Poëziedebutante Maud Vanhauwaert werkt aan eerste toneeltekst

Woord en podium: ‘dat ruikt naar meer' was het motto om dichter-performer Maud Vanhauwaert te inviteren als zeechroniqueur op Theater aan Zee 2011, dat zojuist achter de rug is. Vanhauwaert sloeg de traditionele kweekvijver van de literaire tijdschriften over en maakte haar poëziedebuut meteen bij een grote uitgeverij. Ik ben mogelijk verscheen in januari bij Querido. In haar bundel stelt ze: morgen is haar territorium weer twee voeten/maat 38 groot. Tijdens TAZ#2011 bestreek het geheel Oostende.

Het recept van zeechroniqueurs is eenvoudig: met de ingrediënten de stad, de kust en de impressies van het theaterfestival een nieuwe tekst schrijven. De voorstelling gaat het daaropvolgende jaar in première. Tijdens Uitgelezen en het festivalslotmoment Brood en Spelen zaterdagmiddag, stelde Vanhauwaert een eerste worp voor aan het publiek: Ik ben bang dat er een leegte in mij zit/Dat ik eigenlijk alleen met mijn mond open kan staan/Wachten tot er iemand een steentje in gooit/En de seconden telt/Tot het valt.

Vanhauwaert selecteert eigenzinnig uit de veelheid van observaties die dagelijks op haar netvlies vallen. De beelden die ze schept, bouwen vaak op markante details. Taal vormt het vertrekpunt, geen klassiek verhalend theater. "De tekst kan nog alle kanten opgaan, maar dit staat vast: ik wil dat de voorstelling als een bekentenis klinkt."

Vorige zomer schreef zeechroniqueur Marcel Osterop Contouren, hier te lezen. De voorstelling ging afgelopen week in première en speelt deze week nog op het Theaterfestival Boulevard in ‘s Hertogenbosch (zie speellijst). Voor het theaterdebuut van Vanhauwaert moet u wellicht nog een jaar geduld oefenen. In tussentijd kan u haar vanaf nu maandelijks volgen op de zeechroniqueursblog van Schrijverspodium.

Tags: Theater, Poëzie, Nederlandse literatuur
Geplaatst door Els Steegmans Schrijverspodium op 07-08-2011
Verwante berichten
Reacties
Er werden nog geen reacties geplaatst.
Geef uw mening