Literair supplement - aflevering 52

Het weekoverzicht van de belangrijkste literatuurrecensies- en interviews uit kranten- en weekbladen in Nederland en Vlaanderen. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel  in Amsterdam. Een zeer verscheiden aanbod deze week, wel komen o.a. Bart Moeyaert, Martin Bril en David Bezmozgis meermaals in  het stuk voor. 


Uitgelezen van De Morgen wijdt de voorpagina en hoofdartikel aan De Melkweg van Bart Moeyaert (foto). Ilse Degryse interviewt de auteur en formuleert in haar inleiding een dwingend advies: "Iedereen moet De Melkweg lezen. Vaders, moeders en hun kinderen. Bij voorkeur samen bovendien. Ze moeten elkaar in de armen sluiten en genieten."
Met Samaritaan schreef A.J. Dautzenberg een autobiografische roman over een nierdonatie; "een daad van altruïsme of een oefening in masochisme?" Dirk Leyman raakt niet wijs uit de echte motieven van de schrijver maar las de in drieëndertig dialogen gevatte roman "geïntrigeerd en met stijgende verbazing" uit, al blijft hij te vaak "tongue in cheek".
En er is de nieuwe, volumineuze roman van Geertrui Daem: De bedlegerige, vol naturalistische taferelen en ongepolijste karakters. Hier is Leyman een stuk feller: "Daem, de onvermoeibare schatbewaarder van de Vlaamse volkse tongval (...) tapt uit een bekend vaatje" en "haar bovenmatige fascinatie voor de primaire lichaamsfuncties (de hoofdpersoon verliest regelmatig de controle over zijn sluitspier) bederft de leeslust."
In Een kwestie van geluk schetst Esther Freud een overtuigend beeld van een wereldje dat ze van binnenuit kent: de toneel- en filmwereld. Marnix Verplancke las grandioze verhalen en vraagt zich af of je het beschrijven van vrij oppervlakkige acteurs en actrices niet als een ultieme wraak van de schrijfster zou kunnen interpreteren.


Ook De Standaard der Letteren zet Bart Moeyaert vooraan, wel siert een foto van de jonge Hugo Claus de cover. Bart Moeyaerts verhaal over "groeipijnen, gemis en vergankelijkheid" is voor Veerle Vanden Bosch "een bijzonder sfeervolle kleine roman, een novelle haast, die ook voor niet-kinderen heel genietbaar is". En dan een groot interview van Jelle Van Riet met Veerle De Wit, de laatste vrouw en partner van Claus, over het tot stand komen van De wolken. Uit de geheime laden van Hugo Claus. Het werk zelf wordt volgende week gerecenseerd.

Net daarnaast bespreekt Joost Zwagerman Het evenwicht van Martin Bril, zijn postume columns samengesteld door zijn weduwe Anneke Stehouwer. Die last er ook e-mails en brieven in die niet voor publicatie waren bedoeld en sprak in interviews harde waarheden uit over haar man. En dat zit Zwagerman behoorlijk dwars: "Het zal wel mijn bekrompenheid of gebrek aan inlevingsvermogen zijn dat ik niet in staat ben om de weduwe te prijzen om die eerlijkheid".
"Essentieel voor wie zijn meesterwerken wil begrijpen", oordeelt Peter Jacobs over Marco Daane's reisboek Het spoor van Orwell en koppelt de locaties Birma, Londen en Parijs en Spanje aan zijn belangrijke romans Burmese days, Aan de grond in Londen en Parijs en Saluut aan Catalonië

Met De materiële tijd heeft de Italiaan Giorgio Vasta het jaar 1978 "op een fanatieke manier herschapen" stelt Michael Bellon die vooral onder de indruk is van de taalverliefdheid van de verteller in het verhaal over twee jongetjes die in de ban raken van De Rode Brigades en een copycatgedrag ontwikkelen. Vijf bevoorrechte getuigen komen er aan te pas om Walter Van den Broeck (foto) te

duiden als "misschien wel de grootste Vlaamse schrijver van zijn generatie". Toon Horsten ging te rade bij Jeroen Brouwers, striptekenaar Reinhart Croon, theatermaker Michael De Cock, Herman Brusselmans en echtgenote en eerste lezer Eliane De Winter. Een recensie van Een vrouw voor elk seizoen, zijn nieuwe verhalenbundel is voor binnen twee weken
Alexandra De Vos besteedt aandacht aan de heruitgave van Tegen de keer van J. K. Huysmans. Tot slot vijf sterren voor De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween van Jonas Jonasson. Die roman leest voor Alexander Van Caeneghem alsof "de scenaristen van Benidorm Bastards samen met de gebroeders Coen de vorige eeuw hebben willen samenballen in een roadmovie: allerminst alledaags, maar het werkt wonderwel, en het leidt tot onvermijdelijke vrolijkheid".

 

"Uiteindelijk loopt alles onverwacht af. Maar daar gaat het juist om. Dit kunstwerk wacht op lezers", de slotzin van Tom Van Imschoots recensie over De kunst van het wachten van David Nolens in Knack. Verder prijst Frank Hellemans de herziene editie van Echo's echo's. De kunst van de allusie waarin Paul Claes de rol van de intertekstualiteit in de literatuurgeschiedenis uit de doeken doet en ziet Bart Van der Straeten hoe Peter Holvoet-Hanssen in zijn bloemlezingbundel De reis naar Inframundo zijn gedichten in nieuwe verbanden bij elkaar heeft gezet.

 

Eén literaire bespreking in Humo slechts: Jeroen Maris over Het evenwicht van Martin Bril: "Zijn grootste trots en  houvast was het schrijven". Elders in het weekblad ook een voorpublicatie van De wolken. Uit de geheime laden van Hugo Claus.

 

Sofie Messeman opent Trouw met een bespreking van De vrije wereld, de nieuwe roman van David Bezmozgis: "Aanvankelijk is het of Bezmozgis niet veel meer doet dan speels anekdotes aan elkaar rijgen, maar na verloop van tijd blijkt dat hij een heus panopticum creëert, een groots episch relaas dat raakt aan zowat elk aspect van de Sovjetcultuur." Janita Monna vervolgens, over Willem Jan Ottens nieuwste ("Het is of Otten in deze moderne belijdenissen zijn nieuwe vorm heeft gevonden. Via de poëzie spreekt de dichter met God - en met zijn lezer. Zijn schrijven is als een opdracht.") en Jann Ruyters over Grunbergs Brieven aan Esther ("Echt intiem wordt het niet, maar als het ruwe materiaal van de schrijver is deze bundel zeker interessant. De toon zet zich vast, de vorm moet worden vervolmaakt.").
Als besluit: Rob Schouten over Richard Masons
Geschiedenis van een genotzoeker: "Je kunt je eigenlijk niet voorstellen dat Mason voor dit boek het werk van Couperus en Van Eeden ongelezen heeft gelaten; zijn boek is een meeslepend kostuumdrama, maar dan een vol borende psychologie."


In de Volkskrant prijst Arjan Peters de natuurlijke overgang van "een knusse en grappige situatie [...] in een spookachtige" in de verhalen van de jarige Mensje van Keulen. Maar: "Bij al het vreselijke dat ze schetst valt daarin ook op dat de tederheid nooit ontbreekt." Korte besprekingen dan van de romans van Iris Koppe, Gilles Leroy en Thomas Verbogt, en de memoir Klein kwaad van Paul Hellmann. En op de volgende pagina, groot, Aleid Truijens over Hans Olinks Den Doolaardbiografie: "Het lange leven van Den Doolaard wordt [...] naverteld als een spannend jongensboek." En "Olink schrijft het allemaal nauwgezet en chronologisch op, bewonderenswaardig compleet, op basis van Den Doolaards reisverslagen, brieven en grondig archiefonderzoek. Toch [blijft] de hoofdpersoon een flat character".
Er is ook een interview met Letterenfondsprijswinnaar en Sloterdijkvertaler Hans Driessen, door Jeanette Klusman: "Ik zal niet zeggen dat ik zoveel beter vertaal dan die en die. Heel belangrijk is een goed taalgevoel en dat heb ik. Dat is deels aangeboren, de enige manier om het aan te scherpen is lezen, lezen, lezen." En: "Er is geen manier om te kijken hoe moeilijk een boek te vertalen is, al lezend kun je dat niet zien. Ik heb nog nooit meegemaakt dat ik een boek gelezen had en de vertaling meeviel. Het valt altijd tegen!" Paul Depondt, ten slotte, las Johan de Booses
Bloedgetuigen: "Dat samenspel leidt tot een literaire polyfonie: het boek is tegelijk een historische roman, een bildungsroman, een ideeënroman én een experimentele roman waarin ook de typografie een rol speelt. Dat maakt het geheel wel erg complex. [...] Door overdaad dreigt het boek zijn betekenis te verliezen."


Margot Dijkgraaf opent Boeken van NRC Handelsblad met een bespreking van een Parijse expositie over uitgeverij Gallimard. "Wie van literatuur houdt - de Franse én de wereldliteratuur - kan hier zijn hart ophalen: je komt heel dichtbij de literaire geschiedenis van de afgelopen eeuw." Arjen Fortuin leest Grunbergs Brieven aan Esther ("geeft inzicht in de jonge schrijver Grunberg, en ten minste zoveel in de jonge mens Grunberg") en Elsbeth Etty Dronken van het leven. A. den Doolaard. Zwerver, schrijver, journalist: "Uit de met vaart geschreven biografie door Hans Olink van deze energieke journalist, schrijver en topatleet spreekt een onafhankelijke geest, een warmbloedige man die met hart en ziel stelling nam tegen fascisme en nationaal-socialisme, en zich in geen enkel hokje liet stoppen." Daan Stoffelsen leest Lydia Davis' (tekening) Bezoek aan haar man ("Het is altijd ingewikkelder. Dat is het plezier, de rijkdom en kracht van Davis' verhalen. Het is tijd om haar tot een reader's writer te maken.") en Yra van Dijk duikt in bloemlezingen van digitale poëzie ("Maar Oosterhoffs werk laat zien dat de mooiste werken ontstaan waar de experimenteerdrift in toom wordt gehouden, en de taal een hoofdrol speelt.").
In haar zaterdagse voorproef schrijft Elsbeth Etty deze week onder andere over Toon Tellegens Schrijver en lezer, waarin hij "woorden benadert alsof "t mensen zijn. Gelukkigmakend".

 

In Vrij Nederland komt Anil Ramdas aan het woord over zijn romandebuut Badal: "Badal denkt veel kleiner dan ikzelf. Hij is tevreden met dat ene essay over de blanke onderklasse, waarmee hij wil scoren. Mijn ambitie was groter, namelijk om dit boek te schrijven. [...] Ik wilde een panorama van twintig jaar Nederland schilderen en een allochtoon romanpersonage creëren [...], een normale zwarte Nederlander zoals ik." In Republiek der Letteren Jeroen Vullings met een essay over Simon Vestdijks De koperen tuin (voor de heruitgave daarvan schreef hij ook een nawoord), dat lezers "vereist die al een initiatie in het leven achter de rug hebben". En hoewel Vestdijk het niet zo bedoeld heeft, lezen we de roman als een historische roman. "Historisch proza met zo"n vitale levenskracht, zo beeldend, rijkgeschakeerd en fijnmazig geschreven, dat het (wederom) als literair ijkpunt zou moeten dienen."
Henk van Renssen ging in gesprek met György Konrád. "Toen er veel censuur was, kon een schrijver subversief zijn. Nu is er geen censuur meer, dus ook geen subversie. De schrijver is machteloos." En korte recensies, van David Vanns Caribou Island (vier sterren, Kristien Hemmerechts: "Vann bewijst met deze roman dat hij de lof en de prijzen voor zijn debuut ruimschoots verdiende."), Iris Koppes De man met de schaar, Laurent Gaudés De poort van de hel, en Maarten van Buurens Iris.


In
Het Parool gaat Maarten Moll in gesprek met Rob Schouten over de keuze uit zijn gedichten, Vuil goed: "Eén van de ontdekkingen van het leven is dat de poëzie niet losstaat van hoe je leeft, wie je bent. Ik blijf onderzoeken wat door mijn hoofd dwarrelt." Arie Storm vervolgens, ziet "het talent, maar je ziet ook nog veel onrust" in het proza van Iris Koppe in De man met de schaar. Dirk-Jan Arensman prijst verder David Bezmozgis' De vrije wereld. Na enkele kanttekeningen: "Maar daar staan zoveel stilistisch vernuft en onvergetelijke (bij)figuren tegenover, dat je dit versnipperde epos niettemin ademloos uitleest."


 

In Dichters & Denkers van De Groene Amsterdammer gaat Manon Uphoff in discussie met de critici over Anil Ramdas' Badal (in lijn met haar optreden bij Spui25). "Waarom heeft Ramdas dit geschreven? Omdat hij doet wat schrijvers doen: een wereld (re)construeren die wel wat, of heel veel, lijkt op onze wereld, maar die toch niet hetzelfde is. Het is precies vanwege dit kleine genetische verschil dat een totaal ander organisme zich ontwikkelt en schoonheid en pijn zich openbaren."
Joost de Vries" vervolgens over A.H.J. Dautzenberg,
Samaritaan ("Dautzenberg speelt met feit en fictie, prima, maar hij speelt te saai, te bot. [...] Hij wil niet dat we nadenken over zijn boek, maar over de schrijver. Dat lijkt me de verkeerde volgorde."), Graa Boomsma over Chris Adrian, Het Kinderziekenhuis (dat is "een merkwaardige mengeling van een bijbelse hervertelling, ziekenhuisperikelen, zendingsdrang en ongebreidelde verbeelding. Om dat laatste waardeer ik Adrians roman het meest") en Lynn Berger over Téa Obreht, The Tiger's Wife ("Soms, heel soms, is het allemaal net iets té, in The Tiger's Wife: te hysterisch, te fantasierijk, te veel. Het knappe is echter dat Obrehts personages zowel onwaarschijnlijk als ongeloofwaardig zijn.").


In HP|De Tijd een interview met psychologe en journaliste Dominique Haijtema. Over relaties, vrouwen en vrijgezellen. En over haar boek: "Er werd mij op het hart gedrukt om het vooral goed te laten eindigen. Een slecht einde schijnt niet gewaardeerd te worden door de lezer, je moet die niet met treurnis achterlaten." Max Pam leest Martin Bril: "Het evenwicht maakt op indrukwekkende wijze duidelijk wat voor slopende ziekte kanker is, en tevens wat voor talent Bril in zich had. Nergens is hij larmoyant of klagerig." Dries Muus dan leest Mariëtta Nollens Ik, Beatrix ("Als er één woord is dat Ik, Beatrix het best samenvat, is het wel "braaf".") en Cecilia Tabak leest Maaike Meijers M. Vasalis ("... wat meer distantie tot het onderwerp en bereidheid om te schiften was welkom geweest").

Tags: Literair supplement
Geplaatst door Johan Eeckhout/Daan Stoffelsen op 15-05-2011
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening