Literair supplement - aflevering 50

Het weekoverzicht van de belangrijkste literatuurrecensies- en interviews uit kranten- en weekbladen in Nederland en Vlaanderen. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel in Amsterdam. Voor de vijftigste keer intussen al.

 

De Standaard der Letteren focust op de geluksboeken die de boekhandel overstelpen. Qua fictie wordt gestart met een recensie van Caribou Island van David Vann door Kathy Mathys. Vann is vooral op dreef in beschrijvingen van het barre landschap maar de roman is toch stroever dan zijn fel opgemerkt debuut, vindt Mathys. De Duitse auteur Mirko Bonné schreef met Hoe wij verdwijnen "een roman over de onmogelijkheid in te grijpen in de reeeks gebeurtenissen die ons leven vormen". De hoofdpersonen waren getuige van het dodelijk verkeersongeval van Albert Camus en raken 47 jaar later in de ban van die gebeurtenis, een bespreking van Willem van Zadelhoff. Mark Cloostermans zet zes debuten op een rij; het autobiografische De roemlozen van Justine Le Clercq krijgt een "uitstekend" mee, de drie sterren kwotering is er voor Ledeberg van Jo Van Damme en Vlucht van pluizen van Pepijn Lievens. Jan Van Toortelboom, Rob Waumans en Het aangeboord talent van Beefcake Publishing worden afgeserveeerd. Rachida Lamrabet las Leven en legende van Agoun'chich van de Marokkaans-Franse auteur Mohammed Khaïr-Eddine (1941-1995) het eerste deel in de nieuwe reeks De Berberbliotheek: "de novelle is een wirwar van genres en wisselende vertelperspectieven, maar het mooie aan Khaïr-Eddines stijl is dat hij trouw blijft aan de sterk associatieve orale verteltraditie. De ene vertelling lokt de andere uit..". Verder nog Marijke Arijs over het hier al vaak aangehaalde De Graf Zeppelin of De lijdensweg van Emile van René De Obaldia: "Toegegeven, zijn absurde humor en zijn onbesuisde stijl doen een tikkeltje gedateerd aan, maar de lach is nog steeds een uitstekende remedie tegen de wanhoop. Dat heeft Obaldia uitstekend begrepen"


Uitgelezen van De Morgen schuift Arnaldur Indridason naar voor, van het Ijslandse thrillerfenomeen verschijnt Doodskap, zijn tiende thriller. En Dirk Leyman ziet ze voor zich, de rivaliserende broers Vanneste uit Ledeberg! de "volksroman" van Jo Van Damme, die heeft "een goed oor voor heen en weer tikkende dialogen": "Van Damme mag graag stoeien met de wat aangebrande karikatuur" en "is schatplichtig aan Herman Brusselmans, zeker ook wanneer hij de BV-cultuur op de slof neemt. (...) Grinniken doe je dus wel met kolderroman Ledeberg! op voorwaarde dat je je humorlat niet te hoog legt. Volks is wel eens synoniem voor hoogst clichématig." Leyman signaleert ook nog Duel van Joost Zwagerman, Van drie tot zes van Herman Brusselmans en Vlucht van pluizen van Pepijn Lievens.
Ook ruimte voor poëzie deze week, met een recensie van de verzamelbundel Vuil goed van Rob Schouten door Paul Demets. Die dichter zoekt "niet naar schoonheid en verheffing, maar naar de menselijke maat. Hij kijkt met verbazing naar de dierentuin die het bestaan is." Nieuw werk ook van Adriaan De Roover, die publiceert op zijn achtentachtigste bij Demian Enkelvoudig blauw, werk van "een dichter die scherp observeert en associeert, de schoonheid, de vergankelijkheid en de onvolmaaktheid van het bestaan in beeld brengt". In de rubriek Kort wijst Paul Demets ook op Eiland berg gletsjer, de "ontregelde" poëzie van Anne Vegter en op Naar een nieuw zeeland, de "taalavonturen" van Peter Theunynck. En we krijgen ook een voorpublicatie cadeau; een fragment uit  De droom van de Ier de nieuwe roman van Mario Vargas Llosa. Tot slot nog aandacht voor iemand uit het eigen huis, het reisverhaal Bangkok-Melbourne van De Morgen-journalist Brecht Decaestecker is voor collega Jules Hanot "een leuk geschreven, pretentieloos en eigenzinnig" reisverhaal. Vrijdag had De Morgen ook een interview van Frank Schlömer met György Konrád.


Deze week stelde György Konrád (foto) immers te Brussel en Amsterdam zijn nieuwe boek Slingerbeweging voor. Piet De Moor sprak  voor Knack met de Hongaarse auteur over ouderdom en dood: "Die nabijheid van de dood kende ik niet toen ik jong was. Nu is hij een vriend, iemand met veel geduld. Soms heb ik echt de indruk dat het volstaat. De belangrijkste ervaringen heb ik meegemaakt" en over de actuele situatie in zijn land  : "al ben ik niet meer zo jong, ik zal ze toch wel allemaal overleven, al die onaangename regimes" met een bitter vaststelling tot slot: " De regering-Orbán heeft zichzelf van de levende, intellectuele samenleving geïsoleerd".
De Tuin van Puccini van Helmut Krausser kan je voor Piet de Moor niet reduceren tot een geromantiseerde biografie, want de erotomaan Puccini krijgt bij Krausser "de trekken van een haast kafkaiaanse held" en het werk is ook "een geslaagde kunstenaarsroman". In Kort beschrijft Frank Hellemans Het lied van de grotten van Jean M. Auel als "een lifestylemagazine om bij weg te dromen over de prehistorische mores", gebruikt Tom van Imschoot termen als "stereotiep", "een dun verhaaltje"  over Machteloos van Steven Crombez en ziet Piet de Moor hoe Jevgeni Zamjatin met Wij "een hallucinante wereld creëert waaraan George Orwell en Aldous Huxley nauwelijks aan kunnen tippen"


Telkens drie sterren in Humo's boeken deze week: in  Een kwestie van Geluk van Esther Freud zag Jeroen Maris "epische kracht(die) resoneert in elke zin, en vooral: ze weet een personage te tekenen" en Frederick Vandromme vond De kunst van het wachten van David Nolens gebaat met wat silliness : "Samen met z'n vrolijk voortpompende vertelstijl vormt 't een aangenaam tegenwicht voor de filosofische fond van het boek".

 

Jos Palm opent de boekenbijlage van Trouw met Claude Lanzmanns De Patagonische haas: "Lanzmann (foto) schrijft zoals hij heeft geleefd, in de breedte. Zijn herinneringen bevatten rake observaties." Zowel over de oorlog, als over Sartre en De Beauvoir. Janita Monna leest Nolens' Zeg aan de kinderen dat wij niet deugen ("Nolens toont hier wat voor een machtige dichter hij is. Eén die het onbuigzame ijzer van de taal net zolang hamert en smeedt tot het zijn vorm is geworden, tot de zinnen helder zijn, zingen en vonken doet wegschieten. Tot er een bezwerende cadans in de regels zit."), Julie Phillips leest Gilles Leroys Alabama Song ("even onderhoudend als oppervlakkig") en Jann Ruyters geeft zich gewonnen in Hanna Bervoets' Lieve Céline "aan deze o zo goedwillende, onnozele heldin", "puur door de verbeeldingskracht van Hanna Bervoets".
Ger Leppers ten slotte, over Gonçalo Tavares' Jeruzalem: "Het is die vrijheid in de schriftuur, gevoegd bij het mededogen en het inlevingsvermogen waarvan de auteur blijk geeft, of het nu gaat om een kind, een doorgedraaide oorlogsveteraan of een doodzieke vrouw, die van Jeruzalem een bijzonder, poëtisch en overrompelend boek maakt." Op de achterpagina Boudien de Vries over Een stad vol lezers. Leescultuur in Haarlem: "Het is duidelijk dat er een verschil bestond tussen de boeken voor de elite en die voor het volk. Nataly von Eschstruth werd door de bovenlaag absoluut niet gelezen, terwijl van haar wereldwijd miljoenen boeken zijn verkocht."


Gert J. Peelen leest in de Volkskrant Nicolaas Matsier die het Nieuwe Testament leest, en "... hij weet de lezer mee te slepen op zijn zoektocht. Het levert originele analyses op die in al hun scherpzinnigheid tot nadenken stemmen en de lust om ook zelf de Schrift weer eens ter hand te nemen, vergroten". Marjon Bolwijn interviewt Iris Koppe over haar tweede roman, De man met de schaar. Dat "moest de hysterie en het absurdisme in Nederland laten zien", maar gaat ook over sociale media. "Het is goed als juist iemand van mijn generatie hier kritisch over is." Met dromerige foto's van Koppe op de vensterbank.
Sjeng Scheijen duidt de ontstaansgeschiedenis van Sofja Tolstaja's Een zuivere liefde ("Over de literaire kwaliteit van de novelle van Tolstaja kunnen we kort zijn: die ontbreekt. Maar het bestaan van Een zuivere liefde is toch interessant, vanwege het contrast en de context die het geeft bij De Kreutzersonate."), Geke van der Wal interviewt bestsellerauteur Jenna Blum (In tweestrijd) (over hoe haar debuut een bestseller werd: "Ik ben met mijn boek de boer opgegaan. Ik ging van leesclub naar leesclub en vroeg aan iedereen die het mooi vond om dit door te geven aan anderen. Ik deed vaak wel drie clubs per dag en dat drie jaar lang, bijna elke dag."), Erik Menkveld analyseert K. Schippers blik op toevalligheid en samenhang ("Binnen Schippers" werk is deze manier van kijken inmiddels een "vaste baan van zijn ogen", maar dat maakt deze bundel zeker niet minder sterk dan zijn eerdere poëzie. Hoogstens wat systematischer en ernstiger.") en Arjan Peters stelt vast dat Louis Paul Boons Niets gaat ten onder "nog steeds pijn" doet.


Deze week in NRC Handelsblad: Arjen Fortuin over koningsdrama's aan de hand van twee recente romans. "Als Ik, Beatrix en Untold Story al aan een behoefte voldoen, dan is het die van de voyeur." En: "[Door paparazzi een belangrijke rol te geven] vertelt Monica Ali uiteindelijk veel meer dan haar Nederlandse collega over Beatrix." Hans van Wetering, vervolgens, in gesprek met Gonçalo Tavares (Jeruzalem): "In mijn boeken bestaat geen gedefinieerde ruimte, geen tijd, geen namen. Het is niet iets waar ik veel over na heb gedacht; het is bijna instinctief. Het maakt dat niemand wordt buitengesloten; dat de lezer kan denken; die persoon zou ik kunnen zijn."
Sebastiaan Kort leest Jan Vantoortelbooms De verzonken jongen ("fraaie, suggestieve zinnen tillen [dit boek] uit boven het niveau van het gemiddelde debuut"), Janet Luis de vierde roman van Yolanda Entius, Het kabinet van de familie Staal ("Van meet af aan is duidelijk dat zij, om zo te zeggen, boven de stof staat. Dit is geen bekentenisliteratuur of therapieproza. De toon is hard en direct."), Margot Dijkgraaf vergelijkt Ayse Kulin met Irène Némirovsky om haar De laatste trein naar Istanbul ("Hoewel Kulins pen beduidend minder scherp is, hervinden we eenzelfde portrettengalerij van de in dit geval Frans-Turkse samenleving, in dezelfde tijd, in dezelfde regio.") en Pieter Steinz prijst Jennifer Egans bekroonde roman. "Jennifer Egans thema - de tijd bijt ons allemaal - is wat gewoner, en haar keuze om het verhaal te vertellen in de vorm van samenhangende short stories mag dan origineel zijn, het bevredigt de lezer minder dan het mooi afgeronde verhaal van Franzen. Wat niet wegneemt dat Egan (foto) de betere stilist en de subtielere verteller is en dat A Visit from the Goon Squad nu al terecht geldt als een van de literaire hoogtepunten van 2011."


Jeroen Vullings schrijft in Vrij Nederland zijn persoonlijke juryrapport bij de Libris Literatuurprijs, die op 9 mei wordt uitgereikt. "Grunberg geldt als gezegd als de Keniaan van het stel. Hij zal 'm wel krijgen, de prijs. Maar als er werkelijk gekozen gaat worden, wens ik de jury wijsheid toe. Immers, goede literatuur slaagt er altijd in ontreddering, onbehagen, vertwijfeling, pijn, worsteling en verval te tonen, bitter zoals die kan zijn, zonder de verzachtende coating van het sprookje. Dat geldt zowel voor Bonita Avenue als voor Huid en haar."
Dan: Sander Donker en Sander Pleij in gesprek met Hans Dagelet en Esther Apituley. De dialoog van een artiestenechtpaar, maar het gaat ook over Dagelets roman De man met de vier o's: "Als acteur heb ik heel veel teksten bewerkt, omdat ze niet bekten, of niet goed vertaald waren. De omgang met taal was vertrouwd, maar hoe te schrijven: geen idee. Ik ben gewoon maar begonnen." Geen recensies verder in dit dubbeldikke nummer, maar Rob Schouten probeert in een lang stuk te duiden hoe het tweede huisje een literair motief geworden is. Fijn is het daar niet. "Alsof al die fictieschrijvers zich een beetje schamen voor hun trek naar het platteland en de achterblijvers willen laten zien dat het daar ook huis niet allemaal koek en ei is. En ja, waarom zou je er anders over willen schrijven?"


In De Groene Amsterdammer David Foster Wallace (foto). Nicole Timmers: "Het werk van Wallace is ontzettend geestig, maar ook ongelooflijk droef. Een droefheid die zich inderdaad een gat boort door je hele wezen en die bodemloos lijkt. Zo ook The Pale King." Piet Gerbrandy stelt vervolgens vast dat Martin Reints in Lopende zaken een andere vorm heeft gevonden: "Alle gedichten passen op één pagina, ze zijn bondig en strak gestructureerd, terwijl de lichtheid van het denken is gebleven, niettegenstaande een tamelijk zware thematie: vrijwel al deze gedichten behelzen een somber memento mori."
Hassan Bahara dan, die in twee boeken een prostituee tegenkomt, verkiest dat van Marian Donner, Lily, boven die van Willemjan Slort, Terwijl jij slaapt: "Wel interessant, en oneindig veel levendiger, is de prostituee Lily, het titelpersonage uit het tweede boek van Marian Donner." En Herman Stevens las, 25 jaar na het eerste verschijnen, Mystiek lichaam van Frans Kellendonk: "Dit maakt Mystiek lichaam tot zo"n enerverend en, voor sommigen, aanstootgevend boek. Het is tegen het leven maar ook ervoor. Het idealiseert de liefde als een broze vaas die uit de hemel is getuimeld. Maar het laat ook zien hoeveel nijd er onder de mantel der liefde schuilt."


In Het Parool interviewt Maarten Moll debutant James Worthy over diens roman James Worthy. "Nee, ik ben niet erg bescheiden. Ik vind dat ik best goed schrijf. Ik ben leuk bezig. Een prima schrijvertje, die James Worthy, denk ik dan bij mezelf. Schaamteloos. Jawel." Dirk-Jan Arensman interviewt op zijn beurt Joseph O'Connor, over zijn roman Volgspot, en zijn personage Molly: "Als ik "s morgens aan het werk ging, had ik echt zin de dag met haar door te brengen. Als jonge vrouw is ze zo heerlijk vurig en laconiek."
Dan: hadden we twee weken geleden een keuvelend gesprek met Anton Dautzenberg, Arie Storms bespreking van Samaritaan heeft een andere toon. "In die roman staan uitsluitend dialogen. Een enorm probleem is dat Dautzenberg niet zo goed is in het schrijven van dialogen. Ze zijn voorspelbaar en braaf." Vervolgens: Theo Hakkert over Jón Kalman Stéfanssons Hemel en hel ("Stéfansson heeft de perfecte stijl gevonden voor dit aangrijpende verhaal: pathetisch, maar ferm; poëtisch en rauw.").


HP gaat over vriendschap deze week, dubbeldik, met onder andere een artikel waarbij alle namen van geïnterviewden zijn gefingeerd, behalve die van Stine Jensen, en Dries Muus over tien literaire vriendschappen: Don Quichot en Sancho Panza, Lennie en George (Of Mice and Men), Bavink, Koekebakker, Hoyer, Bekker en Ploeger (Titaantjes), Arkadi en Bazarov (Vaders en zonen), Charles Ryder en Sebastian Flyte (Brideshead Revisited), Sal Paradise en Dean Moriarty, Nick Carraway en Jay Gatsby, Laarmans en Boorman (Lijmen/Het been), Broccoli, Elvira Lopez, Ewald Stanislas Krieg (Figuranten), John Singer en Spiros Antonapoulos (The Heart is a Lonely Hunter) Het bleek een stuk moeilijker om aansprekende vrouwenvriendschappen te vinden," stelt Dries Muus vast. Maar dat heeft een reden. "Dat die bekende vriendinnen niet in de toptien voorkomen, komt doordat de lijst in de eerste plaats gebaseerd is op mijn (ongetwijfeld beperkte) literaire voorkeuren, en die zou ik dan wel erg veel geweld aandoen."
Plus onder andere een gesprek met Nico Dijkshoorn: "Sinds een jaar tijd schrijf ik stukken met een andere toon. Kleine dingen is een nostalgisch, open en eerlijk boek over hoe ik denk en naar dingen kijk."

Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening