Brieven van Franse kunstenaars geëxposeerd in Parijs

Renoir die klaagt over kiespijn, Gauguin die rouwt om de dood van dichter Mallarmé, Monet die twijfelt aan zijn vakmanschap, Cézanne die tegenover Pissarro klaagt over het weer... Het Parijse Musée des lettres et manuscrits wijdt een tentoonstelling aan brieven die zo'n vijftig Franse kunstenaars in de afgelopen twee eeuwen schreven. De correspondentie biedt niet alleen een blik in de zielenroerselen van beroemde schilders zoals Delacroix, Monet en Pissarro, maar is ook een uitstekende schets van de tijd waarin zij leefden.
Zo stuurt Manet in 1870 vanuit het door het Duitse leger belegerde Parijs nota bene per ballon een brief naar een leerlinge en doet verslag van het zware leven in de stad: "Het leven begint nu echt zwaar te worden, we smullen van paardenvlees, ezelvlees is onbetaalbaar en zelfs honden, katten en ratten moeten er nu aan geloven."

In een brief uit 1940 (illustratie) maakt Matisse zich zorgen om het behoud van de kunstcollectie van de joodse kunsthandelaar Paul Rosenberg, die in dat jaar halsoverkop naar New York was gevlucht. "Wat nu als die schilderijen, die zijn achtergebleven, verloren gaan of door de Duitsers in beslag worden genomen? Wat zal men dan achteraf, als duidelijk wordt wat ermee gebeurd is, zeggen over diegenen die ze hadden kunnen beschermen?" zo schrijft hij aan de conservator van het Petit Palais.

Meer nog dan een tijdsbeeld zijn de brieven een zeer interessante aanvulling op de kunstwerken die in diezelfde periode ontstonden. Veel kunstenaars beschrijven hun strijd om erkenning, als ze

nog als 'enfants terribles' in de kunst beschouwd worden. In hun correspondentie lichten ze hun theorieën toe of beoordelen het werk van hun collega's. Zo voorziet Pissarro in een brief aan Gauguin uit 1885 een van diens schilderijen van commentaar (en een korte schets ter verduidelijking): "Je schilderij, een kerk in Rouen bij bewolkt weer, is erg goed. Het is nog wel wat flets. De groentinten zijn nog niet helder genoeg."
Een van de topstukken op de tentoonstelling is de intekenlijst die Monet in 1889 opstelde om het beroemde schilderij Olympia van de reeds overleden Manet te kunnen aankopen voor het Louvre. Bij de ondertekenaars en donateurs zijn onder andere Caillebotte, Degas en Pissarro te vinden, evenals schrijvers als Huysmans en Mirbeau.
En tussen al die Franse correspondentie vindt men ook brieven van... Vincent van Gogh, wat veel Fransen nog eens in hun overtuiging zal sterken dat de man echt een Franse schilder was. Van Gogh raakte op den duur inderdaad zo verfranst dat hij zijn brieven, ook die aan zijn broer, in het Frans schreef, zoals ook in het Van Gogh Museum in Amsterdam te zien is. In Parijs zijn een brief aan zijn kunsthandelaar en een aan een jonge collega te zien.

De meer dan tweehonderd brieven, vaak voorzien van prachtige illustraties, zijn nog tot 28 augustus te bekijken in het Musée des Lettres et Manuscrits, aan de Boulevard Saint-Germain 222.

Tags: Tentoonstellingen
Geplaatst door Marjolein Corjanus op 16-05-2011
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening