Literair supplement - aflevering 49

Het weekoverzicht van de belangrijkste literatuurrecensies- en interviews uit kranten- en weekbladen in Nederland en Vlaanderen. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel in Amsterdam.  Met veel aandacht  voor Marcel Möring, Gilles Leroy en Hans Keilson, naast vele anderen. 

 

Nu ook zijn debuutroman Het leven gaat verder is vertaald trok Piet de Moor voor Knack op interview naar Hans Keilson. De 101-jarige vertelt hoe het boek oorspronkelijk als laatste joods boek bij Fischer verscheen in 1933: "Mijn boek verscheen net op tijd om verboden te worden. Ik denk dat mijn lector Oskar Loerke, (...) toen al doorhad wat voor een catastrofe Hitler voor Duitsland zou betekenen. Loerke adviseerde me om zo snel mogelijk uit Duitsland te verdwijnen, voor het te laat was".  We vernemen ook dat Keilson het meest aan zijn gedichten is gehecht. Hij beëindigt het gesprek met een gedicht uit 1938 waarin hij zijn onmacht om het tragische lot van de Joden ongedaan te maken in het slotvers samenbalt als "Ich werd's dem Gott schon sagen" , wat zoveel betekent als: "Ik zal het die God nog wel eens inpeperen". Jan Stevens neemt afstand van de jury van de Man Booker Prize 2010 en labelt De Finklerkwestie als "soms oervervelend". Ook Bart Vanderstraeten is het niet helemaal eens met een literaire jury, de recensent vond in Gedichten 2009 de met de VSB Poëzieprijs bekroonde bundel van Armando "een tiental gedichten die zo in een bloemlezing kunnen van het beste van het jaar" maar die zitten wel verstopt in een bundel die overkomt "als een vormeloze hoop, waarin de lezer op goed geluk moet zoeken naar de mooie bloemen".

 

Een verzameling vrouwelijke vuurrode haardossen op de frontpagina van Uitgelezen van De Morgen die opent met een recensie van Rood van Midas Dekker door Christophe Vekeman. Daarnaast recenseert Fleur Speet de eerste volbloed roman van de bejubelde verhalenschrijver David Bezgmozgis, die is met De vrije wereld "een beetje opgeschoven is van Tsjechov naar Dostojevski en dat levert een bepaald niet onverdienstelijk boek op". En ook Michiel Klein Nulent lost voor Speet de verwachtingen in, ze trof in Het koekoeksei "subtiliteiten" en "klene scènes die kaal en daardoor des te treffender worden beschreven". Dirk Leyman recenseert het debuut van Franse auteur Sascha Sperling, Mes amours donnent sur la cour, in het Nederlands klinkt dat knullig Ik, voor eeuwig "de driften en daden van de Parijse jeunesse dorée" kan de piepjonge auteur "de enerverende spanning geenszins het hele boek volhouden. Toch vonkt het talent regelmatig op." Leyman bespreekt ook Alabama Song van Goncourtwinnaar 2008 Gilles Leroy, een roman over de meer dan turbulente liaison van F. Scott Fitzgerald en Zelda Sayre (foto). De auteur geeft Zelda het woord en "haar franc-parler (...) is in deze roman bijzonder snedig opgetekend en gevat in korte hoofdstukken, die heen en weer flitsen in de tijd (...) Leroy zet de feiten soms schaamteloos naar zijn hand, want, waarschuwt hij, dit is geen "biografie met Zelda Fitzgerald in de rol van historisch personage". Maar Leroy kent zijn vertelstiel en palmt je blindelings in met deze variant op living in the fast lane." Tot slot heeft Leyman het over Tips en wenken voor wie zijn afdelingshoofd om opslag wil vragen, Georges Perecs "zoveelste gewiekste experiment met vormdwang. En met taal én met logica die op losse schroeven wordt gezet, ondanks de mathematische resoluutheid van de tekst".

 

Ook de Standaard der Letteren zet, zij het maar één, rode haardos op de cover. Alle Lansu raadt Oorlog met de salamanders van Karel Capek aan, die recensie stond eerder in Het Parool. Uit het een interview van Kathy Mathys met Esther Freud (foto)  leren we dat ze  voor haar nieuwe roman Een kwestie van geluk voluit putte uit haar eigen herinneringen aan het theaterleven: "Bij mij gaat het altijd over families, over mensen die ergens bij willen horen. In die zin is Een kwestie van geluk een uitzondering, de families zijn zo goed als afwezig.." Kathy Mathys vindt de roman in het omkaderend  een stuk minder indringend dan haar ander werk.
Voor Peter Jacobs is het duidelijk, Een zuivere liefde is het bewijs dat het beeld van Sofja Tolstaja moet worden bijgesteld: "ze was niet de hebberige feeks die haar genereuze en pacifistische 'heilige' man beknotte. Ze was een volwaardig schrijfster".  Verder nog een vijfsterren recensie van Joseph Roth's Zipper en zijn vader door Willem Van Zadelhoff. Die is ook onder de indruk van Dagelijkse zonden van Eva Menasse: "Elk verhaal is een filmische uitsneding van een leven."  En net als andere recensenten merkt Gilbert Roox op dat Jean Echenoz met Hardlopen weinig toevoegt aan het beeld van hardloper Emil Zatopek. Met Louteringsberg brengt Marcel Möring "een zeer kalme, zeer klassieke roman" stelt Mark Cloostermans die wel wijst op enkele slordigheden en onbedoeld grappige passages.

Jan Fontijn levert voor Peter Jacobs met Opgebouwd uit hetzelfde. Broers en zussen in de literatuur "een liefdevol samengestelde verzameling korte essays met enkele verrassende inzichten en bijzondere personages die voor even uit de coulissen van de literatuur treden".  Het lied van de grotten van Jean M. Auel is de spraakmaker van de week,  voor een in een verhaal ingebedde,  accurate en onderbouwde weergave van de levenswijze van onze verre voorvaderen kan men bij haar terecht, stelt Filp Huysegems.

Trouw opent met het autobiografische Zigeunerkind van Mickey Walsh, dat, zegt Jetteke van Wijk, "geenszins een romantisch of zelfs maar flatteus beeld van de Romagemeenschap" schetst. Rob Schouten leest vervolgens romans geschreven door acteurs (Aat Ceelen, Anna Drijver, Hans Dagelet, Yolanda Entius). Yolanda Entius' Het kabinet van de familie Staal lijkt er het beste af te komen: "Wat je ziet is dat de heldere doorzichtigheid van de directe rede op het toneel door deze schrijvende acteurs wordt overgebracht op de indirecte rede van het verhaal. Bijna kinderlijk van eenvoud wordt het verhaal verteld. In zekere zin vertonen deze schrijvers in hun romans hetzelfde kunstje als op het toneel: je snapt wel wat ik bedoel."
Hanna de Heus dan over Joseph O'Connors Volgspot ("Hij vertelt het verhaal vanuit Molly's gezichtpunt, in flashbacks, en in een stijl die aan vervlogen tijden doet denken : lange, soms wat plechtige zinnen, gelardeerd met ouderwetse woorden als directoire, ottomane, gaarne en mettertijd. Daardoor ontstaat al meteen een mooi tijdsbeeld.") en Rob Schouten over Arjen Lubachs Magnus. "Echt heel mooi, dat inzicht dat neerziet op de emoties zonder dat ze daardoor kleiner of minder hevig worden. Ik vond Magnus een onverwacht juweel in de soms modderige stroom boeken van ambitieuze dertigers, zet dat maar op Lubachs volgende boek."
En Antoine Verbij over twee romans over het getto van Lódz, waarvan een die van Steve Sem-Sandberg, De onzaligen van Lódz ("Het resultaat is een aangrijpend relaas, soms wat al te sentimenteel, maar overtuigend in zijn realisme."), Hanna de Heus over Chris Adrians Het kinderziekenhuis, "een rijke roman, vol inzichten over ziekte, verlies en sterfelijkheid, waarin Adrians ervaring als arts, theoloog én schrijver doorklinken. Bovendien schrijft hij mooi afgewogen proza", en Annemarie van Niekerk ten slotte over Hiromi Kawakami's Nakano's handel in oude rommel. "De lezer sluit het boek in het weemoedig stemmende ervaren van de voorbijglijdende tijd, de opeenvolging van generaties, de voortdurende verandering van alle dingen en het merkwaardig geruststellende, nostalgische verlangen naar alles wat voorbij is. Met eenvoudige lijnen en zachte grijstinten geeft Kawakami uitdrukking aan deze gevoelens,met als resultaat een even verstild als indringend tafereel."


De wegen van de Volkskrant-redactie zijn ondoorgrondelijk. De boekenbijlage openen met een afkraakrecensie van een publieksboek dat een maand oud is. Er staan toch ook interessante interviews met Asis Aynan over Berberliteratuur en Chimamanda Ngozi Adichie in, was dat geen voorpaginamateriaal?Hoofdschuddend verder. Erik van den Bergs openingsrecensie besluit dus met "Het beetje sjamanistische magie dat af en toe nog in de grotinterieurs opgloeit, wordt meteen teniet gedaan door de zemelige dialogen, met prietpraat à la "mensen hebben het recht zelf keuzes te maken" en "trek iets warms aan, het wordt fris 's avonds"." Op pagina twee Jannah Loontjens in het kort heel enthousiast over Selim Özdogans De dochter van de smid (foto, "Zelden heb ik een verhaal gelezen dat bijna afstandelijk registerend is geschreven, en toch blijk geeft van zo veel tederheid.") en in iets meer woorden Aleid Truijens over Rudie Kagies Schuifkaas ("Grote emoties van de ik-figuur worden in dit mooie, compacte verhaal voorzichtig via de band gespeeld. Ze komen harder aan dan eindeloos gelamenteer over trauma"s.").
Paul Depondt leest de Brieven uit China van de "scherpzinnige en tegelijk dromerige schrijver" Victor Segalen, Greta Riemersma (oud-Marokko-correspondent, dus terzake kundig) ontlokt initiatiefnemer Asis Aynan over de Berberbibliotheek: "Ik zou niet graag willen dat mensen denken: ach, deze literatuur is exotisch of totaal niet interessant, maar oké, het is zo zielig, laat ze een boekje maken. We bouwen met de opbrengst van deze boeken geen waterput, dit is een verrijking van de Nederlandse literatuur."
Wim Bossema interviewt dan Chimamanda Ngozi Adichie (foto) . Haar boeken

gaan over Nigeria, maar daar gaat het gesprek niet alleen om. Over het schrijven van haar tweede, grote roman: "Het laatste jaar raakte ik helemaal geobsedeerd door het schrijven. Randje waanzinnig. Ik douchte me niet eens meer, weken achtereen. Er was een dag dat ik uit het raam wilde springen. Het ene moment was ik euforisch over wat ik had geschreven, dan weer wanhopig als ik erbij stilstond dat mijn grootvader is gestorven in net zo'n vluchtelingenkamp als ik beschrijf." Ten slotte: Wineke de Boer over de nieuwe Tatiana de Rosnay ("geeft drama en clichés ruim baan") en Greta Riemersma over Yolanda Entius' nieuwste roman ("Met heeft Entius een geschiedenis van benepen gedragingen geschreven, zó briljant dat de lezer af en toe naar lucht moet happen.").


Bas Heijne opent NRC Boeken met de onbevangen moralist Karel Capek (1890-1938), naar aanleiding van Oorlog met de salamanders en R.U.R.: "Nog altijd is Karel Capek een charmante, speelse schrijver. Maar dat humanisme van hem, dat intelligente, onsentimentele, glasheldere humanisme - daarmee is hij weer een schrijver voor onze tijd geworden."
Pieter Steinz bespreelt David Pefko's tweede, teleurstellende, roman, Het voorseizoen: "Pefko had de spankracht beter in de gaten moeten houden, en had ook meer aandacht moeten besteden aan het oppeppen van de doorgaans nogal vlakke stijl." En Guus Middag, over een hele pagina, leest Jules Deelders Ruisch: "Bij Deelder verveel je je niet gauw." En: "Deelder houdt van mooie woorden - dat is nog een reden waarom ik hem graag lees." Jan Donkers dan, over De naamlozen, waarvoor Joshua Ferris gecomplimenteerd dient te worden "met het lef waarmee hij een wel heel ongebruikelijk onderwerp heeft gekozen", maar dat "niet helemaal geslaagd" is, omdat hij te lang doorgaat en personages niet tot leven komen. En Anneriek de Jong over Rolf Lapperts Naar huis zwemmen, "net geen meesterwerk", maar "hij komt er wel bij in de buurt. Want over die pechvogels, en dat is in zijn boek haast iedereen, schrijft Lappert geweldig goed".


In De Groene Amsterdammer een stuk van Maria Vlaar over het werk van Hans Keilson (archieffoto); de inmiddels 101 jaar oude schrijver heeft zojuist zijn herinneringen gepubliceerd onder de titel Daar staat mijn huis. "Het jeugdtrauma als drijfveer voor latere keuzes, als wegwijzer voor de levensloop, is een concept dat al lang verlaten lijkt, in de psychiatrie en in de literatuur. Freud is uit de mode, ook in de literatuur. Maar waarom lopen zo veel lezers dan weg met Keilsons "herontdekte" boeken?"" Vlaar: "Keilson lijkt altijd meer oog te hebben voor het kleine, menselijke verhaal. Via het detail kan de lezer zich voorstellen hoe het was, hoe gewoon het was ook. Hij wil geen grote lijnen schetsen. [...] Het individu, getekend door zijn jeugdtrauma. Dat is Keilsons mens."
Met XY, Louteringsberg en Jeruzalem volgt De Groene de inmiddels bekende weg in de keuze voor de overige besprekingen. Over XY - "het boek dat opent als een thriller, maar het niet is"- schrijft Xandra Schutte: "Veronesi wil het mysterie niet verklaren, maar daar heeft hij wel heel veel woorden voor nodig. En heel veel symbolen. Dat godvergeten gehucht, de ascetische priester, de sneeuw en het bloed - het zijn allemaal archaïsche beelden. [...] helaas weet Veronesi niet te overtuigen: dat dorp wordt niet universeel, het bloedbad niet het kwaad waarmee je je als lezer ook moet verstaan."

Joost de Vries probeert te duiden hoe Marcel Mörings nieuwe boek in de keten van zijn oeuvre past, en is ondertussen lovend over Louteringsberg: "Vakbekwaam springt Möring door de tijd heen en terug, creëert een web waarin de belevenis en de herinnering van een belevenis elkaar verdrukken in je hoofd, als een landschap en de topografische kaart van het landschap. Maar bovenal heeft het alles met de toon te maken - noem het een montere melancholie, een hoopvolle depressie - en het ritme waarmee Kolpa denkt (en Möring schrijft): het kabbelt maar ondervraagt, het twijfelt maar werkt uiteindelijk naar de juiste vragen toe." Jacq Vogelaar over Jeruzalem: "Vreemd, alles wat Lemmens in zijn nawoord over Tavares vertelt klinkt sympathiek, maar de roman lijkt me één grote vergissing: het verhaal wordt zo verteld dat alles er telkens net naast zit en dan zit het goed scheef.
De laatste recensie is van Lynn Berger, van Teju Cole's debuutroman Open City, "een ideeënroman voor de 21ste eeuw, waarin de vraag wat het betekent om te schrijven en te observeren vanuit verschillende richtingen wordt benaderd. De besluiteloosheid van een generatie wier ideeën zijn gevormd door postmoderne denkers wordt op knappe wijze neergezet en, uiteindelijk, veroordeeld: iedereen is verantwoordelijk, ook de buitenstaander, en ook de flaneur".  


Aanstaande 29 april vindt hét huwelijk plaats: tussen de Britse prins William en zijn verloofde Kate Middleton. Aardig getimed dus, om nu met een roman over prinses Diana te komen, merkt Sander Pleij op in Vrij Nederlands Republiek der Letteren. In Untold Story beschrijft Monica Ali eigenlijk een variant op het sprookje van de monarchie: "Ze laat Diana in het geheim een nieuw leven beginnen, terwijl de wereld denkt dat ze gestorven is." "Het leest lekker weg, maar het is jammer dat de schrijfster een groot deel van haar boek moet besteden aan het geloofwaardig maken ervan." Het verschijnen van Louteringsberg, het tweede deel van Marcel Mörings op Dantes De goddelijke komedie geïnspireerde romantrilogie, roept bij Jeroen Vullings de vraag op of de combinatie Dante en Möring niet een maatje te groot is. Ook met betrekking tot het thema heeft hij zijn bedenkingen: "Het lijkt wel het boek van een joodse bekeerling, zoveel joodse sjablonen voert Möring pathetisch op."
Een zuivere liefde (Sofja Tolstaja), Onder pseudoniem (Eveline Vreeburg), De steen vreest mij (Ellen Deckwitz), De val van de vrije dagen (Stefan Hertmans), De laatste jaren (Driek van Wissen), Driedelig paard (Ted van Lieshout) en Mijn leven op Bird Cloud Ranch (Annie Proulx) komen kort aan bod.


In Het Parool gaat Hans van der Beek in gesprek met Hans Dagelet (De man met de vier o's): "Dat soort dingen, die verschillen in tempo en stijl, zoek ik heel bewust. Ook ieder zinnetje moet voor mij ritmisch kloppen. Anders moet er een lidwoord uit, of er moet iets omgedraaid worden. Het is één grote puzzel. En dat het uiteindelijk ook nog ergens over gaat, vind ik dan iedere keer een meevaller." Arie Storm kraakt Marcel Mörings Louteringsberg ("Dit boek is zo dood als een pier. Door de clichés, de lelijke zinnen, de poeha die eruit spreekt, maar vooral doordat Möring er totaal niet in slaagt zich in zijn personages in te leven en die tot leven te brengen."), Alle Lansu is gemengd over Veronesi's XY ("zeker een roman die te denken geeft, maar [hij] mist de dwingende, stuwende kracht van een boek als Kalme chaos") en Jasper Henderson prijst het "kleine, bij vlagen zinsbegoochelende [Amulet] van Bolaño": het "wil op niet-sentimentele wijze laten weten dat literatuur ertoe doet, dat woorden op zijn minst hoopvol kunnen zijn".
Vervolgens bespreekt Hans Renders het over twee weken verschijnende De Patagonische haas van Claude Lanzmann, memoires die "één grote illustratie [vormen] van de stelling [...] dat de geschiedenis een te serieuze aangelegenheid is om aan historici over te laten", Guus Luijters Brieven uit China van Victor Segalen, "een prachtig boek, waarin schitterend ouderwets gereisd wordt", en Dirk-Jan Arensman The Pale King door David Foster Wallace. "Een monumentale zwanenzang van een briljante schrijver, die tragisch genoeg, nog steeds aan het groeien was."


Hugo Camps interviewt Bob den Uylprijswinnaar Cees Nooteboom in Elsevier, momenteel te gast in Baden-Württemberg. "Grond kruipt in de pen, ja. Ik schrijf hier anders dan in Amsterdam of op Menorca. Zelfs de schrijfstudio"s in dit huis hebben een eigen gevoelstemperatuur."

In HP|De Tijd ten slotte leest Dries Muus Mörings Louteringsberg als een spannend boek ("De roman bevat alle goede en slechte eigenschappen van een geslaagde thriller.").

Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening