Literair supplement - aflevering 41

Het weekoverzicht van de belangrijkste literatuurrecensies- en interviews uit kranten- en weekbladen in Nederland en Vlaanderen. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel in Amsterdam. Maaike Meijers Vasalis-biografie en  Frans Denissens  Gadda-vertaling trekken deze week veel aandacht, maar ook Joris van Casteren, Lieke Marsman, Marja Pruis en Ivo Michiels.

 

Uitgelezen van De Morgen opent met Het masker van Afrika van V.S. Naipaul. Marnix Verplancke schetst de inhoud van het werk waarin Naipaul op zoek gaat naar wat er rest van de traditionele Afrikaanse religies. De auteur besluit op "zijn typisch bittere en pater-nalistische manier dat er in feite weinig hoop is voor het continent", merkt de recensent op. 

Dienstreizen van een thuisblijver, Maarten 't Harts derde bundel autobiografische geschriften in de Privédomeinreeks, is "een fraaie radiografie van 't Harts beleve-nissen van de voorbije tien jaar" en gaat met vrolijk venijn over het schrijverscircus en zijn "geestelijk eenpitterschap", stelt Dirk Leyman. Dit Privé-domeindeel steekt "vol smakelijke stukken" van een auteur met "een onbedaarlijk gevoel voor humor, een scherp oog voor het menselijk mankement én een bijna jaloersmakende vertellust".

Deze week verscheen Machteloos, het debuut van radio- en televisiemaker Steven Crombez. Die schetst het wel en wee van ene Silvio B., een van zijn voetstuk getuimeld man die een jaar in ballingschap doormaakt op een godvergeten eiland. "Grappig, vaak hilarisch en vooral up-tempo", zo beschrijft Joost Houteman de debuutroman, duidelijk geënt op de recente strapatsen van de Italiaanse premier en hij besluit met een goede raad: als de auteur de sleutelroman achter zich laat dan zal zijn echte kunde pas komen bovendrijven. En Marnix Verplancke sluit zich aan bij de positieve geluiden over De dwaaltuin van Adam Foulds ; "... is daardoor zowel emotioneel als intellectueel een bijzonder rijk boek, dat op zoek gaat naar de historische fundamenten van de kleinburgerlijkheid".

 

In Knack raadt Tom van Imschoot de roman Nachtdanser van Chika Unigwe aan. Die "is lichter, tegelijk eenvoudiger en verrassender" dan haar vorig werk.

En Philip Hoorne zag "tal van mooie regels en knappe vondsten in het wonderbaarlijke universum van Maud Vanhauwaert". Al voelt de poëzierecensent zich na lectuur van Ik ben mogelijk ook wat gedesoriënteerd, "maar hij was dan ook nooit een dromerig meisje van 27."

Verder licht Piet de Moor de verzamelbundel essays Campo Santo van W.G. Sebald toe en recenseert Maarten Dessing kort Tot het Nederlandse volk van Geert Van Istendael.

 

Jelle van Riet praatte voor De Standaard met Ivo Michiels in Le Barroux. De achtentachtigjarige auteur staat in de belangstelling met twee uitgaven: Mag ik spreken?, een reconstructie van zijn Journal Brut en Meer dan ik mij herinner, gesproken memoires opgetekend door Sigrid Bousset. "Mijn werk is een trait d'union: als het nu geaccepteerd wordt, is dat om zijn betekenis als historisch stuk in het voortschrijden van de tijd. Terwijl, als het nu nieuw zou verschijnen, het waarschijnlijk niet eens aan bod zou komen", oppert de schrijver die blij is met het boek van Bousset ; "Door mijn falende geheugen klopt de herschepping niet in alle subtiliteit, maar in Sigrids tekst zitten wel de geëngageerdheid, de potentie en de wilskracht van iemand die het allemaal heeft beleefd". Ook nog een interview van Kathy Mathys met Ayelet Waldman, wederhelft van Michael Cunningham, schrijfster en moeder van vier. Die pakt na het autobiografische Bad mother. A chronicle of maternal crimes, minor calamities, and occasional moments of grace uit met Zomerse fuga, een roman waarin ze stelt dat sommige kinderen beter bij hun ouders passen dan anderen; "Ik heb vier kinderen en ik kan ze niet elke dag allemaal evenveel aandacht geven of even graag zien. Voor vrouwen is het moederschap sterk beladen door allerlei theorieën over 'de perfecte moeder'. Vrouwen kwellen zichzelf, piekeren er zich suf over en dat vind ik jammer." Aanrader van de week in De Standaard der Letteren is Pulse, de nieuwe verhalenbundel van Julian Barnes; "een collectie waar elke fan van Julian Barnes gelukkig van zal worden", dixit Kathy Mathys. "..En inderdaad, hier spreekt iemand die, precies omdat zij in staat is los te laten, de buitenwereld toelaat zonder dat zij er haar eigen identiteit moet bij inboeten" Luuk Gruwez over Wat ik mijzelf voorhoud, de eerste poëziebundel van de 22-jarige Lieke Marsman. En Luc Devoldere looft Frans Denissen om zijn vertaling van De leerschool van het lijden van Carlo Emilio Gadda: "Trek tijd uit om dit boek te lezen. Het zal u perplex achterlaten. Toch zal het zich niet direct prijsgeven. Lees de eerste pagina twee keer. Drie keer indien nodig. Savoureer de meanderende zinnen. Herlees ze. Wie traag wil en kan lezen, krijgt veel terug". Elders nog aandacht voor een biografie van Serge Gainsbourg door Sylvie Simmons en de hommage Bitterzoet die Serge Van Duijnhoven over de Franse chansonnier schreef.

 

Hans Bouman leest in de Volkskrant het volgende week verschijnende Margaux Fragoso's Tijger, tijger, een "indrukwekkend en bij vlagen hartverscheurend debuut: een egodocument dat, getuige het nawoord, therapeutische en pedagogische intenties heeft, maar dat vooral indruk maakt door zijn literaire kwaliteiten". Arjan Peters vervolgens laat zich de "losse en met ambtelijke punctualiteit verzorgde biografische artikelen" van Maurits Verhoeff over Nescio goed smaken.

Jan Fontijns Opgebouwd uit hetzelfde bestaat volgens Aleid Truijnes "stuk voor stuk" uit essays die "de moeite van het lezen waard" zijn, "maar de belofte van de weidse titel en bevlogen inleiding wordt jammer genoeg niet ingelost". Daniëlle Serdijn geeft vier sterren aan Joris van Casterens Het zusje van de bruid ("Van Casterens aangrijpende geschiedenis werpt nieuw licht op een oeroud thema. Dat alleen al maakt zijn verhaal de moeite waard.") en de laatste grote bespreking in de boekenbijlage is van de hand van L.H. Wiener, feestredenaar op de presentatie van Philip Snijders Retour Palermo, waarin hij een "zeldzaam hoge literaire kwaliteit" ziet. "De kracht van Snijders proza uit zich enerzijds in een sobere maar uitermate effectieve stijl en anderzijds in de minutieuze beschrijving van authentieke belevenissen en details, die daardoor geleidelijk maar onafwendbaar een symbolische betekenis aannemen." En het besluit van de boekenbijlage is een analyse van Bob Witman van de nominaties voor het "Mooiste Boekomslag van 2010": "Een cover moet een paar dingen doen: je moet kunnen vermoeden welk genre je oppakt, er moet een haakje zijn met de inhoud en hij moet opvallen in de enorme berg boeken die wordt aangeboden. Vooral dat laatste lijkt de achilleshiel van de lichting 2010."

 

Prominent op de voorpagina van NRC Boeken staat M. Vasalis (foto), wier biografie door Marjoleine de Vos de lof wordt toegezongen: "Kijk, zo'n biografie is dat nu die Maaike Meijer heeft geschreven: je wilt meteen verder denken over de kwesties die het boek oproept, over de uitspraken van Vasalis, over de verhouding tussen leven en werk, over de bronnen waaruit een dichtersschap voortkomt, over het raadsel van de creativiteit". Op de pagina erna wordt dat andere prominente boek besproken: het laatste deel uit Murakami"s trilogie 1q84, dat volgens Auke van der Hulst "baat had gehad bij een rigide snoeibeurt, qua verhaallijnen, qua magisch-realistisch vuurwerk, qua zinloze terzijdes, qua woordendiarree".
Er is een interview er met Vonne van der Meer over haar nieuwe roman De vrouw met de sleutel en in zijn recensie van Twaalf keer tucht betoogt Arjen Fortuin dat Anna Enquist veel laat zien over haar schrijverschap: "Heel hard werken om te winnen, met alle zelftucht die daarbij komt kijken, daar draait het om bij Enquist." Arie van den Berg vergelijkt de poëzie van Anne Vegter  (in Eiland berg gletsjer)met die van Hugo Claus, en Sebastiaan Kort looft, zij het niet in grote woorden, de nieuwe roman van Hanna Bervoets, Lieve Céline, "een roman over mensen die verdoving zoeken om te kunnen vergeten dat ze er zijn".
Wil Rouleaux leest een boek van en over Joseph Roth, en Guus Middag ten slotte verdiept zich in de Anglo-Saksische poëzie in Engelse vertaling aan de hand van het boek The World Exchange. "Er gebeurt van alles in dit boek," aldus Middag.

 


Maarten Moll spreekt in Het Parool Guus Luijters, medewerker van de boekenpagina's, over zijn gedicht Sterrenlied. De eerste regels kwamen hem aanwaaien. "Ik heb ze meteen opgeschreven. Ik wist ook meteen dat het een lange gedicht zou worden, vraag me niet waarom." Arie Storm leest Marja Pruis Kus me, straf me. "Hoewel Pruis soms aarzelt, is ze niet bang, niet echt. En die aarzelingen horen er toch eigenlijk ook helemaal bij, bij een boek als dit, dat ook de gewone lezer voor zijn plezier kan lezen." Vervolgens: Jasper Henderson leest Francesco Pacifico's Geschiedenis van mijn puurheid ("een weerbarstig boek") en Guus Luijters Graham Robbs Parijzenaars ("Het alom geprezen Parijzenaars lijkt vooral geschreven om te laten zien hoeveel Robb over Parijs weet en hoe fraai hij dat alles kan verwoorden.").
Hans Renders, ten slotte, over Maaike Meijers Vasalis: "Het paradoxale aan dit boek is dat het zijn waarde ontleent aan de honderden pagina"s niet eerder gepubliceerd autobiografisch werk van Vasalis, ook een aantal mooie gedichten, maar het zijn tegelijkertijd deze lange citaten die deze biografie zo onleesbaar maken. En waardoor de parels die ook in dit boek zitten onder een brei van woorden dreigen te verdwijnen."

 

In Trouw een interview met Sophie van der Stap (En wat als dit liefde is), en een met Tanny Dobbelaar, die een essay schreef over familieverhalen. En JuliePhilips herlas D.H. Lawrence. Conclusie: "Lawrence effende de weg voor de grote seksuele doorbraak van de jaren zestig en zeventig in de literatuur, met Updike, Roth en Jan Wolkers als de Beatles en de Stones van de literaire zelfonthulling. Maar ik vermoed dat het hoogtij van seks in de literatuur meer aan de lezers dan aan de schrijvers toebehoort. De beste erotiek in boeken is die die je ontdekt wanneer je jong bent en gebruikt om vorm te geven aan je eigen verlangens".

De boekenbijlage opent met Jan Fontijns Opgebouwd uit hetzelfde, waaruit volgens Jaap Goedegebuure "vooral de volle bandbreedte aan affecten" tussen literaire broers en zussen blijkt. "Het zijn boeiende geschiedenissen en Fontijn vertelt ze met smaak en oog voor detail." Jann Ruyters schrijft over de roman van Joris van Casteren: "Dit liefdesmelodrama had wat meer verbeeldingskracht en zelfreflectie kunnen gebruiken. Waar gebeurd is geen excuus". En Janita Monna over Lieke Marsmans Wat ik mijzelf graag voorhoud: 'Grote, filosofische vragen brengt ze terug tot menselijke proporties in intelligente, spannende, warme, praatgrage poëzie. [...] Graag meer van deze dichter."

Een hele pagina wijdt Rob Schouten aan Carlo Emilio Gadda's De leerschool van het lijden. "Aangenaam kun je de kennismaking met zijn proza eigenlijk nauwelijks noemen, die is eerder overrompelend, elektriserend. Maar wat een geweldige schrijver!" Op de achterpagina nog Nelleke Noordervliet over haar boekenkast: "Er is niet één boek dat boven de wateren blijft hangen, vind ik. Dat verandert ook steeds. Maar om toch iets te noemen: Grief Lessons, de vertaling van vier tragedies van Euripides door Anne Carson. Ik ben erg gesteld op de oude Grieken maar deze vier toneelstukken zijn wel heel sterk. Carsons nieuwe vertaling geeft ze een herwonnen kracht."

Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening