Literair supplement - aflevering 29

Wekelijkse rubriek met overzicht van de belangrijkste literatuurrecensies- en interviews uit kranten- en weekbladen in Nederland en Vlaanderen. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel (periode 28 november-4 december). Met nog enkele recensies van romans van Tomas Lieske, Naima El Bezaz, Helene Hegemann en enige interviews met Jens Christian Grøndahl.

 

De Morgen Uitgelezen sprak woensdag met Jason Epstein, de man die als uitgever de paperbackrevolutie mee vorm gaf, later samen met Edmund Wilson The Library of America oprichtte en nu de wereld probeert te veroveren met zijn Espresso Book Machine, sinds vorige week ook bij The American Book Centre te Amsterdam operationeel. Epstein gelooft in zijn machine die van digitale content paperbacks maakt en hoopt op termijn via deze weg weer de backlists van uitgevers te kunnen aanbieden. "Als alles is gedigitaliseerd en er geen fysieke boeken meer bestaan, is het mogelijk met een druk op de knop onze beschaving te vernietigen. (...) Daarom moeten er ook hardcoverboeken blijven bestaan: als harde feiten." Marnix Verplancke zocht Hans Keilson op. De honderdjarige psychiater en auteur van de nu heruitgegeven Komedie in mineur en In de ban van de tegenstander spreekt over het nazisme en zijn reactie als auteur erop. "Hitler en zijn Jodenhaat vond ik een politiek probleem, terwijl ik op zoek was naar het menselijke probleem dat erachter schuilging. De nazi had immers een vijand nodig om zichzelf overeind te houden, omdat hij niet in het reine kwam met zijn eigen problemen. (...) De haat van de nazi's was zelfvernietigend. En dat hebben ze zelf nooit ingezien." In De onsterfelijken van John Banville, een roman over een stervende wetenschapper en zijn gezin duiken ook Griekse goden op, Marnix Verplancke werd even niet goed maar vindt het toch een "ongewone, bedwelmde leeservaring". "Wat de auteur wellicht wil is dat niets tot iets komt. Alle menselijke moeite is tevergeefs, en van de goden moet er ook al niets verwacht worden." De rubriek Pas verschenen vertalingen Engelstalige literatuur signaleert werk van Jenny Downham, Helen Oyeyemi, Aryn Kyle, John O'Hara, Sam Savage en Frederick Reiken. 

 

Voor Knack doorbladert Frank Albers de dertien jaargangen van het nu tien jaar geleden terziele gegane Nieuw Wereldtijdschrift. Albers, die het NWT na de dood van Herman de Coninck samen met Bernard Dewulf onder zijn hoede nam, stelt: "Er is geen enkel blad op de Vlaamse markt dat systematisch toegankelijke, kwaliteitsvolle en gevarieerde literaire essayistiek brengt zoals het NWT dat al die jaren heeft gedaan." Maar anderzijds:"De vraag is of er vandaag nog een uitgever te vinden zou zijn die het zich kan permitteren om een titel uit te brengen die haast per definitie verliesgevend is, maar waarvan de relevantie niet door de boekhouder wordt bepaald." Verder een obit voor theatermaker Eric De Volder door Els van Steenberghe. Frank Hellemans bespreekt Het verdorven genootschap van Philipp Blom, een cultuurgeschiedenis over de Verlichting met Denis Diderot en Thiry d'Holbach als spilfiguren. Philip Hoorne las de tweede dichtbundel van Delphine Lecompte, Verzonnen Prooi, en constateert dat haar formule om lelijkheid en verveling om te zetten in pittige gedichten is uitgewerkt. Weinig enthousiamse bij Jan Stevens voor Sunset Park van Paul Auster; "een zeurderige, weinig opwindende roman". In Helene Hegemanns roman Axolotl Roadkill wordt eindeloos gepijpt, geneukt, geslikt en gekotst, stelt Piet de Moor vast, en dat gaat snel vervelen. Maar de Duitse van nauwelijks zeventien heeft nochtans talent: "De zeldzame passages waarin hoofdpersoon Mifti het wat rustiger aan doet en sceptisch terugblikt op haar nog maar pas begonnen leven zijn een verademing." 

 

De aanrader van de week in De Standaard der Letteren is De eenzaamheid van het Westen van Johanna Spaey. Het verhaal van Cassandra, een Canadese die tijdens de Eerste Wereldoorlog het Vlaamse oorlogslandschap schildert "is een rijke roman met een fenomenale vertelkracht die op amper 250 pagina's geschiedenis tastbaar maakt", aldus Sofie Gielis. Kathy Mathys trok naar Kopenhagen, voor een interview met Jens Christian Grøndahl, naar aanleiding van het verschijnen van twee titels van de Deense auteur; een nieuwe roman Dat weet je niet en memoires over zijn jeugd Over een uur ontluiken de bomen. "Ik wil doodgewone mensen laten zien binnen deze wereld waarin iedereen de mond vol heeft van botsende culturele identiteiten." En: "ik denk niet dat je literatuur kunt gebruiken als een wapen. De literatuur lijdt eronder als esthetiek niet je hoogste betrachting is." In Mr. Tourette en ik inventariseert Pelle Sandstrak, lijdend aan het syndroom van Tourette, zijn 173 rituelen en tics. Alexandra De Vos werd erdoor meegesleept en constateert dat "zijn proza direct is en no-nonsense - hoekig, springerig en energiek, een veerkracht die contrasteert met de getormenteerde loopgravenoorlog die hij pagina na pagina uitvecht". Mark Cloostermans bespreekt drie Nederlandse debuten: De knapste man van Nederland van Alexander van der Meer ("een heftige leeservaring die onder je huid kruipt"), De vernietiging van Prosper Morèl van Jamal Ouariachi  ("een enthousiasmerende, uitstekend geschreven debuut) en Bonita Avenue van Peter Buwalda ("werk van een verbluffend stilist, voor Bonita Avenue geef ik een staande ovatie"). Alexandra De Vos las Een vorm van leven, de negentiende roman van Amélie Nothomb, niet uit dwingende noodzaak geschreven maar gewoon "kort en goed". Een schandaalsucces in eigen land en intussen vertaald in de belangrijkste talen; Lubiewo. Grote Poolse Nichtenatlas van Michal Witkowski is De spraakmaker van de week. Mark Cloostermans raadt aan deze "'nichtendecamerone'" niet in één ruk uit te lezen: "Verbazing verandert in afkeer, amusement in shock en ergernis in fascinatie" en vreest er een beetje voor: "Lubiewo heeft alles in zich om uit te groeien tot een verwaarloosde homoklassieker: het belangrijke boek dat niemand leest, omdat het toch ietsje té confronterend is".

 

Leonie Breebaert opent de boekenpagina's van Trouw met David Vanns Legende van een zelfmoord: "Zeldzaam: een debutant die erin slaagt zijn jeugdtrauma te overstijgen in wijs, indringend proza, waaraan de humor allerminst ontbreekt." Sofie Messeman wijst op de overeenkomst tussen de Zweedse klassieker Dokter Glas en de nieuwe roman van Kerstin Ekman, Moord in praktijk: "Ekman is er [...] in geslaagd een overtuigende sfeer van grimmigheid te creëren, vol resonanties naar een andere roman, die ze niet nabootst, maar op een uitzonderlijke manier recht doet." Rob Schouten, in het kleine hoekje Nederlands & Vlaams proza, over Tomas Lieskes Alles kantelt: "En zo wringt en schuurt er voortdurend iets in dit soepele proza, dat je tegelijkertijd meesleept en op het verkeerde been zet."

 

De Volkskrant opent dit weekend met Stijn Fens' Vaticanië, 'in de eerste plaats een informatief en aangenaam boek', volgens Olaf Tempelman. "Eindelijk heeft de Latijns-Amerikaanse literatuur haar zo begeerde Europese roman die in ambitie, eruditie en vitaliteit niet onderdoet voor romans als Honderd jaar eenzaamheid en Het groene huis." Wow, dat is wel een hele krantenpagina waard, maar Maarten Steenmeijers vijfsterrenrecensie van De eeuwreiziger van Andrés Neuman moet het doen met minder dan 600 woorden. Het steekt wat scheef af bij, bijvoorbeeld, de duizend woorden en drie sterren voor Jaap Goedegebuures Nederlandse schrijvers en religie 1960-2010, een boek dat volgens Aleid Truijens niet zo breed is als de titel doet hopen, maar "een verzameling lezenswaardige essays over schrijvers en dichters die zich verhouden tot God, religie of mystiek", zoals Frans Kellendonk. Hans Driessen spreekt Voltaire-vertaalster Hannie Vermeer-Pardoen: "Ik begin altijd met de hand, daar word ik rustig van. Daarna typ ik het in mijn computer, per hoofdstuk of per brief. Het is niet meteen rijp, het is niet meteen goed. Daar is tijd voor nodig. En als het niet kan rijpen is de lol er ook gauw af." Daniëlle Serdijn prijst Tomas Lieskes nieuwe roman Alles kantelt, de "ontroerende scènes en een onbestaanbaar avontuur", al is het niet "waterdicht", en Hans Bouman ziet door Emma Donoghues roman "hoezeer de verbeelding van een romancier een aanvulling kan zijn op de werkelijkheid zoals die via de nieuwsmedia tot ons komt".

 

Gustaaf Peek herleest in NRC Handelsblad William Faulkners Het geluid en de drift en beschouwt zijn leeservaring: "Waar stijl en stemming eerder een barrière tot het hart van het boek opwierpen, begreep ik nu opeens de onmacht en tedere woede die er in schuilt." René Moerland onderzoekt het geheim van een goed reisboek en vindt het uiteindelijk in Baltische zielen van Jan Brokken: "Hij levert zich uit aan zijn personages, bezoekt hun huizen, praat met kenners en passanten, weegt en snuift, bouwt afgeronde mini-essays en biografieëen in die allemaal losse etappes zijn van een grote zoektocht." Sebastiaan Kort geeft vier sterren aan het nieuwe nummer van Hollands Maandblad, met bijdragen van Bas van Putten, Krijn Peter Hesselink en Wim Brands; "verzorgd en precies" is zijn oordeel. Sebastiaan Kort bespreekt het debuut van Martijn Simons, Zomerslaap, waarin hij een Bildungsroman met traditionele kenmerken herkent, die hem echter wel verrast: "De magie van Zomerslaap bestaat er uit dat je na lezing niet meer weet wanneer of hoe de jongen, deze figuur die in licht aangepaste vorm al zo vaak in romans ten tonele werd gevoerd, je toch voor zich heeft weten te winnen." Ewoud Kieft onderzoekt wat er vijftig jaar na haar sterfdatum nog over is van de literaire nalatenschap van Anna Blaman. Hij herlas Eenzaam avontuur en komt tot een nuchtere conclusie: "Als roman over jaloezie is het simpelweg wat het moet zijn: een dwangmatige, zichzelf herhalende obsessie, die de lezer nauwelijks lucht biedt." Pieter Steinz is niet enthousiast over Vinexvrouwen van Naima el Bezaz: "eerlijk gezegd raakt de Marokkaanse zelfspot op den duur net zo sleets als de typisch Amsterdamse gein van een al te getapte barman." De term "roman" is volgens hem misleidend: "Wie Vinexvrouwen beoordeelt als een verzameling tijdschriftcolumns, zal een stuk enthousiaster uit de hoek komen." Roddy Doyle wordt geïnterviewd over de stand van de Ierse literatuur, en parallel daaraan analyseert Rob van Essen diezelfde Ierse literatuur aan de hand van het werk van twee Ierse schrijvers: Annie Dunne van Sebastian Barry en Ghost Light van Joseph O'Connor. Hij signaleert "dat moderne Ierse auteurs vaak kiezen voor bejaarde hoofdpersonen die terugblikken op hun leven in Ierland" en ziet dat als teken van vitaliteit: "Zowel in de extraverte als de introverte stroming van de Ierse literatuur zien we hoe een land zichzelf uitvindt."

 

Marja Pruis is in De Groene Amsterdammer lovend met kanttekeningen over Jessica Durlachers De held: "In het licht van de finale, die zo niet-sensationeel en toch bijna niet met droge ogen te lezen is, is het Durlacher vergeven dat er daarvóór wel erg veel handelingen moeten worden verricht, verkrachtingen worden gepleegd, overvallen beraamd."). En Cyrille Offermans beschrijft Georg Forsters Het vuur nog geenszins gedoofd: "Nederland is het land van de ware vrijheid", conversatie en wetenschap staan er op een hoog niveau, ook constateert hij "een opmerkelijk respect jegens buitenlanders", gebaseerd op "een gevoel van eigenwaarde" dat nooit afdaalt tot het "niveau van kleinzielige ijdelheid van de pietlut"

 

Naima El Bezaz wordt inmiddels niet meer geïnterviewd over haar boek of over de werkelijkheid achter haar boek, maar over de reacties úít die werkelijkheid. "Dit is een roman, maar mensen betrekken de karakters volledig op zichzelf. [...] Misschien heeft het er mee te maken dat ik als allochtoon niet geacht word om Nederlanders een spiegel voor te houden." Wel over literatuur gaat het openingsstuk van de Republiek der Letteren & Schone Kunsten van Vrij Nederland, waarin de Belgische hoogleraar te Californië Jeroen Dewulf betoogt dat "de literaire waarde van clandestiene literatuur veel te lang onderschat [is] gebleven". De literatuur uit de Nederlandse Tweede Wereldoorlog dus, waaronder al een kort verhaal over de lesbische liefde van Anna Blaman. Vijf sterren geeft Jeroen Vullings aan de nieuwe roman van Tomas Lieske, Alles kantelt, en hij besluit: "Wat heeft Lieske dit knap gedaan: ons weer verleiden met het veelkantige, eeuwig kantelende wonder dat fictie heet." Kristien Hemmerechts verder over DBC Pierres Licht uit in Wonderland ("Hij schrijft met dezelfde passie, energie en stilistische brille als literaire reuzen [als Swift en Rabelais]."), Carel Peeters over de brieven van Saul Bellow ("als briefschrijver mag hij er ook zijn") en Bouke Vlierhuis over Wigman over dichters ("intelligente, onderhoudende en soms grappige stukjes").

 

In Het Parool interviewt Diewertje Mertens Alexis de Roode naar aanleiding van de verschijning van diens nieuwe dichtbundel Gratis tijd voor iedereen. De Roode: "Ik mis het zintuig voor tijd. Ander mensen hebben het wel. Ik weet wel hoe ik structuur kan krijgen, dan moet ik gewoon de getijden van de monniken volgen: zeven keer per dag bidden, zodat ik meer rust krijg en er harmonie ontstaat." Theo Hakkert interviewt Jens Christian Grøndahl: "Schrijven is voor mij aan de ene kant de uitdrukking van dat gevoel van eenzaamheid en aan de andere kant een poging me daaraan te ontrukken en te reiken naar anderen. Schrijven is altijd communicatie, ook als je alleen in een kamertje voor jezelf zit te schrijven, zonder idee van een publiek." Jos Bloemkolk is in zijn nopjes met het pas verschenen Verzameld werk 5 van Karel van het Reve. Hij bewonderd de schrijver om diens "glasheldere, eigenzinnige, originele, tot nadenken stemmende, geestige, soms pesterige, superieure manier van schrijven. Ik vind de verschijning van zijn Verzameld werk dus een heerlijk project, ook omdat het voorbeeldig wordt uitgevoerd". Maarten Mol is lovend over Jussi Adler-Olsens De noodkreet in de fles. "Adler-Olsen weet de lezer opnieuw in een ijzeren greep te houden. Dat komt ook omdat hij heel goed schrijft." Guus Luijters bespreekt Laurent Binets HhhH. Himmlers hersens heten Heydrich. Luijters stelt dat Binet achterloopt "in zijn visie op de Shoah", het hinderlijk is "dat Binet voortdurend vaststelt dat mensen niet kunnen weten wat in de toekomst te gebeuren staat", en dat "op het einde het verhaal over de aanslag wel erg begint te fragmenteren". Maar hij vindt het wel lezenswaardig: "ik heb het boek in één ruk uitgelezen". Hans Renders, over Het scherp van de snede - De Nederlandse literatuur in 100 en enige polemieken van Pierre Vinken en Hans van den Bergh: de schrijvers "maakten een denkfout. Ze lijken ervan uit te gaan dat een bloemlezing polemieken net zo eenkennig moet zijn als de polemieken. Er is niet veel moeite gedaan een enigszins representatief beeld te geven". Alle Lansu bespreekt Edgar Hilsenraths Het sprookje van de laatste gedachte. "Met zijn gevoel voor het absurde weet Hilsenrath van het proces tegen Wartan een regelrechte schertsvertoning te maken. Zijn droogkomische dialogen werken hilarisch." Dirk-Jan Arsenman ten slotte, over Nicole Krauss' Het grote huis: "Als al iets op deze perfect geconstrueerde roman aan te merken valt, is het dat Krauss een consequent ernstige toon aanslaat... Alsof er een zware rouwsluier over Het grote huis ligt. Zo zwaar dat die haar vertellers dreigt te verstikken en hun stemmen wat eenvormig maakt."

Tags: Literair supplement
Geplaatst door Johan Eeckhout/Daan Stoffelsen op 04-12-2010
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening