PRESSE PAPIER # 28 Jan Siebelink - Conversaties

Voor de bundel Conversaties bracht schrijver Jan Siebelink portretten en interviews van en met hoofdzakelijk Franse schrijvers bijeen. Zowel qua opzet als wat betreft de manier waarop deze schrijversportretten je bij de lurven grijpen, lopen de stukken zeer uiteen. Ze verschenen eerder in de bundels De reptielse geest (uit 1981) en De prins van nachtelijk Parijs (1985) of in HP/De Tijd.
De stukken waarvoor Siebelink zelf op pad is geweest om meer over zijn favoriete schrijvers en dichters na te speuren, zijn duidelijk het meest geslaagd. Zoals dat over de dichter Paul Verlaine, voor wie hij diens honderdste sterfjaar naar het boerengehucht Juniville in de Franse Ardennen afreisde. Aldaar bleek het Musée Verlaine, de voormalige herberg waar de poète maudit zijn absint nuttigde (als hij geen les gaf in het naburige Coulommes) gesloten. Met de hulp van vriendelijke inwoners lukt het Siebelink toch om binnen te komen en aan de tafel van Verlaine plaats te nemen.

Een ander voorbeeld is de kamer van Marcel Proust, waar Siebelink en twee andere bezoekers onder de indruk zijn van de gewijde stilte die heerst in het vertrek aan de Boulevard Haussmann waar het literaire monument de Recherche heeft geschreven. Ook voor Siebelinks lezers begint een schrijver op dat moment echt te leven. Je ziet ze voor je: de woeste kop van Verlaine aan de oude houten tafel en de hologige Proust in een bedjasje, met kussens in de rug zodat zijn knieën hem als tafel dienen om op te schrijven.
Een stuk onpersoonlijker en daardoor conventioneler van aard zijn bijvoorbeeld de stukken over Drieu La Rochelle en André Gide. Die lijken meer op een braaf lesje literatuurgeschiedenis. Diepgaander is dat over J.-K. Huysmans, een auteur, wegbereider van het decadentisme, die is vertaald door Siebelink en die hij dan ook door en door kent. De stukken over de vergeten negentiende-eeuwse schrijver Jean de Tinan (1874-1898) en de marginale joodse dichter Max Jacob (1876-1944) maken je nieuwsgierig naar het werk van deze twee mannen wiens werk bij Siebelink op de boekenplank prijkt. "Zijn [Tinans] boeken: kleine parels van nostalgie, van een sensueel voyeurisme, van vluchtig geziene dingen."
Een vreemde eend in de bijt is het intieme en aangrijpende verslag van een bezoek van Siebelink aan zijn vriend Johan Polak, uitgever en bibliofiel. Het staat als eerste in de bundel, als eerbetoon aan Polak en zijn liefde voor boeken, die na zijn dood zijn geveild en verspreid zijn geraakt over de hele wereld.


Van een andere orde zijn de schrijversportretten waarvoor Siebelink zijn onderwerp heeft geïnterviewd. Het oogt als een bijeengeraapt zootje: Julien Gracq als enige Franstalige Fransman, Milan Kundera en E. M. Cioran respectievelijk afkomstig uit Tsjechië en Roemenië en al jaren woonachtig in Frankrijk, Julien Green geboren in Parijs als jongste zoon van Amerikaanse ouders en James Purdy is een Amerikaanse Amerikaan. De zeer uiteenlopende verenpracht van deze eigenzinnige paradijsvogels laat onverlet dat Siebelink met kennis van zaken en openhartig met hen spreekt. De frustratie van de, in zijn eigen ogen, miskende Purdy, de oneliners van denker Cioran (foto), het kluizenaarschap van Gracq en de triestheid en de humor van Kundera: bij Siebelink komt het allemaal over tafel.
Een gemis is dat er bij deze interviews geen enkele tijdsaanduiding staat vermeld. En zo zijn er meer slordigheden in Conversaties (naast de fouten op voorzijde waarover we hier eerder berichtten, Julien Cracq ipv Gracq op de cover). Wat des te vreemder is omdat het hier om een herdruk gaat en er dus alle tijd was om die te verbeteren.
Een ‘standpunt' in een citaat van Artaud dat een paar pagina's later een ‘steunpunt' is geworden, uitgeverij Ollendorf is hier ‘Oldendorff' en de Prix Médicis wordt omschreven als ‘de prijs voor de beste buitenlandse roman', terwijl er inderdaad een ‘Prix Médicis étranger' bestaat, maar dat is dus niet dezelfde als de ‘gewone' ‘Prix Médicis' die elk jaar naar een Franse roman gaat. Ergerlijk is dat Siebelink opeens kan uitroepen dat dit of dat vers het mooiste is dat ooit over de liefde is geschreven, of dat alle romantici hun toevlucht nemen tot de taal, of dat Jean Antoine Watteau van de negentiende eeuw was (Watteau was een kunstschilder uit het rococo). Ondanks dit soort ergernissen en slordigheden blijft Siebelink, ook in deze portretten, een bijna ideale schoolmeester: belezen en enthousiast.

 

Conversaties, Jan Siebelink, De Bezige Bij, 9789023457923

Tags: Franse literatuur, Wereldliteratuur
Geplaatst door Wineke de Boer op 23-04-2011
Verwante berichten
Presse-papier
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening