PRESSE PAPIER # 27 - Jean-Philippe Toussaint - De waarheid omtrent Marie

De liefde is gecompliceerd. Zeer gecompliceerd. In De waarheid omtrent Marie van de Franstalige Belg Jean-Philippe Toussaint (°1957) kan ze uitdoven, maar ook weer de kop opsteken. Met zijn karakteristieke scheut absurdisme vangt Toussaint er alle modulaties van.

 

Weinig Franstalige schrijvers hebben zo'n immense fanbase in Japan als onze welbespraakte landgenoot Jean-Philippe Toussaint. Van zijn debuutroman De badkamer (1985) en kleine klassieker Monsieur (1986) kon hij er haast op kousenvoeten honderdduizenden exemplaren slijten. Sindsdien onthaalt Tokio hem bij elk nieuwe roman als een prins. Terwijl Toussaint - ondanks vertalingen in twintig landen - zich elders wel eens met een cultstatus tevreden moet stellen.

Toussaints fijnbesnaarde ironie en speelsheid zijn inderdaad niet aan iedereen besteed. Critici mopperen wel eens over het gebrek aan gebeurtenissen in zijn romans. Waar is de actie? Waar is het verhaal gebleven? Tja. Toussaint schrijft geen pageturners. En zenuwpezen kunnen ook beter met een wijde boog om zijn boeken heenlopen. De in 2005 met de Prix Médicis bekroonde auteur doet niets liever dan traag én met welgedoseerde woorden de dagelijkse routine uit haar hengsels tillen, zoals in het meesterwerkje De televisie (1997), waarin hij de vreemde naweeën van een tv-verslaving uitvlooit. Toussaint, ook actief als filmer en fotograaf, is bijzonder bedreven in het bevriezen van tijd én handeling. Daarbovenop komt een obsessieve aandacht voor het detail én een onbedaarlijk gevoel voor het absurde.

Met zijn laatste drie romans sloeg Toussaint bewust nieuwe paden in, waarbij de tongue-in-cheekhumor enigszins het veld moest ruimen, ten voordele van nostalgie en uitgepuurde emotie. En wellicht door zijn veelvuldige bezoeken aan het land kreeg Japan een eersteplansrol toebedeeld. Liefde bedrijven (2002) handelde over een liefdesbreuk en speelde zich geheel in Tokio af én het bejubelde Vluchten (2005) zoomde in op de dramatische gevolgen van de ruptuur, al leek er ook weer een toenadering in de maak. Telkens cirkelde het verhaal rond de ongrijpbare Marie, de grillige geliefde wiens woorden en daden de bezeten verteller voortdurend op een goudschaaltje legt. Zij staat ook centraal in het zopas vertaalde sluitstuk van de trilogie De waarheid omtrent Marie, dat zich perfect zelfstandig laat lezen.

Zal Toussaint eindelijk alle mysteries omtrent Marie bevredigend oplossen? Dat is ijdele hoop. Toussaint laveert in De waarheid omtrent Marie rond de hete brij, maar doet dat op zo'n compositorisch vernuftige én toch verbazend soepele manier dat je hem dat ten volle vergeeft. En bovendien, zo zei Toussaint in navolging van een van zijn leermeesters Alain Robbe-Grillet: "Wat de sterkste indruk nalaat in een roman, is wat erin ontbreekt."

 

Drie wonderlijke hoofdstukken met drie sleutelscènes: meer heeft Toussaint niet nodig om zijn sublieme beschrijvingskunst te laten zegevieren. In het beklemmende openingstafereel van De waarheid omtrent Marie bedrijven de verteller en Marie de liefde. Maar niet met elkaar. Allebei bevinden ze zich in Parijs, tijdens een bijna onheilspellend zwoele nacht, "nauwelijks een kilometer van elkaar verwijderd." Marie is in het gezelschap van Jean-Christophe de G., een wat oudere zakentycoon en bezitter van het vermaarde racepaard Zahir. Wanneer hij een hartaanval krijgt, belt ze in paniek de verteller om bijstand. Vier maanden eerder zijn ze nochtans uit elkaar gegaan. Als een hazewind rept de ik-figuur zich naar het hem vertrouwde appartement, waar zijn buffetkast met kleren nog steeds staat. Daar ziet hij nog net hoe Jean-Christophe de G. met de ambulance wordt weggevoerd. Terwijl het onweer losbarst, voltrekt zich een toenadering tussen de ex-geliefden, nog wel tijdens het absurde versjouwen van de buffetkast - een situatie waar alleen Toussaint mee weg komt.

In het magistrale tweede hoofdstuk keert Toussaint terug in de tijd, naar Tokio waar Jean-Christophe de G. en Marie elkaar kort voordien hebben leren kennen. Hij voert hen op in een ongemakkelijke situatie, wanneer volbloed Zahir in allerijl geëvacueerd moet worden uit Japan vanwege dopingperikelen. Maar het paard ontsnapt op het tarmac van de luchthaven Narita en legt het halve luchtverkeer lam. Tot Jean-Christophe de G. het dier na een helse achtervolging in het schijnsel van de koplampen soeverein kan kalmeren. Op subtiele wijze vlecht Toussaint vervolgens ook de laatste ontmoeting in tussen de verteller en Marie, op een roltrap bij de paardenraces, elk een andere richting uitglijdend. Ten slotte verlegt de handeling zich naar het eiland Elba, waar tijdens een bosbrand (!) Marie en de verteller weer effectief verenigd raken. Valt het nog te ontkennen? "Ik hield van haar, ja. Misschien is het zeer onnauwkeurig uitgedrukt, als ik zeg dat ik van haar hield, maar niets zou nauwkeuriger kunnen zijn."

 

Weer vermurwt Toussaint ons met dit eindeloze spel van aantrekking en afstoting. Zijn steeds meer geperfectioneerde stijl houdt de verveling behendig op afstand. De intensiteit van de delicaat meanderende zinnen is groot, soms alsof ze in een koortsroes zijn opgeschreven. Even onverwacht én weldadig steekt de situatiehumor de kop op. Toch blijft de chaotische Marie, ondanks alle voorgeschotelde details, een bijna etherische verschijning. De waarheid over Marie? De verteller kent ze, zo beweert hij. "Ik wist hoe Marie reageerde. Marie kende ik bij intuïtie, over haar had ik een aangeboren kennis, een ingeboren weten, een totaal begrip: ik kende de waarheid omtrent Marie." Maar wij, wij blijven gissen. Je kunt er gif op innemen dat Toussaint zijn heldin binnenkort weer tot leven wekt.

 

[eerder verschenen in De Morgen, Uitgelezen]

 

Jean-Philippe Toussaint, De waarheid omtrent Marie, vertaald door Marianne Kaas, uitgeverij Prometheus, 18,95 euro.

Tags: Franse literatuur
Geplaatst door Dirk Leyman op 06-04-2011
Verwante berichten
Presse-papier
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening