Literair supplement - aflevering 51

Het weekoverzicht van de belangrijkste literatuurrecensies- en interviews uit kranten- en weekbladen in Nederland en Vlaanderen. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel in Amsterdam. Recensenten bogen zich o.a. over Louteringsberg van Marcel Möring, met daarnaast veel aandacht voor nieuw Frans werk van Le Clézio, De Roblès, Rufin en Lanzmann, en ook het bezoek van György Konrád aan de Lage Landen levert enkele interviews op.

 

Twee grote interviews in De Standaard der Letteren deze week: Geert van Istendael sprak met György Konrád en Marijke Arijs interviewt Jean-Marie Blas de Roblès. Die Franse auteur (foto) komt na zijn bejubelde roman Waar de tijgers thuis zijn  met  Middernachtsberg, "een sobere, tweestemmige roman over schuld en boete, waarheid en leugen" en keert zich tegen obscurantisme en schrijvers als Dan Brown, immers: "Schrijvers hebben een onbeperkte vrijheid, behalve als het om dingen gaat die een bedreiging vormen voor onze beschaving en onze waarden." Konrád spreekt tegenover Van Istendael zijn consideratie uit tegenover de lezer: "Je kunt fragmenten van dit boek lezen, een halve bladzijde hier, een halve bladzijde daar. Ieder fragment hoort overeind te kunnen blijven, als autonome tekst met een waarde op zich. Ik mag van de lezer niet eisen dat hij dit ding van begin tot eind doorneemt". De Standaard laat ook ruimte voor de auteurs zelf deze week, met Abelkader Benali over de Arabische lente en Joost Vandecasteele over zijn reis naar Hong Kong en Singapore op zoek naar stof voor zijn derde roman. Alle Lansu leest De droom van de Ier van Mario Vargas Llosa. Die biografische roman over de Ier Roger Casement die in Congo en in het Amazonegebied de koloniale wandaden aan de kaak stelt, maar zijn hand overspeelt in de Ierse vrijheidsstrijd, is "een indrukwekkende roman". Mark Cloostermans klasseert Landschap tussen alles of niets van acteur Steven Van Watermeulen als "spraakmaker van de week" : "Hij beschrijft de mensen, feiten en omstandigheden niet realistisch, maar wikkelt ze in een waas van beeldspraak". In Kort en Krachtig ook lof voor de Eten! Lezen! Vrijen! De Frankrijktrilogie van Bart Van Loo (herbundeling) en voor Parijzenaars van Graham Robb.

 

Voor Knack las Maarten Dessing Louteringsberg van Marcel Möring en vond "scherpe dialogen, heldere beschrijvening, peinzende herinneringen" in een roman waarmee Moring zijn reputatie bevestigt "als intellectueel schrijver die dankzij zijn talent een groot publiek weet te boeien". Piet de Moor  bestempelt de verhalen van Eva Menasse in Dagelijkse zonden als "niet kwaad maar te oppervlakkig om te excelleren" en Frank Hellemans licht Macbeth heeft echt geleefd van Pieter Steinz toe.

 

Uitgelezen start met een interview van Marnix Verplancke met auteur Willy Vlautin, ook bekend als frontman van de countryband Richmond Fontaine. Over zijn 15-jarige hoofdpersoon Charlie uit De ruwe weg: "ik heb van hem de jongen gemaakt die ik altijd had willen zijn, een vroegwijs kind dat op het juiste moment het hazenpad kiest en zo veel problemen vermijdt." En het kan, geen vuistdikke Bolaño, Amulet (1999) telt 160 pagina's maar geldt voor Annick Vandorpe als een mooie introductie tot de schrijfkunst van de betreurde Chileen. Waar is onze moeder? van Kyung-Sook Shin groeide in de Verenigde Staten uit tot een bestseller, Fleur Speet ziet geen snel en goedkoop vermaak maar "oprechte emoties". Het hoofdthema - schaamte "wordt door alle vier de personages diep doorleefd, alle vier confronteren zij zichzelf met hun gebrek, zodat we mea culpa's lezen". Speet las ook Het kabinet van de familie Staal van Yolanda Entius, die voegt humor toe aan haar onderkoelde zinnen en nuchterheid en "dat levert precies de juiste mix op om het boek, dat in essentie benauwend is door de verstikkende jeugd, flair en lucht te geven". En ook Dirk Leyman begon met gezonde argwaan aan Louteringsberg van Marcel Möring na het overladen Dis maar vond "een bedaarde, rustig voortkabbelende stijl die nergens op effectbejag uit is" en las het "ondanks allerlei losse eindjes, opzichtige ongeloofwaardigheden en cirkelredeneringen " geenszins met tegenzin uit. "De schrijver heeft duidelijk aan het leescomfort gedacht." Verder signaleert Leyman werk van en over Ivo Michiels (de interviews met Sigrid Bousset en het herziene Journal Brut), Rudy Kousbroek (Het meisjeseiland) en Jan Fontijn (Opgebouwd uit hetzelfde).

 

Jann Ruyters opent de boekenbijlage van Trouw met een enthousiaste bespreking van Jennifer Egans A Visit from the Goon Squad: "Ieder personage ervaart iets unieks, de auteur registreert universaliteit, continuteit, herhaling, vergankelijkheid. Daar raakt Egan het werk van haar illustere voorbeeld Marcel Proust. Hoewel je A Visit from the Goon Squad veel vlotter tot je neemt, zul je dit ontroerende, rijke boek toch een tweede keer willen lezen om je geen goed gekozen detail te laten ontgaan." Rob Schouten plaatst de nieuwe roman van David Nolens (De kunst van het wachten) in een Vlaamse beweging naar stijlbewustere, ideeënrijkere literatuur. "Ikzelf was meer geïmponeerd door de stijl van het verhaal, die doet denken aan het Duitse expressionisme uit het interbellum, Kafka en Döblin." En Ger Leppers leest Urania, de nieuwstvertaalde roman van J.M.G. Le Clézio: "Le Clézio schetst met boosaardig plezier de mentaliteit van de patserige fruittelers die het stadje, maar vooral henzelf, rijkdom hebben geschonken, en daarnaast het leventje van de pas afgestudeerde, wereldvreemde academici die in het dal van de Tepalcatepec hun eerste onderzoek komen verrichten."

 

Met groot gevoel voor de literaire actualiteit is Arjan Peters' mening over de Librisprijs weggestopt in een column en opent de boekenbijlage van de Volkskrant met een brief die Arnon Grunberg aan Esther Krop verstuurde. Die brieven zijn gefotokopieerd en gebundeld door Krop. Peters interviewt haar. "Heel veel persoonlijks over mij staat er niet in zijn brieven, viel me op. Hij heeft het vooral over het schrijven, en zijn drijfveren, die ernstig verschillen van de mijne." Pagina twee biedt ruimte aan vijf recensies, waarvan er drie met vier sterren gaan, en één met vijf. De drie gaan over Kostas Montis' Momenten en andere gedichten, Joan Hemels' Een journalistiek geheim ontsluierd, en Jan Vantoortelbooms De verzonken jongen. Die ene, Jan Luijtens bespreking van Rolf Lapperts "opmerkelijke roman" Naar huis zwemmen, is erg enthousiast: "deze roman is rijk aan verhalen, kleurrijk in de beschrijving van personages en landschappen, en het leven van de jonge Wilbur zal niemand onberoerd laten". Hans Bouman vervolgens is gemengd over de postume David Foster Wallace. "Verveling en literair entertainment wisselen elkaar in dit ambitieus opgezette project voortdurend af. Het eindresultaat is zowel intrigerend als onbevredigend." Ineke van den Bergen ging in gesprek met Karen Duve (Taxi) over, onder andere, collega-taxichauffeurs: "Zo'n kliek is fataal. Zeker als er weinig levensvreugde is, en frustratie en minderwaardigheidscomplexen overheersen. Je blik op de wereld wordt smaller, je herkent patronen, in het schelden op passagiers, op geld belust zijn, en de illusie koesteren dat je een zekere vrijheid hebt." Edith Koenders besprak Frida Vogels' Tante Lucietta ("een mooi portret van een levenslustige vrouw"), en Daniëlle Serdijn over Lucette ter Borgs Valkruid ("Deugt er dan niets aan deze roman? Jawel. Er is iets, laten we het een techniek noemen, wat Ter Borg uitstekend beheerst: ogenschijnlijk moeiteloos vlecht ze heden en verleden in elkaar.").


De nationale herdenkingsdagen bepalen de boekenbijlage van NRC Handelsblad, die opent met twee boeken over jodenvervolging, en even verderop Frederick Taylors Exorcising Hitler. Maar er is ook een interview met György Konrád, onder meer over de politieke slingerbeweging in Hongarije, waar door een mediawet de censuur onlangs in ere hersteld is: "Het is wartaal van branieschoppers, zonder enige relevantie [...]. Er komt nu veel onzin bovendrijven, maar alles gaat weer voorbij, we overleven het, en de onzin wordt over een tijd opgeslagen in de rommelkamer." Verder veegt Toef Jaeger de vloer aan met de nieuwste van Jean M. Auel, en is er een uitgebreide analyse van de Libris-genomineerden door Arnold Heumakers, waarin hij Arnon Grunberg uitroept tot zijn favoriet.
Guus Middag bespreekt Willem Jan Ottens nieuwste bundel, Gerichte gedichten ("hij is in staat de meest metafysische kwesties terug te brengen tot een herkenbare scène in een herkenbaar decor") en Margot Dijkgraaf de roman Katiba van Jean-Christophe Rufin (foto): "niet alleen spannend, maar ook indrukwekkend en betekenisvol". In het staartje van de bijlage nog een paar "40--45-titels": Zofia Nalkowska's Medaillons, een van de eerste literaire verslagen van de Holocaust, en Boris Pahors Necropolis, een "herinneringsboek" waarvoor hij een "prachtige, originele vorm heeft gevonden" volgens Wil Rouleaux.
En zaterdag proeft Elsbeth Etty voor uit de nog te bespreken nieuwe boeken, waaronder Claude Lanzmanns "rijke memoires" De patagonische haas, György Konrád, Slingerbeweging ("Het meeste van wat Konrád al associërend uit zijn geheugen opdiept was al bekend uit zijn fictie, maar deze literaire non-fictie emotioneert me nog meer.") en Maarten van Buurens romandebuut Iris ("mist die persoonlijke toon, mist eigenlijk iedere toon").


Lof in Het Parool van Jasper Henderson voor Carlos María Domínquez' De blinde kust, "een prachtige fabel, die ondanks zijn geringe omvang een diepe indruk achterlaat", en misprijzen van Alle Lansu voor György Konráds Slingerbeweging. "Van de hak op de tak fladdert Konrád heen en weer tussen de kleine genoegens van een oude dag in de luwte van het volle leven en zijn herinneringen aan de grote historische momenten waarhij met zijn neus bovenop heeft gestaan."
En een een-tweetje tussen Thomas Verbogt en columnist en boekenchef Maarten Mool, waarbij de eerste twee delen van een nieuwe reeks verhalenbundels (bij Uitgeverij Podium) aan bod komen. Verbogt over Benjamin Burgs Leo, de vrouwenman: "Helder vertelde verhalen met een uitstekend ritme, personages die meteen dichtbij [komen], en een opvatting over de tijd waarin ze [spelen] [...], ook al neigt hij soms naar koketterie en mag hij best nog iets meer suggereren dan hij nu doet." En Maarten Moll looft Stuart Evers' De laatste sigaret.


In De Groene: heel veel Hofland. H.J.A. Hofland krijgt de P.C. Hooftprijs, en De Groene pakt uit met een groot profiel door Joost de Vries. "Hofland als ongaangepaste wijsgeer, "bijna 84 maar nooit opgegroeid". Zoiets. Het is een rol die hij met verve speelt, in intervies en op televisie. Maar het is precies dat: een rol. Want: "Vriendelijk"? Zeker. "Oud"? Nou en of! "Gek"? Dan lees je zijn columns niet." Sjaak Koenis en J.H. de Roder nemen Hofland als essayist onder de loep: "Het stilistische meesterschap dat Hofland de P.C. Hooftprijs heeft opgeleverd, daarvoor lijkt hij met een andere prijs te hebben betaald: dat zijn schrijven uit ergernis en engagement, als deel van de gebeurtenissen, als behorend tot het democratisch krachtenveld zelf, is gaan verkeren in een wat gelaten verwondering." En Cyrille Offermans over zijn proza, waarbij hij de vergelijking trekt met Campert. "Het grootste verschil: de nauwelijks gecamoufleerde misantropische blik van Hofland, wiens grimmige sombermansachtigheden de diepste apocalyptische afgronden tonen, niet getemperd door nostalgie. Hofland: Campert meets Céline."
Nog drie reguliere recensies. Jacq Vogelaar over Jürg Amman, De commandant ("Ook Amman moet vastgesteld hebben dat voor onze tijd vooral de toon, de dictie, de formuleringen [van Auschwitz-commandant Rudolf Höss] de meest verrassende informatie bieden."), Marja Pruis over Iris Koppes De man met de schaar ("Juist in dit soort kleine observaties toont Koppe zich de fijnzinnige schrijfster met een oog voor droefenis. In het geweld van de hoge grapdichtheid en de terreur van een ontknoping lijkt die in De man met de schaar een beetje het loodje te leggen.") en Robert Anker ten slotte over de Engelse vertalingen van Awater. "Natuurlijk heeft in veel gevallen de assonantie-dwang tot deze compacte zinnen geleid maar dat betekent alleen maar dat Nijhoff het zo wilde, want anders had hij het klinkerrijm wel overboord gezet. Deze voortdurende lichte afwijking van wat de lezer gewend is, geeft Awater die vervreemdende toets die de zo gewone werkelijkheid op een mysterieus plan tilt."

Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening