PRESSE PAPIER # 14 - Geluk in de negentiende eeuw

Geluk in de negentiende eeuw, zo luidt de titel van een essaybundel die verscheen bij het afscheid van Marita Mathijsen als hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde van de Universiteit van Amsterdam. De negentiende eeuw is ‘haar eeuw': ze promoveerde op een briefwisseling tussen Jacob van Lennep en De Schoolmeester en ze schreef onder meer het boek De geest van de dichter, dat verzonnen gesprekken met negentiende-eeuwse Nederlandse schrijvers omvat en waarvoor ze in 1991 de Multatuliprijs ontving.
Onder redactie van Mathijsens collega's Lotte Jensen en Lisa Kuitert ontstond er een verzameling essays met allerhande onderwerpen - wat natuurlijk juist zo aardig is aan een bundel met als overkoepelend thema ‘geluk'. In de inleiding worden enkele overkoepelende, terugkerende thema's genoemd, zoals het geluk als politiek fenomeen of het huiselijke geluk. Maar, concludeert men, "de zoektocht naar geluk was er een van grote contrasten: hoge idealen botsten met de alledaagse realiteit, individuele wensen met maatschappelijke belangen en vernieuwingsdrang met behoudende tendensen".
Over geluk in een concrete betekenis, namelijk het huwelijksgeluk, handelt het opvallendste stuk. Pieter Stokvis onderzocht huwelijksadvertenties die verschenen tussen 1825 en 1900 in de Opregte Haarlemsche Courant en het Algemeen Handelsblad. Het gaat om een klein onderzoek, zo benadrukt ook de auteur, maar de resultaten maken zeker iets duidelijk. In 1825 was het nog uitzonderlijk om een dergelijke advertentie te plaatsen, in 1850 was het dat niet meer. Steeds meer mannen en vrouwen willen het lot een handje helpen en hopen zo gelukkig te worden met een levenspartner. De citaten uit de advertenties zijn om van te smullen: "Een weduwnaar met 3 nog jonge kinderen, van middelbare jaren, eene aanzienlijke betrekking in de maatschappij bekleedende en ook niet ontbloot van vermogen, wenschte langs dezen thans gebruikelijken weg in kennis te komen met een fatsoenlijke burgerjufvrouw (...)"
Het essay ‘Happy Endings' van Joep Leerssen heeft een meer literair onderwerp. Het gaat over de eerste open eindes die in de negentiende eeuw in de literatuur hun intrede deden. Nicolaas Beets alias Hildebrand maakte deel uit van een nieuwe generatie Europese romanciers die poogden te ontsnappen aan het cliché van 'eind goed, al goed'. Saskia Pieterse op haar beurt schrijft over een duistere tekst van Multatuli, Miljoenenstudiën, waarin deze bestrijder van koloniaal onrecht het casino als een microkosmos beschouwt die echter is dan de realiteit, en waar "de mens naakt staat tegenover het lot."
Maar er komen niet alleen schrijvers en dichters aan bod in deze bundel. Er is ook een essay over de landschapsschilder Koekkoek, een soort Bob Ross van de negentiende eeuw, of over de sociale context van schilderingen van Antoon Derkinderen in het verzekeringsgebouw van de Algemeene Maatschappij van Levensverzekering en Lijfrente aan het Damrak. Eén echt minpunt aan deze voor het overgrote deel onderhoudende en interessante bundel, is het ontbreken van een lijstje met korte biografieën van de auteurs die meewerkten. Marita Mathijsen kent vast iedereen, maar voor de gewone belangstellende lezer is zo'n namenlijstje attent en informatief.

 

Lotte Jensen en Lisa Kuitert (red.), Geluk in de negentiende eeuw, uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam, 304 pagina, 24,95 euro.

Tags: Nederlandse literatuur
Geplaatst door Wineke De Boer op 16-09-2010
Verwante berichten
Presse-papier
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening