Literair supplement - aflevering 42

Het weekoverzicht van de belangrijkste literatuurrecensies- en interviews uit kranten- en weekbladen in Nederland en Vlaanderen. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel in Amsterdam. Veel stukken over de nieuwe Elsschot-biografie van Vic van de Reijt maar ook aandacht voor Howard Jacobson, Rudi Rotthier, Jan Vantoortelboom en vele anderen.

 

Marnix Verplancke sprak voor De Morgen Uitgelezen met Booker Prizewinnaar Howard Jacobson over de Joodse zelfobsessie en de situatie in het Midden-Oosten.
De auteur van De Finklerkwestie houdt van de diaspora, want; "Literatuur ontstaat uit het gevoel een vreemde of een verdwaalde te zijn. (...) Je schrijft alleen als je vindt dat er iets schort aan de wereld. Want wat is schrijven? Het creëren van een andere wereld, eentje waarin je je beter voelt". Even heeft hij het ook over In de ban van de tegenstander van Hans Keilson; "Ik vind dat een gevaarlijk boek. Het idee dat de Joden psychologisch gezien Hitler net zo hard nodig hadden als Hitler de Joden is heel uitdagend, maar ik ben er ook bang voor. De volgende stap is immers dat je de Joden verantwoordelijk stelt voor hun eigen ondergang...". In haar verhalenbundel Gouden jongen, meisje van smaragd mixt de in Amerika wonende Yiyun Li "behoedzaam het Chinese met het westerse" leren we van Fleur Speet, die heeft het verder over "een toonvast en eigenzinnig schrijver". 

"Ik heb mensen gezien die er alles voor deden, er eten uit hun mond voor spaarden, om hun kind naar school te sturen (..) Maar de kaakslagen die je als Pakistaan kunt krijgen, zijn groot en dan zitten we weer in het slechte nieuws. Als je in Pakistan arm wordt geboren, heb je 99 procent kans dat je nergens zal geraken, onderwijs genoten of niet", een citaat uit het gesprek van Ayfer Erkul met Rudi Rotthier die in De lont aan de wereld relaas doet van zijn recente Pakistan-reis.

Met Maud Vanhauwaert hebben we er weer een beloftevolle vrouwelijke dichter, besluit Paul Demets zijn stuk over haar bundel Ik ben mogelijk, de dichteres, "maakt de werkelijkheid minder tot een voldongen feit door te bedenken hoe het anders zou kunnen en door openingen te bieden voor de verbeelding van de lezer".
"Een weelderig Vlaams debuut met panache", zo omschrijft Dirk Leyman De verzonken jongen van Jan Vantoortelboom. De debutant heeft vertelkunst op overschot, "maar het opvallendste aspect van dit debuut: de geregeld buiten zijn oevers tredende stijl". En: "Sommige van zijn personages neigen naar de karikatuur, terwijl ook bepaalde dialogen een zekere houterigheid vertonen."

Catherine Vuylsteke interviewt Kader Abdolah. In zijn nieuwste boek De koning, over de mislukte moderniseringspogingen tijdens de Qajardynastie, komt een bekwame grootvizier voor. Die Mirza Kabir was de betovergrootvader van de auteur en werd uiteindelijk uit de weg geruimd. En zo belanden we bij de actuele toestand; "Mubarak heeft dertig jaar lang alle potentiële grootviziers van zijn land gearresteerd en gefolterd" zegt de schrijver die het elders ook, heel typerend, als volgt formuleert;  "Ik, Kader Abdolah, heb het optimisme in mijn bloed. Ik geloof in verandering, ik geloof dat we een beter Egypte, Iran, Libië, Tunesië zullen krijgen. Maar het duurt wel even ..."

 

Peter Jacobs plaatst Geheugenhut van Tony Judt als Aanrader van de week in DStandaard der Letteren. Met de 25  essays die de historicus schreef in de 

maanden voor zijn nakende dood "bewijst hij dat de menselijke geest kan triomferen en dat autobiografie geen futiel navelstaarderig genre hoeft te zijn". Naar aanleiding van Mind the Book aandacht voor geëngageerde schrijvers; Corry Hancké recenseert Brieven aan mijn dochters waarin Fawzia Koofi verhaalt hoe ze het bracht tot parlementslid in Afghanistan en Peter Jacobs las De lont aan de wereld van Rudi Rotthier. Die brengt ons "dichter bij een inzicht in de toestand, maar geeft toe dat hij zelf ook veel dingen bevreemdend blijft vinden". Marc Reynebeau sprak met Vic van de Reijt en schenkt vier sterren aan Elsschot. Leven en werk van Alfons De Ridder. Het helder onderscheid tussen De Ridder en Elsschot valt op; door De Ridder "scherp te profileren - als succesvol zakenman, als burgerman, als pater familias, als levensgenieter, soms ook als schavuit die er de kantjes van afliep - toont Van de Reijt overtuigend hoezeer die figuur de ultieme verklaring voor het bestaan van de schrijver Elsschot is. Want die laatste was inderdaad De Ridders 'betere ik', die probeerde goed te maken waar De Ridder van zichzelf vond dat hij tekort was geschoten."

Met Van drie tot zes zijn we toe aan de 53ste roman van Brusselmans; die beklijft meer en is indringender dan een trits vorige, vindt Michael Bellon die claimt; "indien nooit eerder iemand van Brusselmans gehoord had, zou hij met zijn nieuwe boek altijd meedingen naar een literaire prijs". "Geen kwaad woord over Bernlefs vakmanschap", voor Mark Cloostermans maar met De een zijn dood kan hij hem toch niet overtuigen, wie op zoek is naar een goed verhaal is voor de recensent beter af met Zoon van, de nieuwe Kees Van Beijnum. En Machteloos, het debuut van Steven Crombez is voor Peter Jacobs "aangename lectuur". Het interview met Umberto Eco stond eerder in de NRC.


Met zijn nieuwe bundel Dode kamer  gaat Eric Spinoy door op het elan van zijn vorig werk, vindt Bart Van der Straeten. Het boek van de week in Knack is een bundel van een dichter "die niet alleen naar de wereld kijkt, maar ook naar de hersenen die de wereld waarnemen, ontleden en betekenis geven". En Frank Hellemans duidt Over het Kanaal van Annelies Beck als een historische roman die door de te uitleggere verteltoon en te brave constructie niet echt tot leven komt. Sindbads droom is een uitstekende kennismaking met het werk van Gyula Krúdy (foto), vindt Piet de Moor die uitkijkt naar meer vertalingen van de Hongaarse tijdgenoot van Dezsÿ Kosztolányi en Sándor Márai. En in Kieken zonder kop, het debuut van Raf Goossens gesitueerd in La Flandre profonde, ziet Tom Van Imschoot aanknopingspunten met het theaterwerk van Arne Sierens en Filip Vanluchene. Verder in Knack nog een groot interview met Jason Epstein mede-oprichter van On Demand Books, het bedrijf achter de Espresso Book Machine.

 

Ook in Humo heeft Jeroen Maris het over La Flandre Profonde, ditmaal vervat in het debuut De verzonken jongen van Jan Vantoortelboom; "de waarachtigheid die als een stevige glans over het boek ligt" redt het werk van de "richting ramsj, haardvuur of chirotombola." Ook nog een recensie van de kunstessays van Joost Zwagerman in Alles is gekleurd en een blij weerzien met Zwagerman als fictieschrijver; Het nu als novelle verschenen Boekenweekgeschenk Duel had Frederik Vandromme best in een "wat breder uitgesmeerde romanversie gelezen". 

 

Margaux Fragoso (Tijger, tijger, foto) gaat in het Volkskrant Magazine in gesprek met Steffie Kouters. Over de expliciete seksscènes in het boek: “Waarom moest dat, bedoel je? Ik wilde ze er eigenlijk niet in hebben. Maar ik heb er veel over gepraat met de mensen die me hebben begeleid bij het schrijven van het boek. Soms stond ik op het punt die aanschouwelijke passages eruit te halen, maar waar was dan de horror gebleven? De horror was een romance geworden. "Je moet die scènes erin zetten", zeiden mijn begeleiders. In de eigenlijke boekenbijlage een interview met Booker Prizewinnaar Howard Jacobson. Hans Bouman vroeg hem naar de vergelijkingen met Philip Roth: “Het is vleiend, want ik bewonder Roth zeer, maar het heeft volgens mij toch vooral te maken met het feit dat er in Engeland, anders dan de Verenigde Staten, geen Joods-literaire traditie bestaat. Ik denk dat mijn landgenoten erg hebben moeten wennen aan het type humor in mijn werk. Misschien dat daarom de erkenning pas zo laat is gekomen.” Daniëlle Serdijn dan, die de essaybundels van twee collega's - Marja Pruis en Stine Jensen - onder handen nam: “Pruis is veelzijdig, Jensen vooral slordig, wat deze twee gemeen hebben, is de zuurvrije benadering van hun onderwerpen. Stellig een lovenswaardige tendens.”

 

 

Net als vorige week in het Weekblad van NRC laat de Volkskrant Elsschot-biograaf Vic van de Reijt aan het woord. Aleid Truijens vraagt hem naar de anekdote over de crematie van De Ridder: “Eerst had ik er nog een zin bijgezet:

 "Zo bleef De Ridder zelfs na zijn dood een ongrijpbaar mens".  Maar een vriend zei: "Weglaten, die zin!" Natuurlijk. Tonen, niet uitleggen.”

Daniëlle Serdijn prijst ten slotte Vonne van der Meers De vrouw met de sleutel (“Lezer en schrijver innig verbonden, op een plekje ergens aan een winderige dijk uitkijkend op Durgerdam. Typisch Van der Meer, die met dit nieuwe boek weer zuiver bij stem is.”) en Jan Luijten Alissa Walsers Nachtmuziek, “een prachtige historische roman”: “Ze heeft voor deze roman, haar eerste, een elegante, lichtvoetige stijl gevonden die wonderwel past bij de geest van die tijd.”

 

 

In  de laatste bijlage Boeken op vrijdag (na de tabloidisering van NRC Handelsblad verhuist hij naar donderdag) stelt Arjen Fortuin vast dat Van de Reijts Elsschot-biografie er één is “van hoofdzaken”. En dat is jammer, aldus Fortuin: “Alle raadsels kunnen en hoeven niet opgelost te worden, maar [...] ze hadden de biografie spannender gemaakt.” Anneriek de Jong interviewt Howard Jacobson: “Een atheïst kan geen romans schrijven. Een schrijver moet het mysterie van het bestaan erkennen.” Mirjam Noordduijn bespreekt Hint Fiction, ultrakorte verhalen van Robert Swartwood: “Eigenlijk is ieder verhaal een snapshot, een glimp die je vanuit je ooghoek opvangt, zonder context” en Margot Dijkgraaf las “met ongelooflijk veel plezier” De Graf Zeppelin of De lijdensweg van Emile. Joyce Roodnat is minder enthousiast over Staal van Silvia Avallone: “Haar boek staat stijf van de personages, en ze stelt zich nogal eens aan.”

 

De Republiek der Letteren van Vrij Nederland opent met een gesprek tussen Tomas Vanheste en Siddhartha Mukherjee, arts en auteur van De keizer aller ziektes. “Achter elk wetenschappelijk artikel ligt een enorme rijkdom aan menselijke verhalen,” aldus Mukherjee. Vervolgens een bespreking van de biografie van dichteres M. Vasalis. “Te breedsprakig,” luidt het oordeel van Jeroen Vullings. Het grote probleem van deze onverantwoord dikke biografie is dat biografe Maaike Meijer niet selectief genoeg is geweest, schrijft hij. Meer besprekingen: Lex ter Braak noemt Helen Vendlers Dickinson: Selected Poems and Commentaries “Een kroon op een leven gewijd aan de intense omgang met poëzie.” Het verrassende van Vendlers boek over de gedichten van Emma Dickinson is dat het laat zien dat Dickinson (foto) een “unieke dichter is die absorbeert en resoneert in het werk van anderen, en mede daardoor haar eigen verweven plaats in de geschiedenis van de poëzie heeft”. Lisa Kuitert las Opgebouwd uit hetzelfde, het boek over broers en zussen in de literatuur van Jan Fontijn. “Zodra hij het broer-zusgegeven met biografische middelen onder handen neemt, merk je hoe goed hij dat genre beheerst.” Ten slotte: Henk van Renssen besteedt aandacht aan het “in een lekker leesbare romanvorm gegoten” Hardlopen van Jean Echenoz (het waargebeurde verhaal van de legendarische Tsjechische langeafstandsloper Emil Zátopek), en een korte, positieve recensie van Baltische Zielen, de literaire reportagebundel van Jan Brokken.

 

Dichters & Denkers van De Groene Amsterdammer begint met een mooi groot stuk van Maria Vlaar over Hans Fallada”s Alleen in Berlijn en Fallada zelf: “Het wekt verbazing dat de eerste antifascistische roman van na de oorlog, met een escapistisch slot, werd geschreven door een man die rechtlijnig noch principieel was. Sommigen zijn ervan overtuigd dat Fallada een echte antifascist was wiens werk door de nazi”s verboden werd, maar er zijn ook andere geluiden, die duiden op verregaande meeloperij.” Vervolgens Piet Gerbrandy over Divina Noir, waarin Jacob Groot onderzoek doet “van het ik door de kiemen ervan op te sporen in het verleden”. En nee, dat is geen cliché, want “vanaf het eerste gedicht maakt Groot duidelijk dat de confrontatie met het verleden complex is”. Hassan Bahara leest A.H.J. Dautzenbergs verhalenbundel Vogels met zwarte poten kun je niet vreten (“Dautzenberg wil ons al zijn grimmig poëticaal kunnen tonen, daar hoort het tarten van ons geduld ook bij. Het is brutaal, verfrissend brutaal.”) en Graa Boomsma ten slotte leest The Four Fingers of Death van Rick Moody, een “spectaculaire roman”, “geschreven over de breekbaarheid van een grote natie”.

 

In Het Parool Supplement opent Arie Storm de boekenpagina's met een bespreking van Willem Jardins Negen raven. Hij telt de korte zinnen, struikelt over explicietheid, en mist die juist weer aan het slot van de verhalen. “Maar dan is het te laat. De lezer is inmiddels niet meer in staat zelf te denken. Dat is hem 

afgeleerd in de steriele aanloop naar het ontbrekende einde.” Positiever, veel positiever is Alle Lansu over de nieuwe vertaling van Karel Capeks Oorlog met de salamanders: “Het vertelplezier spat van de pagina”s, en Capek is vaak hilarisch in de uitvergrotingen waarmee hij deze satire op de menselijke beschaving vormgeeft. De roman verdient het te worden bijgezet als hoogtepunt in de anti-utopische literaire traditie.” Net als Maarten Moll, over de nieuwe Lars Kepler: “Kepler weet heel vernuftig, door korte hoofdstukken en perspectiefwisselingen, de lezer aan zich te binden. Contract is een pageturner.” En Dirk-Jan Arensman over Sharon Pomerantz” Rich Boy: “Wat begint als een bij vlagen meeslepend rags to riches-verhaal, ontaardt in de loop van 460 pagina”s steeds meer in een overstuurd soort soap.”

 

In Elsevier een interview met Wim Zaal, oud-medewerker van het tijdschrift en vijftig jaar schrijver, door Gerry van der List: “Met mijn boeken werk ik liever traag. Met de pen schrijf je anders. De laatste versie tik ik uit op een ouderwetse typemachine. Op mijn oude dag word ik een beetje eigenaardig.” En een bespreking van Vic van de Reijts Elsschot. Irene Start: “Van de Reijt lijkt elke snipper papier die De Ridder heeft nagelaten te willen duiden, tot belastingaangiften aan toe [...], dat maakt het boek ook wat droog. [...] Elsschot is een doorwrocht standaardwerk en met 400 pagina”s meer dan compleet.”

 

In HP|De Tijd een gesprek met Yolanda Entius door Vivian de Gier. “Hoe machteloos ik me vroeger soms ook gevoeld heb thuis, als ik schrijf, ben ik de baas. Ik word heel vrolijk van kunst, omdat die je leert als het ware langs de dingen heen te kijken, om te zien wat er áchter zit.” Plus een recensie van Rob Waumans' debuut Als je de stad binnenrijdt. Frank van Dijl: “Vlot geschreven en biedt een paar uurtjes vertier, maar behalve de indruk dat zo'n Dienst Parkeerbeheer maar wat aan rotzooit, houd je er weinig aan over.”

 

Monica Soeting opent de boekenbijlage van Trouw met Elsschot. "Van de Reijt lijkt De Ridders literaire werk als bekend te veronderstellen, want op de inhoud ervan gaat hij nauwelijks in." En: "Over Elsschots superbe manier van schrijven zegt hij weinig tot niets."Van een van de grote mannen van de Nederlandse literatuur naar de vrouwen. Schrijvende vrouwen is "absoluut een prettig leesbaar boek, maar wat je mist is de inspirerende en opwindende werking die van echte geschiedschrijving uitgaat". Julie Phillips is des te enthousiaster over Elaine Showalters A Jury of Her Peers, "een opwindend verhaal over vrouwelijk-artistiek heldendom én een belangrijke bijdrage aan de geschiedenis van de literatuur".

Verder besprekingen van Philip Snijders Retour Palermo (Rob Schouten: "Het krachtigste middel [...] is zijn stijl, die een combinatie is van afstand en betrokkenheid. Zo legt hij het "harnas van gêne" van zijn onhandige, roodverbrande reiziger bloot, vol schijnbaar mededogen, maar in feite meedogenloos.") de biografie van Hilda Verwey-Jonker (Paul van der Steen: "een verdienstelijk portret") Joseph Roths Zipper en zijn vader (Carl Friedman analyseert: "Als geen ander heeft Joseph Roth (foto) in zijn proza de ontwrichting voelbaar gemaakt waaraan Europa ten prooi raakte na afloop van [de] oorlog.") en het werk van Marlen Haushofer. Antoine Verbij daarover: "Haushofer beschreef van binnenuit hoe vrouwen hun positie in een door mannen gedomineerde wereld beleven. Haar vrouwen trekken niet ten strijde, maar creëren voor zichzelf een binnenwereld die hen tegen beschadigingen van buiten beschermt."

 

In FD Boeken dit weekend vier romanrecensies waaronder twee van Fleur Speet. In Joseph O'Connors Volgspot "vloeien de zinnen als een wervelstroom". "De bijvoeglijke naamwoorden en metaforen zijn jaloersmakend goed gekozen zodat zich een film lijkt af te spelen (hulde aan de vertalers)."

 In De wereld, de hagedis en ik is het juist niet de literaire stijl of structuur die weet te boeien, maar het onderwerp."Het onderwerp van de roman van Courtemanche blijft me intrigeren: de Congolese misdadiger Kabanga die zijn straf ontloopt voor het inzetten van kindsoldaten". Vervolgens Jaap Goedegebuure over Hanna Bervoets' Lieve Céline: ‘erg waarschijnlijk klinkt het niet, maar aangrijpend is het', en Hans Veldman over het romandebuut van Justine le Clercq, "het hilarisch en voortreffelijk geschreven" De Roemlozen. ‘Middels knappe, minimalistische zinnen weet Le Clercq krachtig uiting te geven aan het verdriet dat hoofdpersoon Titine heeft.'

 

Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening