PRESSE PAPIER # 23 - Michaël Zeeman - Aan mijn voormalig vaderland

Ruim 700 pagina's telt de essaybundel Aan mijn voormalig vaderland. Het is een keuze uit de honderden, misschien wel duizenden stukken die de criticus, essayist, journalist en televisiemaker Michaël Zeeman gedurende zijn leven schreef. Eind juli 2009 overleed hij aan de gevolgen van een hersentumor, op amper 50-jarige leeftijd. Het boek is her en der tussen de plooien gevallen, Wineke de Boer schrijft een persoonlijk getinte na- en herbeschouwing.


Drie mannen die hem na aan het hart lagen, Maarten Asscher, Maarten Doorman en Willem Otterspeer stelden deze bundel samen. Ze kozen voor de meest essayistische stukken uit zijn oeuvre, en lieten het puur journalistieke werk buiten beschouwing. "Deze bloemlezing wil een beeld geven van hoe hij zich verhield tot de literatuur, de kunst en de cultuur van zijn tijd, inclusief de historische en politieke aspecten."
Otterspeer schreef er bovendien een prachtig, afgewogen portret bij. Otterspeer evoceert Zeemans kindertijd op Marken, waar hij werd geboren in een domineesgezin, zijn tijd in Groningen waar hij studeerde en in Leeuwarden waar hij samen met anderen Stichting Literaire Activiteiten Leeuwarden oprichtte. Via de Rotterdamse Kunst Stichting, waar Zeeman het drie jaar uithield, naar Amsterdam waar hij voor de Volkskrant werkzaam was en doceerde aan de Universiteit van Amsterdam. Na een fikse ruzie op de krant (waar Zeeman kwam, ontstonden er twisten, en Otterspeer gaat ze niet uit de weg) werd hij "weggepromoveerd" als correspondent te Rome. Een stad die hem als gegoten zat. Vanwege de Italiaanse keuken, de oudheden, de kunsten, de relieken van een eeuwenoude beschaving die letterlijk tastbaar zijn.


Voor de biografische schets had Otterspeer toegang tot Zeemans persoonlijke archief. De mooiste brieven daaruit waren bestemd voor zijn zusje Angelica en zijn grootmoeder van moederszijde, Bessie. Michaël Zeeman, Europeaan bij uitstek, een renaissanceman die bijna overal een mateloze belangstelling voor aan de dag legde - van kunst en literatuur tot geschiedenis en filosofie - verloochende zijn wortels niet, ondanks de nare herinneringen die hij aan zijn kindertijd bewaarde. "In Bessie lag ook zijn anker met het verleden", schrijft Otterspeer en vervolgt met een neerslag van een van de gesprekken die de grote man met het breekbare oude vrouwtje voerde over vroeger, ergens opgetekend in een brief. Het stuk over Marken dat is opgenomen, Een zee van verhalen is een van de mooiste uit de bundel, juist omdat het zo persoonlijk is.
Otterspeer besluit met een vergelijking tussen Michaël Zeeman en een van de personages die hij opvoerde in een verhalenbundel, een antiquaar. Zijn vroegtijdige dood heeft ons beroofd van een "verbijsterende collectie" waarmee hij "een nieuwe glans zou geven aan een prachtige traditie". Dit boek is een rouwbetoon, maar tegelijkertijd "een blijvend teken van leven".
Zelf kende ik Zeeman sinds mijn studententijd. In een werkgroep met in totaal niet meer dan vier studenten kregen we van hem ‘Documentair schrijven', dat hij tijdens het eerste college veranderde in ‘Literaire recensies schrijven'. We mochten ‘je' en ‘jij' tegen hem zeggen, want hij was tegen gelijkheid, maar een beetje gelijkheid mocht toch wel. Hij gaf ons romans op om te lezen, nieuwe romans, De uren van Cunningham bijvoorbeeld of Disgrace van J.M. Coetzee, waarover we dan een kritiek moesten schrijven die we gezamenlijk bespraken. Een trimester later volgde ik ook nog ‘Essayistiek' bij hem.
Naarmate ik hem beter leerde kennen, zag ik tegelijkertijd steeds meer hoe belangrijk hij was voor het Nederlandse literaire leven: als criticus, televisiemaker en kosmopoliet die zich overal tegenaan bemoeide. Hij kwam tegelijkertijd dichter en verder van mij af te staan. Daarvoor wist ik nauwelijks wie Michaël Zeeman was, nu verslond ik elke week zijn stukken die een leidraad voor me werden.
Dát is voor mij het grote belang van deze bundel. Dat ik Zeeman weer kan lezen en herlezen. Dat er een geweldig stuk bestaat, dat nu in mijn boekenkast voor het grijpen staat, over, bijvoorbeeld, de onmatigheid van de negentiende-eeuwse korte verhalenschrijver Guy de Maupassant, waarin de criticus zich oprecht afvraagt: "Hoeveel literaire naïviteit, gespeeld of authentiek, zou een doorgewinterde lezer eigenlijk kunnen verdragen?" Om een kleine twee pagina's later vast te stellen: "Er zit iets slopends in De Maupassants anekdotebakkerij, die grofweg slechts twee manieren van lezen mogelijk maakt: of allemaal achter elkaar door, met hetzelfde effect als de straffe consumptie van een kingsize schaal pinda's of een voordeelpak Engels drop bewerkstelligt - wee, opgeblazen en dagenlang geen trek meer -, of één voor één, precieus, proevend, geconcentreerd." De onvermoeibare veellezer die Zeeman was, laat zichzelf in de volgende zin meteen door de mand vallen: "Maar zou er iemand bestaan die daartoe in staat is, tot het eten van zegge één pinda of precies één zo'n stapeltje even kleurrijke als weke viltjes?"
Zeeman moet zich verwant hebben gevoeld met De Maupassant, die eenzelfde soort energie aan de dag legde bij alles wat hij deed. Hij noemt zijn verhalen "demonstraties van levensvreugde, van een wonderlijk vitaal soort Lebensbejahung - driehonderd vrouwen beminnen, inderdaad, en daarna nog een eindje roeien, een verbouwing regelen en uitgebreid tafelen met vrienden". Op het roeien na zou deze zin op Michaël Zeeman van toepassing kunnen zijn.
Ook hij had een tomeloze energie, deed in de schamele vijftig jaar die hij op deze aarde rondliep waar een ander het dubbele of driedubbele voor nodig zou hebben.
De uiteenlopende onderwerpen in deze bundel zijn een staalkaart van zijn kennis van zaken. Van Christiaan Huygens tot Pim Fortuyn, van Maria Magdalena tot Virginia Woolf, van Mark Rothko tot Caravaggio, van de literaire canon tot die lamlendige babyboomers en van Spinoza tot Schopenhauer. Geen onderwerp was hem te hoog gegrepen: "ik schrijf niet voor debielen", is een van de vele andere uitspraken die ik heb onthouden van de colleges, en die nog altijd in mijn hoofd nagalmen. Dat hij er soms niet uitkwam, was het risico dat hij nam.
Zoals Michaël Zeeman de grote schrijvers in zijn kast als zijn vrienden zag, die hem over het graf heen de hand reikten, zo blijft hij nu voor ons voortleven in zijn stukken. Volgens de samenstellers van de bundel verdienen Zeemans interviews met en necrologieën over schrijvers een eigen bundeling. Daar ben ik het hartstochtelijk mee eens. Laten we hopen dat die, over niet al te lange tijd, het licht zal zien.

Michaël Zeeman: Aan mijn voormalig vaderland, De beste essays en kritieken, De Bezige Bij, 719 pagina's, 29,90 euro. ISBN 9789023454250

Tags: Nederlandse literatuur
Geplaatst door Wineke de Boer op 09-02-2011
Verwante berichten
Presse-papier
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening