Literair supplement - aflevering 48

Het weekoverzicht van de belangrijkste literatuurrecensies- en interviews uit kranten- en weekbladen in Nederland en Vlaanderen. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel in Amsterdam. Met David Foster Wallace, Leonard Nolens, Patrick Modiano, Marcel Möring en Anil Ramdas prominent in the picture. 


In Knack bleef Jan Stevens woensdag jl. verweesd achter na lectuur van In een vreemde kamer van Damon Galgut: een roman "vol hunkering naar liefde, warmte en erotiek, maar nooit raken die verlangens ingevuld. Net als in het echte leven slaat het noodlot onverbiddelijk toe...".

Joël De Ceulaer las Ledeberg! van Jo Van Damme: "een ongecompliceerd en schalks verhaal (...) met pittige, levensechte dialogen". En Maarten Dessing merkt hoe klinisch en afstandelijk Joris Van Casteren schrijft over zijn stukgelopen relatie met de zelfvernietigende Luna in Het zusje van de bruid.

 

De Standaard der Letteren zet de mediaschuwe Leonard Nolens in de aandacht. Collega's Bart Meuleman, Dirk Van Bastelaere, Peter Verhelst, Menno Wigman en Vrouwkje Tuinman reflecteren over zijn werk en Luuk Gruwez recenseert zijn recentste bundel Zeg aan de kinderen dat wij niet deugen: "Hij stelt zijn hele leven in de waagschaal en aarzelt niet zichzelf met huid en haar en met al zijn vlezigheid in te zetten". Mark Cloostermans vond massa's weetjes in de roman Badal van Anil Ramdas maar suggereert de auteur een betere eindredactie. The Pale King, de posthume roman van David Foster Wallace, bevat voor Kathy Mathys heel wat schitterende passages maar ook onleesbare en onbegrijpelijke stukken. Kathy Mathys las ook het eerste deel van de Autobiography of Mark Twain, "een lijvig werkstuk, enkel bestemd voor echte Twain-fans", en heeft in de rubriek Buzzboek een vernietigend oordeel klaar over Een vrouw van glas van Kim Edwards. Alexandra De Vos is verheugd met de heruitgave van Avonturen in de alledaagse onwerkelijkheid van Max Blecher (1909-1938): "de neerslag van een wonderlijk bar bestaan in een zinloze maar unieke, wonderlijk barre wereld".  Verder deze week nog aandacht voor Het feest van list en bedrog waarin Herman Chevrolet verbanden legt tussen wielrennen en literatuur en voor Strijdlied van een tijgermoeder van Amy Chua, een persoonlijk relaas over haar Chinese manier van opvoeden. Aanrader van de week is Een mooie dag om te sterven, de achtste thriller van "de moderne misdaadmeester" R. J. Ellory.

 

Uitgelezen van De Morgen opent met Marnix Verplancke, die het onafgewerkte The Pale King van David Foster Wallace recenseert. Onder de kop "Het beste boek ooit over verveling" ziet de recensent hoe de betreurde cultauteur overtuigend de verveling van kantoorslaven beschrijft maar zich ook van zijn anarchistisch-absurde kant laat zien. En met dit werk ook de essentie raakt: "De verveling is de natuurlijke staat van de mens, (...) vandaar onze hang naar amusement, en veel meer dan een schamel moment van emotioneel geluk moeten we niet verwachten."
"Als geen ander excelleert Modiano in een atmosfeer van suggestiviteit en schemering", schrijft Dirk Leyman over De horizon van Patrick Modiano. "Alweer laten de personages een onuitwisbare indruk na door hun besluiteloosheid en hun ondefinieerbare angsten. Opnieuw creëert Modiano een volkomen unheimische atmosfeer die als spinrag aan je blijft kleven."  En "Te" is hét sleutelwoord voor Walter Pauli in zjn recensie van Bloedgetuigen van Johan de Boose "te veel verhaallijnen, te veel verwarde inzichten, er is te veel gekunstelde taal, te veel menselijk leed". De Boose gaat "voluit voor de overdrijvende trap van barok, een hogere vorm van überkitsch": "De lezer die zich door deze turf van De Boose ploegt, is even uitgeput als een soldaat na de slag om Leningrad." En: "Wie na tien pagina's nog niet bewusteloos is, heeft misschien nog even tijd om zich te ergeren aan de vele slordigheden. Want wie echt ettelijke duizenden keren wil verwijzen en refereren, maakt natuurlijk fouten."

Dirk Verhofstadt schetst de geschiedenis van het getto van Lódz zoals beschreven in De onzaligen van Lódz van Steve Sem-Sandberg, een roman die dicht aanleunt bij de werkelijkheid. Huisclassicus Patrick De Rynck zet werk van Homeros, Aischylos, Herodotos, Euripides en Plato op het leeslijstje voor wie de Week van de Klassieken wil eren, bij de non-fictie komt Brieven aan mijn dochters van het Afghaanse parlementslid Fawzia Koofi aan bod en een interview met socioloog Frank Furedi over zijn De terugkeer van het gezag.  

 

Bij Trouw staat Louteringsberg bovenaan de agenda, maar "in hoofdzaak is dit boek toch een immense röntgenfoto van een in het leven teleurgestelde man, voor  wie de huidige epoche een vat vol weerzin is", schrijft Rob Schouten. "Möring heeft een ernstige en nogal onaantrekkelijke gesteldheid compromisloos in beeld willen brengen, met het risico dat men hem erom misprijst. Dat is tegen de literaire etiquette en in zeker opzicht dapper, maar het maakt van Louteringsberg eerder een beproeving dan een catharsis." Oud-politicus Boris Dittrich, die al in de nieuwspagina"s van de krant geïnterviewd werd ("Het is wel zo dat ik dit boek alleen heb kunnen schrijven door de werkervaring die ik heb. Had ik dezelfde werkervaring gehad maar geen naamsbekendheid, dan was het wellicht moeilijker geweest. Toch was ik evengoed onzeker."), schreef een thriller, Moord en brand. Edwin Kreulen: "Die finale ontknoping werkt Dittrich dan wel weer spannend uit, maar het resultaat is wel een wat rommelig verhaal. Knap is wel dat Dittrich een eigen toon heeft gevonden, die net niet te clichématig aandoet."

Paul van der Steen analyseert, aan de hand van de wielerboeken van Herman Chevrolet en Arthur van den Boogaard (De Muur 31), de aantrekkingskracht van het peloton: "Een groot deel van de verhaalkracht van de wielersport zit in de nauwelijks te doorgronden regels van het spel: het verheffen van list en bedrog tot wet. Luister naar de verslaggeving van koersen en hoor het jargon voor de trucs uit het metier langskomen: flikken, vernachelen, linkeballen." Janita Monna leest Tellen en wegen, "een nieuwe, en toch vertrouwde K. Schippers, met beslist een paar gedichten die ik voortaan meedraag", Sofie Messeman Jonas Jonassons De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween ("... misschien geen grote literatuur, het is meeslepend om te lezen. Een hele reeks figuren wordt bevrijd uit het keurslijf van het alledaagse om geweldige, absurde, spannende avonturen te beleven. Dit boek is niets minder dan een loflied op de ongebreidelde fantasie."), en Jann Ruyters legt Bittere Bloemen opgelucht weg: "... terwijl Datumloze dagen nog iets monters had, biedt de opvolger de lezer te weinig lucht. Zelfspot legt het af tegen walging en venijn. Dat is vast de bedoeling, maar zorgt vooral voor grote opluchting als je dit hoofd weer mag verlaten."
Elders in de krant: Hagar Peeters, geïnterviewd door Joost van Velzen: "Romanschrijvers moeten ploeteren, die moeten vooruit denken. Ik vind dichten spontaner. Bij mij worden die gedichten mij als het ware ingefluisterd. Iets neemt het van me over. Alsof iets in mij al weet wat er in mijn gedachten ligt."


De boekenbijlage van de Volkskrant heeft weer eens een uitzonderlijk enthousiaste bespreking van minder dan 300 woorden: Hans Bouman geeft vijf sterren aan Jennifer Egans A Visit from the Goon Squad, en krijgt daar minder dan 300 woorden voor. "A Visit from the Goon Squad is een roman over het meedogenloos voortschrijden van de tijd en over personages die ontdekken dat eeuwig in het nu willen leven pathetisch zelfbedrog is. Juist vanwege dat inzicht is dit geen nostalgische roman." Maar ook Daniëlle Serdijn over A.H.J.Dautzenbergs Samaritaan: "Wat deze schrijver/acteur uitvoert, is nogal uitdagend: de grenzen van de roman bevinden zich buiten zijn boek." En: "Samaritaan presenteert een vermakelijke geschiedenis over iemand die zijn nier poogt te doneren, maar vermorzeld wordt onder formaliteiten en bureaucratische regels."
Daarnaast neemt Olaf Tempelman de nominaties voor de Bob den Uylprijs door, en ontwijkt de mogelijkheid om een keuze te maken: "Je kunt er lang of kort over zijn: al deze boeken zijn goed in hun soort." De grote romans van de afgelopen weken ten slotte, Marcel Mörings Louteringsberg en Anil Ramdas' Badal, vielen niet in goede aarde bij respectievelijk Daniëlle Serdijn en Arjan Peters. "Incoherente personages, karige inzichten, platitudes en de zweem van diepzinnigheid," over Louteringsberg. "Niet te hopen dat het zo erg met Ramdas gesteld is als met Harry Badal. We vrezen het ergste, want in zijn humorloze roman geeft Ramdas de journalist vierhonderd pagina"s lang alle credits."


Arjen Fortuin vergelijkt in NRC Handelsblad het werk van Marcel Möring met een Perzisch tapijt: "In Dis, Mörings vorige roman, lag het Perzisch tapijt op zijn kop. Alle knopen en touwtjes waren vol in het zicht. [...] In Louteringsberg ligt het tapijt weer met de goede kant naar boven: de roman kent geen bruuske overgangen in stijl of thematiek, is eenvoudige van structuur en plot-driven." Wel ziet Fortuin "weeffouten": "ook vreemde inconsequenties met Dis treden op." "Het resultaat valt tegen. [...] De tweede helft van Louteringsberg is een tocht langs teleurstellende paden."
Toef Jaeger sprak met Joseph O"Connor over zijn laatste roman Volgspot (Ghost Light), het slotdeel van de Stella Maris-trilogie. "Aanvankelijk wilde ik een grote symfonie maken. Toen ik begon dacht ik, ik kan er een Wagner van maken, maar ik kan het ook anders opbouwen, het boek opbouwen alsof ik bezig ben met een Iers volksliedje [...] Het was een opluchting om zo te werken."
In het midden van Boeken leidt Margot Dijkgraaf het fictiedeel in, met een essay over de nieuwe Egyptische literatuur: "Hun humor is grimmig, hun verontwaardiging immens." En: "Dat is wat de Egyptenaar vindt in deze romans. Beeldende, herkenbare, soms geestige, dan weer snijdende verwerking van hun dagelijks leven in persoonlijke verhalen: armoede, corruptie, complotten achter de schermen, falend onderwijs, macht van de onzichtbare tiran, martelingen en verdwijningen." Elsbeth Etty dan, over Anil Ramdas' Badal, dat eerder een essay is geworden, "geen literair hoogstandje": "Meer vent dan vorm, maar wel een indrukwekkend en krachtig geformuleerd persoonlijk verhaal van een capitulatie op vele fronten." En Arie van den Berg over de nieuwe poëzie, na 35 jaar, van K. Schippers (foto): "Het gaat in Schippers" gedichten nog steeds ook om wat niet gezien wordt, omdat het er niet is of zo vanzelfsprekend onderdeel is van de omgeving dat je het over het hoofd ziet."
Ger Groot bespreekt Carlos María Domínquez' De blinde kust, "een prachtige roman", een "wonderschoon boek, dat pas bij tweede lezing zijn geheimen prijsgeeft", en Yra van Dijk David Foster Wallace's The Pale King. "Een roman over niets - dat roept niet het realisme van Balzac in geheugen, maar le livre sur rien waar Gustave Flaubert naar streefde. Net zomin als de Franse meester is Wallace daar helemaal in geslaagd, maar de grandioze gooi die hij er in The Pale King naar doet, zet hem wel bij in het pantheon der groten."


De Republiek der Letteren van Vrij Nederland opent met een artikel van over het leven van Zelda Fitzgerald-Sayre (foto), de vrouw die altijd in de schaduw stond van haar echtgenoot, de schrijver F. Scott Fitzgerald. Ook claimde de feiten uit haar leven voor zijn werk, schrijft Marijn van der Jagt. Nu is ze weer onderwerp van een roman, Alabama Song van Gilles Leroy. "Een aardig boek dat haar vanuit de psychiatrische kliniek laat terugkijken op haar leven."
Jeroen Vullings bespreekt Sandro Veronesi's XY: "Literatuur met een L, dat zeker. Maar waar bleef bij lezing m"n enthousiasme dan? [...] XY verslikt zich in zware pretentie." Dan Hans van Wetering over de roman van de veelbekroonde schrijver en wetenschapsfilosoof Gonçalo M. Tavares: "Met Jeruzalem heeft Tavares een even beklemmend als aangrijpend boek geschreven. [...] Dat Jeruzalem ondanks de duistere thematiek niet in zwaarmoedigheid ten onder gaat, is zeker ook te danken aan de zwartgallige, absurdistische humor die het boek doordrenkt."
Verder nog Hans Renders over Het meisjeseiland ("Hier komen we echt op het terrein van Kousbroek, die zich ooit afvroeg: zou dat meisje bloot zijn onder haar kleren?") en korte recensies van Patrick Modiano's De horizon, Rolf Lapperts Naar huis zwemmen, Alberto Manguels Alle mensen liegen, Joshua Ferris' De naamlozen en Tijger, tijger van Margaux Fragoso.

 

Joost de Vries bespreekt David Nolens' De kunst van het wachten, "een buitengewoon ontregelend boek om te lezen" in De Groene Amsterdammer

"Er  zijn geen scherpe gedachten, geen grote emoties, er is geen oplichtende 

metaforiek, zoals er ook geen langgerekte vloeiende zinnen zijn." En: "Die onthechting [van het consumentisme] beschrijft Nolens treffend, zonder meer, maar als hij met deze roman een andersglobalistisch betoog wil houden, dan is zijn retoriek tandeloos."
En Piet Gerbrandy ten slotte: "Anne Vegter (1958) heeft een naam hoog te houden waar het om erotiek gaat. Veelvuldig heeft ze in proza en poëzie de opwindende, maar ook de onbegrijpelijke en belachelijke aspecten van de geslachtelijkheid opgeroepen, maar nergens zo pregnant en overrompelend als in Eiland berg gletsjer."

 

In Het Parool gaat Maarten Moll in gesprek met Arie Boomsma, die een poëziebloemlezing samenstelde, Met dat hoofd gebeurt nog eens wat: "Ik ben een liefhebber. Ik ben geen authoriteit. Als ik me zo zou opstellen, zou ik de grens van de geloofwaardigheid overschrijden. Ik wil met deze bundel poëzie introduceren voor een nieuwe groep lezers." Even verderop, in de eigenlijke boekenpagina's, omlijst Hans van der Beek zijn interview met A.H.J. Dautzenberg met gefingeerde elementen. Gelukkig gaat het ook over het boek: "Mijn nierdonatie was een experiment; dus mijn boek moest ook een experiment zijn." Dat gebeurt door de tot het einde volgehouden dialoogvorm. "Dat was ook wel spannend. Het moest wel literair interessant zijn voor mij."
Arie Storm opent de afdeling recensies. Over De horizon: "Modiano laat in één roman beide kanten van vroeger volkomen overtuigend zien. Dit is een prachtige roman over hoe moeilijk het is heden en verleden harmonieus in elkaar op te laten gaan." Guus Luijters dan over De tuin van de Franse poëzie, "een rijk boek, een mooi overzicht van de Franse poëzie en haar dichters", Dirk-Jan Arensman over de boeken van Adam Foulds ("hoewel deze romans in opzet en toon nauwelijks meer van elkaar konden verschillen, zijn ze, elk op hun eigen manier, zeer geslaagd"), Dieuwertje Mertens over Olivier Pourriols De schilder met het mes ("een doorwrochte en intelligente roman", maar "dat is tevens het manco van deze roman") en John Jansen van Galen over Marco Daanes nareisboek Het spoor van Orwell ("nauwgezet en met veel aandacht voor details", "een mooi boek, ook voor wie geen Orwelladept is").


In Elsevier de eerste bespreking van Louteringsberg. Irene Start: "Möring geeft de lezer een goedlopend verhaal vol dreigend onheil, vol mooie, gebeeldhouwde zinnen. Wat minder goed werkt, is de versnelling nadat de moeder van Marcus is gestorven."


Max Pam in HP: "Onopgemerkt, geniepig bijna, is Maarten 't Hart uitgegroeid tot de beste schrijver van Nederland. "En dat, nog voor hij over Dienstreizen van een thuisblijver begint. Dat is "voor elk wat wils". Dries Muus plaatst maar enkele kanttekeningen bij het "vermakelijke, intelligente romandebuut" dat A.H.J. Dautzenbergs Samaritaan is, toont zich dankbaar voor Hans Keilsons Daar staat mijn huis en ziet Jannah Loontjens in Hoe laat eigenlijk "uitkauwen in plaats van suggereren" en vindt de inzichten van de personages zo uit een talkshow geplukt.

Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening