PRESSE-PAPIER # 9 - Perlouses-reeks: Yasmina Reza, Pierre Bergounioux en Prosper Mérimée

Korte Franse teksten, gekozen, vertaald en vaak van een nawoord voorzien door de heren Martin de Haan, Rokus Hofstede en Jan Pieter van der Sterre. Dat is het opzet van de Perlouses-reeks van Uitgeverij Voetnoot. Sinds de start in 2003 zijn er nu 21 deeltjes verschenen. De geselecteerde teksten verrassen de lezer omdat het korte verhalen zijn van schrijvers die we al kenden vanwege hun romans of ander lijviger werk. Teksten waarvan we haast niet wisten dat ze bestonden en die nu zomaar beschikbaar zijn in prachtig Nederlands, in uiterst verzorgde boekjes. Uit de hedendaagse én de klassieke Franse literatuur. Onder meer Marcel Proust, Milan Kundera, Denis Diderot en Marguerite Duras passeerden al eerder de revue.


De Perlouses (Frans argot voor perles, parels) verschijnen steeds per drie tegelijk. Het meest recent verschenen drietal doet niet onder voor zijn voorgangers. Met één verhaal uit de negentiende en twee uit de éénentwintigste eeuw is het zevende trio modern te noemen. Jan Pieter van der Sterre tekende voor de vertaling van Mateo Falcone van Prosper Mérimée (uit 1829), een kort, aangrijpend verhaal dat het eergevoel van de Corsicanen treffend verbeeldt. Een verrader verdient de dood, ook al is die verrader niet ouder dan een jaar of tien en je enige zoon. Mateo Falcone, de hoofdpersoon, is een legendarische figuur die Mérimée heeft geïnspireerd tot dit verhaal. Verschillende, maar vergelijkbare anekdotes over hem deden destijds blijkbaar de ronde op het Mediterraanse eiland. Het verhaal begint tamelijk romantisch met een beschrijving van de maquis (begroeiing van stug kreupelhout) waar zich allerhande gespuis schuilhoudt voor de politie. Het eindigt met het koelbloedig neerschieten van de kleine Fortunato Falcone, maar niet nadat zijn vader hem heeft gedwongen zijn gebeden te zeggen.
Het jongetje, dat een op de vlucht geslagen bandiet slim verstopte op het erf van zijn vaders huis, maar daarna de schuilplaats verried aan een adjudant in ruil voor een zilveren horloge, wordt in feite afgestraft voor de onstuimigheid van zijn jeugd. Hij is nog niet standvastig genoeg om zijn woord te houden.


Ook bij Yasmina Reza, een van de meest interessante (toneel)schrijfsters van dit moment (denk aan het stuk Art), is in haar virtuoze tekst In de slee van Arthur Schopenhauer de jeugd afgestraft. Alleen niet door een kogel. Gewoon, door het verstrijken van de tijd. In acht monologen spreken universitair docent en Spinozaspecialist Ariel Chipman, zijn vrouw Nadine Chipman, hun huisvriend Serge Othon Weil en de psychologe bij wie het echtpaar Chipman in therapie is, tot elkaar. Dat het monologen zijn en er dus geen weerwoord komt van de aangesprokene is typerend voor de personages zoals Reza ze creëert: ze verlangen hevig naar contact met de ander, maar ze zwemmen in een oceaan van onbegrip. Dit klinkt zwaar en dramatisch, maar Reza verstaat als geen ander de kunst van de tragikomedie. Eenvoudige handelingen als het pellen van een sinaasappel of een futiel voorwerp als een stropdas worden een bron van ergernis, sterker nog, iets wat je doet verlangen naar het einde van alles: "De das van Othon Weil, iemand die ik vroeger nooit met stropdas heb gezien, want bij de zeldzame gelegenheden waarbij ik met Serge Othon Weil in aanraking kwam was sportief de regel, de das van Othon Weil, waarvan het recentste exemplaar een assortiment tritons voorstelde, slaat me in het gezicht alsof iemand een raam heeft opengezet en een rukwind heeft binnengelaten. Ik wil dat ze de deuren dichtdoen en de ramen dichtdoen, ik wil geen enkele gebeurtenis langs mijn gezicht voelen strijken."


Het einde van de jeugd is ook een thema in de schitterende tekst van Pierre Bergounioux. Hij schreef iets dat tussen een kortverhaal en een essay inzit, B-17 G. Het is een verslag van de laatste momenten van een groepje jongeren, geschreven naar aanleiding van een filmpje dat Bergounioux zag, waarin een Duits jachtvliegtuig een Boeing B-17 van de US Air Force naar beneden haalt. Het filmpje, dat maar een paar seconden duurt, dateert van het einde van de Tweede Wereldoorlog en is opgenomen door een camera die is gemonteerd aan de boordmitrailleurs van de jager.
Bergounioux zag het filmpje voor het eerst toen hij nog een jongetje was, in de jaren zestig. Lange tijd daarna zag hij het weer en realiseerde zich dat de mannen die in de Boeing stierven jong waren, waarschijnlijk nog geen twintig. Hij stelt zich voor hoe de laatste momenten van een van de tieners geweest zouden kunnen zijn. Hoe één van al die duizenden jonge Amerikanen zich zou voornemen om over zijn vlucht te schrijven, als hij weer veilig thuis zou zijn.
Bergounioux maakt daarbij het onverbiddelijke onderscheid tussen de oude garde en de generatie die op dat moment jong is: "Hemingway is te oud. Wat hem ontgaat is de heftigheid, de grote hoogte, de maagdelijke frisheid - min vijftig graden - van de ervaring. Zoiets vereist mensen die even fris zijn en niet zelfbewust, hemelen die ongerept zijn en noodlottig."
Volgens de achterflap heeft het boekje "in Frankrijk inmiddels een cultstatus verworven." Terecht.

 

Prosper Mérimée, Mateo Falcone, vertaling en nawoord door Jan Pieter van der Sterre, Voetnoot, 39 p., 7 euro.

Yasmina Reza, In de slee van Arthur Schopenhauer, vertaling door Martin de Haan, Voetnoot, 76 p., 9 euro.
Pierre Bergounioux, B-17 G, vertaling en nawoord door Rokus Hofstede, Voetnoot, 80 p., 9 euro.

 

In de rubriek Presse-papier signaleert en/of proeft De papieren man regelmatig net verschenen boeken: waardevolle literaire essayistiek, boeken over boeken, bibliofiele uitgaven, typografie, fotografie en veel meer.

Tags: Franse literatuur
Geplaatst door Wineke De Boer op 26-07-2010
Verwante berichten
Presse-papier
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening