Literair supplement - aflevering 45

Het weekoverzicht van de belangrijkste literatuurrecensies- en interviews uit kranten- en weekbladen in Nederland en Vlaanderen. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel in Amsterdam. De Vlaamse kranten haken aan bij het Passa Porta festival, de Nederlandse bieden een divers aanbod met wel de eerste recensies over Bittere bloemen van Jeroen Brouwers.

 

De Morgen Uitgelezen knoopte in grote mate aan bij Passa Porta festival, dit weekend in Brussel. Anna Luyten interviewt Connie Palmen. Die legt de laatste hand aan een logboek over haar rouw, een jaar na het overlijden van haar partner Hans Van Mierlo. Zopas verscheen het eerste deel van Hans van Mierlo's memoires waarvoor ze het voorwoord schreef. Over haar logboek in wording:  "Maar ik wil die pijn niet vergeten. Ik wil niet ook nog eens een afscheid van de ervaringen die ik nu doormaak. En als het boek af is, geef ik het aan anderen. Ik schrijf niet alleen voor mezelf. Ik schrijf het ook wel omdat het mij op de been houdt. Ik zal niet zeggen op het rechte pad. Dat is beslist niet zo". In XY van Sandro Veronesi trachten een pastoor en een psychiater te achterhalen waarom in hun nietig dorpje een heuse slachtpartij plaats vindt. In "deze zeer donkere fabel (..) toont Veronesi zich nogmaals een bedreven emotionele en maatschappelijke seismograaf", aldus Joost Houtman.

"Je krijgt niet zomaar een sterk boek door Franz Kafka's Het slot in de centrifuge te gooien samen met Orwells 1984 én daar nog een toef A Clockwork Orange of een scheut Huxley aan te voegen", zo luidt een uittreksel uit de recensie van Dirk Leyman over Het onderzoek van Philippe Claudel. "Claudels hardnekkige poging om de ontmenselijking van het bedrijfsleven te vatten, doet hopeloos passé aan." Nee, dan liever De waarheid over Marie, de nieuwe roman van Jean-Philippe Toussaint, een verhaal waarbij de verteller, net als in de twee vorige romans, cirkelt rondom de ongrijpbare, bijna etherische Marie. "Weer vermurwt Toussaint ons met dit eindeloze spel van aantrekking en afstoting, met  een "steeds meer geperfectioneerde stijl": "De intensiteit van de delicaat meanderende zinnen is groot, soms alsof ze in een koortsroes zijn opgeschreven", vindt Dirk Leyman. Met Het leven gaat verder is nu ook het debuut van Hans Keilson, uit 1933, vertaald. Marnix Verplancke ziet opzienbare gelijkenissen met het nu in de beschreven Duitse economische crisis van toen maar had van Keilson meer nuance verwacht. Verder nog een gesprek van Dirk Leyman met Abdelkader Benali die in Oost-West binnenkort zijn reizen door het Midden-Oosten bundelt: "De migratie is de motor van Europa."

 

Bart Van Der Straeten belicht voor Knack, met de Vijfde Nacht van de Poëzie in aantocht, de nieuwe bundels van Leonard Nolens en Peter Verhelst en heeft het kort over de jongste generatie Vlaamse dichters. Nolens bevestigt voor de recensent met Zeg aan de kinderen dat wij niet deugen opnieuw zijn status "als de hoofdman van de Vlaamse poëzie" terwijl Peter Verhelst met Zoo van het denken "één van zijn meest intense" bundels schreef. De niet minder dan zeven dichters die na 2007 debuteerden en eveneens op het podium van de Nacht zullen staan, dichten "zonder scrupules over wat hen bezighoudt", bij hen ziet Van Der Straeten eerder verwantschap met Nolens dan met Verhelst.

Met Bloedgetuigen wilde slavist Johan de Boose "niets minder dan de krankzinnigheid van de hele twintigste eeuw rechtstreeks onder woorden te brengen" merkt Frank Hellemans op; "maar die krachttoer kapseist uiteindelijk onder de megalomane intenties van zijn maker". In Kort maakt Maarten Dessing brandhout van Dieptevrees van Pia De Jong, een roman "vol slordig taalgebruik, fouten en merkwaardige vergelijkingen". Frank Hellemans signaleert en citeert uit De tuin van de Franse poëzie, een canon in 100 gedichten bijeengebracht en vertaald door Paul Claes en Piet de Moor las Hans Fallada's Alleen in Berlijn; "Fallada's helden willen vooral hun morele integriteit bewaren en hebben daar zelfs hun leven voor over."


De Standaard der Letteren pakt uit met een Passa Porta special. De krant drukt de openingsrede af die Jens Christian Grøndahl hield op donderdagavond en publiceert enkele fragmenten uit het project Letters to Europe waarin zestien auteurs een brief aan Europa schreven. Elders doen Anne Provoost en Alain Bertrand verslag van hun Vlaams Waalse huizenruil.
Ook de recensies behandelen louter werk van auteurs die op Passa Porta te gast zijn. Toon Horsten koos de Aanrader van de week; Jeruzalem van de Portugees Gonçalo M. Tavares (foto), een auteur die "met veel talent filosofie, narratief vernuft en een nogal zwaarwegende ernst combineert met een mistroostige kijk op het menselijk bedrijf". Mark Cloostermans liftte voor het eerst prettig mee met David Nolens' gedachtestroom, De kunst van het wachten is "een stevige brok literatuur voor lezers die zich graag uitgedaagd weten".
Sinds De eeuwreiziger in Spanje bekroond werd met de Premio Alfaguara geldt Andrés Neuman als de grote belofte van de Spaanstalige letteren, Marijke Arijs las "een zeldzaam ambitieus experiment, een wonderlijke kruising tussen de traditionele negentiende-eeuwse en de postmoderne roman die uitermate geschikt is om een reeks lange winteravonden mee door te komen". Ook Hans Keilson zakt af naar Passa Porta. Na In de ban van de tegenstander zijn intussen ook al drie andere titels op de markt. Maar voor Alle Lansu blijft dat werk "het onbetwiste kroonjuweel in zijn oeuvre en zijn enige echte meesterwerk". En Marijke Arijs interviewt Philippe Claudel, volop in de belangstelling met Het onderzoek, een gesprek vol pessimisme over de staat van de mensheid; "'Ik heb het gevoel dat we een absurde maatschappij aan het creëren zijn, met economische en sociale structuren die het absolute tegendeel zijn van wat ze zouden moeten zijn: iets wat het leven gemakkelijker zou moeten maken".  Verder nog veel lof van Guy Verhofstadt voor Congo van David Van Reybrouck, de oud-premier interviewt de auteur op Passa Porta. 

 

In Trouw leest Monica Soeting Margaux Fragoso's Tijger, tijger, waarin ze "laat zien hoe ijzingwekkend complex de verhouding tussen dader en slachtoffer kan zijn". Rob Schouten dan over Miquel Bulnes' Het bloed in onze aderen ("... het is eerder het spannende verhaal dan de stijl die de aandacht trekt, het heeft geen hoog-literair, filosofisch of psychologisch gehalte. Maar ik geef het je te doen om zo"n onbekend stukje geschiedenis [...] zo groots en levendig neer te zetten."). Sofie Messeman, ten slotte, over de brieven van Henrik Ibsen: "De waarde van dit boek ligt [...] niet op het private vlak, maar op dat van Ibsens kunstenaarschap, dat in deze selectie in al zijn aspecten - hartstochtelijk, zakelijk en soms quasi-hilarisch - beeldend naar voren komt."

 

De boekenpagina"s van de Volkskrant openen met een groot interview door  Greta Riemersma met Librisnominée Esther Gerritsen (foto): "Ik weet niet of er logicain zit, überhaupt in literaire kritieken. Waarom zouden er anders zoveel verschillende recensies zijn? Het is een loterij waarin sommigen iets meer kans hebben. Het zal wel aan mij liggen. Ik vind mislukking gemakkelijker serieus te nemen dan succes." Vervolgens blijkt in de superkorte recensies een juweeltje schuil te gaan. Edwin Krijgsman: Francesco Pacifico's Geschiedenis van mijn puurheid "schurkt tegen het geniale aan".
Arjan Peters bespreekt de komende week te verschijnen nieuwe roman van Jeroen Brouwers, Bittere bloemen, "een groots gedachtenexperiment", Brouwers "ontroert in de aanzwellende finale. Hij etst de vergeefsheid, van alles, met zo veel liefde dat je Hammer zijn dwaasheid vergeeft - hoe dan ook heeft hij ervaren wat hem anders, wanneer hij bij zijn verstand was gebleven, nooit deelachtig was geworden; momenten van eeuwigheid". Vijf sterren. Vincent Kouters dan over Henrik Ibsens De zomer beschrijf je het best op een winterdag, "een uitstekend verzorgde brievenverzameling van een grootse loner".
Meer fictie: Diederik van Hoogstraten over Joshua Ferris' De naamlozen (niet iets om telkens te herlezen, maar "hij kan wel schrijven. De beklemming is bij hem in goede handen"), Edith Koenders over Maria Stahlie's Scheerjongen ("Wie zo overtuigend in de huid van een onstuimige puber weet te kruipen, verdient niets dan lof. Voor een prachtig verhaal vol intense en speelse gedachten en observaties, vol humor bovendien. Scheerjongen lees je in één adem uit, helaas, zou ik bijna zeggen, want Aldo Rossi is je inmiddels zo dierbaar dat je hem nog lang niet wilt missen." Vijf sterren) en Daniëlle Serdijn over Marian Donners Lily ("ontroerend", "indrukwekkend", "helder en ritmisch is haar proza, goed gedocumenteerd haar verhaal").


NRC Handelsblads Boeken opent met Jeroen Brouwers. Zijn roman Bittere bloemen verschijnt volgende week - ondanks de fysieke problemen die de schrijver had. Maar: "Ik heb nog nooit iets opgegeven. Wat je begint moet je afmaken, in de literatuur. Ik heb steeds in grote ernst en toewijding aan het boek gewerkt, noem het woord liefde maar."
Arie van den Berg leest René Huigen (Levenskunst voor jonge mensen): "Een uitnodigende belevenis. De bundel blijft dus nog even op het nachtkastje." Maar Guus Middag Menno Wigmans Red ons van de dichters: "Wigman wil de indruk wekken een echte dichter te zijn, met drank en drugs en depressie - een echte seroxat. In zijn strakke poëzie verdraag ik dat heel goed, maar niet in de veel te losse vorm van een openbaar dagboek."
Karel Berkhout leest Kousbroek (Het meisjeseiland, "Kousbroek is wel degelijk een dichter geworden - in zijn essays."), Wil Rouleaux leest Idylle met verdrinkende hond ("[Michael] Köhlmeier verdient bewondering voor de subtiele manier waarop hij de verhaaldraden met elkaar heeft verweven."), en Rob van Essen leest Julian Barnes' Pulse ("Dat Pulse toch geen eenvormige bundel is geworden, is te danken aan Barnes" stilistische meesterschap en de verrassende zijpaden die hij kiest.").
Bouke Vlierhuis bespreekt de non-fictiestukken van Hafid Bouazza, die thematisch geordend zijn in de bundel Heidense vreugde. In Bouazza"s lofzang op het Woordenboek der Nederlandse taal ziet Vlierhuis "honderdtwintig pagina"s pure literaire passie", het merendeel van de stukken uit het deel "Verstekeling van de emigratie" (over de islam) noemt hij dieptepunten in het boek. "Pagina na pagina reproduceert Heidense vreugde hier het gedachtengoed van Theo van Gogh, Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders. Gedachtengoed dat we dagelijks, zij het minder eloquent verwoord, tot ons kunnen nemen via de media en in het café op de hoek."
Volgens Allard Schröder heeft Jevgeni Zamjatins Wij uit 1921 ("een in dubbel opzicht fantastische toekomstroman") weinig aan actualiteit ingeboet. "Zamjatins felle, gloedvolle expressionistische stijl met zijn soms oververhitte metaforen en de wiskundige beelden die daarbij horen mag misschien wel eens bevreemden, hij is altijd fris en opwindend en laat de lezer soms naar adem happen." Korte recensies zijn er van onder meer Het verzamelde werk deel 13 van Louis Paul Boon, Perihan Magdens Twee meisjes, Miquel Bulnes' Het bloed in onze aderen, en Jan Siebelinks Conversaties.

 

In de boekenbijlage van Het Parool leest Arie Storm Het zusje van de bruid nu eens niet om het ethisch rumoer, maar als een jongensboek: "Joris van Casteren blikt, literair vertellend in een strak gestileerde ik-vorm - een stijl waarin geen druppel wordt gemorst - terug op de tijd dat hij nog gewoon journalist was bij een Amsterdams opinieweekblad." Paardenschaduw op zee zou wel eens de laatste roman van António Lobo Antuñes (foto) kunnen zijn, denkt Alle Lansu. Ook is het "misschien wel Lobo Antunes' somberste roman, en zeker niet zijn beste". "Met zijn volstrekt eigen, onmiddellijk herkenbare romanvorm is Lobo Antunes altijd een schrijver geweest voor geduldige lezers die de moeite wilden nemen en de concentratie konden opbrengen om zich onder te dompelen in het beeldrijke, muzikale geroezemoes van stemmen. De beloning was in veel gevallen een onvergetelijke, roesachtige leeservaring. Maar met deze roman is dat mij slechts bij vlagen vergund geweest."
Verder vindt Hans Knegtmans Jed Rubenfelds thriller Doodsinstinct "adembenemend goed", en moest Jos Bloemkolk even moed verzamelen voor het meer dan duizend pagina's tellende De Nederlandse reisliteratuur in 80 en enige verhalen. "Maar de samensteller, Jan Blokker de jongere, heeft zo"n gelukkige hand van kiezen dat het boek niet alleen een historisch overzicht geeft van de (Noord-)Nederlandse reisliteratuur, maar ook een genot is om te lezen." "Blokker heeft een schatkamer geopend," is dan ook zijn eindoordeel.
Dan Hans Renders, volgens hem is het mooi dat de ongeplaatste novellen van M.H. Székely-Lulofs zijn gevonden. "Alleen al het titelverhaal rechtvaardigt de uitgave van deze Ongeplaatste novellen," schrijft hij in zijn recensie van Ontmoeting met de dood. "Precies verteld en ontroerend. Echt goed is Székely-Lulofs als ze over het dagelijks leven op de plantage vertelt."


Hassan Bahara leest voor De Groene Amsterdammer Miquel Bulnes' Het bloed in onze aderen ("Zowel in toon, in thema als in karakterschetsen zet Bulnes in deze roman een enorme stap voorwaarts."), Joost de Vries wordt kritischer bij herlezing van Philip Snijders Retour Palermo ("Tijdens het lezen zit je in zijn verhaal en ga je mee in de vertellers obsessies en angsten; pas als je het boek moet navertellen val je over de lichte voorspelbaarheid van het geheel.) en Piet Gerbrandy vindt Albertina Soepboers De trektocht "een epische golfslag van heimwee, verlangen, thuiskomst en vertrek".

Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening