UIT ONZE MAGAZIJNEN # 3 - Hotels. Ein literarischer Führer

Ben je als literair pelgrim klaar met de schrijversmusea en de geboortehuizen, de bruggen en wegen die de auteur heeft bewandeld of de bronnen waaraan hij zich heeft gelaafd en zoek je voor de zomermaanden nog een geschikte reisbestemming aan de hand van de schone letteren? Dan is Hotels. Ein literarischer Führer, samengesteld door Lis Künzli en in 1996 uitgegeven door de Büchergilde Gutenberg, daarbij een onmisbare baedeker.
Schrijven, lezen en reizen gaan al eeuwenlang goed samen, getuige de vele schrijvende noorderlingen die op de grand tour van hun tbc en syfilis in mediterrane sanatoria wilden gaan genezen en als cultureel excuus en passant nog even het Forum Romanum gingen bezichtigen. Dat het hotel - en bij voorkeur het ‘grand hotel' - daarbij een ideale en bezielende bestemming bleek, moge duidelijk zijn uit de indrukwekkende lijst statige doorgangspanden die in de wereldliteratuur een stek wisten te behalen. Künzli (die overigens ook over stations een literaire gids maakte) somt er daarvan een groot deel op.

De anonieme en semi-openbare plaatsen van stijlvol vertier vormden vaak een stad in de stad. In het hotel ontmoette je nieuwe gezichten, en de contacten waren per definitie efemeer en dus licht en aantrekkelijk. Het hotel was een eiland van mogelijkheden, ook literaire. De uniforme hotelkamer was de vrijheid van decor die schrijvers nodig hadden om zich op hun verhalen te kunnen richten. Maar ook dat je er zomaar kunt vertrekken, sprak vele rustelozen aan, zoals Tennessee Williams: "Een schrijver te zijn betekent dat je de vrijheid hebt om overhaast je hotel te kunnen verlaten, gelukkig of verdrietig, ongeremd en zonder veel spijt." Het hotel staat voor, aldus Lis Künzli, "een wisselbad tussen openbaarheid en teruggetrokkenheid aan de schrijftafel".
In dit knap en evenwichtig geïllustreerde overzicht krijgen hotels in mondaine oorden als Interlaken (Twain), Davos (Mann), Baden-Baden (Döblin, Céline), Ronda (Rilke, Hemingway), Monte Carlo (Greene) en Trieste (Hermann) een lemma. Ook de wereldsteden zijn natuurlijk ook goed vertegenwoordigd: Londen, Parijs, Amsterdam, New York, Praag, Tokyo, Rome, Berlijn, Wenen... Thomas Mann, Graham Greene en Ernest Hemingway, notoire wereldzwervers, verbonden hun naam met verschillende hotels in dit boek. De stad die het meeste hotels afvaardigt is Parijs, met onder meer het Beat-Hotel (Burroughs, Ginsberg, Norse), het Hôtel de Crillon (Anaïs Nin), Hôtel de l'Elysée (Joyce), Hôtel Lotti (Orwell) en vele andere. Elk hotel wordt kort ingeleid, waarna een fragment van de schrijver over zijn of haar verblijf daar volgt.
Alle hotels in dit boek ontvangen nog gasten, en dus zijn de met kakkerlakken bevolkte krochten en nulsterrenkamers waar auteurs ook omstandig in hebben geschreven en gewoond hier niet in opgenomen. Deze verblijfplaatsen slaan allicht een diepe put in het modale reisbudget, maar je treedt er in de voetsporen van de wereldliteratuur, dat is best een omweg en een versterving waard. (Foto: het restaurant van het Grand Hotel des Bains in Venetië, dat Thomas Mann inspireerde voor Der Tod in Venedig.)

 

In deze persoonlijke rubriek presenteert De papieren man regelmatig kleinoden, curiosa en schatten uit de eigen boekencollectie, samen goed voor minstens 20.000 boeken.

Tags: Wereldliteratuur, Boekencuriosa
Geplaatst door Hans Cottyn op 08-07-2010
Verwante berichten
Uit onze magazijnen
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening