Literair supplement - aflevering 65

Het weekoverzicht van de belangrijkste literatuurrecensies- en interviews uit kranten- en weekbladen in Nederland en Vlaanderen. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel in Amsterdam. Daar verscheen ook het overzicht van vorige week. Deze week  aandacht voor onder andere nieuw werk van Aravind Adiga, Daniël Rovers, Paul Theroux, Olga Tokarczuk en Charlotte Roche naast vele anderen.


"En allemaal min of meer echt gebeurd", voegt Christophe Vekeman in Uitgelezen van De Morgen toe aan het slot van zijn recensie over Hells Angels. De heruitgegeven klassieker van "gonzojournalist" Hunter S. Thompson uit 1965 "kan wellicht dienen als eye-opener voor wie de tegencultuur van de sixties louter associeert met studentenprotest en The Beatles, maar ook voor alle anderen zal het een exuberante reis zijn, een veelkleurige hellegang waaraan geen strandvakantie kan tippen". Joost Houtman schetst de inhoud, de tragiek en de hoop vervat in De poort van de hel van Laurent Gaudé, een "door en door mooi boek" over intens verdriet. En Matthias Declercq ziet de nieuwe Dimitri Verhulst Monoloog van iemand die het gewoon werd tegen zichzelf te praten vooral als een aperitief voor Verhulst nieuwe roman die binnenkort verschijnt. Hij raadt aan dit "vinnig beschreven lot van een ex-wielerheld en een hoertje" als literair verhaal, als genot te lezen, "hoe minder je weet over de zaak-VDB, hoe beter".


Op de cover van de Standaard der Letteren een foto van de Indiase schrijver Aravind Adiga. Die praat met Guus Bauer over zijn nieuwste roman De laatste man in de toren en over zijn streven: "Het klinkt nogal ambitieus, maar ik wil een chroniqueur van mijn land zijn, een verslaggever van de tijd waarin ik leef". In de begeleidende recensie vindt Kathy Mathys de roman "het meest geslaagd als wervelend portret van Mumbai". Positieve geluiden bij Willem van Zadelhoff over Sinaasappelen en engelen. Italiaanse verhalen, het relaas van een verblijf in Italië door Ingo Schulze. De terloopse verhalen blijken "strak gestructureerd". van Zadelhoff betreurt wel dat de begeleidende foto's van Matthias Hoch willekeurig over het boek werden verspreid terwijl ze in de Duitse uitgave een eenheid vormen met de tekst. Verder een korte reflectie van Michaël Bellon over De naïeve en sentimentele romanschrijver waarin Orham Pamuk pleit voor een lezer en schrijver die zowel sentimentele als naïeve trekjes vertoont.

De Franse romancière Hélène Grémillon is de levensgezellin van van Julien Clerc, een recensie van De vertrouweling vinden we terug in de rubriek Buzzboek. Marijke Arijs vindt dat de debutante op veilig speelt maar De vertrouweling is wel " het spreekwoordelijke lekker weglezende verhaal" . Ook nog een overzicht van zes thrillers, geschreven door Scandinavische duo's. De Zweedse zussen Grebe en Träff (Bitterder dan de dood) en het Deense echtpaar Øbro en Tornbjerg (Schreeuw onder water) kapen de meeste (4) sterren weg. Mark Cloostermans is aangenaam verrast door Zuiderzeeballade, de eerste volwassenenroman van Karlijn Stoffels, al vindt hij het wel jammer dat de schrijfster met haar familiedrama "vreesachtig lijkt voor elke vorm van interpretatie", Cloostermans doet dan zelf een poging: "Misschien is dat nog de beste samenvatting van deze roman: dat de stamboom waarmee je geboren wordt een last kan zijn. Een anti-familieroman dan maar?". En nee, zwaar geïnspireerd raakt hij er niet van, Herman Brusselmans, van zijn dagelijkse korte wandeling door zijn Gentse wijk: "Inspiratie zou geschrapt moeten worden uit het woordenboek(..) Ik ga aan mijn bureau zitten en die roman moet verder", aldus de schrijver in de rubriek De ingeving.


Walter, de nieuwe roman van Daniël Rovers (foto), beschrijft in 24 scènes hoe een vrome seminarist in de jaren 50 tot 70 van vorige eeuw zijn weg zoekt. Maarten Dessing recenseert in Knack en ziet "meesterlijke beheersing van zijn materiaal waardoor Rovers de tragiek van het verdwenen katholieke leven in Nederland voelbaar maakt" in een roman "die intellectueel, stilistisch én emotioneel overtuigt". In kort toont Frank Hellemans zich toch verrast over Monoloog van iemand die het gewoon werd tegen zichzelf te praten, zeker door het eerste deel,  "alleen het laatste uur (..) krijg je de indruk dat Verhulst zijn verhaal te vlug heeft afgeraffeld. En voor Bart Van der Straeten maakt Nagelaten werk/Weerstandsbeleid + N30 van Jeroen Mettes duidelijk hoe "compromisloos Mettes op zoek ging naar een poëzie die weerstand bood, die ontsnapte aan de alles recupererende honger van het kapitalisme". Tot slot nog een stuk van Jef Geeraerts waarin hij uiteen zet hoe hij er na zijn Congoperiode toe kwam om misdaadromans te schrijven, een tekst gebaseerd op een lezing die de auteur recent hield tegenover scholieren van het Geraardsbergse atheneum.

 

In Trouw schrijft P.F. Thomése een brief aan zijn jongere ik: "Ook als schrijver wilde je niet beginnen, droomde je liever van een leven dat je kende uit de literatuur. Je leefde alsof je geschreven werd, in klad weliswaar, maar toch werden de contouren zichtbaar van een heus personage. Vooral als je eenzaam ronddoolde in de nachtstraten en jezelf tegenkwam in de spiegeling der ruiten. Dan zag je jezelf als held in een verhaal dat op een dag gepubliceerd zou worden." Maar de eigenlijke boekenpagina"s openen met een euforische verzuchting: "Er is nog hoop voor de literatuur. Er zijn nog schrijvers die boeken schrijven die de lezer van bladzijde 1 tot bladzijde 440 van de ene verbazing in de andere storten. Waar neemt hij ons nu weer mee naartoe?" Antoine Verbij over De rustelozen: "Olga Tokarczuk heeft een buitengewoon boek geschreven. Buitengewoon betekent hier zowel ongewoon als bijzonder."
Amal Chatterjee, ten slotte, leest de nieuwe roman van Aravind Adiga, en vindt die toch wat clichématig. "Al met al is dit best een roman om een paar avonden mee weg te soezen zonder er spijt van te krijgen. Maar persoonlijk had ik die tijd toch net zo lief besteed aan het opnieuw bekijken van Slumdog Millionaire."


In de boekenpagina"s van de Volkskrant korte recensies van Frida Vogels, Dagboek 1970-1971, Stephen Fry, De Fry Kronieken (Arno Haijtema: "Bloemrijk schetst Fry zijn turbulente leven."), Hans Schellekens, De cursus, en Hannah Pittard, Het lot van Nora Lindell (Hans Bouman: "een intrigerend opgebouwd boek over de verraderlijke troost van de nostalgie en het ontnuchterende proces van ouder worden"). En een overzichtsbespreking door Pjotr van Lenteren van nieuwe prentenboeken. Prentenboekenmakers experimenteren, maar de beperkte mate waarin Joke van Leeuwen dat deed, is het meest succesvol: "Niemand overtreft de eenvoudige ingenieusheid van het nieuwste prentenboek van Joke van Leeuwen: Waarom lig jij in mijn bedje?" Lovende woorden daarnaast voor Abdellah Taïa's Hartsvrienden (foto). Hanna Bouaicha: "Als een droom, zo laat Hartsvrienden zich lezen, de jongste roman van de controversiële Franstalige Marokkaan Abdellah Taïa (1973)."


Margot Dijkgraaf leest in NRC Handelsblad het bescheiden oeuvre van Tristane Banon, de schrijfster/journaliste die Dominique Strauss-Kahn aanklaagt voor een poging tot verkrachting in 2003. Wat Dijkgraaf betreft wordt haar "vlot geschreven, tranen trekkend meisjesproza" overvleugeld door dat van een andere jonge Franse auteur: Virginie Despentes, van wie de roman Apocalyps Baby binnenkort verschijnt.

Verder: Toef Jaeger over de Tao of Travel van Paul Theroux, "Een fijn thematisch bladerboek, maar niet zonder pretentie", dat haar versteld doet staan van Theroux" arrogantie: "Van alle gekozen reisverhalen en fragmenten valt op dat verreweg de meeste van Paul Theroux zelf zijn." Een groot interview met dichteres Anne Vegter op de middenpagina"s. Op de vraag van Ron Rijghard waarom in haar poëzie zo veel onafgemaakte zinnnen voorkomen, antwoordt ze: "Er wordt al zoveel expliciet gezegd. Laat de poëzie dan een vorm zijn waarin je beleeft wat er staat en waarbij het begrip op een ander niveau werkt."

 

De beste seksscènes weer in Vrij Nederland, nu volgens P.F. Thomése ("Het mechaniek van de menselijke paring leent zich meer voor de filmkunst dan voor de literatuur, zo bewijzen de kijkcijfers. En nog beter is het om het gewoon zelf te doen.") en Marita Mathijsen: de seks in Simon Vestdijks Het verboden bacchanaal en de kleurenverbijstering van een orgasmescène in Van Deijssels Een liefde. Kristien Hemmerechts las de brieven van Kerouac en Ginsberg, auteurs "voor wie alles wat ze hebben neergeschreven tot het literaire oeuvre behoort". "Vaak had ik een glimlach op de lippen. Veel van wat ze schrijven zegt iets over hen, maar ook en misschien vooral over de tijd waarin ze leefden."

Plus korte besprekingen van Tjalie Robinson, Kind van Batavia (Aart van Zoest: "Tjalie blijft. Actueel. Zéér leesbaar."), Herman Brusselmans, Van drie tot zes, Kevin Brooks, Dood aan God, Peter Verhelst, Zoo van het denken, Albertina Soepboer, De trektocht, Anne Vegter, Eiland berg gletsjer, en Bruno van Moerkerken, Minke Vos, Emiel van Moerkerken.


Jasper Henderson leest in Het Parool de "mooie kleine roman" De engelenclub van Luis Fernando Verissimo, en Guus Luijters leest vijf korte verhalen van Émile Zola. "Heel verrassend is het niet, maar met name de episode over Adèle Rousseau, die tot ze sterft met haar man een papeterie drijft, is adembenemend."


In Dichters & Denkers van De Groene Amsterdammer licht Joost de Vries "zomerklassieker" Catch 22 uit. "Het gekke is dat als je het boek nu (terug) leest, juist de term "meesterwerk" niet direct als eerste in je opkomt. Het is geen boek dat zich makkelijk prijsgeeft, waar je meteen aan verslingerd bent. [...] Pas als je - tenminste, zo ging het dus bij mij - er honderd bladzijden in zit, begint die zichzelf in de staart bijtende logica een eigen dynamiek te krijgen." Mirjam Noorduijn dan: "In Driedelig paard komt alles wat Ted van Lieshout met woord, beeld en vorm kan op een geweldige manier samen voor jong(er) en oud(er)." Lynn Berger over Alison Espacks "onevenwichtige" debuut The Adults, en Jacq Vogelaar over de korte verhalen van Julio Cortázar en Lydia Davis ("Soms zijn de beginzinnen zo sterk dat je eigenlijk het verhaal dat volgt niet eens meer nodig hebt.").


In HP|De Tijd interviewen Lothar Gorris en Claudia Voigt Charlotte Roche (foto), wier tweede roman, Schoßgebete (de vertaling, Schootgebed, is nog niet uit), is verschenen. "Ik zie mezelf niet als schrijfster, maar als een oplichtster. Ik kan ook niet beoordelen of iets goed geschreven is. Niets klinkt mooi in mijn boeken. Ik schrijf zoals ik praat." En: "Ik wil gewoon supermoedig zijn. Natuurlijk ben ik er ook ongelooflijk bang voor, bang dat ik doodga als ik al die dingen prijsgeef." Dries Muus bespreekt Robert Anker: "De naamloze biograaf lijkt zijn held ongelooflijk serieus te nemen, wat bij zo veel opschepperij vooral een lachwekkend effect heeft." En hij las Vendela Vida's De minnaars, dat "spannender, rijker aan suspense, dan de meeste thrillers" en "grappiger dan de meeste komedies". Frans van Deijl ten slotte leest alvast Aleid Truijens' Geluk kun je alleen schilderen. F.B. Hotz. Het leven, "een terecht monument voor een bijna vergeten schrijver, een monument ook voor de taal die een mens kennelijk een leven lang kan betoveren".

Tags: Literair supplement
Geplaatst door Johan Eeckhout/Daan Stoffelsen op 20-08-2011
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening