PRESSE PAPIER # 22 - Willem van Zadelhoff - Ga niet weg

De ‘Vlaamse' Nederlander Willem van Zadelhoff besluit zijn romantrilogie Holle haven met het suspenserijke Ga niet weg. Architectuur wordt er het speelterrein van ‘gevaarlijke fantasten'.

 

Romans waarin architectuur een prominente rol speelt? Ze zijn eerder dun gezaaid in het Nederlandse taalgebied (al mogen we F. Bordewijk natuurlijk niet uit het oog verliezen). Gelukkig heeft Willem van Zadelhoff (°1958) er sinds een aantal jaar zijn specialiteit van gemaakt. Zopas rondde de in Antwerpen wonende Nederlander met Ga niet weg een doortimmerde trilogie af over opkomst- en ondergang van de modernistische architectuur. Het drieluik werd in 2003 op de rails gezet met Een stoel, een ragfijne intellectuele detective over de ontstaansgeschiedenis van de achterpootloze stoel van Bauhaus-architecten Marcel Breuer en Mart Stam én de rol van Gerrit Kats. In opvolger Holle haven (2006) stond dan weer het naoorlogse Nieuwe Bouwen centraal, met zijn verzengend verlangen ‘naar licht en lucht'. Laat van Zadelhoff in sluitstuk Ga niet weg de modernistische droom uit elkaar spatten? Het heeft er alle schijn van. Maar de roman reflecteert ook over de houdgreep van het verleden en wat meer is: hij zet je langzaam maar zeker op het puntje van je stoel.

Onderwijzer Robert Kats gehoorzaamt in Ga niet weg aan zijn verlangen om een kubusvormige woning te kopen in de Westelijke Tuinsteden te Amsterdam. De wijk was ooit het walhalla van het Nederlandse modernistische bouwen. Maar zijn vrouw Hester is verknocht aan de Jordaan. Toch wijkt Robert geen duimbreed van zijn plannen af. Dat volkszanger Willy Alberti ooit het huis heeft betrokken, zwengelt zijn fascinatie nog meer aan. In "dit paradijs, een oase met omgekeerde villa's" kan hij zowel zijn jeugd hervinden als een nieuwe toekomst uitbouwen. De zonderlinge Robert leidt in zijn heldere honk een teruggetrokken, dromerig bestaan. Zonder Hester. Spoedig neemt hij een leerlinge, het timide moslimmeisje Dirhan, onder zijn vleugels. Hij biedt haar een kamer aan om rustig te studeren. Dat loopt niet goed af. Dilhan wordt vermoord en Robert verliest bij de daad van agressie een oog én een gedeelte van zijn long. Eigenlijk eindigt daar zijn droom. De revalidatie is lang en het huis wordt terra non grata. En het besef rijst: "Alles wat ik altijd als vooruitgang heb gezien, is in werkelijkheid niet meer dan een vlucht."

 

Van Zadelhoff drijft met mondjesmaat de suspense op. Het is zaak om bij de les te blijven, want de hints naar de onthutsende afloop stapelen zich op. Zeker als Karoline Kwatta, die we kennen uit Een stoel, weer ten tonele verschijnt. Zij heeft een studie over de familie Kats voltooid en denkt de geschiedenis van de achterpootloze stoel voorgoed ontrafeld te hebben. Ze werkt ook aan een studie van de Hollandse Wijk in het Berlijnse Potsdam van 1830. Maar zijn al die architecturale nieuwlichters uiteindelijk geen rigide doodrammers, "gevaarlijke fantasten, die als het erop aankwam over lijken gaan"? Hoe letterlijk die bedenking van Robert te nemen valt, blijkt in de bevreemdende Berlijnse slothoofdstukken. Enkel jammer dat Van Zadelhoffs ideeënrijk proza soms zo afgemeten is dat je er slinks een bloemrijk adjectief zou willen aan toevoegen.

 

Willem van Zadelhoff, Ga niet weg, Meulenhoff/Manteau/De Bezige Bij Antwerpen, 201 pagina's, 19,95 euro.

 

[eerder verschenen in De Morgen, Uitgelezen, 28 december 2010]

Tags: Nederlandse literatuur
Geplaatst door Dirk Leyman op 21-01-2011
Verwante berichten
Presse-papier
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening