Openingsweekend festival eert Willem Elsschot in stijl

Willem Elsschot leeft, meer dan ooit. Zo kan de conclusie luiden na het openingsweekend van het Antwerps festival De Stad van Elsschot. Dat de schrijver-zakenman, vijftig jaar na zijn dood, nog eens symbolisch ten grave werd gedragen, bracht niemand in een treurstemming.

"Willem Elsschot zag elke ochtend in de spiegel zichzelf: in het vossenvel van zijn zakenpak. Hij schrok elke keer", zo karakteriseerde schrijver Koen Peeters de tweespalt tussen de schrijver en handelsman. Dat die dubbelzinnigheid blijft fascineren, toont de stevige opkomst voor het overvolle openingsweekend van De Stad van Elsschot. De aftrap werd zaterdagmiddag gegeven in het Letterenhuis, waar de tentoonstelling Dicht bij Elsschot officieel werd geopend en vierhonderd man zich voor de vitrinekasten verdrong. Letterenhuisdirecteur Leen van Dijck prees het huzarenstuk van curator Wieneke 't Hoen, die op amper negen maanden uit Elsschots persoonlijke en zakelijke archief een expo puurde die veel onvermoede aspecten aan de oppervlakte bracht. Cultuurschepen Philip Heylen (CD&V) benadrukte het belang van Elsschot als "Antwerpse cultureel ambassadeur" en resumeerde de perikelen rond het verwerven van het archief. "Want Elsschot zelf was niet zo erg bekommerd om zijn nalatenschap." Jan Maniewski alias Tsjip, de kleinzoon van Elsschot, ontving het eerste exemplaar van de monografie Dicht bij Elsschot, die als catalogus dienst doet. In de marge viel te vernemen dat het Letterenhuis in 2012, bij de honderdste verjaardag van de auteur, een expo voorziet rond Louis Paul Boon.
Zaterdagavond verplaatste de actie zich naar het nieuwe Justitiepaleis, waar Lisbeth Imbo het literaire stadsfestival Tussen Droom en Daad in goede banen leidde. "Antwerpen is dit weekend de stad van E in plaats van A". Ook daar maakten zowat vijfhonderd toeschouwers en genodigden hun opwachting, al viel het op dat de jongere garde het toch wat liet afweten. Omzoomd door archiefbeelden deed Patrick Janssens in een Gouden Uitvaart de grafrede van burgemeester Lode Craeybeckx over: "Enkel het zuiverste kon voor Elsschot schoonheid worden genoemd." Tom Lanoye was schalks ontroerd: "Burgemeester, u rede is zo fraai dat ik er veel voor zou doen om in uw stad te mogen sterven, eerder dan er te leven." Lanoye prees het feit dat "nu niet eens de schilders of de mode-ontwerpers centraal staan in Antwerpen, maar een schrijver." (..) En zonder dat daar Elsschot-kaas of salami moet aan te pas komen." Inderdaad, stijvol en gedegen leek wel het ordewoord van het openingsweekend. Yves Petry als frêle Elsschot en übercriticus Arjan Peters kruisten in ‘het hiernamaals' braaf de degens over de waarde van Elsschots literaire werk, terwijl Annelies Verbeke (met een kakelvers verhaal) en vooral Kees van Kooten meer de teugel vierden. Van Kooten sprong van de hak op de tak, maar was prima op dreef: "Dit hele weekend kan Elsschot niets schelen. Dit moeten wij onder ogen durven zien." Knap was ook Klaas Verpoests grafische adaptatie van Elsschots beroemdste gedicht Het Huwelijk (en de stem van Jan Decleir). Als nachtelijke afsluiter zetten in de Petrol Vlaamse muzikanten als Luc De Vos of The Bony King of Nowhere gedichten van Elsschot om tot ‘poetracks.'
Gistermiddag kwamen de lekkerbekken in het Justitiepaleis hun maag spekken met de hedendaagse interpretatie van het verjaardagsdiner van Elsschot voor zijn zeventigste verjaardag. Zowat 120 mensen schoven aan de dis, die door Antwerpse topkoks was bereid. Vervolgens sloten politieke commentatoren, waaronder Yves Desmet, zich ludiek aan bij de Partij van Elsschot. De hele namiddag - die 350 bezoekers lokte, aldus organisator Luc Coorevits - werden talloze aspecten van het oeuvre van Elsschot speels én serieus uitgediept, waarna de Elsschot-navorsers het laatste woord kregen.

Tags: Literaire evenementen, Nederlandse literatuur
Geplaatst door Dirk Leyman op 31-05-2010
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening