Nederlandse schrijver Rudy Kousbroek (80) overleden

De Nederlandse schrijver en essayist Rudy Kousbroek is vandaag op 80-jarige leeftijd in zijn woonplaats Leiden overleden, zo meldt NRC Handelsblad. Hij was al geruime tijd ernstig ziek. Nog maar net verscheen zijn laatste essaybundel Restjes, een slotakkoord in een lange rij Anathema's. De in Nederlands-Indië geboren Kousbroek was lang redacteur van NRC-Handelsblad en kreeg al in 1975 de P.C. Hooftprijs voor zijn essayistiek. De wis- en natuurkundige was een uitgesproken empirist en rationalist en bestreed in die hoedanigheid religie en charlatanerie. Hij stak zijn nek uit voor dierenrechten en kwam in 2004 op voor de Nederlandse Partij voor de Dieren als lijstduwer. Over poezen heeft hij een aantal memorabele essays en boeken geschreven, waaronder De Aaibaarheidsfactor en Wat en Hoe in het het KatsDe Aaibaarheidsfactor is ettelijke keren herdrukt.

 

Nadat hij in 1946 naar Nederland kwam, raakte hij goed bevriend met Remco Campert. Samen richtten ze in 1950 het tijdschrift Braak op, waarin ze beiden voor het eerst publiceerden. Kousbroek instigeerde mee de Vijftigers. Hij debuteerde in 1951 met de dichtbundel Tien variaties op het bestiale. De vriendschap met Campert zou tot nu blijven duren. Campert liet vandaag in een mededeling weten "diep bedroefd te zijn over het overlijden". "Het was mijn oudste vriend. Dus het doet mij erg veel verdriet. We hebben erg veel meegemaakt de afgelopen vijftig jaar." Kousbroek was lange tijd gehuwd met de schrijfster Ethel Portnoy en woonde ook geruime tijd in Parijs. Vervolgens is hij gehuwd met de Ierse schrijfster Sarah Hart.

In 1992 schreef Kousbroek Het Oostindisch kampsyndroom, over hoe sommige Nederlandse overlevers de kampen in het door Japan bezette Nederlands-Indië systematisch erger voorstelden. Kousbroek voerde een hevige polemiek met Jeroen Brouwers, onder meer over diens voorstelling van de Jappenkampen in Bezonken Rood. Kousbroek bracht bijna de hele Tweede Wereldoorlog in een Japans kamp door. "Misschien ben ik daar door en door bedorven", zei Kousbroek. "Ik geloof niet in de goedheid van de mensen en dat impliceert dat ik ook niet in mijn eigen goedheid geloof." Met zijn opmerking dat het Jappenkamp een 'vakantiekamp' was vergeleken met het internaat waar hij opgroeide, wekte hij de woede van veel kampslachtoffers.

Arjen Fortuin schrijft in NRC dat "veel meer dan zijn kracht als polemist, het Kousbroeks helderheid, zijn humor en nooit aflatende nieuwsgierigheid zijn die hem tot een van de prominentste essayisten van zijn generatie maakten." Hij schreef literaire essays over zeer verschillende onderwerpen, zoals de tegencultuur, structuralisme, oude foto's, wiskunde, beeldende kunst, wapens, cultuurfilosofie, de Chinese politiek, media, taal en dieren...

Kousbroek had een voorliefde voor de Franse literatuur. Zo was hij sterk geporteerd voor het werk van Raymond Queneau, van wie hij de beroemde Exercices de style omzette in een inventieve Nederlandse versie: Stijloefeningen.

Ook sprookjes behoorden tot zijn interessesfeer: in Het rijk van Jabeer (1984) 'transformeerde' hij er een aantal. De laatste jaren waagde hij zich aan een mengvorm van fotografie en essay in de zogenaamde 'fotosyntheses', waarvan drie delen verschenen: Kousbroek becommentarieerde er onder meer gewone foto's, "aangeleverd door het toeval: uit kranten, tijdschriften, fotoboeken en van de vlooienmarkt." Opgespoorde wonderen (2003) werd bekroond met de Jan Hanlo Essayprijs 2005. Verder verschenen nog de delen Verborgen verwantschappen en Het raadsel der herinnering. In 2009 werd onder de titel Machines en emoties de briefwisseling tussen Willem Frederik Hermans, Rudy Kousbroek en Ethel Portnoy vrijgegeven.

 

Bekende titels van Kousbroek zijn natuurlijk de verschillende Anathema's, die vanaf 1969 begonnen te verschijnen, maar zeker ook Een kuil om snikkend in te vallen, Het avondrood der magiërs, De logologische ruimte, de merkwaardige 'beeldroman' à la Max Ernst Vincent of het geheim van zijn vaders lichaam evenals De archeologie van de auto. Hij schreef in 1987 het boekenweekessay Nederland: een bewoond gordijn. Dat de veelzijdige Kousbroek nooit een roman heeft afgewerkt (hoewel hij er twaalf heeft aangesneden), heeft hem altijd bezwaard. Zie nog meer info over Kousbroek in deze Max Pam-interviews uit 1986 voor de NOS-radio (foto Kousbroek: Chris van Houts, DBNL)

Tags: Nederlandse literatuur, Obituaries
Geplaatst door Hans Cottyn/Dirk Leyman op 04-04-2010 om 19:00
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening