Literair supplement - aflevering 47

Het weekoverzicht van de belangrijkste literatuurrecensies- en interviews uit kranten- en weekbladen in Nederland en Vlaanderen. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel in Amsterdam. Een gevarieerde editie, met herhaaldelijk aandacht voor Gonçalo M. Tavares, Jeroen Brouwers en Johan de Boose.

 

De Morgen Uitgelezen start met een interview van Marnix Verplancke met de Portugese filosoof en schrijver Gonçalo M. Tavares die wereldwijd doorbreekt met Jeruzalem. Drie opmerkelijke quotes: "Ik vind het ontstellend dat net waar we het meeste trots op zijn, namelijk ons intellect, ten grondslag ligt aan het grofste geweld. (...) Het verlichtingsidee dat je ethisch goede mensen kweekt door hen een goede opleiding te geven, klopt dus niet. Er bestaan immers ook pientere wreedaards(...) Laat iemand twintig jaar lang boeken lezen en films kijken. Op het einde zal hij daardoor geen beter mens zijn, maar hij zal ongetwijfeld beter begrijpen wat er om hem heen gebeurt. En dat is al heel wat, want veel boosdoeners zijn er zich niet eens van bewust dat ze iemand anders schade berokkenen". In de nieuwe roman van David Nolens De kunst van het wachten stappen de hoofdpersonen uit de ratrace van onze prestatiesamenleving: Dirk Leyman las een "veredeld hippierelaas (..) glashelder opgeschreven, vol pregnante beelden, aforistische aperçu's en secure waarnemingen", maar "je kunt er niet omheen dat de laksheid van de personages ook overslaat op de lezer, zeker omdat Nolens het allemaal wel met erg groot sérieux brengt." Dus toch slechts "een half geslaagde" roman.
"Inderdaad, mijn personages leiden doodgewone levens. Net als zoveel mensen. En dan gebeurt er iets. Het leven zal nooit meer hetzelfde zijn. Daardoor borrelen allerlei vervelende zaken op. Mensen kunnen daarna niet langer ‘gewoon' verder doen" Sandro Veronesi tegenover Joost Houtman over het turning point in zijn roman XY. Met de introductie van surreële en  magisch-realistische elementen in zijn roman Het kinderziekenhuis maakt Chris Adrian het zichzelf niet makkelijk, merkt Marnix Verplancke op. Maar de auteur "weet hoe hij een scène moet opbouwen en slaagt erin de wereld waarin zijn roman speelt tot in de kleinste details te beschrijven zonder dat hij begint te kabbelen of vervelen". In Zoo van het denken onderneemt Peter Verhelst "een spannende, dierlijke zoektocht naar iets, iemand om naar te kijken, om de vergankelijkheid te bezweren. Het gaat om de strijd tussen instinct en menselijke beschaving" schrijft Paul Demets die ook onder de indruk is van de "prachtige liefdeslyriek" in de bundel Krijg nou de Lyriek van Benno Barnard: "Je kunt sommige verzen zo gebruiken om je geliefde overstag te laten gaan". Verder ziet de poëzierecensent "avontuur, ontregeling en transformatie" in De reis naar Inframundo van Peter Holvoet-Hanssen en maatschappelijk engagement in Waakzaam van Maarten Inghels.

 

Jennifer Egan kreeg The National Book Critics Circle Award voor A visit from the goon squad, meer dan terecht volgens Kathy Mathys in De Standaard der Letteren. Ze las "een boek vol conflict en drama, vol humor ook (...) en stilistisch erg sterk". En Marijke Arijs pent haar gesprek neer met onze landgenoot Jean-Philippe Toussaint (foto). De schrijver van De waarheid omtrent Marie, die ook nog 2 paginagrote foto's krijgt toebedeeld, over zijn werk: "De lezer moet de energie voelen die in het boek zit. Daar is beweging voor nodig. Ik probeer energie en tijd te creëren. En emotie. Vroeger was ik daar heel beducht voor, maar er moet iets zijn wat de lezer op sleeptouw neemt (..) Uiteindelijk heb ik het altijd over de tijd, zelfs al lijkt het over de liefde te gaan.'

Een "Perzische parabel" en "lekkere zinnen vol exotiek", Bart Beirlant kent vier sterren toe aan De koning van Kader Abdolah en Toon Horsten signaleert Het meisjeseiland van Rudy Kousbroek, de daarin verzamelde selectie maakt duidelijk dat Kousbroek vooral als essayist op zijn best was. Luuk Gruwez analyseerde Dode kamer, de nieuwe bundel van Erik Spinoy: "Spinoy serveert ons flitsende beelden op de rand van bestaan en onbestaan". In Untold story van Monica Ali heeft prinses Diana haar ongeluk geënsceneerd en als ene Lydia de wijk genomen naar de VS, daar komt een fotograaf haar op het spoor, Ali "dringt door in de psyche van haar hoofdpersonage" maar erg diep gaat het boek niet, vindt Kathy Mathys. Tot slot nog ruim aandacht voor De onzaligen van Lódz,  Steve Sem-Sandberg kiest in deze roman over het getto van Lódz voor een radicaal slachtoffersperspectief en schreef voor Alexander Van Caeneghem "superieure tijdloze literatuur".

 

In Knack Boeken een gesprek van Rik Van Cauwelaert met Piet Schrijvers die de volledige De rerum natura van Lucretius als De natuur van de dingen heeft vertaald. De vertaler, bekroond met de Martinus Nijhoff Prijs, erkent de eenzaamheid van zijn vak, maar "het ritmisch en metrisch doorstromen, dat wordt door poëzievertalers toch vaak onderschat". Maarten Dessing zuchtte van bewondering toen hij de laatste bladzijde van Jeroen Brouwers' Bittere bloemen omsloeg: "een superieure" roman. In Kort licht Frank Hellemans Opgebouwd uit hetzelfde. Broers en zussen in de literatuur van Jan Fontijn toe, ziet Jan Stevens hoe V.S. Naipaul "een broertje dood heeft aan politieke correctheid en jammer genoeg ook aan subtiliteit" in Het masker van Afrika en een recensie van Tom Van Imschoot over De verzonken jongen van Jan Vantoortelboom : "helemaal matuur is het nog niet, maar het is doorleefd".


In Trouw is Sandro Veronesi's XY het boek van de week. Ronald de Rooy wijdt een grote bespreking aan de "fascinerende, symbolisch geladen vertelling" van Veronesi, en destilleert zijn conclusie: "Uiteindelijk staat ieder mens alleen tegenover het vele onverklaarbare en onzegbare rond leven en dood." Ook veel aandacht voor Hans Keilson. Wil Rouleaux noemt het een geluk voor de lezer dat na de jubelrecensie in de New York Times zijn werk een groot publiek heeft gevonden: "Keilson schrijft zo lichtvoetig, helder en persoonlijk dat je er geen genoeg van kunt krijgen". Rob Schouten is verrast door A.H.J. Dautzenbergs Samaritaan: "een ideeënroman in dialogen die leest als een trein".

 

In Boeken van de Volkskrant een groot, bespiegelend stuk van Peter Gielen over Hannah Arendt (foto) en Harry Mulisch die beiden in 1961 verslag deden van het proces tegen Eichmann. Verder recensies van Veronesi"s XY, dat Jannah Loontjens "langdurig in de houdgreep" hield; "Veronesi lijkt te suggereren dat in elk kwaad iets onverklaarbaars schuilt". Arjan Peters geeft vier sterren aan Zipper en zijn vader van Joseph Roth, Karel Capeks Oorlog met de salamanders krijgt hetzelfde aantal toebedeeld, en de vertaling noemt Kees Merkx bovendien "lofwaardig". Naema Tahirs Bruid van de dood is volgens Greta Riemersma niet meer dan een "schetsmatige verhandeling", die bovendien lijdt onder de "kortademige schrijfstijl" van Tahir. Ook Wineke de Boer is niet enthousiast, ditmaal over Het onderzoek van Claudel, dat "te veel blijft zwalken om te overtuigen". Daniëlle Serdijn bestempelt Als je de stad binnenrijdt van Rob Waumans daarentegen als een "fijne roman".

 

In NRC recenseert Jan Donkers het derde boek van David Vann: "Caribou Island mag een duister, kil en deprimerend boek zijn, Vann toont zich opnieuw een meesterlijke schrijver wiens precieze proza uit ijsblokken gekerfd lijkt." Ewoud Kieft bespreekt Dautzenbergs Samaritaan: "De serieuze ondertoon [...] komt af en toe net iets te veel bovendrijven in het boek, wat afbreuk doet aan het geweldige spel van verwarring dat Samaritaan zo leuk en spannend maakt om te lezen." Elsbeth Etty las Jeroen Brouwers' Bittere bloemen: "Laten we hopen dat Jeroen Brouwers, de stilistische zwaargewicht die zichzelf in de taal steeds opnieuw blijft uitvinden, [...] zijn fictionele autobiografie met nog vele romans kan uitbreiden." Janet Luis stelt voor De man met de vier o's, het romandebuut van acteur Hans Dagelet, terug te brengen tot één kernachtige monoloog: "Schrap overtolligheden. [...] Een handjevol bijfiguren kan gehandhaafd blijven als achtergrondkoor. Een hoofdrolspeler hebben we al: starring Hans Dagelet."
Verder over vertaalde literatuur, ditmaal aan de hand van Sebastian Faulks. Rob van Essen las zijn Faulks on Fiction, waarin hij je "in vlot tempo langs mijlpalen van de Engelse letteren" leidt. Een "goede gids die je nieuwsgierig maakt en op ideeën brengt," al zal het geen "verpletterende nieuwe inzichten" opleveren. Kleinere besprekingen van Jonas Jonassons De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween en Andrew Pypers thriller De wachters, en Auke Hulst paginagroot over Lawrence Hills Het negerboek. Hij ziet de aantrekkingskracht van het boek in de "indringende opfriscursus" in de geschiedenis van de slavernij, "verrijkt met een relatief onbekende geschiedenis," waarvoor Hill diep in het onderzoek is gegaan.

 

In Dichters en Denkers van De Groene recenseert Joost de Vries Bloedgetuigen van Johan de Boose (foto): "Het vergt een speciaal soort talent om zevenhonderdplus pagina's op het scherp van de snede te schrijven, [...] Boose kan dat lang niet altijd." Piet Gerbrandy schrijft over Lees dat en herlees dat, een keuze uit het beschouwend werk van Rein Bloem. Volgens hem is duidelijk waarom Bloem zijn stukken niet bundelde: "Ze waren bedoeld om in de stroom van de tijd verslag te leggen van leeservaringen, niet om in kloeke boekdelen te worden gefixeerd. Bloem was misschien eerder een observator, een denker en een prater dan een schrijver." Elke Geurts sluit af, met een bespreking van René de Obaldia's De Graf zeppelin of de lijdensweg van Émile: "René de Obaldia heeft maar een paar beelden nodig om een hele wereld neer te zetten én weer af te breken. Hierin kunnen we de toneelauteur, die hij vooral is, herkennen. [... ] De kracht van de vertelling schuilt in de overdrijving, het consequent doortrekken van beelden, ze letterlijk maken, associatie op associatie stapelen, waardoor de waanzin voor de lezer invoelbaar wordt."

 

De Republiek der Letteren van VN opent met twee interviews: Anna Luyten interviewde schrijver Kamal Ben Hameda, wiens roman La compagnie des Tripolitaines onlangs verscheen. "Ik geloof in individuele vrijheid, van iedereen, alle minderheden." Sander Pleij sprak met Hisham Matar. Zijn vader, een prominente figuur in het verzet tegen Khadaffi, verdween in 1990. Matar besloot erover te schrijven; "de zoon en de verdwenen vader" is het thema van zowel zijn eerste (In the Country of Men) als tweede boek (Anatomy of a Disappearance): "De roman is een vorm van verzet tegen het verhaal van de geschiedenis." Allard Schröder bespreekt deel drie van Haruki Murakami's trilogie 1q84, dat volgens hem aan kracht heeft ingeboet: "De roman staat vol herhalingen en lange, weinig belagnstellende uitwijdingen. [...]1q84 is zeker niet Murakami"s beste boek, maar het is nog wel veel beter dan de gemiddelde "literaire thriller"". Korte besprekingen ten slotte van Philip Snijders Retour Palermo ("Prima plot. Interessante thematiek. Maar bij vlagen uiterst onbeholpen geschreven."), Hanna Bervoets' Lieve Celine ("Bervoets heeft talent voor tragikomisch schrijven.") en Anne Vegters dichtbundel Eiland berg gletsjer ("Indrukwekkende oden en litanieën over het leven en de liefde, met vreugde en twijfel ineen.")

 

In Het Parool komt David Pearce aan het woord. De thrillerschrijver bekent aan Mark Moorman: "Sindsdien heb ik nooit meer zoiets verzonnen: er gebeurt in het echt genoeg tragisch en verschikkelijks; daar kan fictie niet aan tippen. Misschien is 1974 onvolwassen, maar ik hou er nog wel van; het was een noodzakelijk boek." En alhoewel Arie Storm mooie gedeelten vindt in Johan de Booses Bloedgetuigen, vindt hij de boodschap weinig origineel; "En zodra het woord boodschap in een recensie van een roman valt, weet je dat het ergens mis is." Nu wel, in ieder geval.


Dan: Dirk-Jan Arensman leest Margaux Fragoso's "briljante boek" Tijger, tijger. "Duister, indringend materiaal, deze complexe relatie, die zo vakkundig tot leven wordt gewekt dat sommige twijfels pas in tweede instantie beginnen te knagen." Jasper Henderson over Gonçalo M. Tavares" "schitterende boek" Jeruzalem: "Na de bloedstollende climax heeft Mylia het laatste woord, gevat in één van de mooiste slotzinnen die me nog lang zal bijblijven." En Thomas Verbogt leest Gilles Leroy's Alabama Song,(foto) met kanttekeningen: "Mijn probleem met het boek is op den duur de wijze waarop de auteur zich in zijn hoofdpersoon heeft ingeleefd. Niet alleen gebeurt dat iets te nadrukkelijk met de aanwijsstok, waardoor het een wat kokette gang van zaken wordt, maar het is een maniertje, tamelijk virtuoos, dat wel, maar een maniertje."

 

HP|De Tijd wordt steeds boekiger, nu Max Pam terugkeert en bovenop de drie pagina"s van vorige week er nog twee krijgt - vrij in te vullen. Deze keer beschrijft hij Het verdorven genootschap van Philipp Blom, dat "niet alleen belangwekkend [is] omdat het zo goed of zo mooi geschreven is, maar ook omdat het een aantal misvattingen uit de weg probeert te ruimen". Dries Muus vervolgens: "... én je hebt schrijvers voor wie een verhaal een excuus is om een halve encyclopedie aan weetjes over hun lezers uit te storten. Anil Ramdas behoort tot de laatste categorie, althans als je afgaat op zijn romandebuut Badal." Sacha de Rooij sprak Naema Tahir over haar nieuwe roman Bruid van de dood. Verder besprekingen van Dimitri Verhulsts Monoloog van iemand die het gewoon werd tegen zichzelf te praten en Arjen Mulders De derde jongen.

Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening