'Ze vlogen als zotten in de wijn': la petite histoire van de Vlaamse Nachten van de Poëzie

Vanavond herrijst in de Gentse Vooruit de Nacht van de Poëzie eenmalig uit zijn as. Wordt het opnieuw 'een onbeschrijflijke chaos', zoals destijds het vaste recept luidde? Of gaan er weer dichters op de vuist? Eersterangsgetuigen als Roger M.J. De Neef, Willy Tibergien, Pjeroo Roobjee, Benno Barnard, Roland en organisator Guido Lauwaert - die er nu allemaal weer bij zijn - getuigen over de vier legendarische Vlaamse Poëzienachten uit de jaren zeventig en tachtig.

 

[Uitgebreide versie van mijn artikel uit De Morgen van 1 april 2011, hier met aangevulde getuigenissen]

 

"The greatest poetic show ever seen!". Een BRT-reporter schuwde de superlatieven niet in zijn reportage over de Eerste Nacht van de Poëzie in 1973. Zevenduizend toeschouwers draafden op voor een rommelige optocht van dichters en ongerijmde muzikale entractes in Vorst Nationaal. "De eerste Nacht hing nochtans aan een zijden draadje", zegt organisator en poëziepropagandist Guido Lauwaert, die voor zijn happenings de mosterd haalde bij Simon Vinkenoog en de International Poetry Incarnation in de Royal Albert Hall in 1965. "Toen FDF-burgemeester Jacques Lepaffe erachter kwam dat het om een Vlaams evenement ging, wou hij het uit alle macht dwarsbomen. De concertzaal Vorst Nationaal hing toen nog af van het stadsbestuur. Maar ik had wél een contract, waarin duidelijk stond "de huit heures du soir, jusque l'aube". Jonge Vlaamse politici, onder wie Annemie Neyts, sprongen voor ons in de bres. Door alle heisa in de kranten liep Vorst Nationaal compleet vol. Dichter Hugues C. Pernath - die in een drukkerij werkte - deelde uit protest wijnetiketten uit, met daarop Château Lepaffe."

 

Marcel van Maele opende met een pistoolschot de eerste Nacht. Het publiek gedroeg zich als een wilde supportersmassa en wisselde luidkeels instemming af met afkeuring. Presentator Jo Decaluwé verloor al snel de trappers. "Zoals toen dichter Johnny Van Doorn een éénzinsgedicht bleef afdreunen: "Kom nu klaar, klootzak". Tot er een verlossende schreeuw kwam. Johnny the Selfkicker stond zich symbolisch af te rukken op het podium." Memorabel was de actie van Julien Schoenaerts, ook al tegen het FDF. "Verkleed als Socrates liep hij declamerend over het podium: ‘Brussel is niet langer onze hoofdstad. ..Antwerpen is onze hoofdstad...Gent is onze hoofdstad..Enz. Tot we hem met omhaal van het podium plukten."

Staatsprijswinnaar Roger M.J. De Neef is een van de weinige Vlaamse dichters die bij alle vier edities op het podium stond én ook nu weer van de partij is: "De Nachten van de Poëzie ontstonden in een roes van de vrijheid en democratie van de taal. Het was georganiseerde chaos, ‘iedereen was dichter', volgens het woord van Vinkenoog. Maar ik weet vooral nog dat ik tijdens de eerste editie mijn liefje kwijtraakte. Dat kwam zo: dichter Bert Schierbeek was uit Nederland gearriveerd met een busje vol ‘prettig gestoorde vrouwen', vrouwen uit de psychiatrie die mondaine feestjes mochten opluisteren. Toen ik een van deze dames op de knie nam, werd mijn vriendinnetje woedend.?Het is daarna nooit meer goed gekomen. Later verscheen er een foto van mijn optreden, met een bh naast mij aan het spreekgestoelte. Geen idee waar die vandaan kwam (lacht)." Directeur van het Poëziecentrum Willy Tibergien stond als jong snaak ook al tussen het publiek: "Vooral de manier waarop bepaalde dichters zich optuigden, bleef me bij. Hugo Raes, op dat moment een grootheid, was getooid als een reiziger in de antittijd, zoals de titel van zijn boek.?Een keer ook nog een gevecht in regel uit tussen Paul Koeck en uitgever-schrijver Jan Berghmans. En Rudy Vandendaele, die Lauwaert assisteerde, liep in 1975 gewoon weg, alles hartgrondig beu. Met Lauwaert was toen geen land te bezeilen." Lauwaert: "Toch hield ik aan die eerste nacht 50.000 frank over, die ik wel moest afstaan aan mijn deurwaarder, die er een deux chevaux mee kocht."

 

De toon was gezet. Voor de tweede editie in 1975 verkaste de Nacht van de Poëzie naar Kortrijk, want Lauwaert wilde "een soort tourneegevoel" opwekken. "Maar het katholieke provincienest had het niet begrepen op Gerard Reve." Hij kreeg van de burgemeester bijna een spreekverbod. Lauwaert: "Twee uur overleg kostte het me om de Kortrijkse burgemeester en de hoofdcommissaris van politie te overtuigen dat ze niet zouden ingrijpen tijdens Reves optreden, samen met ‘De Rode Fanfare van Walter de Buck met de Lochte Genteneers. (foto)" Reve, helemaal in het zwart met runetekens en een halsketting, had immers aangekondigd het rooms-katholieke geloof publiek af te zweren. "Maar uiteindelijk deed hij dat niet", zegt Roger M.J. De Neef. "Wel las hij reactionaire teksten voor, waarbij hij een net gelezen blad op de grond liet vallen. Het publiek sprong telkens op om de papieren te pakken. Maar er stond gewoonweg niets op."

Financieel liep het van dan af goed mis. "De inkom was 120 frank, maar we zeiden tegen de mensen: betaal wat je kan. Daardoor scheurden we ons ongelooflijk de broek." Verhalen dat Lauwaert met ‘de kas was gaan lopen' behoren sindsdien tot de folklore van de Nachten. "Het is zeker een paar keer uit de hand gelopen. Altijd kwamen er onverwachte kosten opduiken of waren er extra dichters die moesten betaald worden. Toen ik voor de laatste keer geld kreeg van de Nationale Loterij, dachten de mensen nochtans dat ik op een hoorn des overvloeds zat." De Neef: "Er deden veel straffe anekdotes de ronde over de centen. Maar ik ben altijd netjes uitbetaald. Ik kreeg achteraf nog een kaartje van Guido Lauwaert waarop stond: ‘oplichter'. Met de vraag om wat geld te storten. Dat heb ik toen maar gedaan. (lacht)"

 

De derde editie in 1980, weer in Vorst-Nationaal zette Lauwaert op, "omdat ik verliefd werd op een meisje dat zo vol van de Poëzienachten was, dat ik er speciaal voor haar nog een wou organiseren." Daar zorgde vooral de bezwerende interventie van beat poet William Burroughs voor commotie en de jonge Kamagurka die tijdens het optreden van Paul Snoek op het podium stormde. Tibergien: "Kamagurka belaagde Snoek en probeerde hem belachelijk te maken. Sommigen vonden dat grappig maar het was ook vervelend. Snoek was tenslotte een grote meneer." Ook ex-literair journalist en boekhandelaar Johan Vandenbroucke beleefde in 1980 zijn eerste Poëzienacht. "Pas drie dagen later kwam ik thuis, op stap met mijn vriendinnetje. Waarop mijn moeder me langs haar neus weg vroeg: "Duurt zo'n poëzienacht altijd drie dagen?"

 

Nog eenmaal, in 1984, declameerden de dichters de sterren van de hemel, waarna het kaartenhuisje van de Nacht van de Poëzie instortte. Uitgesproken internationaal was het spektakel in Vorst, met de mantra's van Allen Ginsberg en Yevguni Yevtoesjenko. Blueslegende Roland sloeg het gade als muzikale gast: "Ginsberg was mijn grote held en leverde een memorabel optreden. De dag nadien mocht ik met hem door Gent dwalen. Hij wou per se het Lam Gods zien. Ik trok ook mijn ogen open van de plankenkoorts bij de dichters in de kleedkamers. Die gasten waren dat niet gewoon, zo op een podium staan voor 5.000 man, helemaal in hun naaktheid. Wij muzikanten hebben nog een instrument om ons achter te verbergen, natuurlijk...En dus vlogen ze als zotten in de wijn. Toen het tijdsschema in de war raakte, brak er een ongelooflijke ruzie uit." Pjeroo Roobjee, ook present: "De verbroedering met Yevtoesjenko herinner ik me heel goed. Dat was toen, in volle Koude oorlog, de James Dean van de Moskouse dichtersscène, hij bracht wat dronkemansliederen. En verder werd er gerookt en gedronken à volonté. Heel anders dan tegenwoordig. Nu zetten ze je backstage in een kelder met een fles spuitwater. Maar laat ons hopen dat het een gezellig samenzijn wordt in de Vooruit en dat we elkaar allen kunnen omhelzen." Lauwaert: "Yevtoesjenko kostte mij een rib. Ik betaalde hem 30.000 frank als honorarium. En zijn vliegticket. En ik weet nog dat ik dacht: hebben die communisten van Aeroflot nu ook al eerste klas?" (lacht). Benno Barnard sloot in 1984 de vierde Nacht af, met zijn podiumdebuut. De herinnering maakt hem niet vrolijk: "Er hing daar een waar post-mei ‘68-sfeertje, er werd veel geblowd. Pas om zes uur 's morgens moest ik optreden. Ontieglijk laat. Vooral dat wachten was verschrikkelijk. Bovendien kondigde presentator François Beuckelaers me aan als Geert Van Istendael. Maar goed, ik klaag niet: het leidde tot een vriendschap met Geert, die tot nu stand houdt." (foto Reve: Paul van den Abeele)

Tags: Poëzie, Literaire evenementen
Geplaatst door Dirk Leyman op 02-04-2011
Verwante berichten
Reacties

En...kwamen er nog Gooische vrouwen naar de Nacht?

geplaatst door Kees Godefrooij op zondag 03 april 2011 om 21u11
Geef uw mening