PRESSE PAPIER # 32 - Marja Pruis - Kus me, straf me

De manier waarop Marja Pruis (1959) - schrijver, criticus en redacteur van De Groene Amsterdammer - in haar onlangs verschenen essaybundel over literatuur schrijft is aanstekelijk. In Kus me, straf me is steeds is een literair thema de aanleiding voor haar om het te hebben over haar favoriete schrijfster of juist vreselijke boeken.
Wat die laatste betreft: die vinden we in het stuk "Schrijvende weduwes". Hier is Pruis op haar best. Ze fileert het weduweproza van Clara Eggink (weduwe van J.C. Bloem), Renate Rubenstein (minnares van Simon Carmiggelt), Connie Palmen (Ischa Meijer) en Simone de Beauvoir (Jean-Paul Sartre). Of de toon van hun in memoriams nu triomfantelijk, onderkoeld of rancuneus is, één ding heeft de weduwe weten te bewerkstelligen: "ze zal tot in alle postumiteit de enige vrouw in zijn leven zijn".
Vreemde eendjes in de bijt van dit boek zijn de drie of vier wat kortere persoonlijke stukjes die niets toevoegen behalve dat je wat meer van Marja Pruis zelf te weten komt. Het kortverhaal 'Drop shot' had ook niet gehoeven.
Maar het meeste in Kus me, straf me is van hoog niveau. Gedurfd is "Gelukkige vrouwen schrijven niet", over het verschil tussen vrouwelijke en mannelijke schrijvers. "Mannen schrijven literatuur. Vrouwen schrijven vrouwenboeken." noteert Pruis niet zonder ironie.
Veelzeggend in de discussie over dit heikele onderwerp is het voorbeeld dat ze aan het eind van het stuk gebruikt, uit Pruis' eigen leven gegrepen. Samen met Bernard Dewulf komt ze voorlezen bij het Vlaams-Nederlands Huis De Buren in Brussel (haar verhaal, 'Een vrouw met principes' is opgenomen in deze bundel en ook te horen op www.radioboeken.eu). Wat, zo stelt ze zich voor, zou er gebeuren als zij zijn verhaal had voorgelezen en hij dat van haar. "Mijn verhaal had zomaar kunnen winnen aan abstractiegraad." Maar dat van hem "zou uit mijn mond klinken als een verhaaltje voor een damesblad".

 

Het essay is een lastig genre dat Pruis echter uitstekend beheerst. Met een soepele pen reist ze vragen stellend van het persoonlijke naar het universele, terwijl ze zichzelf daarbij niet spaart.
Een goed voorbeeld hiervan is haar stuk over recenseren, dat begint met de weerslag van een ongemakkelijk gesprek dat de schrijfster had met een vriendin na publicatie van haar roman. Als romanschrijfster én criticus kent Pruis als geen ander de macht van woorden. Dit essay, 'Het absolute woord' is haar persoonlijke handleiding voor het schrijven van recensies. Lezenswaardig voor vakgenoten én lezers die dat volk doorgaans maar een stelletje klaplopers vinden.
In twee stukken over schrijvende moeders deelt ze onverholen haar enthousiasme over Alice Munro en Hella Haasse. Flannery O'Connor is onderwerp van een reisreportage, een soort bedevaart bijna en Jane Eyre van Charlotte Brontë lijkt voor Pruis de functie van een soort oer-boek te vervullen. Haar stukken nodigen uit tot het kennis nemen van het werk van schrijfsters dat je nog niet kende en tot het herlezen van klassiekers: een mooi resultaat.

Tags: Nederlandse literatuur
Geplaatst door Wineke de Boer op 30-06-2011
Verwante berichten
Presse-papier
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening