Literair supplement - aflevering 44

Het weekoverzicht van de belangrijkste literatuurrecensies- en interviews uit kranten- en weekbladen in Nederland en Vlaanderen. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel in Amsterdam. Net als vorige week noopt de Boekenweek de Nederlandse recensenten tot een zelden geziene breedvoerigheid.

 

Voor Wakker. Een verzameling nachtportretten trok Annelies Verbeke samen met fotograaf Charlie De Keersmaecker op met onder meer verplegers, taxichauffeurs en cafebazen en bezocht ze plaatsen vol nachtelijke bedrijvigheid. "De nacht geeft zich niet zomaar prijs", bedenkt  Dirk Leyman in Uitgelezen van De Morgen; "het schrijven met de handrem op (...)resulteert te vaak in vlakke, weinig bezielende observaties". Marnix Verplancke interviewt Joseph O'Connor die flink wat parallellen trekt tussen de tijd waaraan Volgspot - zijn nieuwste roman waarin een actrice terugblikt op een stukgelopen relatie aanvang twintigste eeuw - refereert en de huidige Ierse crisistijd; "... Het enige wat we in feite nog hebben is ons mooie landschap en onze cultuur, en het vertellen van verhalen is daarbij heel belangrijk (... )De voorbije jaren heeft de kunst Ierland heel wat eer opgeleverd, precies op het moment dat we die het best konden gebruiken. En aan die kunst zullen we ons de komende jaren moeten optrekken."
"Zonder ook maar één fractie opsmuk en in korte, benige zinnetjes - zijn handelsmerk - tekent Van Casteren de hellegang van Luna op (...) En toch werkt het", schrijft Dirk Leyman over Het zusje van de bruid waarin Joris Van Casteren "de gortdroge, afstandelijke notulist van zijn eigen amour fou" wordt. In Mijn leven op Bird Cloud Ranch blikt Annie Proulx terug op de bouwperikelen die haar voluit troffen toen ze op haar 68ste vrij impulsief overging tot de aankoop van een stuk bouwgrond in Wyoming. Vreemd overigens hoe de schrijfster, in haar romans zo verknocht aan de belangen van de lokale bevolking, "als puntje bij paaltje komt net zo weinig begrip toont voor de boeren om zich heen als de eerste beste rijke stinkerd met een vakantiehuis op het platteland", zo merkt Marnix Verplancke ironisch op. Verder veel non-fictie in De Morgen.

 

Voor Knack las Maarten Dessing De kraai en De koning van Kader Abdolah. De Kraai is nog het beste, ("al mist het verhaal urgentie") oordeelt de recensent want De Koning "is als roman echt mislukt", die ook nog meegeeft dan liever een echt geschiedenisboek te lezen.

Ook aandacht voor de nieuwe Privé-Domein Brieven uit China van Victor Segalen: "de mix van reislust, leergierigheid en levensdrift maakt van deze brieven een tintelende leeservaring" en voor Aankomen in Bali van Ingrid Vander Veken, Frans Hellemans concludeert; "Feelgoodliteratuur met een happy end: het bestaat nog."

 

  

Drie sterren van Frederick Vandromme voor Kunstwonderen van Gerrit Komrij in Humo deze week. In deze "riante bloemlezing van all-things over het paard getild", schuilt ook een hoger doel "een manier om de échte schoonheid in deze wereld van besmetting en verwatering te vrijwaren". En het relaas van de bouwwoede van Annie Proulx in Mijn leven op Bird Cloud Ranch kon Jeroen Maris niet echt bekoren; "haar nodeloos uitweidende proza brengt de barometer van oprechte interesse en vertedering naar niet te slopen verveling.."


De Standaard der Letteren focust deze week op de Jeugdboekenweek met o.a. een gesprek met Andreé Sollie. Michael Bellon trok naar het Italiaanse stadje Pordenone dat haar jaarlijks literair festival Dedica wijdde aan Cees Nooteboom. Tussen de loftuigingen en redes door vertrouwt Nooteboom hem toe; "De film die hier getoond wordt, de documentaire Hotel Nooteboom van Heinz Peter Schwerfel, hebben ze in Nederland niet op televisie willen vertonen. Daar kwam te veel Duits in. Dan zouden ze zelf wel een film maken, wat ze vervolgens niet gedaan hebben. Ik klaag niet hoor. Het is altijd zo geweest in Nederland." Met Bloedgetuigen, een turf van 750 pagina's zoomt slavist Johan De Boose in op de verschrikkingen van de twintigste eeuw. Dit "bijwijlen meesterlijk historisch panorama (..) bezwijkt een beetje onder de tomeloze ambitie" van de romancier, vindt Gilbert Roox. Verder serveert De Standaard der Letteren ons de toespraak die Charlotte Mutsaers hield bij de opening van de Ensortentoonstelling in Den Haag.

 

Jann Ruyters in Trouw over de tweede roman van Michiel Klein Nulent: "Het probleem met Het koekoeksei is, dat Klein Nulent lange tijd niet verder komt dan het systematisch uitwerken van dit eerste idee: de ongelukkige avonturier die een familie wil, de ongelukkige familieman die avontuur wil." En Janita Monna over Jules Deelders Ruisch: "In een stijl die bijna net zo strak van snit is als zijn pakken, houdt Deelder in zulke lange gedichten, met veel herhaling en variatie, het oude Rotterdam levend". Een ongetekende recensie over Het Onderzoek van Philippe Claudel (foto) : "Met de keuze voor een symbolische vertelling, een parabel over de ontoereikendheid van de mens, waarin figuren als de Onderzoeker, de Politieagent, en de Oprichter als archetypen moeten fungeren, heeft hij zijn hand uiteindelijk toch overspeeld. Het heeft niet geleid tot universele geldigheid, maar tot versimpelingen die geen recht doen aan het intrigerende onderwerp dat als uitgangspunt diende".En Annemarié van Niekerk ten slotte, over Damon Galguts In een vreemde kamer: "We vergezellen Damon op drie van zijn rusteloze reizen; en dat is een twijfelachtig genoegen. Hoewel je eigenlijk aan zijn troosteloze benauwenis zou willen ontsnappen, word je er toch als door eenmagneet toe aangetrokken. Dat je die tweeslachtigheid als lezer zo sterk ervaart, is de grote kracht van dit boek". Trouw bracht woensdag ook de recensies van het boekenweekgeschenk en -essay. Rob Schouten over De kraai, "een feelgoodboekje": "Welke autochtone auteur met hoog-literaire ambities zou zoiets op durven schrijven, in al zijn directheid?" En Seije Slager vraagt zich af of het wel netjes is hoe Boekenweekessay Good Luck tot stand is gekomen: "Weten we wel zeker of de twee mensen op de foto's het een prettig idee vonden om postuum tot parfumlijn gebombardeerd te worden?" En: "de manier waarop hier een mensenleven tot een paar gemeenplaatsen wordt gereduceerd heeft iets onbehouwens: een "echt leven" wil het in ieder geval niet worden".


Olaf Tempelman looft in de Volkskrant Wij van de "profetische en visionaire" Russische schrijver Jevgeni Zamjatin (1884-1937), een inspiratiebron voor Orwell en Huxley's dystopiën. Minder enthousiast is Arjen Peters, en het boek waarover is Vic van de Reijts Elsschot: "De biograaf is in het enorme zakenarchief van de schrijver gedoken, en was vervolgens dermate ijverig bezig met het volgen van De Ridders leven, dat het ontvouwen van een gedachte er bij ingeschoten is. Dat heeft als voordeel dat Van de Reijt zich ook niet kan vergalopperen." En: "Irritant is dat Van de Reijt een geleende Polygoonjournaal-toon aanslaat zodra zich een onderwerp aandient waar hij weinig van weet".
Maarten Steenmeijer dan over Miquel Bulnes' Het bloed in onze aderen ("Bulnes heeft de geschiedenis meer in het keurslijf van de historische bestseller geduwd dan dat hij haar een eigen stem heeft gegeven."), Daniëlle Serdijn over Kader Abdolah's De koning ("Die zweem van opschepperij is niet prettig, maar vooral overbodig. De koning bevat mooie fragmenten en bijzondere details.") en Joost Pollmann over Jean-Marc van Tols geschiedenis van Fokke & Sukke ("Studentikoos, dat zijn de heren achter Fokke & Sukke altijd geweest en dat moeten ze ook maar blijven."). Eerder deze week, op vrijdag, sprak Marjon Bolwijn Librisgenomineerde Peter Buwalda. Zo ziet hij literatuur: "... die stille hoofden openbreken. Een roman is de enige kunstvorm waarin dat kan. Ongegeneerd bladeren in andermans gedachten." En op woensdag: de Volkskrant over De kraai. Arjan Peters ziet de parallellen tussen de levens van de hoofdpersoon en de schrijver, maar valt toch over het foutieve citeren, de simpele stijl en de weinig realistische blik op de multiculturele samenleving: "zijn blikveld is even beperkt als zijn taalgebruik".


NRC Handelsblad enquêteerde 700 boekhandels, 176 ervan reageerden: wat staat er in de kast, wat is hét boek voor de Boekenweek? Arjen Fortuin analyseerde en becommentarieerde. "Veel boekhandels bieden inderdaad meer: voorstellingen, lezingen, gecombineerde kaartjes, wijn, cd's. Andere zaken, zoals de Amsterdamse boekhandel Schimmelpennink, onderscheiden zich juist door een onthechte aanpak: heel veel boeken, sommige onder het stof en weinig trammelant, maar wel een boekhandelaar die veel van zijn klanten bij naam kent." Van het vijftigtal boeken waarover NRC enquêteerde, was Bernlefs Hersenschimmen met 84% het meest nog op de planken te vinden, Vestdijks De kelner en de levenden het minst, met 16%. Vervolgens: Elsbeth Etty proeft voor uit een handvol boeken (de rubriek is sinds dit weekend in de cultuurpagina"s van de zaterdagkrant te vinden), en Margot Dijkgraaf spreekt Pierre Bayard (foto) over literatuur, lezen, schrijven, interpreteren:"Literatuur put een deel van zijn inspiratie uit de toekomst en daar moet je dan ook rekening mee houden als je haar analyseert. [...] Een schrijver kent blijkbaar momenten van illuminatie, van intuïtie, die hem met andere tijden in contact brengen. Je kunt je ook afvragen wat de rol van de lezer daarbij is. Hij is immers degene die de overeenkomst ziet. Wat is scheppen, wat is lezen, wat is interpreteren - daar gaan al mijn boeken over."

Pieter Steinz ging op zoek naar Dracula. "Soms blijkt de werkelijkheid indrukwekkender dan de fictie. Vergeleken met Vlad de Spietser krijgt het monster uit de roman van Stoker iets van een attractie uit een tweederangsspookhuis." Janet Luis vervolgens over Philip Snijders Retour Palermo: "Als verslag van een langzaam doodbloedende jeugdliefde voldoet Retour Palermo niet helemaal. Wat Snijder wel overtuigend tot uitdrukking weet te brengen, is het grote verlangen van de hoofdpersoon om uit te stijgen boven zijn benepen, Amsterdamse zelf."

Toef Jaeger over de briefwisseling tussen Bernlef, Remco Campert en Theo Loevendie: "Het boekje leest als de eerste repetitie van een jazztrio voor driemuzikanten met een rijke carrière achter de rug. Improvisatie, waarbij de grondtoon melancholie is en het thema: zoeken naar het skelet." Anneriek de Jong vervolgens over twee recent vertaalde romans uit het Duits van Eveline Hasler en Alissa Walser ("Hasler houdt afstand en raakt ons. Alissa Walser houdt geen afstand en raakt ons niet.") en Michiel Leezenberg over een viertal Iraanse boeken. "Ondanks hun enorme verschillen hebben al deze auteurs één ding gemeen: in hun woordkeus, plot, stijl en beeldspraak sluiten ze eerder aan op enerzijds de moderne wereldliteratuur, en anderzijds op het hedendaagse gesproken Perzisch, dan op de klassieke Perzische literatuur. Daardoor is hun werk ook voor een groter Perzisch publiek toegankelijk."


In De Republiek van Vrij Nederland deze week extra veel aandacht voor het Midden-Oosten in de literatuur, maar ook besprekingen: zo spreekt Aart van Zoest lovend over het door Paul Claes samengestelde De tuin van de Franse poëzie. Een canon in honderd gedichten: "Claes geeft zijn lezers heel compact informatie, zonder poespas. Over het leven van de dichters, over de thematiek in de afzonderlijke werken, over de literaire stromingen door de tijden heen, over de Franse geschiedenis. Hij toont zich een perfecte docent."
Ook worden er sterren uitgedeeld: Cees Fasseurs De gekroonde republiek krijgt er drie, Willem Jardins Negen Raven vier, evenals Uwem Akpans Zeg dat je bij hen hoort. Wij doden Stella, de klassieker van Marlen Haushofer ontvangt er maar liefst vijf. Verder in Vrij Nederland: een dubbelinterview met schrijverskoppel Ivan Wolffers en Marion Bloem. Wolffers, gediagnosticeerd met prostaatkanker, schreef onlangs het boek Gezond, over de maatschappelijke betekenis van gezondheid. "Een boek voor ik verdwijn." In dezelfde periode schreef Bloem Meer dan mannelijk, over een man die zijn viriliteit verliest. "Ik wilde laten zien hoe fragiel de viriliteit is. Ik schrijf gewoon wat ik zelf had willen lezen."


Dinsdag al besprak Het Parool het boekenweekgeschenk. Maarten Moll: "Dat is meteen het probleem van dit boekje; Kader Abdolah schrijft op het niveau van scholieren." En: "Abdolah neemt de lezer keurig aan het handje door zijn vertelling die maar nergens urgent wil worden. Wat hij met het verhaal van de vlucht van Refiq Fouad precies wil zeggen, blijft onduidelijk." Aanzienlijk enthousiaster is Mark Moorman over Good Luck, het boekenweekessay, al merkt hij wel dat met Ottens verhaal bij de foto's ze "nooit meer zo interessant en raadselachtig [worden] als bij de eerste keer doorbladeren".
Woensdag volgde een fotoreportage van het Boekenbal en een stuk van Marjolein van Trigt over het e-book, waarin ze de tegenstelling trage uitgeverijen - digitalere lezers en schrijvers relativeert. De boekenpagina's zelf openen met Kader Abdolahs De koning. Arie Storm legt uit waar het volgens hem mis (één ster van vijf) ging: "Eén van de aantrekkelijke dingen aan literatuur is dat die je een blik kan verschaffen in het innerlijk van een ander. [...] Dat is voor Abdolah veel te hoog gegrepen. Hij mist de macht over elementaire prozatechnieken." Dan Maarten Moll over Arjen Lubachs Magnus, een "prima roman", al is hij door de lengte "net niet meeslepend genoeg", Jasper Henderson over Justine Le Clercqs De roemlozen ("Le Clercq laat hier haar gevatte ironie varen en weet daardoor het treurige relaas werkelijk tot leven te wekken. Had ze dat maar eerder gedaan, want eerlijk gezegd is het dan al te laat.") en Arie Storm nogmaals over Vonne van der Meers De vrouw met de sleutel ("En passant ontwikkelt De vrouw met de sleutel zich kortom tot een soort cursus creatief schrijven. En het niveau van de cursus ligt helemaal niet zo laag.").
Een laatste drietal recensies. Dirk-Jan Arensman ziet in het tweede boek van Philip Snijder, Retour Palermo, een "belofte ingelost", Victor Schiferli prijst de "geestige en wanhopige zinnen die zich in het geheugen vastbijten" in Anne Vegters Eiland berg gletsjer, en Maarten Moll vindt Almar Ottens De afstammeling "een zeer prettig leesbare thriller".


In Elsevier draait Irene Start het riedeltje weer af tegen de beurzen van fondswege voor schrijvers: "Het heeft er veel weg van dat het literaire klimaat helemaal niet zo is geholpen met subsidies." Ook over de nieuwe roman van Kader Abdolah is ze niet enthousiast: "Abdolah zet de geschiedenis zeker naar zijn hand, maar maakt er wel een soort Perzische poppenkast van."


In HP|De Tijd krijgt Joris van Casteren ruim baan om zich te verdedigen tegen de recensenten die zijn boek Het zusje van de bruid niets vonden. "Boeken over verontrustende onderwerpen die gevaarlijk dichtbij komen, kunnen maar beter fictie zijn, meent Etty. Dan kunnen we altijd nog zeggen dat het gelukkig niet echt is maar verzonnen. Terwijl de ontmaskering van die vrijblijvendheid nu juist de kracht van literaire non-fictie is." Of is de kracht van literaire non-fictie, zoals Lisa Kuitert vorige week in Trouw schreef, dat het zoveel meer mogelijkheden tot media exposure biedt?
Boudewijn Geel spreekt dan Hafid Bouazza over zijn essays: "[Alexander Pechtold en Job Cohen] hebben geen idéé! Ze roepen tegen moslims: jullie zijn precies als wij. Daarmee ontzeggen ze die moslims precies dat wat ze nodig hebben voor hun identiteit, namelijk dat ze juist ánders zijn." En A.H.J. Dautzenberg (foto), in gesprek met Vivian de Gier: "Non-fictie bestaat naar mijn mening niet. Alles is fictie, inclusief de wetenschap. Eem amalgaam van constructies waarmee we de werkelijkheid willen duiden. Willen beheersen zelfs." Frank van Dijl ten slotte, over beide boeken van Abdolah, De kraai "een luchtig verteld verslag van een ontworteling", De koning "vlot verteld" maar "nogal schematisch ingevuld".

 

De Groene Amsterdammer heeft een fraai themanummer omtrent Rudy Kousbroek met essays van onder meer Christiaan Weijts en Doeschka Meijsing.

Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening