PRESSE PAPIER # 24 - Maria Barnas - Fantastisch

Schrijfster, dichter en beeldend kunstenaar Maria Barnas (1973) heeft drie jaar lang eigenzinnige columns geschreven voor het kunstkatern van NRC Handelsblad. Die zijn onlangs gebundeld onder de titel Fantastisch. Dat is om verschillende redenen een goede titel.
Het woord verwijst naar dat wat aan de verbeelding ontspruit, het fantastische. En van verbeeldingskracht, daarvan heeft Barnas containervrachtschipladingen vol. Ze lijkt geen vat te hebben op die verbeelding, die als een stevige bries alles ondersteboven blaast. De verbeelding gaat niet alleen met haar aan de haal bij tentoonstellingen en films die ze bezoekt, boeken die ze leest, maar ook wanneer ze gewoon op straat loopt, over een brug fietst of aan tafel zit.
Het knappe is dat ze heel goed is in het beteugelen van die ervaringen op papier, in woorden en zinnen. Ook daardoor klopt de titel: de stukken zijn fantastisch goed geschreven.
Barnas begint haar columns meestal met een observatie of een gebeurtenis uit haar eigen leven. De dood van haar overbuurvrouw, de boot van haar grootvader, iemand naast haar op de fiets die haar net niet inhaalt, hoe ze zich de ruimte, het heelal voorstelt, hoe een lijn op een vel papier vanzelf een horizon wordt.
De persoonlijke observatie blijkt dan later een inleiding te vormen voor iets dat haar is opgevallen in een kunstwerk, een gedicht of een film. Of de observatie is het begin van een klein onderzoek. De dood van overbuurvrouw krijgt opeens meer betekenis naast een gedicht van Erwin Mortier, die schrijft: "Dichten is wachten naast het woord". De schaduwfietser blijkt een voorbode voor een performance van Alexandra Bachzetsis die ze later gaat zien: twee vrouwen op een podium die alles perfect synchroon doen. Bij Barnas is kunst zinvol: het geeft kleine (en grotere) gebeurtenissen in haar leven betekenis.


Barnas observeert scherp. Door goed te kijken en vooral goed na te gaan wat ze bij een kunstwerk ervaart, haalt ze iets wezenlijks uit dat kunstwerk naar boven. De enorme hangende structuren van Auke de Vries (1937), die hij "nesten" noemt nodigen uit tot kijken: Barnas verandert in twee ogen. "Maar twee ogen zijn niet genoeg om dit werk te overzien. De structuren zijn gemaakt om je ogen steeds net een stap voor te blijven, een detail in, een bocht om". Het meest eenvoudige werk (bijvoorbeeld een sinaasappel op de grond naast een spiegeltje) geeft ze betekenis. Haar onbevangen blik stelt haar in staat nieuwe kunst te duiden. Het maakt je nieuwsgierig.
Het mooist zijn de observaties waarin ze kunst maakt van zaken die niet als kunst bedoeld zijn. De boot die onbemand is aangetroffen op de oceaan, de botsing tussen twee satelieten in de ruimte, post die je zou willen terugduwen zodra die door je brievenbus komt, de nieuwe richtlijnen voor persfotografie van het ANP, de lange haar die ze achterlaat in het huis waaruit ze is verhuisd. Barnas maakt dat je anders gaat kijken. Ze maakt van onze wereld een openluchtmuseum.

Tags: Nederlandse literatuur
Geplaatst door Wineke de Boer op 21-02-2011
Verwante berichten
Presse-papier
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening