Slechts twintig procent van Vlaamse literaire auteurs kan van zijn pen leven

Slechts 20 procent van de Vlaamse literaire schrijvers kan van zijn pen leven, dankzij ook subsidies en het lezingencircuit. Maar de overgrote meerderheid moet noodgedwongen andere inkomstenbronnen aanboren. De doorsnee Vlaamse auteur verdient maandelijks hooguit 750 euro met schrijven, zo becijferde de Vlaamse Auteursvereniging (VAV), die een grootscheeps onderzoek liet uitvoeren naar het inkomen van de Vlaamse literaire auteur. Honderddertien auteurs namen aan de diepte-enquête deel, een representatief staal, zegt de VAV.

 "We zijn blij dat zoveel auteurs zich gewillig in de portemonnee lieten kijken", zegt Vlaminck in De Morgen. "Maar dat de gemiddelde literaire schrijver het zo moeilijk heeft om de financiële touwtjes aan elkaar te knopen, dat hadden we écht niet kunnen vermoeden." Het was van 1992 geleden dat de portefeuille van de auteurs nog eens werd doorgelicht. Maar financiële reuzesprongen heeft de Vlaamse literaire schrijver sindsdien zeker niet gemaakt.

Hooguit twintig procent in in staat van zijn pen te leven. "Maar bij 79 procent van de auteurs kan een gezin het met een literair inkomen onmogelijk bolwerken. Dat is schrijnend", zegt VAV-woordvoerder Patrick De Rynck. Bij twee derde van de auteurs is het aandeel van het literaire inkomen in het maandelijkse gezinsinkomen zelfs 10 procent of minder. "Voor zestig procent van de ondervraagde auteurs duikt het totale maandelijkse gezinsinkomen onder de 3.000 euro (bij een Vlaams gemiddelde in 2008 van 3.287 euro), veertien procent valt onder de 1.500 euro."

Grosso modo verdient een Vlaamse auteur zowat 750 euro per maand, maar een meerderheid puurt amper 300 euro uit zijn noeste schrijfwerk. In Nederland komen schrijvers volgens een enquête toch aan gemiddeld 1.500 euro. Vrijwel alle Vlaamse auteurs spekken dus noodgedwongen de geldbuidel bij met subsidies én gaan de hort op voor lezingen en optredens. "Lezingen staan in voor 20 procent van het literaire inkomen. Het wordt dan ook hoog tijd om het lezingensysteem, nu nog via de Stichting Lezen, sterk te professionaliseren", vindt De Rynck. Directeur Carlo van Baelen van het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL) beaamt én werkt mee aan een model, geïnspireerd door de Nederlandse Stichting Schrijvers School en Samenleving.

Het verbaast geenszins dat 87 procent van de auteurs naast zijn schrale schrijversinkomen andere inkomstenbronnen moet aanboren. Meestal is dat het inkomen van een partner (30 %), inkomsten uit ander werk (51 %), maar ook een pensioen (21 procent). "Vooral oudere schrijvers komen zwaar in de problemen", zegt schrijfster en VAV-lid Leen Huet, "en hebben dringend een vangnet nodig."

De Vlaamse Auteursvereniging ziet ook dringend nood aan een regeling voor het (federale) leenrecht, het Kunstenaarsstatuut en een betere uitkering van de reprografierechten.  Toch is er onmiskenbaar een sterke  professionalisering aan de gang. "Auteurs zijn veel hoger opgeleid dan vroeger. Ze hebben een eigen website en ze zijn bedrevener in promotie. Het beeld van de Vlaamse schrijver als leraar of ambtenaar die na zijn uren schrijft, klopt trouwens allang niet meer", benadrukt VUV-woordvoerder Patrick De Rynck. Maar nog 57 procent heeft andere betaalde beroepsactiviteiten. Uit bittere noodzaak. Gevolg: de meerderheid klaagt dat ze geen tijd genoeg overhouden voor het schrijven." Veertig procent van de deelnemende schrijvers waren vrouwen, aanzienlijk meer dan de 18 procent in 1992. Het onderzoek loopt nog verder bij stripauteurs, illustratoren en vertalers.

Tags: Letterenbeleid, Nederlandse literatuur
Geplaatst door Dirk Leyman op 25-03-2011
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening