Literair supplement - aflevering 66

Het weekoverzicht van de belangrijkste literatuurrecensies- en interviews uit kranten- en weekbladen in Nederland en Vlaanderen. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel in Amsterdam.  Een zeer divers aanbod deze week, enkel Erik Vlaminck komt tweemaal in het stuk voor.


Een genoegen "van kaft tot kaft", zo omschrijft Mark Cloostermans in De Standaard Brandlucht van Erik Vlaminck. De recensent interviewt de auteur over de grens tussen normaal en abnormaal, de zoektocht naar identiteit en over  zijn nauwgezet onderzoek naar de feiten: "Ik moet alles gezien hebben, ik moet overal geweest zijn. (..) Dat is een dwangmatig trekje van me: de feiten moeten minstens kúnnen kloppen". Hartsvrienden kan de doorbraak van Abdellah Taïa in het Nederlands betekenen, meent Peter Jacobs. De Frans-Marokkaanse auteur slaagt erin een broeierige sfeer op te roepen, de roman blijft "één lange droom waarvan je het mysterie nooit helemaal ontrafelt".
En Vicky Vanhoutte las De biografie van John Muts, een "vintage" Brusselmans, de roman "kent vonken van geestdrift, maar het gros van de 374 pagina's lijdt aan dezelfde ziekte als waarmee Brusselmans' personages worstelen: "middelmatigheid"". Annemiek Neefjes praatte met Leo Vroman. De 96-jarige dichter laat zich in Fort Knox om zeven uur 's ochtends telefonisch interviewen over zijn nieuwe bundel Daar. Die telt 216 blz. of alle gedichten die hij de afgelopen 2 jaar schreef: "Ik beschouw mijn poëzie als een soort dagboek. Dat is óók waarom ik die volledigheid belangrijk vond, anders zou de bundel een soort oneerlijke autobiografie zijn". "Niet te geloven dat hier nog altijd een haast kinderlijke verwondering regeert over al het bestaande" schrijft Luuk Gruwez in de bijhorende recensie: "De poëzie blijkt een terrein waarop hij sinds zijn kindertijd nooit ouder is geworden".  En dankzij de trefzekere personages, de vaart en het gevoel las Inge Schelstraete Evenbeeld van Neil Jordan ademloos uit. Op plaatsen waar niets hoeft, daar ontstaan de verhalen van Floortje Zwigtman die zich voor de rubriek De ingeving in bad portretteren laat.

 

Boek van de week in Knack is Brandlucht van Erik Vlaminck. Het is Vlaminck te doen om het recht van de zwakste, stelt Frank Hellemans, die Brandlucht "een onversneden wraakroman" noemt met drie generaties vrouwen in de hoofdrol en "Al heeft hij een boontje voor het leven aan de zelfkant - mensen zijn er vaak authentieker en eerlijker -, hij zal het nergens idealiseren. Eerder integendeel".
Verder omschrijft Piet de Moor Een meisje van hiernaast van Stefan Kiesbye als "een gewelddadig maar geen geweldig debuut". Sylvie Marie "beschrijft sober maar doeltreffend de vage angst die we voelen zodra we dan eindelijk eens menen gelukkig te zijn", meent Bart Van der Straeten over haar bundel Toen je me ten huwelijk vroeg: "Op haar sterkst is deze dichteres als ze de anekdote, die meestal de basis vormt van haar gedichten, loslaat en haar beelden durft door te denken". Philip Hoorne las Kleine Dingen en is vooral tevreden over die verhalen waarin "hij de assertieve, enigszins vileine Dijkshoorn" terugvindt. En Jan Stevens interviewt Steven Sem-Sandberg over zijn roman De onzaligen van Lódz. De auteur over de reden van zijn zeer afstandelijke stijl: "Ik vond het zinloos om het zoveelste Holocaustverhaal te schrijven met als eindscène de overlevenden die in oude foto's zitten te snuisteren. Van bij de start wist ik: dit boek moet eindigen op het moment dat het getto opgeruimd wordt. Zonder overlevenden. Ik wou het vanuit het perspectief van de slachtoffers schrijven, vanuit het standpunt van degenen die hun verhaal niet meer kunnen vertellen".

 

Marnix Verplancke heeft het niet zo voor geëngageerde romans en begon voor De Morgen Uitgelezen met enig scepticisme aan Tweedehands wereld Lloyd Jones' roman over een Noord-Afrikaanse illegale immigrante in Europa. Maar de Nieuw-Zeelandse auteur weet een fascinerend portret te schetsen van de thuisloze migrant en "neemt je zo ver mee in haar verhaal dat je zonder enig bezwaar je vastgeroeste ideeën over goed en kwaad opzij zet". Marnix Verplancke las ook Het lot van Nora Lindell, het opgemerkte debuut van Hannah Pittard en omschrijft de manier waarop ze de vertwijfeling weergeeft bij de vrienden na het verdwijnen van Nora als "meesterlijk" . Verder heeft Marnix Verplancke het ook kort over de verhalenbundel Stierenvechten van Roddy Doyle en over De laatste man in de toren van Aravind Adiga. Tot slot in deze zomerse bijlage nog een reportage van Paul Demets, die bezocht in het Amerikaanse plaatsje Amherst "The Homestead" (foto) de woning waar Emily Dickinson als een kluizenaar leefde. Elders ook ruime aandacht voor nonfictie met recensies over Het geheugenpaleis van Joshua Foer en over The victor's crown: a history of ancient sport from Homer to Byzantium van David Potter.


De lezer, stelt Rob Schouten in Trouw vast bij lezing van Alan Hollinghursts Kind van een vreemde, bevindt "zich, ondanks al die prachtige en soms uitputtende beschrijvingen van menselijke ontmoetingen, feesten en dramatische onthullingen, toch voortdurend in een soort schemergebied, alsof de schrijver wil zeggen: de werkelijkheid, de waarheid is maar relatief". "Intussen leest Kind van een vreemde wel degelijk als een trein."
Ja, Wil Rouleaux heeft kanttekeningen bij Alain Claude Sulzers Het verkeerde moment, maar "de roman boeit ook door de knappe, pregnante stijl en de moderne vertelvorm". "Een aanrader," besluit hij. Hanna de Heus, ten slotte, las Peter Camerons nieuwste roman. Haar conclusie: "Andorra is een roman zoals je ze zelden leest: mooi geschreven, goed doordacht, fantasierijk en op een heerlijke manier ook nog eens volslagen weird."


In de Volkskrant korte recensies van Albert Helman, De sfinx van Spanje, Michèl de Jong & Drs. P., Kijkvoer & leesgenot, Cees Grimberg, Rondom 10, het boek, en Tanguy Viel, Paris-Brest. Arjan Peters memoreert in zijn column de dichter Leopold, naar aanleiding van het nieuwste nummer van Tirade, en de vertaler Wilfred Oranje, die onlangs overleed. De overeenkomst: "Een stapel goede boeken en pianomuziek, veel méér heb je niet nodig. Ik maak mij sterk dat de hemel daarin voorziet." Edwin Krijgsman zat, terwijl Giorgio Vasta hem "al 200 pagina's van De materiële tijd lang om de oren heeft geslagen met dat dwingende, obsessieve proza van 'm, tot diep naar het einde toe in wurgende spanning". Uiterst lovend, vier sterren. Arjan Peters, vervolgens, over Almudena Grandes' Tussenstations, dat misschien dan niet een echte roman is, maar Grandes "houdt van haar personages, die op hun beurt met zo'n geestelijk moeder kunnen blijven hopen dat het nog wat worden kan, in de toekomst, als ze grote mensen zijn".
Daniëlle Serdijn neemt een voorschot op het verschijnen van Alma Mathijsens Alles is Carmen. "Leuke roman. Zeker. Harteloos alleen dat niemand haar vertelde dat het eigenlijk een kinderboek is." We besluiten met een strip en een thriller: David Mazzucchelli's Asterios Polyp, door Joost Pollmann met vier sterren bekroond, en Irvine Welsh' Misdaad, besproken door Ineke van den Bergen: "Een gruwelscène hier en daar. Mooie beelden en woorden, maar ook zinnen die rechtstreeks uit een hulpverleningsprogramma lijken te zijn overgenomen en nogal eens herhaald worden."


In Boeken van NRC Handelsblad het laatste zomerinterview, deze keer met Johan de Boose. De bijlage opent met een stuk over Richard Fords bloemlezing van verhalen over het werkende leven, Blue Collar, white Collar, no Collar, maar Maartje Somers signaleert Fords voorkeur voor "sappelende eenlingen" als personages en bespeurt dan ook weinig raakvlakken met het echte leven: "Het is raar dat er in deze bundel uit 2011 zelfs nauwelijks een computer te bekennen valt, of een iPod."
Janet Luis maakt Steven van Watermeulens Landschap tussen alles of niets met de grond gelijk: "Een losse verzameling herinneringen, ervaringen en overwegingen - van iemand die speelt dat hij schrijver is." Meer besprekingen, van Vsevolod Garsjins De beren, in de vertaling van Hans Boland ("Wat vooral opvalt is de geesteshouding van de auteur, zijn neutraliteit, zijn gave zich van een oordeel te onthouden en de inherente dubbelzinnigheid van de wereld te tonen.") en Isaac Rosa"s Het land van de angst, waarin hij volgens Ger Groot "het mechanisme van de angst op een weergaloze wijze blootlegt". Joost van der Vaart prijst Schossgebete van Charlotte Roche: "een moderne, goed geschreven roman over grote levensthema"s die op een terloopse, haast alledaagse manier worden verteld."
Tot slot aandacht voor de biografie van Joseph Brodsky (foto), wiens biograaf Lev Loseff volgens Guus Middag oog voor detail toont, zoals in het laatste hoofdstuk over de plotselinge dood van Brodsky: "Loseff meldt nog wel even dat Brodsky gevonden werd terwijl de Greek Anthology, Loeb-editie, opengeslagen op tafel lag. Dat wil ik graag weten. En dit ook: er lag een sigaret naast. En een leeg vel papier."


Ronald Havenaar in Vrij Nederland, over Aleid Truijens' Geluk kun je alleen schilderen: "Voor de Hotz-liefhebber is er flink wat te genieten, maar de parels liggen te vaak verborgen onder een dek van ditjes en datjes." Verder korte besprekingen van Harrie Hageman, Speeltijd, Lucette ter Borg, Valkruid, Chika Unigwe, Nachtdanser, Caroline Ligthart, Russisch water, Heinrich Mann, De jeugd van koning Henri Quatre (vier sterren, van Aart van Zoest: "Leerzaam."), Massimo Gramellini, De laatste regel van het sprookje, en Y.M. Dangre, Meisje dat ik nog moet.


In een opmerkelijk experiment ruilen fictierecensent Arie Storm en non-fictierecensent Hans Renders in Het Parool van positie. Storm over Simon Sebag Montefiores Jeruzalem: "De toon van Montefiore is prettig opgeruimd. Hij vertelt het verhaal van Jeruzalem smeuïg zonder dat hij in effectbejag vervalt. Zeer aantrekkelijk is de wijze waarop hij voortdurend mythe van historie onderscheidt. Een leerzaam boek." En vijf sterren. Renders dan over Julian Barnes' Polsslag: "Het verschil [met Who"s Afraid of Virgina Woolf] is alleen dat de verhalen van Barnes doodsaai zijn." Twee sterren. Alleen Hans Knegtmans houdt zich aan zijn vaste rol en bespreekt een thriller, Gregg Hurwitz' Dan sterft ze: "De personages zijn niet wie of wat ze voorwenden te zijn, en iedereen liegt alsof het gedrukt staat. Amusement verzekerd."


"Yiwi begon in een nieuw genre te schrijven, dat van het lange interview. Misschien vond hij dat genre wel opnieuw uit. Verbluffend scherp, begrijpend waar het kan, moralistisch waar het moet, giet hij de herinneringen van anderen in een fantastische vorm." Daniël Rovers ontdekt in De Groene Amsterdammer de Chinese dissidente dichter Liao Yiwu, wiens The Corpse Walker onlangs verscheen. Joost de Vries stuit weer eens op het eerder door Marja Pruis geformuleerde Zwitserlezenprobleem. "De compositie van [Het proces van de eeuw] is sterk, [Christiaan] Alberdingk Thijm is misschien dan niet van de fraaie, gekleurde taal, maar hij vervalt nergens in clichés of zogenaamd betekenisvolle lyriek. [...] Het probleem van het Zwitserlezen is dat er nooit, ook nu niet, iets op het spel staat, het is vermaak, niet minder, niet meer."
Fred de Vries, De Groene's Zuid-Afrikaman, leest grond/Santekraam, de tweede bundel van Ronelda Kamfer, wier Nu de slapende honden onlangs in Nederlandse vertaling verscheen. "Mijn respons op de 42 gedichten: verbluffing. Dagenlang bleven ze bij me, kronkelend in mijn hoofd, vragen oproepend, nieuwe vergezichten scheppend." Jacq Vogelaar, ten slotte, leest "zomerklassieker" De huid van chagrijn van Honoré de Balzac. "Het spannende aan Balzac is dat je kunt volgen hoe een verhaal soms per pagina van genre wisselt: nu eens doodserieuze beschouwing, dan weer satire, van zakelijke beschrijving verspringend naar barok of maniërisme; je kunt ook zeggen dat hij achter een groot orgel alle registers tegelijk bediende."


In HP|De Tijd schetst Justine le Clerq (De roemlozen) haar "Zelfportret". Van wie ze het meest geleerd heeft? "De eerste twintig jaar van mijn leven van het weekblad Viva, waar alles in staat wat een meisje moet weten. Daarna van de schrijvers Primo Levi en Charles Bukowski." Dries Muus leest Chaja Polaks De verlegen minnaars, "een traag boek. Polaks stijl is fijnzinnig, kalm, geduldig - en meer van zulke bijna-synoniemen voor "saai"",  en Wil Boestens Tot de regen komt, "een krachtige, vitale roman - al met al werkt Boestens liefde voor het grote gebaar vaker wel dan niet". Cecilia Tabak ten slotte bespreekt Hans Olinks Den Doolaardbiografie, met "fantastische verhalen, vaardig opgeschreven door Hans Olink, maar zijn ze ook waar? Vaak moet de lezer Den Doolaard (foto) op zijn woord geloven".

 

 

Tags: Literair supplement
Geplaatst door Johan Eeckhout/Daan Stoffelsen op 28-08-2011
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening