PRESSE PAPIER # 25 - René de Obaldia - De Graf Zeppelin

Een sullig burgermannetje raakt bedreigd door de zwellende buik van zijn zwangere vrouw. En als de zoon er eenmaal is, slaat Emile compleet tilt. René de Obaldia's vergeten meesterwerk De Graf Zeppelin of De lijdensweg van Emile levert beklemmende maar ook onbedaarlijk grappige taferelen op.

 

De kleine Nederlandse uitgeverij Coppens & Frenks is onvoorspelbaar én eigenzinnig als de pest, maar ze heeft wél het patent op het ontginnen van allerhande pareltjes. Keer op keer laten de heren je rechtveren voor een nieuwe ontdekking uit een literair schemergebied. Zo schonk Coppens & Frenks ons al het bijna complete oeuvre van de Egyptisch-Franse dandy-bohémien Albert Cossery. Maar ook hoogst opmerkelijke maar nagenoeg onbekende Franse auteurs als Jean de la Ville de Mirmont en Maurice Pons of de Braziliaan Graciliano Ramos werden in het Nederlandse taalgebied geïntroduceerd, telkens in bijzonder verzorgde uitgaven. De verwantschap tussen deze laatste drie einzelgängers? Een wat duister, boosaardig universum vol noodlottigheid, dat telkens oversaust wordt met groteske, tegendraadse humor.

Dat is niet anders bij De Graf Zeppelin of De lijdensweg van Emile, een uit de doden opgewekte roman uit 1956 van René de Obaldia, de nog steeds levende legende van de Franse literatuur. Ook hier waart de doem rond en ligt de waanzin op de loer. Maar de Obaldia geeft er een wel heel aparte twist aan. Het boek is geschreven volgens de style obaldien: "Een tragisch levensgevoel, maar ook humor waarmee dat gevoel overstegen wordt". De in 1918 in Hong Kong geboren Obaldia is apetrots op het label van vrolijke pessimist. Op zijn krasse 92-ste zetelt hij, na een roerige levensloop met een ingewikkelde half-Panamese stamboom, nog steeds in de Académie française. In Frankrijk is hij vermaard als toneelauteur, waarbij hij vaak met Ionesco en Beckett werd vergeleken. Zijn prozawerk laveert dan weer avontuurlijk tussen droom en werkelijkheid. Zijn cassante humor blijft "een wapen om de wanhoop te bestrijden", zoals vertaalster Mirjam de Veth in haar nawoord opmerkt.

 

De Graf Zeppelin is een ingrijpende leeservaring. De roman van hooguit honderd pagina's sleurt ons mee in de weinig benijdenswaardige helletocht van de sullige bediende Emile. De extreem bijziende klerk werkt op een verzekeringskantoor, waar hij niet bijzonder veel ambitie aan de dag legt. Emile slaat volledig tilt wanneer plots het vaderschap aan de einder opdoemt. Dat zijn vrouw Angélique zwanger is, kan hij eerst haast niet geloven. Toch spreken de feiten voor zich. In hun Parijse tweekamerappartement wordt hij door haar opzwellende buik bijna letterlijk in het nauw gedreven, in bed dreigt hij als een vlieg tegen het bloemetjesbehang te worden geplet. "Emile hoorde de buik daar op het bed, hoorde duidelijk de adem van een grijsaard in de buik; hij had een mes willen hebben en steken, steken, die enorme machinerie stopzetten, maar de buik was de sterkste, de buik ‘gedijde', ja, inderdaad, gedijde, dijde uit ten koste van hem, Emile, de auteur van de buik. (...)". Hij wordt bestookt met angstvisioenen, die niet wijken wanneer het wezen effectief ter wereld komt. Integendeel. Emile durft nauwelijks zijn zoon Baptiste in het ziekenhuis gaan monsteren. De pasgeborene ziet er trouwens uit als een cycloop, met zijn ene oog nog lodderig dicht. De klerk wordt getroffen door de rij mannen die aan de geboortebedden geposteerd zitten: "Twintig echtgenoten, twintig mannen die tegelijkertijd hetzelfde idee hadden gehad en die daarom daar zaten, volledig uit het veld geslagen: een leger zonder kanonnen, eten zonder zout, tijgers zonder kaken." Hij belandt in een koortsig delirium, overmand door al die opdringerige aandacht voor dat kind, het eeuwige gekrijs ("schelle kreten doorboorden de trommelvliezen") én de bemoeienissen van familie en collega's. Fataal behekst door een existentiële angst, ligt hij te zieltogen in bed. Beelden van zeppelins, gevuld met waterstof, bestoken hem nacht na nacht. De logge luchtschepen staan symbool voor de bolle buik van Angélique. Later verschijnt Emile toch weer ten kantore, broodmager als een skelet, "het ontbrak er nog maar aan dat hij een zeis droeg om de gelijkenis compleet te maken." Thuis neemt de wieg intussen "de proporties aan van een slagschip", iedere dag oefende Baptiste "meer zijn verwoestende macht" uit. De grijze muis zoekt in opperste wanhoop soelaas bij een hoertje, waar hij uiteindelijk een koortsachtige brief aan zijn Baptiste fabriceert. Dat het slecht afloopt met de anti-vader Emile, laat zich raden.

 

Obaldia voert in De graf Zeppelin een waarlijk titanengevecht met de taal. En ondanks de opzichtige symboliek raakt de verbijsterde lezer compleet opgeslorpt door de woorddronken waanzin van Emile. Het motto van Miguel de Unamuno, dat voorin het boek prijkt, wordt waargemaakt: "Wie nadenkt over het mysterie van het vaderschap, kan er volkomen gek van worden." Dit boek leg je maar beter niet op het nachtkastje van hoogzwangere vrouwen en aanstaande vaders. Maar lezers met enige schokbestendigheid beveel ik dit meesterwerkje blindelings aan. Temeer dit alweer een modeluitgave is, met prachtig en speels vertaalwerk van Mirjam de Veth en een verhelderend nawoord over het intrigerende universum van Obaldia, de schrijver "die zich met verve vastklampt aan het leven."

 

René de Obaldia, De Graf Zeppelin of De lijdensweg van Emile, Coppens en Frenks, Amsterdam, vertaling en nawoord Mirjam De Veth, 115 pagina's, 22 euro.

 

[Recensie eerder verschenen in De Morgen]

Tags: Franse literatuur
Geplaatst door Dirk Leyman op 06-03-2011
Verwante berichten
Presse-papier
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening