PRESSE PAPIER # 33 - Charles d'Ambrosio - Het dodevissenmuseum

Niet voor niets wordt de Amerikaanse kortverhalenschrijver Charles D'Ambrosio (Seattle, 1958) vergeleken met de groten uit de voorbije eeuw: F. Scott Fitzgerald en Raymond Carver. Zijn zinnen hebben een gratie als bij Fitzgerald en de beladen sfeer lijkt afkomstig van Carver. Zijn personages gedragen zich gelaten, alsof ze zich al lang hebben neergelegd bij het onafwendbare feit dat er nooit iets wezenlijks zal veranderen.
D'Ambrosio's tweede bundel, Het dodevissenmuseum, bevat acht verhalen en verscheen onlangs bij uitgeverij Karaat. Anders dan Fitzgerald die zijn novellen en romans situeerde in de Amerikaanse upperclass, dompelt D'Ambrosio zijn lezers onder in een milieu van kleine middenstanders en sjacheraars, van tuchthuizen en drugsverslaafden. De verhalen spelen zich bijna allemaal af in het ruige uiterste noord-westen van de Verenigde Staten, in de staat Washington. Achter de ogenschijnlijk onbeduidende gebeurtenissen gaan kleine drama's schuil. In "Drummond en zoon" nodigt een verkoper en reparateur van typemachines een maatschappelijk werkster uit voor een gesprek met zijn zoon, een zwaar psychotische jongen van vijfentwintig, om hem eventueel te laten opnemen in een tehuis. Maar ziet daar "toen de maatschappelijk werkster halfhartig over een wachtlijst begon" toch maar vanaf. Van haar hoeft hij geen hulp te verwachten. Hij mist zijn vrouw, die te jong was om de opvoeding van de jongen aan te kunnen en al lang geleden is vertrokken. Aan het einde van het verhaal nemen vader en zoon Drummond samen de bus naar huis, terwijl het giet van de regen. De jongen reageert niet op de vaders pogingen om contact te maken. "Zijn gezicht, weerspiegeld in het gele glas, had zich al teruggetrokken in zijn cryptische en vreemde klooster".
In bijna alle verhalen is ook het mystieke aanwezig. De zoon in voornoemd verhaal laat zich herhaaldelijk op straat vallen om te bidden, het jongetje in "De Hoge Pas" krijgt een opvoeding van de nonnen in het tuchthuis en wil misdienaar worden, Kirsten, een ex-junkie, heeft de gave dat ze overledenen kan waarnemen, Kype in "Het bottenspel" is op zoek naar een plaats om de as van zijn grootvader uit te strooien; hij laat een Indiaans ritueel op hem uitvoeren, een oude man wil een zegen uitspreken wanneer het gevaar van een overstroming (tijdelijk) geweken is. Dit geloof in een hogere orde, al is het maar voor een moment, biedt de personages troost. Even hopen ze tegen beter weten in op een ander, zinvoller bestaan. D'Ambrosio laat zien dat mensen soms tot elkaar veroordeeld zijn, maar altijd ook tot zichzelf. Hij doet dat op een prachtige en tegelijkertijd droef stemmende manier.
De schrijver werkt nu aan een roman: hij zegt eigenlijk min of meer toevallig bij het genre van het korte verhaal te zijn beland. Voor zijn lezers zou het ronduit jammer zijn als hij zijn talent voor het schrijven van novellen niet meer zou gebruiken, maar die roman is een mooi vooruitzicht.

Tags: Amerikaanse literatuur
Geplaatst door Wineke de Boer op 06-08-2011
Verwante berichten
Presse-papier
Reacties

Heeft dit boek zichzelf vertaald???

geplaatst door Gerard Cruys op zondag 07 augustus 2011 om 13u00

Voor de liefhebbers, of voor de lezers die door de recensie geïnteresseerd zijn geraakt: het openingsverhaal uit de bundel is als gratis pdf te lezen op de site van Karaat: http://www.uitgeverijkaraat.nl/index.php?option=com_content&view=article&id=89:lees-hier-een-gratis-verhaal-uit-het-dodevissenmuseum&catid=25:karaatnieuws&Itemid=27

geplaatst door Uitgeverij Karaat op zondag 07 augustus 2011 om 00u16
Geef uw mening