Literair supplement - aflevering 1

De papieren man breidt zijn aanbod verder uit en start met een nieuwe rubriek, waarin we vrijwel elk(e) week(end) een selectie bieden van de literatuurrecensies- en bijdragen/interviews in een aantal vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse kranten- en weekbladen. Dit gebeurt in samenwerking met de Amsterdamse Athenaeum Boekhandel, die de Nederlandse kranten- en weekbladen al voor zijn rekening neemt op zijn onvolprezen website. De papieren man vult aan met de literatuur uit de boekenbijlages van De Morgen, De Standaard, recensies uit Knack en de tweewekelijkse recensies uit HUMO. De rubriek 'Literair supplement' ondersteept daarmee ook het belang van literatuurkritiek in krant- en weekblad.

 

In het weekblad Knack schreef Frank Hellemans woensdag een laudatio over Toon Horstens Het geluk van de lezer. Hoe boeken je leven kunnen veranderen. Hij treedt buiten zijn oevers: "van een haast majestueuze meeslependheid die toch te denken geeft en vooral aardig wat leesvoer oplevert voor wie op zoek is naar onbekende en o zo lokkende einders." Het gaat om een bundel columns uit De Standaard. Verder nog een late bespreking van Barbey d'Aurevilly's Duivelinnen en demonen, vertaald door Katelijne De Vuyst en Marij Elias. Bart Van Loo spreekt van "een koesterenswaardige cultklassieker."

 

In de boekenbijlage Uitgelezen van De Morgen besprak Dirk Leyman voorbije woensdag een rist W.F. Hermanspublicaties. Hij maakt onder meer gewag van "een spitante voorproef" van biograaf Willem Otterspeer in Hermans in hout. Leyman recenseert ook Luchtgezichten van Gie Bogaert ("delicaat opgebouwd" (...) "toch moet Bogaert uitkijken dat hij niet al te expliciet wordt in het benoemen van de gevoelsconjunctuur van zijn personages"). Er is ook sprake van "artificiële metaforiek" en "soms vervaarlijk dicht aanschurken tegen de weekendfilmromantiek." Drie recensies van Marnix Verplancke verder: Andrea Levy en Het lange lied; Rachel Cusk en De Bradshawvariaties ("ze komt de wrange humor van het dagelijkse leven op het spoor") en Het laatste weekend van Blake Morrison ("een indringende hedendaagse tragedie"). Joseph Pearce las onder meer De werkplaats van de duivel van Jachym Topol ("politieke parabel met zeer herkenbaar eigentijds gezicht") en Dezsö Kosztolanyi's Nero, de bloedige keizer.

 

Met de Maand van het Spannende Boek in aantocht eisen ook de Zweedse thrillers hun plaats op in De Standaard der Letteren van vrijdag jl. In "Stockholms onderbuik" bericht thrillerspecialist John Vervoort over het schrijversduo Roslund/Hellström en Jens Lapidus. Die bewijzen het met respectievelijk Drie seconden en Bloedlink: misdaadverhalen kunnen grote literatuur zijn. Bas Heijne interviewt Zadie Smith n.a.v. het verschijnen van haar bundel essays Ik heb mij bedacht; "Twijfel is onze natuurlijke staat: Zadie Smith over hiphop, literatuur en de multiculturele samenleving" stond eerder al in de NRC. Ook aandacht voor Yann Martels Beatrice en Vergilius. Kathy Matthys schaart zich met haar recensie bij de voorstanders van een roman die op gemengde gevoelens werd onthaald. Guus Bauer interviewt de Roemeen Mircea Cartarescu wiens eerste deel van zijn trilogie Oribtor nu als De Wetenden verschijnt. Cartarescu heeft geen spijt dat hij in Roemenië woonde en werkte tijdens het Ceausescu-tijdperk. "Je kunt leren van je lijden. Mijn persoonlijke wraak telt drie banden en 1500 pagina's." Op de achterpagina is Filip Huysegems in overeenstemming met het onderwerp bepaald streng voor de bundel sado-masochistische verhalen La maîtresse du pirate van Fleur Pierets.

 

Stine Jensen opent Boeken van NRC Handelsblad met een stuk over feit en fictie in het loverboyverhaal van Maria Mosterd. Anneriek de Jong interviewt Herta Müller ('Ik wantrouw de taal, ze wordt zo vaak misbruikt. Vergadertaal en televisietaal, redenaarstaal en krantentaal: mij stoot het allemaal af. Dat mijn moedertaal ook nog eens een moordenaarstaal is doet me veel pijn. Één ding weet ik wel: míjn Duits doodt niemand. Míjn Duits is humaan.'). Op de middenpagina's Arnold Heumakers P.C. Hooftprijslaudatio voor Charlotte Mutsaers. Verder recensies van Multatuli's samengestelde zelfportret (Atte Jongstra: '[D]at het wel degelijk mogelijk is zijn bonte existentie in een verre van dor boek te vangen laat Multatuli. Een zelfportret overtuigend zien.'), de nieuwe Kees van Beijnum (Arjen Fortuin: 'Door het even ernstige als futloze realisme van deze roman ga je bovendien op de verkeerde dingen letten. Dan springen tal van slordigheden in het oog.'), de nieuwe Jonathan Coe (Ellen de Bruin: 'een roman waarin uiteindelijk alles klopt'), Josep Maria de Sagarra's Privéleven (Ger Groot: "Sagarra betoont zich [...] een meeslepend moralist, in de cynische betekenis van dat woord, en een groot psycholoog, zonder veel fiducie in de stralende toekomst die de modernisering van Spanje leek te beloven.").

 

Hans Bouman opent de boekenbijlage van de Volkskrant met David Mitchell ("superieure vijfde roman"; "Niet alleen worden we onthaald op de grote stilist die Mitchell zich gedurende het gehele boek zal betonen (...) maar we worden ook meteen geconfronteerd met die merkwaardige Japans-Hollandse samenwerking, zoals deze van 1641 tot 1859 werd belichaamd door het eilandje Deshima.'), wordt vervolgd met een gesprek tussen Arjan Peters en Guardian First Book Awardwinnaar Petina Gappah en culmineert in een drietal recensies: Erik Menkveld over "drie goeie bundels [van Dimitri Antonissen, Erik Lindner en Peter van Lier die toevallig tegelijkertijd verschenen en niets met elkaar te maken hebben. Maar die als je ze naast elkaar leest verrassend op elkaar inwerken, en aan het denken zetten over de manier waarop mensen met taal hun binnen- en buitenwereld verbinden"; Anet Bleich over Sofia ("[Kleijwegt] heeft zich bewonderenswaardig ingeleefd in haar hoofdpersonen, met als resultaat dat haar boek de kwaliteiten heeft van een ontroerende roman."). Verder recensies van Erling Jepsen, Met oprechte deelneming, Sherko Fatah, We gaan als het donker wordt en Guido Van Heulendonk, Barnsteen (Edith Koenders: "toch de moeite waard"), Kees van Beijnum, Een soort familie (Daniëlle Serdijn: "een thematisch aangrijpende roman, met ijzersterke scènes") en Charles den Tex, Wachtwoord.

 

In de Republiek der Letteren van Vrij Nederland een groot interview met dichter Pieter Boskma over de dood van zijn vrouw, en hoe het dichtproces daarna weer op gang kwam. Het leidde tot zijn bundel Doodsbloei, die in september zal verschijnen. Verder Jeroen Vullings over De schilder en het meisje, waarin de vertelling "aldus losgezongen van Rembrandt en Elsje toont hoe de kunstenaar zijn onderwerp vindt, hoe hij zijn eigen sores kan sublimeren in zijn creaties en hoe vereeuwigen in zijn werk gaat". Kathy Mathys over Lorrie Moore, A gate at the stairs, 'een verpletterend en verbijsterend boek', Maarten 't Hart over Over Gustav Mahler: "wat het boek voor de Vestdijk-liefhebber bijzonder maakt, is dat Vestdijk, die altijd erg onpartijdig is en een zaak altijd van twee kanten bekijkt, hier opeens hartstochtelijk partij kiest". Hans Renders is niet enthousiast over de biografie van Edgar Allan Poe door Peter Ackroyd: "Ackroyd gaat nergens diep op in". Dries Muus bejubelt de verhalenbundel van Thijs de Boer, Vogels die vlees eten: 'Sommige boeken zijn zo goed dat het gevaarlijk wordt'.

 

Op de Kunst- en boekenpagina's van Het Parool spreekt Patrick Meershoek Frank Martinus Arion naar aanleiding van de verfilming van Dubbelspel ('Anders dan ik had verwacht, heeft het boek de wereld niet veranderd. De sociale processen op Curaçao die ik beschrijf zijn onverminderd aanwezig. En ook de verhouding met het moederland is niet veranderd.' Hans Knegtmans interviewt Michael Koryta en Arie Storm stemt in met Zadie Smith ('... ze wijst nooit iets af omdat het te elitair is. Ze zet zich af tegen een cultureel klimaat dat intellectuele en morele verplichtingen belachelijk maakt.'). Verder recensies van Sarah Halls Portret van een dode man (Dirk-Jan Arensman: 'Een gedurfd meditatieve roman, al met al. Een erg geslaagde bovendien.'), Albert Cossery's De mensen die God vergat (Alle Lansu: 'één grote lofzang op de luiheid en een bespotting van ambitieuze pretenties')

 

Deze week in Dichters en Denkers van De Groene Amsterdammer: Sana Valiulina over het verzameld proza van Nescio. Marja Pruis over De Bradshaw-variaties van Rachel Cusk ('De Bradshaw-variaties staat vol met dit soort verstilde observaties en onverwachte inkijkjes in de donkerste zielenkrochten, zo pijnlijk vaak, maar ook zo mooi, en altijd intens.'), en Piet Gerbrandy over de nieuwe bundel van Henk van der Waal ("... het wonder van Van der Waals poëzie is dat ze tegelijkertijd hoogst zinnelijk is, niet alleen door de beelden die opgeroepen worden, maar ook door de typografische vormgeving.").

 

En in HP|De Tijd sprak Sacha de Rooij met Tom Lanoye, vast in afwachting van zijn bekroning, maar vooral over België, taal en spraakvermogen: 'Ik sta er niet om te springen, maar ik denk dat België gesplitst wordt en dat er een republiek Vlaanderen komt. Wallonië en Brussel blijven België vormen, daarnaast komt een nieuw land: onafhankelijk Vlaanderen. In Nederland zullen ze me voor gek verklaren, omdat ze dat nooit als mogelijkheid hebben gezien. Maar kijk naar Tsjechië en Slowakije.' En: "Het Vlaams is een breedvoerige, verbeeldingrijke, retorisch sterke, gulzige taal. In Nederland spreekt met het keurige, analytische, sterk uitgepuurde Nederlands."

Tags: Nederlandse literatuur, Wereldliteratuur, Literair supplement
Geplaatst door Daan Stoffelsen/Johan Eeckhout/Dirk Leyman op 25-05-2010
Verwante berichten
Reacties

Geweldig initiatief weeral, dit Literaire Supplement! :)

geplaatst door Marie France Asselbergh op dinsdag 25 mei 2010 om 15u42
Geef uw mening