DW B wijdt themanummer aan 100ste geboortedag Max Frisch

In zijn aprilnummer huldigt het literaire tijdschrift DW B de Zwitserse proza- en theaterschrijver Max Frisch (1911-1991), die vandaag honderd jaar zou zijn geworden. Tot zijn bekendste werken behoren Homo faber uit 1957, Mein Name sei Gantenbein uit 1964 en Montauk uit 1975. Ook zijn dagboeken behoren tot de hoogtepunten van zijn oeuvre.

In november 1981 hield Frisch twee poëticalezingen in zijn Schwarzes Quadrat aan het New York City College. Een vertaling van de eerste lezing verscheen reeds in het decembernummer van DW B 2008.

De focus van 100 jaar Max Frisch is gericht op de vertaling van de tweede lezing uit Schwarzes Quadrat, gevolgd door het nawoord van Peter Bischsel. Thematische bijdragen belichten de volledige literaire carrière van ‘de man van het uur': Beatrice von Matt schrijft over de jaren 1930 en '40, Walter Schmitz over de jaren 1950 en '60 en samensteller Daniel De Vin over de jaren 1970 en '80. In een speciaal voor DW B geschreven essay memoreert Christophe van Gerrewey Frisch' toneelstuk Die Chinesische Mauer en ten slotte herdenkt Adolf Muschg Frisch als iemand die ons per se au sérieux wilde nemen. Zie ook Cobra en deze reflectie van sportjournalist Frank Raes.

Verder staat in het nummer een unieke tekst van de hand van Richard Powers, getiteld ‘Wat weet fictie?' dat onder het zelf-toegeschreven genre van het ‘ficto-essay' valt en een tweede aflevering van de rubriek Analoge ruimtes van Christophe van Gerrewey, Saskia de Coster en Anne Holtrop. Voorts steekt DW B van wal met de gloednieuwe rubriek Sleutels waarin Paul Claes telkens een gecanoniseerd gedicht nieuw leven inblaast. In Boeken worden briefwisselingen opgestart tussen de ‘Jonge wolven' Hans Bogaert, Willem Bongers en Hans Demeyer over de schrijvers Elvis Peeters en Jeroen Theunissen en literaire kritieken van Marc van Zoggel en Laurens Ham over respectievelijk Thomas Blondeaus Donderhart en Anneke Brassinga's Ontij. Sven Vitse recenseert de Tijdschriften Blauwe Maandagen, Brood & Rozen en Streven en Hans Cottyn reflecteert in de Feuilles volantes over het lijdenschap van boeken in de 21ste-eeuwse digitale revolutie: De diffuse schrijver.

Tags: Literaire tijdschriften, Duitse literatuur, Nederlandse literatuur, Wereldliteratuur
Geplaatst door Jeroen Paulussen op 15-05-2011
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening