PRESSE PAPIER # 8 'De mensen die God vergat' van Albert Cossery

Luiheid als levenskunst, dat was het onwrikbare devies van de Frans-Egyptische cultschrijver Albert Cossery (1913-2008). Meer dan zestig jaar lang woonde hij op een krappe, Parijse hotelkamer in Rue de Seine. Bezittingen had hij amper in dat hotel Louisiane, behalve scheepsladingen gestreken overhemden. Daar werd hij op 22 juni 2008 op 94-jarige leeftijd dood aangetroffen onder een wit laken, als een van de laatste chique bohemiens van het Saint-Germain-des-Préskwartier, waar zijn iele profiel een vertrouwde verschijning was. "Een ontvleesd, schraal ogend silhouet, een lange nek, een vorsende blik in een vogelhoofd, steeds onberispelijk in een kostuum van een overjaars naturel: een dandy met allure, kortom", zo omschreef Le Monde-chroniqueur Pierre Assouline Cossery ooit. "En elk woord dat uit zijn mond kwam had het parfum van een vervlogen tijdperk." 

Tot kort voor zijn dood flaneerde Cossery nog bijna elke dag door het kwartier van Saint-Germain-des-Prés, om er zijn koffie te degusteren in Le Flore of Les Deux Magots. Het doet denken aan de levensstijl van de filosoof E.M. Cioran, die in dezelfde buurt ook op een kamer leefde. Cossery beleefde nog de gouden tijden van Saint-Germain-des-Prés. Reeds in de jaren dertig, toen hij er studeerde, vond hij er zijn lotsbestemming, maar werd hij vanwege te grote feestlust door zijn vader terug naar Egypte geroepen. Cossery, die afkomstig was uit een bourgeoismilieu in Caïro en er Frans studeerde aan een Lycée français, wist al vroeg dat hij schrijver wilde worden, zeker na het lezen van Balzac. "Het enige wat ik au sérieux neem, is de literatuur", zei hij later.

 

In Saint-Germain-des-Prés sloot hij vriendschap met onder meer Boris Vian, Alberto Giacometti, Raymond Queneau, Michel Leiris en Juliette Gréco. De auteur zou de buurt nog amper verlaten, want hij had er alles wat zijn hart begeerde en kon er in zijn eigen tempo werken: "Ik kan zes maanden niets schrijven, en denken aan één zin. Noem dat luiheid, ik noem het reflectie." In 1998 kreeg Cossery keelkanker en waren zijn stembanden zogoed als aangetast. Maar toen hij in 2006 de Prix de la Société des gens de lettres ontving, tamboerde hij bij die gelegenheid op de tafels terwijl hij met broze stem scandeerde "La vie est belle! La vie est belle!" Later onderhield hij de zich aan hem vergapende journalisten met handgeschreven krabbels. En op de banale vraag waarom hij schreef, antwoordde hij telkens weer: "Zodat iemand die me leest, de dag erna niet meer gaat werken."

 

Cossery's oeuvre omvatte slechts zeven romans en een verhalenbundel, maar zowel Henry Miller, Lawrence Durrell als Albert Camus hadden al vroeg in de gaten hoe intens en verreikend het talent was van deze Voltaire van de Nijl. Ambitie was Cossery vreemd en bezit zei hem ook al niets. De vrijheid van geest en de revolte van het niksdoen, dat was wat telde: "Ik ben nog nooit van iets of iemand slaaf geweest." In ook in het Nederlands vertaalde romans als De luiaards van de vruchtbare vallei en Het huis van de wisse dood (telkens bij Coppens & Frenks) rekende hij op sarcastische en humoristische wijze af met elk ijdel streven naar ambitie. Cossery was de literaire pleitbezorger van de luiheid, van het "lucide nietsdoen", zoals zijn vertaalster Mirjam de Veth het nauwkeurig omschrijft. Hij stond het liefst aan de zijkant van de samenleving, van waaruit hij ons gewoel met priemende en ook wel geamuseerde blik gadesloeg. En met opflakkerende woede, want Cossery bezigde graag krachttermen en vervloekingen, en kon zich eeuwig opwinden over affairisme, strebers, winstbejag, regeringsambtenaren en bureaucraten. Hij greep daarbij in zijn boeken telkens terug naar het kleurrijke Caïro van zijn jeugd.

 

In zijn onlangs door Mirjam de Veth vertaalde debuutverhalen De mensen die God vergat uit 1941 liggen de kiemen uitgestrooid van een volstrekt particulier oeuvre vol sarcastische humor, je-m'en-foutisme, tegendraadse indolentie en absurdisme, geschreven in een prachtig Frans. De vijf korte verhalen, die zich voltrekken in Caïro, tonen hoe loom verzet ontaardt in milde spot. De verlokkelijkheden van de slaap zijn immers lang te verkiezen boven de mallemolen van het corrupte, arbeidende leven. Cossery's geliefkoosde personages zijn gesjeesde intellectuelen, klaplopers, hasjrokers en sloebers. Ze zijn voorgoed tussen de plooien van de maatschappij gevallen, maar lijken daar allerminst rouwig om. En zelfs als de gewillige schoonheden zich tegen hen aan schurken, vergt het liefdesspel nét te veel energie: "Dit meisje dat hem aan zich aanbood interesseerde hem geen klap. Wat hem interesseerde was het bolletje hasjiesj waarop je heerlijk kauwt om er al het sap uit te krijgen. (...) Omdat hij haar een keer geneukt had, toen hij onder invloed was van het goddelijke middel, kwam hij niet meer van haar af. En als ze nou nog kalm bleef."

 

Albert Cossery, De mensen die God vergat, vertaald en nawoord door Mirjam de Veth, Coppens & Frenks, 120 p., 23,5 euro.

 

Zie over Cossery ook dit dossier op Afrik.com.

 

In de rubriek Presse-papier signaleert en/of proeft De papieren man regelmatig net verschenen boeken: waardevolle literaire essayistiek, boeken over boeken, bibliofiele uitgaven, typografie, fotografie en veel meer. Soms leidt dat tot een langer stuk, soms ook niet.

 

Tags: Franse literatuur, Wereldliteratuur
Geplaatst door Dirk Leyman op 17-07-2010
Verwante berichten
Presse-papier
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening