PRESSE PAPIER # 26 - Maarten 't Hart - Dienstreizen van een thuisblijver

Met Dienstreizen van een thuisblijver breit Maarten 't Hart een fraai verlengstuk aan eerdere autobiografische Privédomein-delen. Zijn tegenzin om in het schrijverscircus op te draven, leidt vaak tot ongerijmde situaties, opgetekend met vrolijk venijn.

 

Literaire organisatoren in binnen- en buitenland, wees gewaarschuwd. Je doet Maarten 't Hart (°1944) geen plezier door hem uit te nodigen. Hoe royaal je zijn boterham ook belegt of welk luxehotelbedje je voor de bioloog-schrijver spreidt: het liefste resideert 't Hart thuis. In zijn leesstoel, terwijl Bach uit de boxen galmt. Bovendien loop je met je invitatie het risico dat je in een van zijn brompotterige, soms zelfs vileine maar evengoed grappige epistels terechtkomt. Ook uitgevers, vertalers, collega-schrijvers, fotografen, journalisten en interviewers die nieuwsgierig zijn huis betreden, moeten op hun tellen passen. 't Hart heeft een bloedhekel aan opdringerig grut dat zijn schrijversgemoed komt verstoren. Al blijft hij minzaam én ondergaat hij toch nogal wat literaire plichtplegingen met een soepel gemak. Maar o jee, wat woelt en kolkt het dan vanbinnen.

 

"Als je eenmaal een gearriveerd en vertaald schrijver bent, lijkt het net alsof de hele wereld tegen je samenspant om je af te houden van datgene wat je ooit als een hoge roeping ervoer: een boek schrijven", zo klinkt het laconiek in Dienstreizen van een thuisblijver, de derde autobiografische bundel geschriften die Maarten 't Hart in de Privédomeinreeks mag plegen. Na Het roer kan nog zesmaal om (1984) én Een deerne in lokkend postuur (2000), waarin hij zijn eenzelvige leventje én herinneringen te boek stelde, is dit een fraaie radiografie van 't Harts belevenissen van de voorbije tien jaar. Dit ‘geestelijk eenpittertje', zoals zijn vader hem ooit noemde, heeft een onbedaarlijk gevoel voor humor, een scherp oog voor het menselijk mankement én een bijna jaloersmakende vertellust. En een talent om doordeweekse, gezapige gebeurtenissen aan te dikken tot taferelen die op je netvlies geëtst blijven.

In Dienstreizen van een thuisblijver volgen we de schrijver vooral wanneer hij met frisse tegenzin zijn afgelegen honk moet verlaten, ter meerdere eer en glorie van zijn schrijverscarrière. Gesigneerd moet er worden én vermakelijke praatjes gehouden voor een aan de lippen hangend publiek. Gecorrespondeerd en geconverseerd met vertalers. Lesereisen ondernomen naar Duitsland, waar de schrijver van Een vlucht regenwulpen nog steeds immens populair is. Zelfs laat hij zich overhalen om in literaire jury's te zetelen (literaire prijzen noemt hij vanwege de competitiedrang "een weinig verheffende primatenerfenis") of om op de Buchmesse op te draven. Het literaire bedrijf kleedt hij intussen tot op het blote vlees uit.

Zo is hij in 1997 in Göteborg op tournee met een klad Nederlandse schrijvers. ‘t Hart wil vooral met Anna Enquist aan de praat raken (ook een Bach-liefhebster tenslotte), ze zit zelfs naast hem op het vliegtuig. Maar Enquist negeert hem feestelijk en gaat eenmaal aan land liever shagjes rollen met minder ascetische scribenten. Intussen maakt 't Hart zich wel vrolijk over Connie Palmen ("peutertje Palmen, met haar talent om in auteurs te klimmen, bijvoorbeeld bij Marcel Möring, "ze sloeg opeens haar armen om zijn benen, en klom als een baviaantje in de auteur omhoog."). En hij krijgt er af te rekenen met een wel heel opdringerige groupie, waarvoor hij in de coulissen van de Göteborg Book Fair moet duiken, "door een wormgat van de tijd." Nogal wat collega-auteurs krijgen verderop een bord voor hun kop: de tot het katholicisme bekeerde Vonne van der Meer en Willem-Jan Otten: "lid geworden van de oudste en grootste misdadigersorganisatie op aarde" of Cees Nooteboom: "kan één talent niet ontzegd worden: dat om prijzen te winnen."

 

Het wemelt van de smakelijke stukken in dit Privédomeindeel. Zijn halfslachtige pogingen om biograaf van Vestdijk te worden, zijn lichte ontvlambaarheid voor onbereikbare dames met lange nagels, een ontmoeting met een hooggehakte vrouwelijke dominee én de briefwisseling met een zonderlinge Hongaarse vertaler: je zou ze voor geen geld willen missen (met uitzondering van welbekende flauwe uithalen tegen popmuziek en andere te vaak bereden stokpaardjes). 't Hart geeft in Dienstreizen van een thuisblijver het volle pond en smeedt zijn stugheid om met de medemens in contact te treden om tot vrolijkheid én venijn. Tegelijk maakt 't Hart van zichzelf ook een bijna karikaturaal personage: de schrijver die de tol van de roem betaalt én daar vergeefs over jammert: "Eigen schuld, dikke bult. Dan had je maar rioolwerker of lijkschouwer of vuurtorenwachter moeten worden."

 

[recensie eerder verschenen in De Morgen, Uitgelezen]

 

Maarten 't Hart, Dienstreizen van een thuisblijver, Privédomeinreeks, De Arbeiderspers 

Tags: Nederlandse literatuur
Geplaatst door Dirk Leyman op 23-03-2011
Verwante berichten
Presse-papier
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening