Literair supplement - aflevering 32

Wekelijks overzicht van de belangrijkste literatuurrecensies- en interviews uit kranten- en weekbladen in Nederland en Vlaanderen. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel in Amsterdam (periode 19 december-24 december). De lijstjesmanie gaat nog door. Met aandacht voor Mark Twain, David van Reybrouck, Herman Brusselmans, Karel van de Woestijne, Tom Rachman, Paul Claes, nieuwe Italiaanse romans, Jens Christian Grondahl enz.

 

Humo compileerde een boeken-top 15 en zette Franzen, Murakami en Van Reybrouck op de eerste plaatsen. Uit het Nederlandse taalgebied halen enkel Arnon Grunberg en het verzameld werk Jotie T'Hooft de lijst, waarop ook nog Roddy Doyle, Ian McEwan, Richard Yates, Alessandro Baricco, David Vann en James Ellroy prijken. Ook non-fictie van Peter Englund, Tony Judt, de Obama-biografie van David Remnick en de strip van Chris Ware werden een plaats op de lijst gegund. Mark Schaevers interviewde Jonathan Franzen. Die spreekt zijn onbehagen uit over de technologische revolutie en pleit onomwonden voor het echte boek: "Het doet me zeer aan de ogen te zien dat boeken uit de rekken verdwijnen, dat bibliotheken grote elektronische terminals worden. En over e-books maak ik me ook zorgen. De meeste serieuze lezers die ik ken lezen boeken, geen e-boeken. Op zo'n leesschermpje kan je alles laten verschijnen en zo stel je alles gelijk. Het lijkt wel de apotheose van het postmodernisme." Aan het slot van het interview, waaruit we ook nog leren dat Franzen een enthousiast vogelaar is, kijkt de auteur uit naar de nabije toekomst. "Maar er is nog iets dringenders dat ik eerst moet doen: langzaam herstellen van al deze promotietournees."

 

Slechts enkele recensies in Uitgelezen van De Morgen, dat veel plaats ruimt voor de beste boekenlijstjes van de recensenten, enkele schrijvers en prominenten. Marnix Verplancke recenseert Tolstoy A Russian Life van Rosamund Bartlett en beschrijft enkele sleutelmomenten uit het leven van de Russische schrijver. Dirk Leyman boog zich over de biografie van dichter Karel van de Woestijne waar Peter Theunynck vijftien jaar aan werkte. Die "stort scheepsladingen Van de Woestijnekennis over ons uit", maar "met veel gevoel voor kleurrijke details" evoceert hij de ontbolstering van een dichterschap, zoomt hij in op de seksuele blokkades van Van de Woestijne en geeft hij een "catalogus" van zijn talloze ziekteverschijnselen en kwalen. Een soepel verteld en erg nauwkeurig levensverhaal, oordeelt Leyman, die toch ook iets mist: "Wat de biografie meer panache had kunnen geven, zijn een paar ondubbelzinnige conclusies of stellingnamen, alsof Theunynck ervoor terugdeinst om uit zijn rol van discrete biograaf te stappen." De 193 gedichten die Marita Mathijsen opviste uit het nagelaten werk van Hans Faverey voegen iets wezenlijks toe aan zijn oeuvre, meent Paul Demets in zijn recensie van Gedichten 1962-1990. "Het is heel fascinerend om in Favereys zelfgeschapen, door wit omringde universum te mogen ronddwalen en op zoek te kunnen gaan naar de contouren van het menselijke bestaan die duidelijk onder de ijslaag van zijn poëzie zichtbaar worden." Verder een gesprek met Rusland-kenner Orlando Figes over zijn boek over de Krim-oorlog.  

 

Knack bracht de voorbije week grote Kerstinterviews. Frank Hellemans sprak met David Van Reybrouck of "de vaandeldrager van de Vlaamse literaire non-fictie." Over het belang van nuances in Congo: een geschiedenis: "Mijn engagement zit in het tonen van contexten en complexiteit, in het inzichtelijk maken van menselijke drijfveren op bepaalde momenten. Het moet mogelijk zijn om op een zeer leesbare manier complexe verhalen te blijven vertellen. In die zin ben ik een morele kunstenaar."

Karl Van Den Broeck sprak met Herman Brusselmans over leven en werk én het fenomeen broodschrijver: "Als mensen mijn boeken niet meer lezen en ik mijn columns nergens meer kan slijten, ben ik een loser en moet ik iets anders gaan doen". En zijn bewondering voor Reve en Boon en hoe zijn beruchte aankondiging dat hij ermee zou stoppen tot stand kwam: "Ik was nog maar eens op de VRT om er mijn boek te promoten. Ann Van Elsen en Dave Peeters van MNM wilden ook een interview doen. Ik moest helium opzuigen en met een piepstemmetje hun vragen beantwoorden. Toen dacht ik: waar ben ik in godsnaam mee bezig? Ik wilde ermee stoppen. Even maar." Maar die opwelling ligt al achter ons want "ik doe nog altijd graag wat ik doe. Mensen beleven plezier aan mijn boeken. Als ik ze subtieler zou maken en er wat filosofie of intertekstuele verwijzingen in zou stoppen, zouden het toch maar parels voor de zwijnen zijn. Voor de rest schrijf ik mijn columns en geef ik lezingen. Dat mag voor mij nog wel een tijdje duren."

Benno Barnard bundelt de gesprekken die hij met zijn vader Willem Barnard had tot één interview met de dichter die op 21 november overleed. Over zijn motivatie om de studie Nederlands in te ruilen voor theologie: "In dat verbijsterende jaar 1940 ben ik dus maar theologie gaan studeren. Het zal je niet verbazen dat vooral de Hebreeuwse en Griekse teksten mijn liefde hadden. Wat een literatuur!" Mooi ook hoe het gesprek afsluit en Benno Barnard verzucht: "De tijd is toch een rotzak. Je bent nu 87, een tamelijk imposante en patriarchale leeftijd, maar je zit kreupel in een rolstoel, in een oudemensenhuis." Het antwoord: "Als je op je 87ste in een rolstoel zit en je bent iets minder behendig met een voetbal dan je kleinzoon, denk je iets vaker dan gemiddeld in de vervoeging van het werkwoord sterven. Maar zolang je leeft, moet je vooral bezig zijn met leven, mijn jongen."

 

De Standaard der Letteren houdt deze week helemaal recensievrij. In plaats daarvan pennen meer dan vijftig recensenten, redacteurs, schrijvers en prominenten hun antwoorden neer op drie vragen. Wat vond u het beste boek van het jaar? Welk boek kreeg dit jaar onvoldoende aandacht? Welk boek heeft u aan het denken gezet? Jonathan Franzen en David Van Reybrouck voeren de boventoon in het antwoord op vraag één. Al willen we u ook het antwoord van Jorn De Cock op vraag twee niet onthouden. "Al de boeken die niet over koken gaan", meent de freelancejournalist wiens Arabische dageraad. Een reis tussen glamour en fatwa toch ook een aantal vermeldingen in dezelfde rubriek haalt.

 

Afgelopen donderdag kwam NRC Handelsblad al met de boekenbijlage, die opent met een zestal schrijvers over de herziene Statenvertaling. P.F. Thomése, Franca Treur, Nicolien Mizee, Maarten 't Hart, A.L. Snijders en Renske de Greef. Verderop in Boeken spreekt Bas Heijne Juli Zeh. Schrijvers moeten zich maatschappelijk roeren, vindt ze, sterker: "Ik zou het zelfs een taak van de schrijver willen noemen. Tenminste, zo lang niemand anders het doet. Als de journalistiek het af laten weten, wie doet het dan?" Janet Luis las Kieken zonder kop, "een roman waarin een 19-jarige met zichzelf in het reine probeert te komen", van Raf Goossens, "een schrijver die snel een eigen geluid kan gaan ontwikkelen", Arjen Fortuin Aristide von Bienefeldts De zus die Anna Magnani niet was ("Gewóón wordt De zus die Anna Magnani niet was nergens, grappig is het vaak en overzichtelijk wordt het pas in de laatste bladzijden.") en Guus Middag Alexis de Roodes Gratis tijd voor iedereen ("De melancholie wordt overwonnen in en door de vorm - zoals in alle goede poëzie."). Margot Dijkgraaf gaat in op de nieuwe boeken van Jens Christian Grøndahl, "niet alleen een schrijvende meesterpsycholoog, maar ook een auteur die stamt uit de Scandinavische traditie van het intieme". Ward Wijndelts leest Charles Burns' graphic novel X ("opnieuw sterke beelden en een verontrustende sfeer"), en Pieter Steinz, ten slotte, legt twee studies over hoofse liefde naast Paul Claes' De leeuwerik: "De hele Middeleeuwen komen voorbij in De Leeuwerik, van de hoofse liefde tot vunzige kloosterseks, van de Katharen tot de pelgrimsweg van Santiago, van mislukte kruisvaarders tot corrupte kerkvorsten. Echt spannend, zoals bij Umberto Eco, wordt het nooit, maar Claes geeft je geen kans om je te vervelen."

 

Nog een laatste "de beste boeken van 2010", in de Volkskrant. Die bijlage opent met een groot stuk van Erwin Mortier over Mark Twains autobiografie, die resulteert in een "een veelkantig profiel van een man die in zijn geschriften niet alleen terugblikt op zijn eigen leven, maar die evengoed de voortekenen bespeurt van een tijdperk dat bij zijn dood in 1910 zijn grootste gruwelen nog heel even voor zich hield." Besprekingen verder van Piet de Moors (volgens Martijn Wallage) "kleine, erudiete roman" De Adamiet, Bindervoet & Henkes' Hans Vandenburg en het geheim van het succes (Gijsbert Kamer: "ondanks alle kolder steek je nog ook nog wat op van de popgeschiedenis") en Silvia Avallones Staal (Jannah Loontjens: "De mengeling van de rauwheid van de armoede, het monster van de staalindustrie, en de fijnzinnige beschrijving van de verschillende karakters maakt Staal tot een beklemmend, maar ook ontroerend verhaal, dat je ademloos uitleest."). Tussen de beste boeken staan de nieuwste boeken van Michel Houellebecq en Jonathan Franzen, en ook hier kijken helaas weinig recensenten over de grenzen van de hun gestelde genre-grenzen. Ranne Hovius prijst Franzen en Keilson, Anet Bleich looft Almudena Grandes, en germanist en filosoof Hans Driessen grijpt terug naar Mulisch en roemt debutant Daniël Rovers. Maar de samenvatting van Daniëlle Serdijn, na een veelvoud van drie beste boeken, is misschien wel de terechtste: "Het jaar was te mooi om een top-3 te maken, maar vooruit."

 

De boekenbijlage van Trouw is, in een kerst/weekendbijlage, business as usual. Monica Soeting opent met haar bespreking van Helen Simonsons De majoor en mevrouw Ali, een "feelgoodroman" met een "bitterzoete smaak". Ronald de Rooy neemt de nieuwe romans van Niccolò Ammaniti (Jij en ik, "een echte Ammaniti, die nog lang blijft nazeuren in je hoofd"), Silvia Avallone (Staal, "origineel en meeslepend, maar door de snelheid en stilistische lichtheid komt haar verhaal soms ook wat oppervlakkig over") en Caterina Bonvicini (Het evenwicht van haaien, "verrassende, indrukwekkende roman") samen, op basis van de thematiek: "verdoolde tieners". Maar: "Hartverwarmend - zoals ze in Nederland worden aangeprezen - kun je deze en andere romans amper noemen." Jann Ruyters leest Ronald Gipharts IJsland, waarin ze de columnschrijver die Giphart inmiddels geworden is, herkent. Maar "het is jammer dat hij het sterke verhaal van de prille vaderliefde zo in ruis ten onder laat gaan". Janita Monna vindt in Esther Jansma's nieuwe bundel Eerst "poëzie als een pantser, waarin de lezer maar weinig speelruimte is gegund", die "weerbaar [maakt] tegen een wereld die zijn eigen gang gaat", en Jos Palm, ten slotte, beschrijft de ontwikkeling van het reisverhaal aan de hand van Jan Blokkers bloemlezing De Nederlandse reisliteratuur in 80 en enige verhalen. Leerzaam, maar hij vindt er ook "talloze fraaie stukken", "met verrassende en bekende vaderlandse reisverhalen uit de hele wereld".

 

Ook regulier, ook vrijdags, waren de boekenpagina's van Het Financieele Dagblad. Fleur Speet leest er Het eerste waar ik aan denk in, van Ida Jessen: "Dat de hoofdpersoon weinig warmte uitstraalt, wil geenszins zeggen dat de roman niet sterk of indringend is. Of spannend." En De onvolmaakten van talent Tom Rachman: "Het is nog wat bonkig, niet helemaal perfect, maar hij zit er dichtbij." Jaap Goedegebuure, ten slotte, die eerder in Trouw Detlev van Heests debuut prees, looft nu Pleun: "Voor de lezer is het beklemmend, tenenkrommend en bovenal fascinerend."

 

Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening