Literair supplement - aflevering 64

Het weekoverzicht van de belangrijkste literatuurrecensies- en interviews uit kranten- en weekbladen in Nederland en Vlaanderen. In samenwerking met Athenaeum Boekhandel in Amsterdam. De zomerluwte brengt korte bijdrages deze week ondermeer over Johan Harstad,  Lars Gustafsson, Aravind Adiga en Willa Cather, Gustaaf Peek en Koos Van Zomeren werden geïnterviewd.


Voor De Standaard der Letteren zet Alexander Van Caeneghem Darlah van de Noor Johan Harstad op de piëdestal. Na een wereldwijde loterij mogen drie tieners op maanexpeditie, maar kort na hun aankomst in de maanbasis loopt het al fout. Voor deze "beklijvende pageturner" passen volgende superlatieven: "Darlah is verslavend, beklemmend, ontroerend, intelligent

en gewoon verschrikkelijk goed geschreven".  In contrast daarmee het oordeel van Marijke Arijs over Septemberlichten, de nu pas vertaalde vroege jeugdroman van de Spaanse bestsellerauteur Carlos Ruiz Zafón: "een druk boek, met een overdosis actie en een voorspelbare plot". Ook nog een bijdrage van Annelies Verbeke, die brengt een reisverslag over haar trip naar Osaka waar ze met vertalers haar roman Vissen redden besprak. In 2005 schreef de Franse journaliste Florence Aubenas zich in als ongekwalificeerde werkzoekende. Zes maanden lang ondervond ze aan de lijve hoe mensen zich in precaire, onderbetaalde deeltijdse schoonmaakbaantjes trachten staande te houden. Met haar relaas geschetst in De bodem van de pan "opent ze onze ogen voor die even noodzakelijke als onzichtbare kwetsbare werkers" besluit Mia Doornaert. En "het duister levert me altijd iets op" vertrouwt Saskia De Coster ons toe in de reeks De ingeving. Verder deze week ook aandacht voor twee kunstenaarsbiografieën: Rik Wouters. een biografie van Erik Min en Caravaggio. Een leven tussen licht en duisternis door Andrew Graham-Dixon worden naast elkaar gerecenseerd.

 

In Knack een recensie van Jan Stevens over Was je maar hier van Graham Swift. Die "schetst op heel subtiele wijze de 'grote transformatie' waarin het huidige, vaak nog lyrisch bezongen groene Engeland zich bevindt" en bewijst met deze roman "eens te meer wat voor een meester hij is in het doorgronden van de menselijke ziel". Bart Van der Straeten las Ezelskaakbeen, in deze nieuwe bundel van "dichter pur sang" Peter Ghyssaert (foto) "vormen natuur en familie de gefixeerde achtergrond waartegen de voortgaande tijd zijn versnipperende werk doet". Dat leidt tot een bundel die "baadt in een aan deze tijd onaangepaste, maar daardoor des te opmerkelijker schoonheid". Ook nog een lovend stuk van Annelies De Waele over De bovenkamer van Jakob, de derde adolescentenroman van Evelien De Vlieger.

 

Uitgelezen, de boekenbijlage van De Morgen, opent met een stuk over Eindspel, de schaakbiografie van Frank Brady over de enigmatische Bobby Fischer. Na een artikel over de boekenkast van Arne Sierens en een gesprek met kinderboekenschrijver en illustrator Shaun Tan vinden we de enige fictie-recensie, Fred Braeckman prijst "de originele, meeslepende, literaire whodunit" Buurtwacht van Amerikaanse Cammie McGovern.

 

In Trouw schrijft Nelleke Noordervliet een brief aan haar jongere ik. "Je weet zeker dat jij niet verandert in een vrouw. Het idee alleen al is weerzinwekkend en bespottelijk. De tijd bestaat niet. Jij bestaat niet. Liever niet. Je verdwijnt in de verhalen die je leest. Zo moet het blijven, vind je. Je zult er toch aan moeten geloven."
De eigenlijke boekenpagina"s beginnen met Sofie Messemans lofrede op Lars Gustafssons De blanke armen van mevrouw Sorgedahl. "Het meeslepende aan deze roman schuilt in de bijzonder fraaie dosering van verhalen en filosofische commentaren, nog aangevuld met een uitstekende, ietwat onderkoelde schrijfstijl." Rebecca Hunt gaf Churchills "zwarte hond", zijn depressies, een naam, Mr. Chartwell, en bouwde er een roman omheen. "Een originele vondst," vindt Hanna de Heus, maar "deze roman had een iets pittigere uitwerking en een grootsere climax verdiend". Henriëtte Aronds, ten slotte, prijst Isaac Rosa's Het land van angst: "Hoewel de grote hoeveelheid gefantaseerd geweld soms wat monotoon aandoet, wordt de beklemming steeds sterker, niet in de laatste plaats dankzij Rosa's bedrieglijk eenvoudige, beeldende taal. Langzaam maar zeker word je als lezer het web van de angst ingetrokken."


In de Volkskrants Intermezzo helpt Ineke van den Bergen ons op weg "door het oerwoud van de vrouwenthrillers". Neem nummer één op haar lijstje van acht: "Karin Slaughter beheerst die kunst. Ze neemt misdaad, de oorzaken en gevolgen ervan, serieus. Babbelt niet maar wat weg over geweld. Thema's, karakters, plot, stijl: krachtig, rauw en empathisch." Volgen de reguliere vier boekenpagina's, die Willem Otterspeer enthousiasmerend opent met een stuk over Alberto Manguels De kunst van het lezen: "De intens persoonlijke manier van lezen die Manguel erop nahoudt blijkt vooral uit het feit dat hij geen onderscheid maakt tussen wat hij leest bij iemand of wat iemand tegen hem zegt. Of liever: hij leest niet, maar schrijvers praten tegen hem."
Korte besprekingen dan, van Jan Willem Bos, Mijn Roemenië (Olaf Tempelman: "zowel een uitstekende Roemenië-encyclopedie als een prettig lezend boek"), Walter van den Broeck, Een vrouw voor elk seizoen, Vsevolod Garsjin, De beren en andere verhalen (Aai Prins: "Garsjins inlevingsvermogen is fenomenaal"), Alain Claude Sulzer, Het verkeerde moment, en Beverly Naidoo, De hond, de haan en de jakhals. Over dat laatste boek, een verzameling "Afrikaanse" fabels, schrijft Pjotr van Lenteren: "De moraal krijgt nu eens niet de overhand in wat, welbeschouwd, niet alleen levenslessen maar ook historische dijenkletsers zijn."
Erik Menkveld, ten slotte, leest de poëzie van Max Temmerman en Allard Schröder. Die laatste heeft Menkveld hoger zitten. Zijn gedichten hebben "een consistente toon en kwaliteit. Ze zijn sprankelend van taal en vol schitterende beelden", en de bundel als geheel heeft "een ontroerende, samenhangende kracht".


Ook deze week een dunne, zomerse boekenbijlage bij NRC Handelsblad. Toef Jaeger bespreekt er Aravind Adiga's Last Man in Tower in, en noemt het "jammer dat Adiga tot een moralistische slotsom komt", hoewel ze onderschrijft dat "die moraal misschien wel onontkoombaar is" in een roman over de Indiase middenklasse.

Op de middenpagina"s een groot interview met Gustaaf Peek, die een buitengewoon helder antwoord geeft op de vraag wat een schrijver tot kunstenaar maakt: "Om te beginnen stijl. Hoed je voor clichés, schrijf declarative sentences, heldere zinnen die volgen op goedlopende andere zinnen. Gebruik geen vage of subjectieve bijvoeglijke naamwoorden; rood en koud mogen, mooi en leuk niet. Beschrijf de wereld zó dat ze voor de lezer oprijst zonder dat ze haar mysterie verliest; denk aan Hemingway, die precies de juiste woorden koos en altijd wat te raden overliet. Kies het juiste perspectief om je verhaal te vertellen en hou dat consequent vast; ga niet zwabberen. En last but not least: schrijf je boek op je eigen voorwaarden."

Anneriek de Jong velt een tweeslachtig oordeel over Rafik Schami's Het geheim van de kalligraaf: "Je ergert je aan de omslachtige opbouw van dit boek. En je koestert de schat aan verhalen die Schami je in de schoot heeft geworpen." Kester Freriks las twee romans "die elkaar prachtig aanvullen en fraai variëren op het grote Scandinavische verdwijnen": het Zweedse Zussen (Bengt Ohlsson) en de Noorse psychothriller Tweeling (Marete Junker).

 

In Vrij Nederland favoriete literaire seksscènes van Arnon Grunberg (uit Nabokovs Laughter in the Dark, uiterst subtiel) en Marian Donner (uit Chuck Palahniuk, Stikken, plat en onvervuld). Jeroen Vullings noemt vervolgens Robert Ankers Oorlogshond "onderhoudend, zeker, maar ook doldwaas". Hij "slaagt erin hedendaags leven in zijn roman te brengen", vooral door de taal: "Anker loopt lenig van register naar register, in vloeiende ritmiek, waardoor hij even overtuigend schrijft over een woordenwisseling tussen leraar en rector, een vuurgevecht in de rimboe, een straatgevecht, als een dans in een technoclub."
Plus: korte besprekingen van Nazmiye Oral, Zehra, Tjark Kruiger, Spiegelpaleis, Het Gilgamesj-epos, Cyrille Offermans, Dood van een leraar, Graham Swift, Was je maar hier, Matthijs Kleyn, Vita, en Jan Fabre, Nachtboek 1978-1982.


In Dichters & Denkers van De Groene Amsterdammer lepelt Graa Boomsma "zomerklassieker", en "kleine maar rijke roman" Een verloren vrouw, van Willa Cather, op. "Met een psychologisering die bijna net zo gedetailleerd en nauwkeurig is als in Henry James" The Portrait of a Lady of The American." Ook gaat Boomsma in op haar ambivalente houding tegenover de V.S.: "Amerika blijft een dilemma in de fascinerende romanwereld van Willa Cather."
Jacq Vogelaar prijst daarnaast Jean-Philippe Toussaints De waarheid omtrent Marie. "Het mooie aan het boek is dat het enkele fantastische demostraties bevat van wat eruit komt wanneer indenken, mits gevoed met veel kennis van zaken, de vrije hand krijgt."


Dirk-Jan Arensman in Het Parool over de opnieuw vertaalde tweede roman van Richard Russo: "Schadevolle jaren bevat werkelijk alle elementen die hem tot zo"n onweerstaanbaar goede schrijver maken. De kalme, beheerste toon van een geboren verhalenverteller. De perfecte balans tussen net-niet-sentimentele kennis en subtiele, laconieke humor. En een stoet aan personages die je zo vertrouw voorkomen dat het op het eerste oog clichéfiguren lijken, maar die niettemin tot leven komen alsof ze verderop bij je in de straat wonen." Verder: Jasper Henderson over Hisham Matars "zorgvuldig vertelde, ontroerende roman" Anatomie van een verdwijning en Hans Knegtmans over Stille handel door John Connolly, een van de "toppers in het subgenre" van het misdaadverhaal met gothic elementen.


Een aardig stuk in Elsevier over het Ambassade Hotel, en dan met name de literaire bijdragen aan het gastenboek. Irene Start citeert eigenlijk uitsluitend, zoals uit de bijdrage van Michel Houellebecq uit 1999: "Il y a des moments dans la vie ou il est très difficle d"être malheureux." Verder besprekingen van Chaja Polaks De verlegen minnaars (Start nog eens: "een subtiele roman vol fijnbesnaarde personages die elkaar emotioneel gijzelen"), Martin Suters De kok, Hervé Bourhis' Het kleine boek van de Beatles en Michael Lewis' The Big Short.


In HP|De Tijd spreekt Frans van Deijl met Koos van Zomeren (foto) van wie binnenkort een nieuwe - wellicht laatste - natuurbundel verschijnt. Na in te gaan op Van Deijls kritiek op de bundel, stelt Van Zomeren: "Wat ik heb geleerd van meer dan dertig jaar schrijven over de natuur is dat de natuur er is voor zichzelf en niet om ons een lol te doen, en zelfs niet om mij m'n stukjes te laten maken." Verder: een "zelfportret" door Christa Anbeek (Overlevingskunst) en Dries Muus over de romans van Toine Heijmans en Iris Koppe. Over Op zee: "De plotwending is te simpel, de hints zijn te duidelijk - en je zou iets soortgelijks over de stijl kunnen zeggen." Jammer, bij alle potentie die het boek had, vindt Muus. Over Koppes De man met de schaar is hij nog minder enthousiast.

Tags: Literair supplement
Geplaatst door Johan Eeckhout/Daan Stoffelsen op 07-08-2011
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening