie slechts kan gedijen in totale vrijheid."

Het boek werd na verschijning in Spanje meteen in de armen gesloten. Het maakte van Vargas Llosa ook de wegbereider van de Latijns-Amerikaanse literatuur in Europa. In zijn verhalenbundel Los jefes (1959) wijzigde Vargas Llosa eveneens een paar aangebrande woorden. In de tweede druk van zijn boeken werden de ingrepen weer rechtgezet. Vargas Llosa, in oktober bekroond met de Nobelprijs Literatuur, maakt niet veel woorden vuil aan de zaak: "De censuur in Spanje was zo anachronistisch, dat zelfs de censoren zelf er amper geloof aan hechtten", zo vertelt hij aan El Pais.

Tags: Spaanse literatuur, Polemiek, Censuur
Geplaatst door Dirk Leyman op 29-11-2010
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening