Lijstjesziekte 2010 - Hans Cottyn

Ook De papieren man is in extremis getroffen door de lijstjesziekte. In deze laatste week van het jaar serveert elke Papieren Man (en Vrouw) u zijn persoonlijk lijstje met beste boeken van 2010, soms met een opvallend nieuwsfeit erbovenop.

 

Alleskunner Bill Bryson schreef met Een huis vol een encyclopedisch boek over hoe de volledige wereld terug te vinden is in één huis. De Amerikaan vertrekt in de verschillende kamers van de pastorijwoning op het Engelse platteland waar hij nu woont om het over veel meer dan dat te hebben. Het gaat het ene moment over het glas en het staal van Crystal Palace en het volgende over de grote historische betekenis van het watercloset. Je moet dus bereid zijn om zeer uiteenlopende verhalen te verstouwen. Maar als je dat doet, ontwaar je een eclectisch bouwwerk dat eenheid krijgt door Brysons onbevangen blik en superieure verteltrant, doorspekt met droogkomische opmerkingen. Bijvoorbeeld deze, als hij het heeft over scheurbuik en de noodzaak van evenwichtige voeding: "Vasco da Gama moedigde zijn mannen aan om tijdens een reis naar India en terug hun mond te spoelen met urine, wat niet hielp tegen scheurbuik en waar ze ook niet veel vrolijker van zullen zijn geworden." Bryson schrijft het soort literaire non-fictie dat tegenwoordig veel navolging krijgt, maar hij doet het op een unieke, veelkantige manier, alsof je bij oom Bill op de schoot zit en hij je voor het slapen gaan nog een sprookje vertelt.
Van de Franse schrijver Jean-Marie Blas de Roblès verscheen in Nederlandse vertaling het magistrale Waar de tijgers thuis zijn. Voor dit boek kreeg Blas de Roblès in 2008 de Prix Médicis en de Prix du Roman Fnac. De Braziliaanse journalist Eléazard von Wogau moet een biografie over de zeventiende-eeuwse Jezuïet Athanasius Kircher annoteren. Kircher was zowat de allerlaatste uomo universale en in al zijn erudiete genialiteit ook een jezuïtische karikatuur. We krijgen het levensverhaal van Kircher te lezen, onderbroken door de bedenkingen van Eléazard zelf, de (drugs)trips van Eléazards aantrekkelijke dochter die nog twijfelt aan haar seksuele voorkeur, de spannende expeditie van Eléazards vrouw naar het hart van het Amazonegebied - the horror! - en nog tientallen andere verhalen. Waar de tijgers thuis zijn is een grotesk pandemonium, een boek als de tuinen van Bomarzo.
Veel ingetogener maar minstens even raak is het nu pas vertaalde Cold Spring Harbor van de Amerikaanse schrijver Richard Yates (1926-1992). Het is aan regisseur Sam Mendes en zijn verfilming van Revolutionary Road te danken (en aan Andrew Wylie) dat Yates zoveel jaar na zijn dood alsnog een internationaal lezerspubliek kon bereiken. Ook in de laatste roman van Yates, Cold Spring Harbor uit 1986, worden de angsten van suburbia zorgvuldig becommentarieerd. De boeken van Yates gaan over de leegheid van het bestaan, de onmogelijkheid van de liefde, het troosteloze naoorlogse Amerika, de keuze tussen wanhoop en waanzin. Yates beent de dromen van zijn personages zo uit dat er niets dan ontgoocheling overblijft. Al is er meer dan alleen maar kommer, wat Yates schrijft zo perfect dat je alsnog verzoend raakt met het ondermaanse - zonder dat dat de bedoeling was.
Ook schitterend geschreven zwaarmoedigheid in Campo Santo, een postuum gepubliceerde bundeling van nagelaten, zeer verschillende teksten van de Duits-Britse auteur W.G. Sebald (1944-2001). In 2010 verscheen de Nederlandse vertaling, met daarin als twee grote delen reisverslagen over Corsica enerzijds en essays over schrijvers anderzijds. Zoals het synoniem geworden is met melancholie, zo is het oeuvre van Sebald ook doordrenkt van traagheid. De wandeling door Suffolk in De ringen van Saturnus, de door jaren onderbroken ontmoetingen met de Joodse zwerver in Austerlitz, ook Sebalds zinnen als paden in een ruig middengebergte, soms slechts twee op een bladzijde, die je dwingen te gaan rusten terwijl je leest en herleest... Sebald, als contemplatieve flaneur en landschappenschilder verwant met de Nederlandse boer en filosoof Ton Lemaire, exploreert in Campo Santo die traagheid verder. De reflectie over kerkhoven, de Corsicaanse landschappen, de diffuse zwart-witbeelden die het documentaire van het proza moeten benadrukken en het tegelijkertijd ontkrachten, de bedachtzame essays over Chatwin of Kafka - het zijn stuk voor stuk de ingrediënten van een vanitas-opstelling, die ons eraan herinnert dat we toch ooit moeten sterven. Maar optimist zijnde lees ik bij Sebald in de eerste plaats wat Goethe ooit schreef: vergeet ook niet te leven. Die tweespalt lees je al in het debuut Duizelingen, waar twee typische opeenvolgende Sebaldzinnen die memento mori en memento vivere verbindt: "Langzaam reed de trein Liverpool Street Station uit, langs de beroete bakstenen muren, die mij door de daarin aangebrachte nissen altijd deden denken aan onderdelen van een uitgestrekt catacombenstelsel, dat hier aan de oppervlakte kwam. In de voegen en scheuren van de in de vorige eeuw gebouwde muren zijn de loop van de tijd talloze vlinderstruiken opgekomen, die zoals bekend immers genoegen nemen met de armzaligste omstandigheden."

 

Het opmerkelijkste literaire nieuwsfeit van 2010 is zonder twijfel de Nobelprijs voor Mario Vargas Llosa. Je zou die bekroning kunnen zien als een wiedergutmachung voor het feit dat Jorge Luis Borges het schoonste kroontje in de letteren nooit opgezet heeft gekregen. Dat was omdat hij, zo beweert men, ooit handjes heeft geschud met de Chileense dictator Pinochet. In de jaren 1970 en 1980 was zoiets binnen de links-culturele kringen in Europa - gepolariseerd door decennia Koude Oorlog en verhitte discussies over hoe (neo-)marxistisch je als kunstenaar wel diende te zijn - een niet te pardonneren zonde. Vargas Llosa hield als presidentskandidaat van zijn geboorteland Peru veel ‘rechtsere' (of alleszins: liberalere) betogen dan Borges in zijn meest conservatieve dagen. Dat hij wel de Nobelprijs kreeg, geeft aan dat het eerbiedwaardige comité in Stockholm meer en meer de belangrijke schrijvers wil bekronen, eerder dan de politiek relevante schrijvers, zoals stichter Nobel ooit voor ogen heeft gehad. Daarom kijk ik alvast vol verwachting uit naar de Nederlandse vertaling van El sueño del Celta, de nieuwe roman van Vargas Llosa over de Ierse mensenrechtenactivist Roger Casement.

 

Morgen: Dirk Leyman

Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening