Literair supplement - aflevering 31

Wekelijkse rubriek met overzicht van de belangrijkste literatuurrecensies- en interviews uit kranten- en weekbladen in Nederland en Vlaanderen. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel in Amsterdam (periode 13 december-18 december). Extra lange aflevering, met veel aandacht voor Nicole Krauss, Lionel Shriver, Jens Christian Grondahl, P.F. Thomése. En vooral: lijstjes, lijstjes, lijstjes.

 

De Standaard der Letteren trok naar Dublin en ging er op zoek naar het literaire DNA van de stad die zich sinds juli Unesco City of Literature mag noemen. Gesprekken met de drijvende krachten achter Dublin City of Literature en het Irish Writers' Centre maken duidelijk dat creativiteit het Ierse zelfvertrouwen terug kan opkrikken. Of zoals de auteur Joseph O'Connor het stelt: "De kunst en ons mooie landschap zijn de enige waardevolle dingen die ons nog resten." 

Gilbert Roox bespreekt Het sprookje van de laatste gedachte, het heruitgegeven meesterwerk van Edgar Hilsenrath. Net als in zijn andere romans gebruikt Hilsenrath een sprookjesformat, ditmaal om de Armeense genocide te beschrijven. Dat mondt uit "in een literair meesterwerk waarin werkelijkheid en fantasie op onnavolgbare wijze in dialogen met veel vaart met elkaar worden verknoopt." Filip van Ongevalle las IJsland van Ronald Giphart "meelijwekkend melig, geweldig grappig en onbeschaamd ontroerend. IJsland is het leven zoals het is." Met Waar gaan we heen, papa? schreef de Franse komiek en televisiemaker Jean-Louis Fournier een succesrijk werkje over het leven met zijn twee zwaar gehandicapte zoons; galgenhumor bleek de enige manier om de moed erin te houden. "Verfrissend én hartverscheurend" vindt Marijke Arijs. In de rubriek Kort en Krachtig deelt Mark Cloostermans telkens twee sterren uit; voor Blijf bij ons, "escapistisch entertainment" van Florence Tonk en voor Nest van Sanneke van Hassel "inhoudelijk clichématig en oppervlakkig". Verder in De Standaard der Letteren een interview met Nicole Krauss. "De diepe band die ik met mijn lezers aanga met mijn lezers is essentieel", stelt de schrijfster tegenover Kathy Mathys die nog opmerkt dat Krauss als een doorwinterde interviewee over metaforen , betekenislagen en echo's in haar werk praat.

 

Boek van de week in Knack was Traag licht, het boek waarmee de onlangs overleden Herman Franke zijn romancyclus Voorbij ik en waargebeurd voltooide. Maarten Dessing beseft "de rijkdom aan gezichtspunten op het overkoepelende thema van de cyclus: leven en dood, schepping en verwoesting" en houdt de booschap van de auteur voor een optimistische: "in mijn werk blijf ik bestaan". De strenge selectie van de perfectionistische dichteres Eva Gerlach uit haar eigen werk in Het gedicht gebeurt nu heeft geleid tot "een erg intense bundel van een bijzonder hoog niveau", een oordeel van Bart Van der Straeten. Slechts één zekerheid in De langzame dood van Luciana B van de Argentijnse wiskundige Guillermo Martinez, de frêle Luciana is dood. De lezer moet zijn eigen systeem opbouwen om een aanvaardbaar scenario op te volgen, merkt Lucas De Vos of een feest voor "wie aan hoogwaardige hersengymnastiek wil doen." Het uitgangspunt van Quadriga. Een eindspel, een hoofdpersoon verteerd door verdriet om gemiste kansen, mag dan nog typisch F. Springer zijn, Maarten Dessing raakt het allemaal niet: "er broeit niets tussen de regels, het verhaal blijft doods."

 

Op de voorpagina van Uitgelezen, de boekenbijlage van De Morgen, prijkte woensdag de dezer dagen alomtegenwoordige Nicole Krauss. Een interview met Fleur Speet over sterfelijkheid en de dood, de grote thema's in haar nieuwe roman Het grote huis: "Ik heb alleen deze kans om te leven en omringd te zijn door degenen die ik liefheb. Ik kom maar niet over de schok heen dat dit zal eindigen."

In Hoe het werkelijk is gegaan, de meermaals bekroonde roman van de Britse auteur Adam Foulds (foto) zetten de innemende Howard en de piepjonge Saul het op een lopen. Beter nog dan David Mitchell, bestempelt Marnix Verplancke deze roman want Foulds kan zich beter inleven in zijn personages. Dirk Leyman en Erik Rinckhout brengen een selectie kunstboeken en richten de spots onder meer op werk van fotograaf Henk van Rensbergen, kunstboeken over Ensor en Jan Gossart, het architectuuroeuvre van Renaat Braem en op Art of McSweeney's, een inkijk in de inspiratiebronnen, geschiedenis en puissante vormgeving van het gelijknamige, gerenommeerde tijdschrift. De gloednieuwe vertaling Spaar de spotvogel vormt voor Christophe Vekeman de aanleiding zich over die Amerikaanse klassieker van Harper Lee te buigen. Hij besluit "meesterwerk is misschien wat sterk uitgedrukt. Maar een mooi boek? Zeker." Dirk Leyman belicht het succes van de MatchBoox-luciferboekjes en sprak ook over de nieuwe plannen met uitgever Emmanuel van Leeuwe. Verder leren we nog dat recent vertaalde romans van Marina Endicott, Sebastian Barry, Robert Williams en Chang-rae Lee als "good reads" mogen worden beschouwd.

 

Arjan Visser vroeg voor Trouw Huygensprijswinnaar A.L. Snijders naar zijn ‘‘‘tien geboden'‘: ‘‘‘‘Er is één zin in mijn leven, dat is de zin der zinnen, de kernzin van het taoïsme, in een vertaling uit 1942 van de grootste China-kenner die we ooit hebben gekend, J.J.L. Duyvendak: de weg is bestendig daadloos, nochtans blijft niets ongedaan. Het maakt dus niet uit wat ik wil, of wat ik doe. Alles gebeurt toch wel.'‘

De boekenpagina'‘s openen met Lionel Shrivers Dat was het dan, waarover Julie Philips ook al als moderator van Shrivers publieke optreden lyrisch was: ‘‘[H]et boek dat begon als kritiek op het Amerikaanse zorgstelsel, is inmiddels veel meer. Het is een ontroerende verkenning van grote thema's: familiebanden, het nut van werk, de kracht van huwelijkse liefde, de omgang met de dood. Shriver (foto) houdt er niet van je ideeën te bevestigen. Maar haar scherpe intellect en inzicht voel je op elke bladzijde, van het onheilspellende begin tot het verrassend louterende einde.'‘ Rob Schouten is ambivalent over Ernst Timmers De Noordzee-opening: ‘‘Zo'n pakkend verhaal in zo'‘n voortreffelijke stijl en toch blijf je iets niet snappen.'‘ Hanna de Heus, ten slotte, stelt vast dat Meir Shalev in Het zat zo ‘‘de toenmalige ideologieën van het land terug[brengt] tot microniveau, waarmee zijn boeken veel meer zijn dan louter familiegeschiedenissen'‘.

 

De boekenbijlage van NRC Handelsblad opent deze week met H.J.A. Hofland - om precies te zijn met een mislukte reportage van de P.C. Hooft-prijs-winnaar, over het uit de vaart genomen veer Zijpe-Anna Jacobapolder. Hofland bereikte het veer nooit, omdat de bus niet reed, Joris van Casteren reist hem alsnog achterna. Margot Dijkgraaf interviewt vervolgens de Libanese schrijver Elias Khoury, over zijn magnum opus Poort van de zon en over de ondergeschikte rol van de schrijver: ‘‘Ik ben atheïst, maar in literatuur zit spiritualiteit, een ander leven. Daarom vind ik ook dat een schrijver zelf onbelangrijk is. Een schrijver is een "agent", een tussenpersoon, je onderwerpt je, je accepteert je rol.'‘
Op de midenpagina's een overzicht van de beste boeken van 2010, met als meestgenoemde titels Koninkrijk vol sloppen van Auke van der Woud, Huid en haar van Arnon Grunberg, Vrijheid van Jonathan Franzen en Congo van David Van Reybrouck. Arie van de Berg prijst vervolgens de poëziebundel Divina noir van Jacob Groot: ‘‘Groot is bij tijden taaldronken, nu eens buitelend, dan weer sentimenteel associërend, soms rijmelend, al te diepzinnig of ronduit plat, maar steeds weer tintelend van experimenteerdrift. Wie bereid is zich over te geven aan zijn poëtische zweefmolen, draait mee.'‘
Meer lovende woorden, van Arjen Fortuin ditmaal, zijn er voor het vijfde deel van het Verzameld werk van Karel van het Reve - ‘‘een voorstelling waarvan je hoopt dat die nog een paar keer in reprise gaat'‘. Fortuin: ‘‘Dat je ondanks het hameren op hetzelfde aambeeld toch steeds stukken voorleest aan je huisgenoten komt door de precisie waarmee Van het Reve op zoek blijft naar de kern van de zaak. Oók wanneer hij die als grap vermomt.'‘ Recensies zijn er verder van het nieuwe (en laatste) nummer van literair tijdschrift Lava, van de ‘‘herschapen mythe'‘ Baba Jaga legde een ei door Dubravka Ugresic. 

 

In de bijlage Boeken van de Volkskrant opent Arjan Peters met een verhaal over Charles Dickens' echtgenote Catherine Hogarth. Lilian Nayder heeft nu een biografie over haar geschreven, en Dickens komt er niet goed vanaf: ‘‘... een control-freak, die niet alleen het geld beheerde en zodoende het huishouden bestierde (meestal het territorium van de echtgenote), maar doordat hij ook nog eens thuis werkte zijn vrouw geen gelegenheid bood zich te ontplooien.'‘ Én een maîtresse had, en van haar scheidde. Wineke de Boer gaat in gesprek met Marie NDiaye: ‘‘In Trois femmes puissantes zit minder van dat bovennatuurlijke dan in mijn vorige boeken. De taal is ook wat eenvoudiger en het verhaal zit dichter op de realiteit. Het is mijn meest optimistische boek tot nu toe. Met alle hoofdpersonen loopt het goed af, al sterft één van hen op het laatst. Toch vind ik ook dat een tamelijk vrolijk einde.'‘
Is er gewoon geen plek voor Amerikaanse literatuur in de Volkskrant? Of is het de smaak van de recensent? In krap twee kolommen heeft Hans Bouman zijn recensies van de nieuwe romans van Paul Auster en Michael Cunningham - elders goed voor hele pagina'‘s - achter elkaar geplaatst. Sunset Park: ‘‘Het adagium "Show, don'‘t tell" is geen wet die blind dient te worden opgevolgd, maar hier wordt hij wel erg nadrukkelijk genegeerd.'‘ Maar Bij het vallen van de avond ‘‘excelleert in het weergeven van emoties die samengaan met het besef van het ingetreden verval, de behoefte je daaraan te onttrekken, de ondermijnende wetenschap dat dergelijk vluchtgedrag futiel is, en het pogen je uiteindelijk met deze werkelijkheid te verzoenen'‘.
Besluit de boekenbijlage met Jens Christian Grøndahl (Edith Koenders: ‘‘De wellevendheid van de taal en de personages is echter zo gepolijst, dat je af en toe snakt naar een barstje. In zijn hang naar precisie, construeert Grøndahl bovendien soms zinnen die ook in de Nederlandse vertaling minder geslaagd zijn.'‘) en Bart Koubaa (Daniëlle Serdijn kijkt (alweer) uit naar een nieuw boek van zijn hand: ‘‘Het ontbreekt Maria van Barcelona aan regie.'‘ Maar, na een groots citaat: ‘‘Een paar van dit soort zinnen en je reikhalst naar een nieuwe Koubaa.'‘).

 

In het dubbeldikke eindejaarsnummer van Vrij Nederland kiest Jeroen Vullings onder het motto ‘‘Literatuur is geen wedstrijd, maar er is altijd een beste boek'‘ de vijf beste romans van 2010: ‘‘geslaagde romans, van schrijvers, niet van vertellers. Dit vijftal houdt zich bewust niet aan de conventies van het genre van hun roman, ze breken uit deze begrenzing of laten die tijdelijke behuizing imploderen.'‘ Het zijn: Arnon Grunbergs Huid en Haar, Tomas Lieskes Alles kantelt, Margriet de Moors De schilder en het meisje, Wanda Reisels Plattegrond van een jeugd en P.F. Thoméses De weldoener. De eindstrijd gaat vervolgens tussen De weldoener en Alles kantelt: ‘‘Thomése vangt in z'‘n desillusionerende roman de drassige werkelijkheid het scherpst. [...] Maar Lieske reikt uiteindelijk verder. Hij schrijft over dat wat we willen zijn: Alles kantelt overstijgt de realiteit immers juist en onthult een ander, lichter vergezicht.'‘ Verder in de Republiek der Letteren: Allard Schröder, Franca Treur, P.F. Thomése en H.J.A. Hofland over hun grootste angst.

 

In het kerstnummer van De Groene Amsterdammer een verhaal van Wanda Reisel, en Kees ‘t Hart opent Dichters & Denkers met een beschouwing over de familieroman, onder andere aan de hand van Peter Buwalda's Bonita Avenue en Tomas Lieskes Alles kantelt: ‘‘Het kind is nu eenmaal de stralende overwinnaar binnen deze literatuur, of het lijdt natuurlijk een verpletterende nederlaag en gaat onder in vervreemding en neuroses. Maar ook in dat geval was de bevrijding van ouders binnen de roman het hoofddoel.'‘ Rob Hartmans gaat in op Auke van der Wouds Koninkrijk vol sloppen, dat ‘‘een aangrijpend beeld [schetst] van een allesbehalve florissant verleden, dat nog niet zo heel ver achter ons ligt'‘, en dan volgen de favorietenlijstjes van de critici van De Groene.
Christiaan Weijts roemt Zadie Smiths Ik heb mij bedacht (foto, ‘‘Bij het lezen voel je je een volwaardige partner in een gesprek dat steeds meer geestdrift opwekt.'‘), Marja Pruis noemt naast de nieuwste boeken van Wanda Reisel en Jessica Durlacher Esther Gerritsens Superduif, ‘‘een diep ontroerend, en zelfs aangrijpend boek'‘, en Kees ‘t Hart looft David Van Reybroucks Congo (‘‘inspireert, geeft ruimte en laat vergezichten zien'‘) en Jacob Groots Divina Noir, waarin hij een ‘‘verwilderde lachbui die aanstekelijk werkt'‘ detecteert.
Mirjam Noorduijn prijst Bart Moeyaerts Het Paradijs, Piet Gerbrandy kiest Patrick Lateurs Ilias-vertaling (‘‘daar kan geen Poetry Slam tegenop'‘) en Maria Vlaar noemt twee favorieten: Mircea Cartarescu'‘s ‘‘ongelooflijk vreemde en overdonderende'‘ De wetenden en Leo Tolstojs Oorlog en vrede, ‘‘een wereld van eergevoel en oorlogszucht, hartstocht en menselijkheid'‘. Joost de Vries vindt in de schaduw van de ‘‘grote'‘ boeken van Franzen en Littell die van Jonathan Dee (The Priviliges, ‘‘scherp, niet-moralistisch en volkomen menselijk'‘) en Laurent Binet (HhhH, ‘‘ingrijpender dan De welwillenden'‘, ‘‘eng goed'‘), en Graa Boomsma gedenkt Updike (‘‘zijn verhalen zijn veel beter - want pittiger en gerichter - dan zijn romans'‘) en Mulisch (Zelfportret met tulband is ‘‘onverschrokken'‘).


In Het Parool Supplement deze week een overzicht van wat de recensenten de beste boeken van 2010 vonden. Jos Bloemkolk kiest weer (‘‘het is erg saai'‘) voor de gebroeders Reve, John Jansen van Galen kiest voor een verrassend drietal (Adriaan van Dis' Tikkop, de Zuid-Afrikaanse poëzie van Ronelda S. Kamfer, en Vals profiel, de thriller van Proper & Van den Eynden), Theo Hakkert leest over de grenzen (‘‘In een jaar waarin opvallende boeken verschenen over de hersenen en het vergeten, bleven hoe dan ook deze drie het langst in mijn brein rondzweven.'‘ Murakami, 1q84, David Mitchell, De niet verhoorde gebeden van Jacob de Zoet, en Keith Richards' Life) en Thomas Verbogt prijst drie oeuvres aan (via Carol Sklenicka'‘s Carverrecensie: ‘‘Zijn sobere verhalen en gedichten worden er nog rijker door. Kan dat dan? Ja.'‘ En verder Tsjechov en Wim Brands).
Volgens Joukje Akveld met drie favoriete jeugdboeken; fictierecensent Guus Luijters met een schaak- en een Eerste Wereldoorlogboek, en een schaaktijdschrift; Alle Lansu met Hans Keilson (In de ban van de tegenstander, ‘‘schenkt een diep inzicht'‘), Yasmina Khadra (Wat de dag verschuldigd is aan de nacht, ‘‘ijzersterke scènes'‘) en Andrea Bajani (Wie houdt dan stand?, ‘‘een intimiteit en directheid die je van je sokken blazen'‘); Maarten Moll met Peter Buwalda' s Bonita Avenue (‘‘grote Nederlandse roman'‘) en Tobias Wolffs Hier begint het verhaal (‘‘gedurfd en ongelofelijk krachtig'‘); en Arthur van den Boogaard met de sportboeken van Edwin Schoon, Nando Boers en Marnix Koolhaas.
De laatste pagina: Jasper Henderson vond 2010 een ‘‘goed debutantenjaar'‘. Net als Moll noemt hij Joost de Vries, net onder de topdrie, en verder de debuten van Peter Buwalda (‘‘geestig, ontroerend, erudiet'‘) en Jamal Ouariachi (De vernietiging van Prosper Morèl, ‘‘ambitieuze roman'‘). Lof ook voor  A.B. Yehoshua Vriendschappelijk vuur (‘‘hartverscheurend boek'‘). Hans Knegtmans vond 2010 net zo goed ‘‘een uitzonderlijk goed jaar voor het thrillergenre'‘. Beste thrillers: John le Carré's Ons soort verrader, Peter Temples Waarheid en Linwood Barclay's Vrees het ergste.
Dirk-Jan Arensman looft David Mitchell (‘‘literaire krachttoer'‘), Ian McEwan (Solar, ‘‘ijzersterke klimaatkomedie'‘) en David Vann (Legende van een zelfmoord, ‘‘Proza met een laconiek soort poëtische kracht dat ontroert maar nooit larmoyant wordt.'‘). Arie Storm kiest voor de romans van Sophie Zijlstra (Potifars vrouw, ‘‘knap gebruik van de werkelijkheid'‘), Herman Stevens (Vaderland) en Kees van Beijnum (Een soort familie, ‘‘Wederom is Van Beijnum erin geslaagd iets over Nederland te zeggen.'‘). Victor Schiferli kiest poëzie van Mark Boog (Er moet sprake zijn van een misverstand, ‘‘Boog [...] formuleert helder, precies, virtuoos'‘), K. Michel (Bij eb is je eiland groter, ‘‘een dromer en tegelijk iemand die met beide benen op de grond staat'‘) en H.H. ter Balkt (Onder de bladerkronen, ‘‘onnavolgbaar, overdonderend geheel'‘).


In het kerstnummer van Elsevier een interview met Hans Keilson door Hugo Camps. Keilson relativeert de woorden van de recensente van The New York Times. ‘‘De juichende recensie van die Amerikaanse mevrouw was natuurlijk overdreven. Hoe kan ik nou een genie zijn? Ik voel mij niet eens een kunstenaar. Ik ben in de eerste plaats een psychoanalyticus uit Bussum.'‘

Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening