Literair supplement - aflevering 9

Wekelijkse overzichtsrubriek met (literatuur)recensies uit boekenbijlages en weekbladen, in Nederland en Vlaanderen, periode 14-17 juli. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel.

 

Voor de rubriek Lezen! in Knack schreef Piet De Moor woensdag jl. een informatief stukje over Molotovs toverlantaarn van Rachel Polonsky. Bart Van der Straeten heeft het over de "doorwrochte" dichtbundel Germania, een canto van Jacques Hamelink en vindt "dat die zowel in opzet als in formulering scherpte en helderheid mist". Boek van de week is De afschuwelijke eenzaamheid van Maxwell Sim van Jonathan Coe. Jan Stevens is enthousiast en beschouwt het verhaal over een doodgewone loser als een van de beste boeken van het afgelopen halfjaar. Over het feit dat de auteur in de laatste bladzijden "bewust de mat van onder zijn lezers weg trekt", hoeft niet te worden gezeurd.

 

De Zomereditie van Uitgelezen, de boekenbijlage van De Morgen blijft nog even hangen bij het voorbije WK met een recensie van Kijken in de ziel: toptrainers van Coen Verbraak.  Ex-journalist, schrijver en Brusselkenner Geert van Istendael (foto) sprak met Dirk Leyman over zijn 'biografietje' over Manneke Pis, de kleine Brusselse "subversieveling, die plassend de spot drijft met voze hoogmoed." Van Istendael pluisde de geschiedenis en legendes uit omtrent "de minuscule toeristenmagneet". Het "sprankelende" boekje zou Leyman aan elke Manneke Pis-toerist willen offreren "om op luchtige wijze hun historisch bewustzijn bij te spijkeren". Van Istendael: "Manneke Pis vertegenwoordigt de anarchistische kern van Brussel. Tegelijk is hij zo klein en onschadelijk dat je er niet lang kwaad op kunt zijn. Je krijgt hem er toch niet onder, want het is al een onderdeurtje."

In Fictie kort heeft Marnix Verplancke het over de verhalenbundel Nog een jaar van de uit Georgië naar de VS geëmigreerde Sana Krasikov. Ook een kort stuk over Een andere zomer, de roman van de Nieuw-Zeelandse schrijfster Janet Frame die slechts mocht uitgegeven worden na haar dood, "een ongeëvenaard verslag van een psychische neergang." In de rubriek De Leesketting schenkt vtm-nieuwsanker Birgit Van Mol Sprakeloos van Tom Lanoye aan acteur Warre Borgmans. Er hoort een opdracht bij: ze stelt de acteur voor om het boek op het podium te brengen. Verder recenseert Han Ceelen The men who would be king, waarin Nicole LaPorte het verhaal vertelt achter DreamWorks, de filmstudio van onder meer Steven Spielberg. Ook aandacht voor jeugdliteratuur.

 

Onder de kop 'Even op verhaal komen' zet Annelies Verbeke in De Standaard der Letteren haar favoriete verhalenbundels op een rijtje. Achttien titels, van Nikolaj Gogol en Anton Tsjechov (foto) tot Sanneke Van Hassel en Petina Gappah. Het interview van Bas Heijne met Alessandro Baricco stond eerder in NRC. De zomerhit dateert deze week uit 1856, Jeroen Overstijns heeft het over Madame Bovary, naast het tragisch wedervaren van beide hoofdpersonages draait het in Flauberts meesterwerk "om het vernuft van de romantechniek, portretkunst en leesplezier". Het Gentse "literatuurverschijnsel" Koenraad Goudeseune doorprikt met zijn brievenboek Wat duurt op drift zijn lang onze obsessie met de roman, vindt Mark Cloostermans: "Zijn schrijversschap is even uniek als experimenteel". Michael Bellon las Scheepsjournaal van Cees Nooteboom, "geordende fragmenten en impressies die slechts af en toe tot een algemene beschouwing leiden". Vijfendertig jaar werkte Vietnamveteraan Karl Marlantes aan Matterhorn, een roman gebaseerd op zijn ervaringen in de oorlog. Robert McCrum beschrijft voor Buzzboek de ontstaansgeschiedenis van het boek dat nu in de VS uitgroeit tot een bestseller. Dit stuk stond eerder in The Observer.

 

Hanna de Heus opent de boekenpagina's van Trouw met een bespreking van Christos Tsiolkas' De klap: "Om wie het ook gaat, Tsiolkas wekt zijn personages tot leven, vermijdt clichés en geeft elk van hen een heel eigen stem. Je herkent een groot schrijver: als je een aantal willekeurige dialogen zou nemen, de namen zou doorkrassen, en de tekst opnieuw zou lezen, weet je nog steeds feilloos wie er aan het woord is.") en Rob Schouten leest de nieuwe Don DeLillo (foto - "... niet zozeer een roman of novelle alswel een moderne, kale, filosofische mythe, een Amerikaans Gilgamesj-epos met een onheilspellend einde.").

 

De ingekrompen boekenpagina's in de zomerbijlage Intermezzo van de Volkskrant openen met economie en architectuur. Verder leest Maarten Steenmeijer Trueba (".. wat Trueba's roman zo bijzonder maakt is de onnadrukkelijke melancholieke ondertoon die door het dik aangezette slapstickverhaal klinkt en nog lang blijft naklinken.") en Ineke van den Bergen over de nieuwe Karin Slaughter ("We krijgen [misdaad en geweld] zeer realistisch gepresenteerd, in de bedding van een goed verhaal, want ze weet hoe ze iets moet vertellen.")

 

In de boekenbijlage van NRC Handelsblad overweldigend veel non-fictie, maar Pieter Steinz voegt Anna (over Annie M.G. Schmidt - foto) toe aan 'De oogst' ("Van der Zijls biografie legde een nieuw fundament voor de canonisering van Schmidt als de meest Hollandse van al onze schrijvers, iemand die was zoals Nederlanders zichzelf graag zien: non-conformistisch maar niet asociaal, geestig maar niet kwetsend, kinderlijk maar niet kinderachtig."), en Sebastiaan Kort interviewt Ernest van der Kwast ("Alles wat ik schrijf is geromantiseerde biografie. Ik zie ook geen verschil tussen feit en fictie, ik schrijf gewoon een boek."). Verder recensies van de boeken van Jonathan Lethem (Jan Donkers: 'zelfs nog beter dan de Brooklyn-romans') en Sherko Fatah (Anneriek de Jong: 'Hier kun je niet omheen.').


En in NRC Next vertelt Peter Swanborn, wiens 'moedergedichten' over zijn dementerende moeder eind vorig jaar verschenen, over hoe hij geïnspireerd blijft: "'De wereld van een dementerende wordt steeds kleiner en dan is het belangrijk om je beelden zodanig te kiezen dat ze niet gaan overschreeuwen."

 

In de Republiek der Letteren van Vrij Nederland beschouwt Jeroen Vullings het journalistieke oeuvre van Jan Blokker, en uit zich daarbij allerminst in bewonderende loftuitingen: "Je kunt het cabaret noemen, een studentikoze lullepot, stilistische pirouettes waarin hij van het ene naar het andere onderwerp zwierde. Of je reinste demagogie, op grond van stemmingmakerij." Rinus Ferdinandusse biedt tegengewicht, en beschrijft herinneringen aan zijn vriendschap met Jan Blokker. Lex ter Braak is onder de indruk van Nootebooms Scheepsjournaal: "Zijn lens scheert over de werkelijkheid, rust in een panoramisch perspectief, schiet tussen de voorwerpen en mensen naar dat ene detail dat vastgelegd moet worden - en als de lens is scherpgesteld, ratelt de sluiter om het in honderden beelden vast te leggen". Verder een bespreking van de Franse klassieker De grote Meaulnes van Alain-Fournier, opnieuw in het Nederlands vertaald, waarin "de verwantschap tussen liefde en vriendschap op een onnavolgbaar fijnzinnige manier tot een belangrijke thematiek is gemaakt". Wie nalaat het te lezen, is volgens Aart van Zoest "een dief van eigen geest". Erik de Vries karakteriseert Joost Niemöllers De maand erna als "een boek waarin vorm en inhoud op zeldzame wijze samenspannen".

 

Ook Het Parool is terug naar komkommersterkte, met slechts twee pagina's. Daarbinnen is wel ruimte voor een paginagrote bespreking door Arie Storm van Maarten Schinkels Narcissus ("een thriller van on-Nederlands niveau', maar, als je literaire eisen erop loslaat: 'Maar wérkelijk origineel of schurend wordt het nergens.") en Dirk-Jan Arensman over Thomas Pynchons Eigen gebrek ('Criticasters zullen het Pynchon light noemen. [...] Maar een echte Pynchon is het. En een toegankelijke en onderhoudende Pynchon bovendien.").

 

In het dubbel-D-seksnummer van HP/De Tijd geen recensies, veel bloot en Herman Brusselmans, Thomas Verbogt, Joost Zwagerman, Ingrid Hoogervorst, Herman Stevens en Christine Otten over het schrijven van seksscènes. Stevens: "Sinds Proust boort de literatuur ons intieme leven aan, en seks is de boor. Dat wil niet zeggen dat de schrijver nog moet aangeven wat er precies gebeurt, maar seks is een manier om de handeling stil te zetten en dichterbij het gedachtenleven van de personages te komen." Verbogt: "Als opvulsel zijn [seksscènes] onzin, hoe goed geschreven ook." Hoogervorst: 'Als schrijver vind ik het beschrijven van erotische handelingen zonder in clichés te vervallen een van de leukste uitdagingen. Aan de hand van een indringend lijfelijk treffen met de andere of dezelfde sekse wil je iets laten zien.' Brusselmans: "Ik gebruik alleen seks als ik het op een of andere manier kan parodiëren." Zwagerman: "Als de toon en de sfeer en de stijl van het boek om een seksscène vragen, [is] het hypocriet om de deur dicht te doen zodra een hoofdpersoon de slaapkamer binnenloopt." Stevens: "Ik schrijf over seks zonder gêne. Ik heb neukscènes geschreven, terwijl mijn dochtertje met mijn schoenveters zat te spelen." Verbogt: "Ik schrijf eerst alles uit wat er gebeurt, maar dat is dus saai. Ik wil het eerst allemaal zelf zien (en verwoord zien) om dan te besluiten wat ik láát zien. Dan ga ik schrappen." Otten: "Het moet wel echt zijn, en eerlijkheid en viezigheid moet je ook niet schuwen."

Tags: Literair supplement, Nederlandse literatuur, Amerikaanse literatuur, Latijns-Amerikaanse literatuur, Franse literatuur, Klassiekers, Poëzie
Geplaatst door Johan Eeckhout/Daan Stoffelsen op 17-07-2010 om 18:26
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening